[eiser] , uit [plaats] , eiser
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere, het college
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiser heeft ingesteld, omdat het college volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn aanvraag van 8 november 2025 in het kader van de Wet open overheid (Woo-verzoek).
2. Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
3. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit op zijn Woo-verzoek. Inmiddels heeft het college op 23 december 2025 een besluit genomen. Het college heeft het Woo-verzoek van eiser buiten behandeling gesteld, omdat het verzoek onvoldoende is gepreciseerd en eiser niet heeft meegewerkt aan het verzoek van het college om zijn verzoek te preciseren. Omdat eiser het beroep na het nemen van het besluit niet heeft ingetrokken, moet de rechtbank nog wel een beslissing nemen over het beroep tegen het uitblijven van een besluit van het college.
4. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. Eiser wilde met zijn beroep bereiken dat het college zou beslissen op zijn Woo-verzoek en dat is gebeurd. Eiser heeft daarom geen belang meer bij het beroep voor zover dat was gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
5. Een beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit heeft ook betrekking op het alsnog genomen besluit, tenzij dit besluit geheel aan het beroep tegemoet komt. Het besluit van 23 december 2025 komt niet geheel tegemoet aan het Woo-verzoek, omdat het college het verzoek niet in behandeling heeft genomen terwijl eiser informatie wilde verkrijgen van het college. Het beroep richt zich daarom van rechtswege ook tegen het besluit van 23 december 2025.
6. De rechtbank zal het beroep niet zelf behandelen, maar het beroep doorsturen aan het college om in bezwaar te behandelen. Eiser heeft op 29 januari 2026 een reactie ingediend tegen het besluit van het college van 23 december 2025. Het college zal deze reactie moeten behandelen als een bezwaarschrift tegen het besluit van 23 december 2025.
7. Omdat eiser het beroep wel terecht had ingesteld, moet het college het griffierecht aan eiser vergoede.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep gericht tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk;
- stuurt het beroep voor zover gericht tegen het besluit van 23 december 2025 door naar het college om in bezwaar te behandelen;
- bepaalt dat het college het griffierecht ter hoogte van € 184,- aan eiser vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Schnitzler, rechter, in aanwezigheid van mr. B.J. van Rossum, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 13 augustus 2026.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.