[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. O.H.G. Daane Bolier),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (het Uwv), verweerder
(gemachtigde: mr. C.W.P. Van den Berg).
Inleiding
1. Eiseres heeft voorheen gewerkt als [functie] voor ongeveer 9,56 uur week. Eiseres ontving vervolgens een uitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW). Zij heeft zich vervolgens 24 september 2017 ziek gemeld. Per 25 september 2017 is aan eiseres een uitkering ingevolge de Ziektewet (ZW) toegekend. Eiseres heeft bij het bereiken van de wachttijd van 104 weken die geldt op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) een aanvraag ingediend voor de WIA-uitkering. Met ingang van 23 september 2019 is aan eiser een WIA-uitkering toegekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80-100%.
2. Eiseres heeft op 9 november 2024 een melding van toegenomen klachten ingediend per 27 september 2024. Op die datum heeft eiseres een verkeersongeluk gehad. Volgens eiseres zijn hierdoor haar medische beperkingen toegenomen. Ook heeft eiseres een verhoging van haar uitkering aangevraagd op grond van hulpbehoevendheid. Na een onderzoek door een arts en een arbeidsdeskundige heeft het Uwv bij besluit van 19 augustus 2025 (het primaire besluit) vastgesteld dat er geen aanleiding bestaat om de WIA-uitkering te wijzigen.
3. Bij beslissing op bezwaar van 18 december 2025 (het bestreden besluit) heeft het Uwv het hiertegen door eiseres gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Hieraan liggen rapporten van een verzekeringsarts bezwaar en beroep en een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep ten grondslag.
4. Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld en heeft op 29 december 2025 aanvullende gronden ingediend. Het Uwv heeft hierop gereageerd met een verweerschrift.
5. De rechtbank heeft het beroep op 15 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van het Uwv. Eiseres en haar gemachtigde hebben zich voor de zitting afgemeld.
Het geschil
6. Eiseres is het niet eens met het primaire besluit. Volgens eiseres zijn haar beperkingen duurzaam, waardoor zij recht heeft op een IVA-uitkering. Ook is eiseres van mening dat zij recht heeft op een verhoging op grond van hulpbehoevendheid.
7. De rechtbank moet beoordelen of het Uwv terecht heeft vastgesteld dat de beperkingen niet duurzaam zijn en eiseres tevens geen recht heeft op een verhoging op grond van hulpbehoevendheid. Daarbij gaat het om de medische toestand van eiseres op 27 september 2024 (de datum in geding).
Beoordelingskader
8. Het Uwv mag besluiten over iemands arbeidsongeschiktheid baseren op rapporten van verzekeringsartsen. Die rapporten moeten dan wel aan de volgende drie voorwaarden voldoen. De rapporten:
zijn op een zorgvuldige manier tot stand gekomen;
bevatten geen tegenstrijdigheden;
zijn voldoende begrijpelijk.
9. De rapporten en de besluiten die daarop gebaseerd zijn, zijn in beroep wel aanvechtbaar. Het is echter aan de eisende partij om aan te voeren (en zo nodig aannemelijk te maken) dat de rapporten niet aan de drie genoemde voorwaarden voldoen of dat de medische beoordeling onjuist is. Niet-medisch geschoolden kunnen aannemelijk maken dat niet aan de drie genoemde voorwaarden is voldaan. Voor het aannemelijk maken dat een medische beoordeling onjuist is, is in principe een rapport van een arts of medisch behandelaar noodzakelijk.
10. De rechtbank benadrukt verder dat bij deze beoordeling van belang is dat het gaat om de medische situatie van eiseres op de zogenaamde datum in geding, dat is de beoordelingsdatum. In deze zaak is die datum 27 september 2024.
Beoordeling door de rechtbank
De medische beoordeling
Inhoudelijke medische beoordeling
11. Eiseres stelt dat zij recht heeft op een IVA-uitkering. Eiseres stelt dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep op grond van de vaste rechtspraak twee FML’en had moeten opstellen. Eén fictieve FML waarin de beperkingen van eiseres zijn opgenomen die nu al als duurzaam kunnen worden aangemerkt en één FML waarin beperkingen zijn opgenomen waarbij nog verbetering is te verwachten. Vervolgens had de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep aan de hand van de fictieve FML waarin de beperkingen zijn opgenomen die nu al duurzaam zijn, de mate van arbeidsongeschiktheid moeten vaststellen. Eiseres verwijst in het kader hiervan naar de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Eiseres heeft tot slot een screenshot van een gesprek tussen haar en de neuroloog ingebracht van 3 april 2026. Hieruit blijkt dat de huidige klachten niet passen bij een carpaletunnelsyndroom en een injectie dan wel een operatie geen optie is voor eiseres.
12. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in zijn rapport van 15 december 2025 toegelicht dat de beperkingen van eiseres niet duurzaam zijn in de zin van de Wet WIA. De door de primaire arts gestelde mogelijkheden tot verbetering zijn medisch gezien navolgbaar en worden onderschreven door behandelaars. De verzekeringsarts bezwaar en beroep merkt allereerst op dat de zeer forse arbeidsongeschiktheidsclaim van eiseres – waarbij onder andere ADL-afhankelijkheid en ‘sterk wisselende mogelijkheden’ worden geclaimd – niet aansluit bij wat er door objectief medische gegevens kan worden bekrachtigd. Volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep bestaat er op het vlak van de langdurige pijnklachten van de rug en benen nog de mogelijkheid tot het volgen van een multidisciplinair revalidatietraject gericht op chronische pijn. Dit kan bijvoorbeeld bij organisaties als [naam 1] of [naam 2] . Daarnaast is er ten aanzien van de klachten met betrekking tot het carpaletunnelsyndroom de mogelijkheid tot verschillende vormen van medisch ingrijpen, waaronder oefentherapie, injecties met corticosteroïden evenals een operatie. Verder is eiseres in algemene zin aangewezen op verbetering van de conditie, dit kan bijvoorbeeld door het volgen van fysio- of oefentherapie. Tot slot is eiseres aangewezen op (verdere) gewichtsreductie, wat ook een afname van de klachten en toename van benutbare mogelijkheden kan geven. In de aanvullende rapporten van 16 april en 15 juni 2026 heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep gereageerd op het screenshot van de neuroloog. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft toegelicht dat bij eiseres reeds chronische pijnklachten is aangenomen. Voor de chronische pijnklachten zijn behandelmogelijkheden. Zo blijkt uit verschillende (interdisciplinaire) richtlijnen evenals de NHG-standaard Pijn dat onder andere pijneducatie, psychotherapie en/of multidisciplinaire revalidatie belangrijk zijn voor de adequate behandeling van deze klachten. Deze opties zouden op zijn minst geëxploreerd moeten worden voordat gesteld kan worden dat er sprake is van duurzaamheid. Sterker nog, gezien de ernst van de klachtenbeleving van eiseres en de verschillende discrepanties die worden vastgesteld vanuit onder andere (MRI-)beeldvorming en neurologisch onderzoek is het verder exploreren van eerder genoemde behandelopties van groot belang voor het welzijn en herstel, aldus de verzekeringsarts bezwaar en beroep.
13. De rechtbank is van oordeel dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep met de rapporten van 15 december 2025, 16 april 2026 en 15 juni 2026 voldoende heeft gemotiveerd dat de arbeidsongeschiktheid van eiseres op datum in geding niet duurzaam was. De rechtbank ziet geen reden voor twijfel aan dit inzichtelijk gemotiveerde standpunt van de verzekeringsarts bezwaar en beroep. Wat eiseres daarover heeft aangevoerd leidt niet tot een ander oordeel. Ook het betoog dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep een fictieve FML had moeten opstellen kan niet slagen. Immers, de artsen hebben geen duurzame beperkingen aangenomen. Beide artsen zijn juist eensgezind dat eiseres nog behandelmogelijkheden heeft. De beroepsgrond slaagt niet.
Hulpbehoevendheid
14. Eiseres stelt dat zij ten onrechte geen verhoging op grond van hulpbehoevendheid toegekend heeft gekregen. Eiseres kan namelijk niet zelfstandig voor zichzelf zorgen. Eiseres ontvangt een PGB vanwege de volledige hulp die zij nodig heeft bij het wassen, afdrogen en aankleden op de douchestoel. Zij is volledig afhankelijk van haar partner. Zo helpt hij haar met het wassen van het lichaam, haren en nagels knippen. Eiseres wordt 4x daags naar het toilet geholpen waarbij zij geholpen wordt voor mictie en ontlasting.
15. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft toegelicht dat er geen medisch substraat is dat de handreikingen conform de definitie noodzakelijk maakt. Daarbij heeft de arts toegelicht dat er geen sprake is van geregelde handreiking door derden (oppassing). Dat betekent dat er geen recht is op de verhoging van de grondslag omdat dan sprake moet zijn van aangewezen zijn op geregelde oppassing én verzorging.
16. Volgens artikel 2, eerste lid, van de Beleidsregel verhoging uitkering bij hulpbehoevendheid (Beleidsregel) wordt de uitkering verhoogd tot 100% van de grondslag:
17. Volgens artikel 3, eerste lid, van de Beleidsregel wordt de uitkering verhoogd tot 85% van de grondslag, indien de verzekerde hulp nodig heeft bij sommige essentiële, dagelijks terugkerende levensverrichtingen en geregelde handreikingen door derden noodzakelijk zijn.
17. In de gevallen bedoeld in het eerste lid wordt de uitkering niet verhoogd, indien uit hoofde van een andere voorziening reeds in belangrijke mate in de behoefte aan oppassing en verzorging van verzekerde wordt voorzien.
19. De rechtbank zal eerst beoordelen of eiseres in aanmerking komt voor een verhoging tot 100%. Naar het oordeel van de rechtbank is dit niet het geval. Dat legt zij hierna verder uit.
19. Hoewel de rechtbank begrip heeft voor het betoog van eiseres en de moeilijkheden die zij in het dagelijks leven tegenkomt, bieden de rapportages van de artsen voldoende grondslag voor de conclusie dat eiseres niet is aangewezen op hulp bij alle of nagenoeg alle essentiële, dagelijks terugkerende levensverrichtingen en dat geen sprake is van de noodzaak van een min of meer continue oppassing. Dat eiseres wordt geholpen met het wassen en naar de wc gaan, is op zichzelf niet voldoende om dit aan te nemen. Van belang is dat iemand continue een oppassing nodig heeft. Van een dergelijke situatie is niet gebleken. Dit betekent dat het Uwv terecht heeft vastgesteld dat eiseres geen recht heeft op een verhoging van haar WIA-uitkering tot 100%. 20. De rechtbank is ook van oordeel dat eiseres geen recht heeft op een verhoging tot 85%. Dat eiseres een PGB ontvangt, omdat zij hulp nodig heeft bij het wassen, afdrogen en aankleden, doet op zichzelf geen afbreuk aan de conclusie van de verzekeringsartsen. Integendeel, een PGB kan worden aangemerkt als een voorziening waarmee in belangrijke mate de behoefte van verzorging wordt voorzien, waardoor op grond van artikel 3, tweede lid, van de Beleidsregel, geen recht bestaat op een verhoging. Ook hier is de rechtbank van oordeel dat het Uwv terecht heeft vastgesteld dat eiseres geen recht heeft op een verhoging van haar WIA-uitkering tot 85%.
Conclusie en gevolgen
21. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat het Uwv terecht de arbeidsongeschiktheid per 27 september 2024 niet heeft gewijzigd en ook geen verhoging wegens hulpbehoevendheid heeft toegekend. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Veenendaal, rechter, in aanwezigheid van mr. C. Deve, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 21 augustus 2026.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.