ECLI:NL:RBMNE:2026:5964

ECLI:NL:RBMNE:2026:5964

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 21-08-2026
Datum publicatie 27-08-2026
Zaaknummer UTR 26/540
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Lelystad

Samenvatting

De rechtbank is van oordeel dat eiseres niet in aanmerking komt voor een verhoging wegens hulpbehoevendheid. Van een dergelijke situatie is niet gebleken. Dit betekent dat het Uwv terecht heeft vastgesteld dat eiseres geen recht heeft op een verhoging van haar uitkering tot 100%. De rechtbank is ook van oordeel dat eiseres geen recht heeft op een verhoging tot 85%. Op de zitting heeft eiseres namelijk verklaard dat haar zoon voor haar ondersteuning een PGB ontvangt. Op grond van artikel 3, tweede lid, van de Beleidsregel, bestaat geen recht op een verhoging tot 85% indien eiseres een voorziening ontvangt waarmee zij in belangrijke mate wordt voorzien.

Uitspraak

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 augustus 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (het Uwv), verweerder

(gemachtigde: mr. C.W.P. Van den Berg)

Inleiding

1. Eiseres ontvangt een uitkering voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten

(IVA-uitkering), op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). De uitkering bedraag 75% van het WIA-maandloon. Eiseres heeft een verhoging van de uitkering aangevraagd vanwege hulpbehoevendheid. In het besluit van 13 mei 2025 (het primaire besluit) heeft het Uwv deze aanvraag van eiseres afgewezen. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen deze beslissing.

2. Met de beslissing op bezwaar van 2 september 2025 (het bestreden besluit) is haar bezwaar ongegrond verklaard.

3. Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld en heeft op 11 juni 2026 aanvullende gronden ingediend. Het Uwv heeft hierop gereageerd met een verweerschrift.

4. De rechtbank heeft het beroep op 15 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, samen met een vriendin. Ook heeft deelgenomen de gemachtigde van het Uwv.

Het geschil

5. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit. Volgens eiseres heeft zij recht op een verhoging op grond van hulpbehoevendheid.

6. De rechtbank moet beoordelen of het Uwv terecht heeft vastgesteld dat eiseres geen recht heeft op een verhoging op grond van hulpbehoevendheid. Daarbij gaat het om de medische toestand van eiseres op 21 februari 2025 (de datum in geding).

Beoordelingskader

7. Uit artikel 53 van de Wet WIA volgt dat de arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt verhoogd als de verzekerde in een blijvende of voorlopig blijvende toestand van hulpbehoevendheid verkeert die geregeld oppassing en verzorging nodig maakt. Bij de uitvoering van artikel 53 van de Wet WIA hanteert het Uwv de Beleidsregel verhoging uitkering bij hulpbehoevendheid (de Beleidsregel).

8. Volgens artikel 2, eerste lid, van de Beleidsregel wordt de uitkering verhoogd tot 100% van de grondslag:

9. Volgens artikel 3, eerste lid, van de Beleidsregel wordt de uitkering verhoogd tot 85% van de grondslag, indien de verzekerde hulp nodig heeft bij sommige essentiële, dagelijks terugkerende levensverrichtingen en geregelde handreikingen door derden noodzakelijk zijn.

10. In de gevallen bedoeld in het eerste lid wordt de uitkering niet verhoogd, indien uit hoofde van een andere voorziening reeds in belangrijke mate in de behoefte aan oppassing en verzorging van verzekerde wordt voorzien.

Beoordeling door de rechtbank

Ontvankelijkheid

11. De rechtbank stelt vast dat eiseres op 19 januari 2026 beroep heeft ingesteld bij de rechtbank. Het bestreden besluit dateert van 2 september 2025. Dit maakt dat eiseres het beroep te laat heeft ingediend. Echter, de rechtbank stelt vast dat eiseres op 4 oktober 2025 een brief heeft gestuurd naar het Uwv, waarin zij mededeelt het niet eens te zijn met het bestreden besluit. Op grond van artikel 6:15 van de Algemene wet bestuursrecht, had het Uwv deze brief moeten aanmerken als een beroepschrift en deze brief moeten doorzenden naar de rechtbank. Het Uwv heeft dit nagelaten. Dit gebrek is dus niet te wijten aan eiseres. Gelet op het voorgaande gaat de rechtbank er vanuit dat eiseres tijdig beroep heeft ingesteld. Het beroep is dus ontvankelijk.

Terugkomen op/ nieuwe beoordeling

12. De rechtbank stelt vast dat in het primaire besluit het Uwv de aanvraag van eiseres heeft aangemerkt als een verzoek om terug te komen op een eerder genomen besluit. In het bestreden besluit lijkt het Uwv de aanvraag te hebben aangemerkt als een nieuwe beoordeling. Zoals op de zitting is besproken en is vastgesteld moet de aanvraag van eiseres als verzoek voor een nieuwe beoordeling worden aangemerkt. De rechtbank zal bij haar beoordeling hier vanuit gaan.

De medische beoordeling

Hulpbehoevendheid

13. Eiseres voert verder aan dat het medisch onderzoek onjuist is, omdat zij wel hulpbehoevend is, zoals bedoeld in de Beleidsregel. Zij ervaart namelijk beperkingen in haar dagelijks leven. Eiseres ontvangt weliswaar voor een aantal zaken hulp van thuiszorg, maar vindt een verhoging van haar uitkering gerechtvaardigd voor de zaken die overblijven.

13. De rechtbank zal eerst beoordelen of eiseres in aanmerking komt voor een verhoging tot 100%. Naar het oordeel van de rechtbank is dit niet het geval. Dat legt zij hierna verder uit.

13. Eiseres heeft op de zitting uitgebreid en invoelbaar toegelicht welke moeilijkheden zij met haar aandoeningen ervaart. De rechtbank stelt voorop vast dat niet ter discussie staat dat eiseres hulp nodig heeft. Zo heeft eiseres toegelicht dat zij afhankelijk is van anderen voor het helpen met wassen, aan- en uitkleden en douchen. Hiervoor krijgt zij ondersteuning van de thuiszorg. Eiseres heeft wel opgemerkt dat zij niet altijd die ondersteuning van de thuiszorg kan krijgen, door beperkte bezetting. Ook wordt eiseres ondersteund door haar zoon met onder andere de boodschappen en het koken. Hoewel de rechtbank begrip heeft voor haar situatie blijkt uit het verhaal van eiseres en de rapportages van de verzekeringsartsen niet dat eiseres is aangewezen op hulp bij alle of nagenoeg alle essentiële, dagelijks terugkerende levensverrichtingen en dat geen sprake is van de noodzaak van een min of meer continue oppassing. De rechtbank vindt hiervoor steun in de verklaringen van eiseres. Zo is op de zitting gebleken dat eiseres in staat is om zelfstandig te lopen en dat zij ook zelfstandig naar de wc kan gaan. Bovendien slaapt eiseres zelfstandig op de benedenverdieping in het huis en kan zij zich daar ook zelfstandig bewegen. Haar zoon verblijft in de nachten op de bovenverdieping. Hieruit blijkt dat nabijheid van anderen – ook ’s nachts – gewenst is, maar dat niet een situatie is waarbij continue oppassing noodzakelijk is. Ook het betoog van eiseres dat haar klachten zijn toegenomen, leidt niet tot een ander oordeel. Immers, toegenomen klachten betekenen niet per se dat zij nu (bijna) volledig onzelfstandig is. De rechtbank is van oordeel dat het Uwv terecht heeft vastgesteld dat eiseres geen recht heeft op een verhoging van haar WIA-uitkering tot 100%.

13. De rechtbank is ook van oordeel dat eiseres geen recht heeft op een verhoging tot 85%. Op de zitting heeft eiseres namelijk verklaard dat haar zoon voor haar ondersteuning een PGB ontvangt. Op grond van artikel 3, tweede lid, van de Beleidsregel, bestaat geen recht op een verhoging tot 85% indien eiseres een voorziening ontvangt waarmee zij in belangrijke mate wordt voorzien. Dit is hier het geval. De keuze van eiseres om met een, naar zij zelf stelt, ontoereikende thuiszorg/ondersteuning genoegen te nemen, kan niet worden afgewenteld op de wet WIA. Van de zoon van eiseres kan als PGB-ontvanger namelijk worden verwacht dat hij de nodige zorg regelt voor eiseres. Indien eiseres onvoldoende thuiszorg zou ontvangen, is het aan hem om met het PGB budget zelf zorg te verlenen dan wel alsnog met dat bedrag aanvullende zorg en/of ondersteuning in te kopen. De stelling van eiseres op de zitting dat haar zoon niet verplicht is om mee te betalen met zijn PGB inkomen, is dan ook niet geheel te volgen.

Conclusie en gevolgen

17. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat het Uwv terecht geen verhoging wegens hulpbehoevendheid heeft toegekend. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Veenendaal, rechter, in aanwezigheid van mr. C. Deve, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 21 augustus 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J.W. Veenendaal

Griffier

  • mr. C. Deve

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand