ECLI:NL:RBMNE:2026:5981

ECLI:NL:RBMNE:2026:5981

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 01-09-2026
Datum publicatie 28-08-2026
Zaaknummer UTR 26/2670
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor de ex-toeslagpartnerregeling door Dienst Toeslagen. Eiser is het hier niet mee eens. Dienst Toeslagen blijft bij de afwijzing. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat Dienst Toeslagen de aanvraag van eiser terecht heeft afgewezen. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 september 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

Dienst Toeslagen, kantoor Utrecht, verweerder

Samenvatting

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 26/2670

en

(gemachtigde: [gemachtigde] ).

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor de ex-toeslagpartnerregeling door Dienst Toeslagen. Eiser is het hier niet mee eens. Dienst Toeslagen blijft bij de afwijzing. Aan de hand van de beroepsgronden van eiser beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat Dienst Toeslagen de aanvraag van eiser terecht heeft afgewezen. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser was van 11 april 2019 tot en met 20 september 2024 toeslagpartner van een gedupeerde ouder. In die jaren heeft eiser meebetaald aan de terugvorderingen die zijn toenmalige partner moest voldoen.

Eiser heeft zich op 28 januari 2025 bij Dienst Toeslagen aangemeld voor de ex-partnerregeling. Met het primaire besluit van 7 oktober 2025 heeft Dienst Toeslagen aan eiser laten weten dat hij niet in aanmerking komt voor deze regeling.

Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit. Dienst Toeslagen heeft met het bestreden besluit van 7 april 2026 het bezwaar ongegrond verklaard.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Dienst Toeslagen heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep behandeld op de zitting van 21 juli 2026. Hieraan hebben eiser en de gemachtigde van Dienst Toeslagen deelgenomen.

Overwegingen

Het toetsingskader

3. Op grond van de artikelen 2.14g en 2.14h van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht) kunnen ex-partners in aanmerking komen voor financiële compensatie voor de materiële en immateriële schade die zij hebben geleden.

Om in aanmerking te komen voor de ex-toeslagpartnerregeling moet worden voldaanaan de volgende voorwaarden:

1. De ex-partner was op een van de volgende momenten toeslagpartner van een aanvrager van de kinderopvangtoeslag:

a. een moment in een jaar waarvoor die aanvrager recht heeft op een herstelmaatregel; of

b. het moment van de beschikking waarmee die aanvrager werd gedupeerd en een jaar vanaf dat moment;

2. De kinderopvangtoeslag is aangevraagd voor een (pleeg)kind van de ex-partner;

3. De aanvrager van de kinderopvangtoeslag is door Dienst Toeslagen erkend als gedupeerde;

4. De ex-partner was geen toeslagpartner meer van de aanvrager op de datum dat de Catshuisregeling aan de aanvrager is uitbetaald;

5. De ex-partner heeft geen zelfstandig recht op een herstelmaatregel als bedoel in artikel 2.7 Wht;

Het standpunt van eiser

4. Eiser is van mening dat hij recht heeft op compensatie omdat hij in de jaren 2019 tot en met 2024 toeslagpartner was en heeft meebetaald aan de terugvorderingen die zijn toenmalige partner moest betalen. Zowel zijn toenmalige partner als zijn kinderen zijn aangemerkt als gedupeerde van de toeslagenaffaire. Eiser stelt ook dat hij door de Belastingdienst is benaderd met de melding dat hij mogelijk aanspraak zou maken op de ex-toeslagpartnerregeling. Eiser doet verder een beroep op coulance: volgens eiser kan het niet zo zijn dat eiser wordt uitgesloten van de regeling terwijl hij heeft meebetaald aan de terugvorderingen. Eiser vindt dit onevenredig.

Beoordeling door de rechtbank

5. De rechtbank overweegt dat eiser niet in aanmerking komt voor de regeling. Eiser was van 2019 tot en met 2024 de toeslagpartner van zijn toenmalige partner. Daarvóór, in 2013, heeft de voormalige partner van eiser ten behoeve van kinderen die niet de kinderen van eiser zijn, kinderopvangtoeslag aangevraagd. Met de beschikking van 13 maart 2015 is de voormalige partner gedupeerd. Uit deze feiten volgt dat eiser geen ouder is van één of meer kinderen waarvoor de kinderopvangtoeslag is aangevraagd. Daarnaast was eiser geen toeslagpartner in 2013, het jaar waarvoor zijn voormalige partner recht heeft op de herstelmaatregel en ook niet op 13 maart 2015, toen Dienst Toeslagen de beschikking stuurde waarmee de voormalige partner van eiser is gedupeerd.

6. De rechtbank stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat eiseres niet voldoet aan de voorwaarden. Dat betekent dat Dienst Toeslagen de aanvraag voor de ex-partnerregeling terecht heeft afgewezen. In het kader van de ex-partnerregeling is er geen ruimte voor afwijking van de wettelijke voorwaarden. De wetgever heeft er namelijk bewust voor gekozen om de hardheidsclausule geen toepassing te laten vinden op de ex-partnerregeling.

7. Ten aanzien van de communicatie van de Belastingdienst ziet de rechtbank geen schending van het vertrouwensbeginsel voor zover het standpunt van eiser daarop ziet. Uit het verhaal van eiser ter zitting klinkt vooral door dat de medewerkers van de Belastingdienst hebben meegedacht met de situatie van eiser. Het is de rechtbank niet gebleken dat aan eiser een toezegging is gedaan dat hij recht heeft op de ex-partnerregeling.

Conclusie en gevolgen

8. Dienst Toeslagen heeft terecht besloten dat eiser niet in aanmerking komt voor de ex-toeslagpartnerregeling. Het beroep is ongegrond. Hij krijgt dus geen gelijk en krijgt het griffierecht niet terug.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. de Snoo, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Vermeer griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 1 september 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A. de Snoo

Griffier

  • mr. S. Vermeer

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand