ECLI:NL:RBMNE:2026:5983

ECLI:NL:RBMNE:2026:5983

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 07-08-2026
Datum publicatie 28-08-2026
Zaaknummer C/16/615637
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Machtiging tot uithuisplaatsing. "Ondanks dat de kinderrechter minderjarige niet heeft uitgenodigd voor een kindgesprek, wil zij hem wel graag een brief sturen".

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Utrecht

Zaaknummer: C/16/615637 / JE RK 26-1175

Datum uitspraak: 7 augustus 2026

Beschikking van de kinderrechter over een (spoed)machtiging tot uithuisplaatsing.

in de zaak van

de gecertificeerde instelling NIDOS, gevestigd te Utrecht,

hierna te noemen Nidos,

over

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2013 in [geboorteplaats] (Egypte),

hierna te noemen [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[moeder] ,

hierna te noemen de moeder,

wonende in [woonplaats] ,

[vader] ,

hierna te noemen de vader,

wonende in [woonplaats] ,

[tante] ,

hierna te noemen de tante,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

1. Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit de beschikking van de kinderrechter over de spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van 30 juli 2026.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 7 augustus 2026. Daarbij waren aanwezig:

de moeder, met een tolk Somalisch, A. Yahje;

[A] , namens de GI.

De tante van [minderjarige] is wel opgeroepen, maar zij is niet gekomen.

Aan [B] , de begeleidster van de moeder vanuit [instelling] , heeft de kinderrechter bijzondere toegang tot de zitting verleend.

De kinderrechter heeft, gelet op de psychische gesteldheid van [minderjarige] , geen aanleiding gezien om hem in de gelegenheid te stellen om aan de rechter te vertellen wat hij van het verzoek vindt. De verwachting is dat een gesprek op dit moment te belastend is.

2. De feiten

De vader, de heer [vader] , en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

[minderjarige] verblijft bij [instelling] .

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 11 februari 2026 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 19 februari 2027.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 22 juli 2026 een machtiging verleend [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen bij de [instelling] tot 19 februari 2027 en de machtiging van 11 februari 2026 tot uithuisplaatsing in het netwerkpleeggezin te weten bij tante, ingetrokken.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 30 juli 2026 een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend, met ingang van 30 juli 2026 voor de duur van vier weken, te weten tot 28 augustus 2026. De kinderrechter heeft de machtiging tot uithuisplaatsing bij de [instelling] Zorgroep van 22 juli 2026 ingetrokken.

3. Het verzoek

De kinderrechter moet partijen nog horen op de spoedbeslissing van 30 juli 2026. Daarnaast moet de kinderrechter nog een beslissing nemen op het aangehouden verzoek van de GI om [minderjarige] met een machtiging uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 30 oktober 2026.

4. Het standpunt van de moeder

De moeder voert geen verweer.

5. De beoordeling

Horen op spoedbeslissing

De kinderrechter heeft de betrokkenen gehoord over de spoedbeslissing van 30 juli 2026 en ziet naar aanleiding daarvan geen reden om met ingang van vandaag anders te beslissen.

Machtiging tot uithuisplaatsing

De kinderrechter verleent de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 30 oktober 2026. De kinderrechter legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding.

[minderjarige] verblijft sinds kort bij [instelling] . De overplaatsing vanuit [instelling] is onrustig verlopen. In de eerste nacht heeft [minderjarige] ’s-nachts rondgelopen. De begeleiding vindt hem onvoorspelbaar. Inmiddels is [minderjarige] iets rustiger geworden en gaat het iets beter met [minderjarige] . [instelling] wil wel 2 op 1 begeleiding in verband met het onvoorspelbare gedrag van [minderjarige] . De kinderrechter maakt zich zorgen over [minderjarige] . Het gaat niet goed met hem. De moeder en de tante kunnen niet voor [minderjarige] zorgen. Ook bij [instelling] is het niet goed verlopen. Op dit moment is er geen geschikte plek voor [minderjarige] . De kinderrechter hoopt dat de GI snel start met verder onderzoek naar de diagnostiek en dat er vanuit daar verder gekeken kan worden voor een duurzame verblijfplaats van [minderjarige] .

De kinderrechter vindt het belangrijk dat de GI contact legt met de vader van [minderjarige] . Hij oefent samen met de moeder gezag uit over [minderjarige] en moet weten wat er speelt. Hij kan meedenken in de situatie en misschien wel iets betekenen. Voor een eventuele volgende zitting is het ook belangrijk dat de rechtbank de vader kan oproepen. Hij kan dan bijvoorbeeld digitaal aansluiten en er moet dan door de GI een tolk worden geregeld.

Kindbrief [minderjarige]

Ondanks dat de kinderrechter [minderjarige] niet heeft uitgenodigd voor een kindgesprek, wil zij hem wel graag een brief sturen. In de brief staat de volgende tekst opgenomen:

“Beste [minderjarige] ,

Wij kennen elkaar nog niet. Ik ben een kinderrechter van de rechtbank. Ik wil je graag iets vertellen over een beslissing die ik over jou heb genomen.

De jeugdbeschermer van Nidos vertelde mij dat je eerst woonde bij [instelling] , maar dat je bent overgeplaatst naar [instelling] . De jeugdbeschermer van Nidos vroeg mij of het goed is als jij tot 30 oktober 2026 blijft wonen bij [instelling] . Ik heb begrepen dat jij dat niet wil. Je wil naar huis.

Ik heb hierover een beslissing genomen, en daarom schrijf ik je deze brief.

Ik heb beslist dat jij in ieder geval tot 30 oktober 2026 bij [instelling] kan blijven wonen. Ik zal je uitleggen waarom.

Ik gesproken met jouw moeder, haar begeleidster en de jeugdbeschermer [A] van Nidos. Ik heb gehoord en ook gelezen hoe het met jou gaat. Ik vind dat jij op dit moment het beste kan blijven bij [instelling] . Ik denk dat het niet goed is als je nu naar een andere plek gaat. Eerst moet er goed gekeken worden naar wat voor jou het beste is en waar je de beste hulp kan krijgen. De bedoeling is namelijk dat het weer beter met jou gaat. En dat kan niet bij jouw moeder of tante.

Vóór 30 oktober zal de jeugdbeschermer van Nidos opnieuw kijken of de hulp die jij dan krijgt goed is of dat je nog andere hulp nodig hebt. De jeugdbeschermer van Nidos kijkt dan ook of het nodig is dat je langer blijft wonen waar je nu woont, of dat een andere plek beter voor jou is. Ik zal daar dan een nieuwe beslissing over nemen.

Ik heb van jouw moeder begrepen dat jij dan ook graag met mij wil praten. Je wil mij vertellen wat jij wil. Ik wil ook met jou praten. Ik nodig je de volgende keer uit voor een gesprek, dat kan dan op de rechtbank, maar het mag ook online of door te bellen. Je mag ook er voor kiezen om mij dan te e-mailen of om niets te vertellen. Wat voor jou dan het fijnst voelt is dan het beste om te doen. Jouw jeugdbeschermer zal mij tegen die tijd laten weten wat jij wil.

Ik wens je veel sterkte de aankomende tijd.”

Uitvoerbaar bij voorraad

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

verleent de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 30 oktober 2026;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. L.A.C. de Vaan, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 7 augustus 2026, in aanwezigheid van mr. I.C. van Schip als griffier en op schrift gesteld op 13 augustus 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. I.C. van Schip als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand