ECLI:NL:RBMNE:2026:5988

ECLI:NL:RBMNE:2026:5988

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 31-07-2026
Datum publicatie 29-08-2026
Zaaknummer C/16/614372 / JE RK 26-1049 en C/16/615308 JE RK 26-1143
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

De kinderrechter verleent alleen een machtiging voor een netwerkplaatsing. Zo krijgt de minderjarige de kans haar mening te geven aan de kinderrechter bij een overplaatsing naar een neutraal pleeggezin.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Utrecht

Zaaknummers: C/16/614372 / JE RK 26-1049 en C/16/615308 JE RK 26-1143

Datum uitspraak: 31 juli 2026

Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming,

Midden-Nederland, Utrecht,

hierna te noemen de Raad,

over

[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2013 in [geboorteplaats 1] ,

hierna te noemen [minderjarige 1]

en

[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2014 in [geboorteplaats 2] , hierna te noemen [minderjarige 2] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,advocaat mr. A.M.P.M. Adank,

en

[de vader] ,

hierna te noemen de vader,

wonende in Turkije.

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

het verzoekschrift met bijlagen in de zaak met zaaknummer C/16/614372 / JE RK 26-1049, ontvangen op 9 juli 2026;

het verzoekschrift met bijlagen in de zaak met zaaknummer C/16/615308 JE RK 26-1143, ontvangen op 24 juli 2026;

de Raadsrapportage van 28 juli 2026;

de e-mail met bijlagen van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Regio Amsterdam van 28 juli 2026.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 31 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;

- twee vertegenwoordigers van de Raad, [A.] en [B.] ;

- twee vertegenwoordigers van de GI, [C.] en [D.] .

De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat hij wel juist is opgeroepen.

De kinderrechter heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. Zij hebben geen mening gegeven.

2. De feiten

De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] .

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij de moeder.

De moeder heeft nog twee kinderen uit een latere relatie. Zij zijn zes en een jaar oud.

3. De verzoeken

C/16/614372 / JE RK 26-1049

De Raad verzoekt [minderjarige 1] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] in een voorziening voor pleegzorg te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.C/16/615308 JE RK 26-1143

De Raad verzoekt [minderjarige 2] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4. De standpunten

De moeder is het eens met de verzoeken over [minderjarige 1] . Wel vindt zij dat er een alternatief moet komen voor de plaatsing van [minderjarige 1] bij de grootmoeder vanwege de leeftijd van de grootmoeder. De moeder is het niet eens met een ondertoezichtstelling van [minderjarige 2] .

De vader staat achter de uithuisplaatsing van [minderjarige 1] . Hij vraagt zich af of ook een ondertoezichtstelling voor [minderjarige 1] nodig is. De vader is het niet eens met een ondertoezichtstelling voor [minderjarige 2] .

5. De beoordeling

De beslissing

De kinderrechter wijst de verzoeken toe. Dat betekent dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht worden gesteld voor de duur van een jaar, tot 31 juli 2027, en dat er een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] in een netwerkpleeggezin wordt verleend voor de duur van de ondertoezichtstelling. De kinderrechter legt deze beslissing hierna uit.

Ondertoezichtstelling

Op grond van artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek kan de kinderrechter een kind onder toezicht stellen als het kind in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd. Daarnaast moet er sprake zijn van de situatie dat de ouder(s) de hulp die nodig is om die bedreiging weg te nemen, niet of niet genoeg accepteren. Tot slot moet bij de kinderrechter wel de verwachting bestaan dat de ouder binnen een aanvaardbare termijn de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van het kind zelf weer kan dragen. De kinderrechter is van oordeel dat aan deze voorwaarden is voldaan. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] worden ernstig in hun ontwikkeling bedreigd.

De ontwikkelingsbedreiging

[minderjarige 1]

Er zijn grote zorgen over het mentale welzijn, het zelfbeeld en de identiteitsontwikkeling van [minderjarige 1] . Zij kampt met somberheid, verdriet en eenzame gevoelens. Ze voelt zich weinig gehoord en gezien en zij beoordeelt haar eigen kunnen negatief. Dit beeld wordt door de moeder nauwelijks positief bijgesteld en op sommige punten eerder bevestigd. In het verleden kreeg [minderjarige 1] fysieke straffen van de moeder en is zij getuige geweest van huiselijk geweld tussen de moeder en haar partners. De band tussen [minderjarige 1] en de moeder is door alles wat er is gebeurd enorm beschadigd. [minderjarige 1] vindt niet de basisveiligheid die zij nodig heeft bij de moeder.

[minderjarige 2]

Ook zijn er zorgen over de opvoedsituatie van [minderjarige 2] . Net als [minderjarige 1] is hij getuige geweest van huiselijk geweld tussen de moeder en haar partners. De Raad heeft tijdens de zitting toegelicht dat de ex-partner van de moeder, de vader van de jongste twee kinderen van de moeder, daarnaast in ieder geval één keer hardhandig is geweest richting [minderjarige 2] . Verder heeft [minderjarige 2] meegekregen dat er sprake was van fysiek geweld en afwijzing van de moeder richting [minderjarige 1] . Er zijn signalen dat [minderjarige 2] ook te maken heeft gehad met fysieke straffen van de moeder, in ieder geval heeft hij te maken gehad met de dreiging van fysieke straffen door de moeder. De Raad maakt zich zorgen dat [minderjarige 2] hetzelfde mee gaat maken als [minderjarige 1] in de thuissituatie en hier mogelijk beschadigd door gaat raken.

Problematiek van de moeder

De moeder heeft ingrijpende gebeurtenissen in haar leven meegemaakt en kampt met persoonlijke en fysieke problematiek, waardoor er zorgen zijn over haar emotionele en fysieke beschikbaarheid voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .

De moeder heeft geen vertrouwen in de hulpverlening

De moeder is op dit moment niet in staat om onder eigen verantwoordelijkheid de ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] weg te nemen. Er is intensieve hulpverlening in het gezin aanwezig, maar dit heeft onvoldoende tot een verbetering van de situatie geleid. De moeder heeft geen vertrouwen meer in deze hulpverlening van [organisatie] , waardoor deze hulpverlening onder druk is komen te staan. De kinderrechter gaat er vanuit dat de GI een herstelgesprek tussen de moeder en de hulpverleners van [organisatie] gaat organiseren en indien mogelijk een andere hulpverlening van een andere organisatie inzetten in het gezin.

Wat is er nodig?

Om de ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] weg te nemen adviseert de Raad om binnen de ondertoezichtstelling aan de volgende doelen te werken:

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] rekenen op een emotioneel en fysiek beschikbare opvoeder, die haar signalen herkent en goed aansluit op haar emotionele en pedagogische behoeften.

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] kunnen rekenen op een emotioneel en fysiek veilige opvoedingsomgeving. Dit betekent dat zij, mocht dit nodig zijn, op een positieve, emotioneel- en fysiek veilige manier wordt gecorrigeerd en gelijk behandeld worden. Er worden dus geen fysieke straffen gegeven. En [minderjarige 1] en [minderjarige 2] worden bevestigd in plaats van afgewezen en er worden opbouwende dingen gezegd in plaats van woorden die krenkend zijn of het zelfbeeld kunnen beschadigen.

[minderjarige 1] zit mentaal goed in haar vel en kan zich richten op haar ontwikkelingstaken.

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben een veilige en betekenisvolle band met beide ouders.

Machtiging tot uithuisplaatsing

Ook is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding (artikel 1:265b, eerste lid, BW). [minderjarige 1] ervaart veel lijdensdruk in de thuissituatie bij de moeder. [minderjarige 1] wil nu niet bij haar moeder wonen. Het is belangrijk dat zij op een andere plek tot rust komt en kan werken aan haar eigen ontwikkelingstaken. [minderjarige 1] verblijft nu bij haar vader in Turkije. Als zij weer in Nederland is, kan zij bij haar grootmoeder en oom vaderszijde verblijven. Vanwege de hoge leeftijd van de grootmoeder en het feit dat de oom waarschijnlijk elk jaar zes maanden in Turkije zal verblijven, zal de GI moeten onderzoeken wat de mogelijkheden zijn binnen het netwerk om naast de grootmoeder te staan in de zorg voor [minderjarige 1] of een perspectief biedende plek aan [minderjarige 1] te bieden.

De Raad heeft geadviseerd om parallel aan de zoektocht naar een netwerkpleeggezin op zoek moet worden gegaan naar een neutraal pleeggezin voor het geval er binnen het familienetwerk geen perspectiefbiedende plek gevonden kan worden voor [minderjarige 1] . Mocht de GI [minderjarige 1] willen overplaatsen naar een neutraal pleeggezin, dan vindt de kinderrechter dat [minderjarige 1] de kans moet krijgen om haar mening hierover te geven aan de kinderrechter. De kinderrechter verleent daarom alleen een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] in een netwerkpleeggezin. Bij een mogelijke overplaatsing van [minderjarige 1] naar een neutraal pleeggezin dient de GI een nieuw verzoek in te dienen bij de rechtbank.

Uitvoerbaar bij voorraad

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

stelt [minderjarige 1] onder toezicht van Stichting Samen Veilig Midden-Nederland met ingang van 31 juli 2026 tot 31 juli 2027;

verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] in een netwerkpleeggezin met ingang van 31 juli 2026 tot 31 juli 2027;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 31 juli 2026 door mr. L.A.C. de Vaan, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R. Jelicic als griffier, en op schrift gesteld op 18 augustus 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. R. Jelicic als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand