RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familierecht
Locatie Utrecht
zaaknummer: C/16/611542 / FO RK 26-657
Gezag
Beschikking van 31 juli 2026
in de zaak van:
[moeder] ,
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat mr. J.E. Kötter,
tegen
[vader] ,
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: de vader,
advocaat mr. M.N. Weltak.
1. De procedure
De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen:
het verzoekschrift van de moeder (met bijlagen), binnengekomen op 12 mei 2026;
de brief van de vader van 19 mei 2026;
de brief van de moeder van 20 mei 2026;
de brief van de vader (met bijlage) van 21 mei 2026;
het bericht van de moeder (met bijlage) van 28 mei 2026;
het bericht van de moeder (met bijlage) van 24 juni 2026;
het verweerschrift van de vader (met bijlagen) van 8 juli 2026;
de brief van de vader van 1 juli 2026.
de brief van de vader (met bijlage) van 13 juli 2026.
De verzoeken zijn besproken tijdens de mondelinge behandeling (zitting) van 14 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:
de moeder met haar advocaat en een tolk;
de vader met zijn advocaat;
mevrouw [A] , namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna te noemen: de Raad).
De rechtbank heeft de minderjarige [minderjarige] , de dochter van de ouders, niet gevraagd wat zij van de verzoeken vindt. De rechtbank vraagt dat alleen aan kinderen van acht jaar of ouder. Kinderen onder de acht jaar vindt de rechtbank daar nog te jong voor.
2. Waar de procedure over gaat
De ouders hebben een relatie met elkaar gehad.
Zij hebben samen een kind: [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2021 in [geboorteplaats] (Kanaaleilanden).
De ouders hebben samen het gezag over [minderjarige] . Dat betekent dat zij samen de belangrijke beslissingen over haar nemen.
De ouders verblijven afwisselend in de gezamenlijke woning om voor [minderjarige] te zorgen. [minderjarige] verblijft steeds in de gezamenlijke woning. De ouders hebben (nog) geen overeenstemming over de definitieve verdeling van de zorgregeling.
De ouders zijn het niet eens over de basisschool voor [minderjarige] . Op dit moment zit [minderjarige] op [naam school] in Hilversum. Dit is een openbare school voor vrije schoolonderwijs. De moeder vindt dat deze basisschool niet geschikt is voor [minderjarige] . De moeder verzoekt de rechtbank:
Primair: vervangende toestemming te verlenen om [minderjarige] in te schrijven bij de [naam school] in [plaats] en [minderjarige] uit te schrijven van [naam school] in [plaats] ;
subsidiair: vervangende toestemming te verlenen voor ‘proefdagen’ van [minderjarige] op de [naam school] waarbij deze door de kindbehartiger kunnen worden geobserveerd, waarna de rechtbank partijen in gelegenheid stelt de bevindingen van de kindbehartiger in te dienen bij de rechtbank en een standpunt in te nemen over vervangende toestemming voor inschrijving van de [naam school] en waarna de rechtbank een beslissing neemt over het verlenen van vervangende toestemming om [minderjarige] in te schrijven bij de [naam school] in Hilversum;
waarbij kindbehartiger [B] als informant wordt opgeroepen voor de zitting, zodat zij haar visie kan geven op het onderhavige verzoek.
De vader is het niet eens met de verzoeken van de moeder. Hij vindt het in het belang van [minderjarige] dat zij op haar huidige school blijft, omdat dit voor haar een vertrouwde en functionerende onderwijsomgeving is. De vader vraagt de rechtbank om de verzoeken van de moeder af te wijzen.
De rechtbank heeft voorafgaand aan de zitting besloten dat [B] niet als informant wordt opgeroepen voor de zitting.
De moeder heeft haar subsidiaire verzoek op de zitting ingetrokken. Dit betekent dat de rechtbank op dit verzoek geen beslissing meer hoeft te nemen.
3. De beoordeling
De beslissing
De rechtbank zal het verzoek van de moeder afwijzen. Dit betekent dat [minderjarige] op de basisschool [naam school] in [plaats] blijft. De rechtbank zal hierna uitleggen hoe zij tot deze beslissing is gekomen.
Juridisch kader
In de wet staat dat geschillen over het samen uitoefenen van het gezag op verzoek van de ouders aan de rechtbank kunnen worden voorgelegd.Hieronder valt ook een geschil over de keuze van de basisschool. De rechtbank neemt hierbij een beslissing die zij in het belang van het kind vindt.
Inhoudelijke beoordeling
De rechtbank vindt het spijtig dat het de ouders niet lukt om overeenstemming te bereiken over de meest geschikte basisschool voor [minderjarige] . Een schoolkeuze is juist een beslissing die de ouders gezamenlijk moeten nemen. De ouders kennen [minderjarige] het beste en kunnen het beste inschatten welke basisschool bij [minderjarige] past.
Nu is het de rechtbank die een beslissing maakt over de basisschool voor [minderjarige] . De Raad heeft op de zitting geadviseerd om de beslissing op het verzoek van de moeder aan te houden, omdat Veilig Thuis recent hulpverlening heeft geadviseerd voor ouders en [minderjarige] . De rechtbank volgt dit advies van de Raad niet op. De rechtbank zal een definitieve beslissing nemen, omdat het in het belang van [minderjarige] is dat er duidelijkheid komt. Het advies van Veilig Thuis om hulpverlening in te zetten is gericht op de dynamiek tussen de ouders. De situatie tussen de ouders moet verbeteren en de hulpverlening is gericht op gezamenlijk of solo parallel ouderschap. Deze hulpverlening is niet gericht op de school van [minderjarige] . Het geschil over de school brengt veel spanningen en onrust met zich mee tussen ouders en voor [minderjarige] , met het risico dat de veilige basis van [minderjarige] op school beschadigt. Op de zitting heeft de rechtbank nog gesproken over andere mogelijke basisscholen voor [minderjarige] , maar de rechtbank verwacht niet dat de ouders daar nog overeenstemming over bereiken. Bovendien is het niet zeker of [minderjarige] daar dan ook kan starten.
De moeder vindt de basisschool [naam school] niet geschikt voor [minderjarige] . Zij ontvangt heftige signalen van [minderjarige] , waaruit zij opmaakt dat het niet goed gaat met [minderjarige] op school. [minderjarige] is namelijk erg overstuur als zij naar school moet, zij weigert de klas in te gaan en geeft op schooldagen aan zich ziek te voelen. Verder merkt de moeder dat er veel verschillende leerkrachten zijn en dat er meer jongens dan meisjes in de klas van [minderjarige] zitten. Dit maakt dat [minderjarige] zich niet veilig voelt in de klas. Met toestemming van beide ouders is [B] als behartiger van [minderjarige] betrokken geweest. Zij heeft [minderjarige] vele momenten geobserveerd, waaronder op school. [B] heeft haar bevindingen met de ouders gedeeld. Dit heeft de zorgen van de moeder bevestigd. De moeder stelt dat [minderjarige] traumatische dingen meemaakt op school en dat zij zich daar niet veilig voelt. Uit het verslag van [B] moet dan ook de conclusie worden getrokken dat een schoolwisseling voor [minderjarige] noodzakelijk is, aldus de moeder. De moeder vindt dat [minderjarige] naar de [naam school] in [plaats] moet. Deze school was volgens de moeder de eerste keuze van ouders. Bovendien is de school dicht bij de woning van de ouders en heeft [minderjarige] daar meerdere vriendinnetjes. De moeder heeft er vertrouwen in dat [minderjarige] zich daar veilig zal ontwikkelen.
De vader herkent de zorgen van de moeder niet. Hij vindt dat het goed gaat met [minderjarige] . [minderjarige] toont bij hem geen weerstand tegen school. Hij ervaart juist dat zij zich daar veilig en prettig voelt. [minderjarige] heeft namelijk vriendinnetjes in de klas en ook buiten schooltijd wil zij vaak op het schoolplein spelen. Ook uit de verslagen van school blijkt dat het goed gaat met [minderjarige] op school. De school herkent zich niet in het verslag van [B] , maar heeft vooral zorgen over de dynamiek tussen ouders en de gevolgen hiervan voor [minderjarige] . De vader sluit zich aan bij de visie van school en uit het verslag van [B] volgt volgens de vader onvoldoende dat [naam school] niet passend is voor [minderjarige] . Hij wil graag met school in gesprek om de situatie voor [minderjarige] te verbeteren. Door de heftige scheiding is er veel onzekerheid over de zorgregeling en over de woonsituatie van ouders en [minderjarige] . De moeder is namelijk ook een kort geding gestart over het uitsluitend gebruik van de woning. De vader vindt het in het belang van [minderjarige] dat zij op haar huidige school blijft, omdat de school één van de weinige stabiele en constante factoren in het leven van [minderjarige] is.
De rechtbank stelt vast dat de ouders een andere beleving hebben over hoe het met [minderjarige] op school gaat. Dit maakt dat de rechtbank kijkt naar de informatie die is verstrekt door onafhankelijke professionals die betrokken zijn bij [minderjarige] . De moeder stelt dat een schoolwisseling voor [minderjarige] noodzakelijk is en baseert zicht daarbij hoofdzakelijk op de e-mail van kindbehartiger [B] van 9 april 2026. Hieruit blijkt dat [minderjarige] diverse malen door [B] op school is geobserveerd. Uit haar observaties zijn zorgen naar voren gekomen. [B] heeft deze zorgen (nog) niet met school besproken. Naar aanleiding van haar zorgen adviseert [B] de ouders om observaties te doen op de [naam school] of op een andere school om te kijken wat het beste bij [minderjarige] past. De rechtbank leest in de e-mail van 9 april 2026 niet wat de moeder naar voren heeft gebracht. Er wordt een advies uitgebracht over een mogelijke schoolkeuze voor [minderjarige] , maar er staat niet dat [naam school] ongeschikt is voor [minderjarige] en/of dat het voor [minderjarige] noodzakelijk is om van school te wisselen.
De grootste zorg over [minderjarige] die naar voren komt in het bericht van [B] van 9 april 2026 is het welbevinden van [minderjarige] in de escalerende situatie tussen de ouders. [minderjarige] vertoont volgens [B] hierdoor onrust in haar gedrag. [minderjarige] kan meer aanhankelijk worden, is huilerig en boos naast de mooie fijne kant die zij als vrolijk meisje van vier jaar ook laat zien. [B] benadrukt dat deze situatie tussen de ouders niet kan voortduren en dat zij zelfs genoodzaakt is om contact op te nemen met Veilig Thuis als de situatie tussen de ouders niet verbetert. Deze zorgen gaan dus niet over school, maar over de dynamiek tussen de ouders. Dit sluit aan bij de verslagen van school van 19 mei en 22 mei 2026, waarin ook de school benoemt dat [minderjarige] belast raakt door de dynamiek tussen de ouders. De school beschrijft dat hun zorgen als pedagogen zodanig zijn dat zij overgaan tot een melding bij Veilig Thuis. Veilig Thuis heeft (naar aanleiding van meerdere meldingen) onderzoek gedaan en stelt in het (concept) overdrachtsdocument dat [minderjarige] wordt belast met de strijd tussen de ouders. Veilig Thuis heeft - in aansluiting op het advies van [B] – de ouders overgedragen aan de gemeente voor de inzet van hulpverlening. Veilig Thuis adviseert een traject voor beide ouders individueel waarbij de focus ligt op het eigen ouderschap (parallel solo ouderschap) en waarbij aandacht is voor de eigen opvoedstijl. Voor [minderjarige] is een vertrouwenspersoon geadviseerd om haar ontwikkeling te monitoren.
De rechtbank vindt het – net als de al genoemde professionals en de Raad – in het belang van [minderjarige] dat de ouders hulpverlening accepteren. Het is in het belang van [minderjarige] dat zij zich onbelast tussen haar ouders kan bewegen, maar dat is op dit moment niet mogelijk. [minderjarige] heeft het meeste last van de dynamiek tussen haar ouders. Er is een reële mogelijkheid dat het gedrag dat [minderjarige] bij de moeder laat zien hieruit voortkomt. De ouders moeten dus aan de slag om de situatie voor [minderjarige] te verbeteren. Hierin weegt de rechtbank ook mee dat uit het verslag van school blijkt dat [minderjarige] zich binnen de school goed ontwikkelt. Zij neemt deel aan activiteiten, laat spel en contact met andere kinderen zien en oogt op school veilig en op haar plek. Verder is in het verslag van Veilig Thuis te lezen dat [minderjarige] haar juf als persoon noemt bij wie zij terecht kan. De rechtbank maakt zich zorgen om de samenwerking tussen de school en moeder en de gevolgen hiervan voor [minderjarige] , maar dit betekent niet dat [minderjarige] uit haar veilige schoolomgeving moet worden gehaald. Ook de Raad heeft de ouders erop gewezen dat de school voor [minderjarige] op dit moment één van de weinige constante dingen in haar leven is. De rechtbank vindt het dan ook té ingrijpend voor [minderjarige] om haar school te wijzigen.
De uitvoerbaarheid bij voorraad
De rechtbank zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht.
Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van de ouders hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de rechtbank geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.
Hierna volgt de beslissing. De rechtbank gebruikt hier de begrippen uit de wet.
4. De beslissing
De rechtbank:
wijst het verzoek van de moeder af;
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.
Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. F.C. Burgers, (kinder)rechter, in samenwerking met mr. J.J. Boekhout, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 31 juli 2026.
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.