RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familierecht
locatie Lelystad
zaaknummer: C/16/613317 / FL RK 26-731
Gezag en omgang
Beschikking van 31 juli 2026
in de zaak van:
[moeder] ,
wonende in [plaats] ,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat mr. S.M. Bisram-Abdoel,
tegen
[vader] ,
wonende in [plaats] ,
hierna te noemen: de vader.
1. De procedure
De rechtbank heeft het verzoekschrift (met bijlagen) van de moeder op 17 juni 2026 ontvangen.
De verzoeken zijn besproken tijdens de mondelinge behandeling (zitting) van
23 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:
de moeder met haar advocaat en een collega;
de vader;
[A] , namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).
De rechtbank heeft niet aan [minderjarige] gevraagd wat zij van de verzoeken vindt. De rechtbank vraagt dat alleen aan kinderen van acht jaar of ouder. Kinderen onder de acht jaar vindt de rechtbank daar nog te jong voor.
2. Waar de procedure over gaat
De ouders hebben een relatie met elkaar gehad.
Zij hebben samen een kind: [minderjarige], geboren op
[geboortedatum] 2022 in [geboorteplaats] . [minderjarige] woont bij de moeder.
De ouders hebben samen het gezag over [minderjarige] . Dat betekent dat zij samen de belangrijke beslissingen over [minderjarige] nemen.
De rechtbank heeft bij beschikking van 8 juli 2024 – samengevat en voor zover in deze procedure van belang –:
- het ouderschapsplan van 20 september 2022 voor zover de zorgregeling betreft gewijzigd en de volgende zorgregeling vastgesteld:
o [minderjarige] verblijft elke woensdag van 9.00 uur tot 17.00 uur bij de vader, waarbij de vader [minderjarige] ophaalt bij de moeder en haar terugbrengt;
o [minderjarige] verblijft om de week van vrijdag 17.00 uur tot zondag 17.00 uur bij de vader, waarbij de moeder [minderjarige] naar de vader brengt en haar weer ophaalt;
een voorlopige vakantie- en feestdagenregeling vastgesteld tot en met 4 januari 2026 en bepaald dat vanaf 2026 de verdeling van de vakantie- feest- en bijzondere dagen bij helfte en in onderling overleg tussen de ouders worden verdeeld. De zorgregeling en/of de vakantieregeling loopt door tijdens Goede Vrijdag, Pasen, Hemelvaart, Pinksteren, Koningsdag en Sinterklaas. De moeder brengt [minderjarige] tijdens de vakantie- en feestdagen naar de vader en haalt haar daar ook weer op;
aan de moeder vervangende toestemming verleend om [minderjarige] in te schrijven voor de peuterspeelzaal.
De moeder verzoekt om:
de verdeling van de vakanties, bijzondere- en feestdagen zal geschieden conform punt 19 van haar verzoekschrift alsmede te bepalen dat de vader een dwangsom van € 250,- per dag/dagdeel verschuldigd zal zijn voor het niet nakomen van de zorgregeling met betrekking tot de vakanties en feestdagen, zoals deze door de rechtbank zal worden bepaald, met een maximum van € 10.000,-, dan wel een dwangsom waarvan de hoogte en het maximumbedrag door de rechtbank worden vastgesteld;
de haal- en brengregeling met ingang van de datum van de in deze te wijzen beschikking gelijkwaardig verdeeld zal worden in die zin dat de moeder [minderjarige] op de woensdagen om 9.00 uur naar de vader brengt en de vader haar om 17.00 uur terug naar de moeder brengt alsmede dat de moeder de weekenden waarin [minderjarige] bij de vader verblijft, haar op de vrijdagen om 17.00 uur naar de vader zal brengen en de vader [minderjarige] op de zondagen om 17.00 uur terug zal brengen naar de moeder, en tevens te bepalen dat op de bijzondere dagen en gedurende de vakantieregeling er eveneens een gelijkwaardige haal- en brengregeling zal hebben te gelden, dan wel een ingangsdatum en haal- en brengregeling te bepalen die de rechtbank juist vindt;
primair: te bepalen dat het gezamenlijk gezag ten aanzien van [minderjarige] wordt beëindigd en de moeder voortaan alleen het gezag over haar zal uitoefenen;
subsidiair: vervangende toestemming te verlenen om gedurende een jaar na de datum van deze beschikking met [minderjarige] op vakantie te gaan binnen en buiten Europa, gedurende de aan de moeder toekomende vakantie- en zorgmomenten;
meer subsidiair: voor zover de rechtbank het subsidiaire verzoek te ruim vindt, verzoekt de moeder om haar in ieder geval vervangende toestemming te verlenen om met [minderjarige] naar Spanje af te reizen in de periode van 5 juli 2026 tot en met
12 juli 2026.
De vader voert verweer.
3. De beoordeling
Gezag
Geen wijziging in het gezag
De rechtbank zal het verzoek van de moeder afwijzen, omdat zij van oordeel is dat het niet in het belang van [minderjarige] noodzakelijk is dat de moeder voortaan alleen over haar beslist. Dit betekent dat de ouders samen de belangrijke beslissingen over [minderjarige] moeten blijven nemen. De rechtbank legt haar beslissing hierna uit.
Ouderlijk gezag’ betekent, kort gezegd, dat een ouder beslissingen neemt voor en in het belang van het kind, en zich bezighoudt met de verzorging en opvoeding van dat kind.
Het uitgangspunt is dat ouders samen dit ouderlijk gezag uitoefenen. Dit uitgangspunt verandert niet als ouders uit elkaar gaan.
In sommige gevallen kan de rechtbank bepalen dat het gezag van een ouder wordt beëindigd en dat de andere ouder voortaan alleen de belangrijke beslissingen over het kind neemt. Omdat dit een zeer ingrijpende beslissing is, kan dit niet zomaar. Op grond van de wet kan dit alleen wanneer de rechtbank dit in het belang van het kind noodzakelijk vindt en/of als zij vindt dat er een te groot risico bestaat dat het kind klem komt te zitten en/of verloren raakt door de strijd tussen de ouders en de verwachting niet bestaat dat dit binnenkort beter wordt.
Er is al langere tijd sprake van veel onrust in het leven van [minderjarige] . Deze onrust wordt veroorzaakt door de voortdurende strijd waarin de ouders verwikkeld blijven. De ouders zijn het nergens over eens en voorafgaand aan zo ongeveer iedere opvoedbeslissing wordt – ten koste van [minderjarige] – ruzie gemaakt. Ook zijn er al meerdere procedures gevoerd, dit terwijl [minderjarige] amper vier jaar oud is. Een tekenend voorbeeld van de situatie is dat de afgelopen meivakantie zelfs twee kortgedingprocedures hebben plaatsgevonden, omdat beide ouders zich over en weer niet aan hun afspraken en beslissingen van de rechtbank hielden. De ouders zijn in hun strijd de belangen van [minderjarige] compleet uit het oog verloren. Een wijziging in het gezag gaat hier naar het oordeel van de rechtbank niets aan veranderen. Daarmee zijn de strijd en communicatieproblemen niet opgelost. Bovendien bestaat de reële vrees dat wanneer het gezag van de vader nu wordt beëindigd, hij door de moeder buitenspel wordt gezet. Dit is niet in het belang van [minderjarige] .
Hulpverlening
Waar een wijziging in het gezag niets gaat veranderen aan de verhoudingen tussen de ouders, kan een hulpverleningstraject hierin mogelijk nog wel verschil maken. Zo heeft de moeder in haar stukken benadrukt er vertrouwen in te hebben dat de ouders samen afspraken kunnen maken met tussenkomst van een professionele hulpverleningsinstantie. Ook tijdens eerdere zittingen is de mogelijkheid voor een ouderschapsbemiddelingstraject, zoals een SCHIP-traject besproken. Dit heeft echter nooit plaatsgevonden. De ouders zijn nog wel verschillende keren met elkaar in mediation gegaan, maar dit heeft niet geleid tot structurele oplossingen. De moeder heeft zich inmiddels aangemeld bij Jeugd Lelystad (hierna: JEL) voor de hulpverlening. De vader heeft tijdens de zitting toegezegd zich uiterlijk binnen een week na de zitting ook bij JEL te zullen aanmelden. De rechtbank gaat er vanuit dat de vader dit inmiddels heeft gedaan, nu hij dit heeft toegezegd en hij daarmee laat zien in staat te zijn in het belang van [minderjarige] te handelen. JEL zal vervolgens moeten beoordelen op welke vorm(en) van hulpverlening moet worden ingezet. Daarbij wordt opgemerkt dat de Raad op zitting heeft benadrukt dat het mogelijk noodzakelijk is dat de ouders eerst los van elkaar aan hun eigen inzichten gaan werken, voordat wordt ingezet op een vorm van Ouderschapsbem-iddeling.
Zorgregeling
De verzoeken van de moeder
De rechtbank begrijpt de verzoeken van de moeder over de vakantie-, bijzondere- en feestdagen en het halen en brengen in die zin dat de moeder verzoekt om de bepalingen hierover zoals deze bij beschikking van 8 juli 2024 zijn vastgesteld, te wijzigen en te beslissen conform de door haar voorgestelde regelingen.
Vakantie-, bijzondere- en feestdagen
De rechtbank ziet nu geen aanleiding om een wijziging in de verdeling van de vakantie-, bijzondere- en feestdagen aan te brengen. Niet duidelijk is welke regeling op dit moment in het belang van [minderjarige] zal zijn. Nu de ouders hebben toegezegd naar de hulpverlening te gaan, is het meest in het belang van [minderjarige] dat zij daar samen duidelijke en structurele afspraken maken. Wanneer nu een gedetailleerde regeling voor slechts de komende twee jaar wordt vastgesteld, zoals de moeder verzoekt, is daarmee het probleem tussen de ouders niet opgelost. Dat heeft het verleden met de vele procedures immers uitgewezen. Ook als er duidelijke afspraken of beslissingen zijn over de vakanties, blijven de ouders elkaars vakanties met [minderjarige] over en weer dwarsbomen. Het pijnpunt zit dus niet zozeer in welke regeling er geldt, maar in de nakoming hiervan. Dat laatste is iets waar de ouders hard mee aan de slag moeten en daarvoor is een hulpverleningstraject de uitgelezen kans. De ouders zullen moeten gaan samenwerken en elkaar vertrouwen geven door te laten zien dat zij betrouwbaar zijn in het nakomen van hun afspraken, want dat is wél in het belang van [minderjarige] . Gelet op het voorgaande zal het verzoek van de moeder worden afgewezen.
Dwangsom
Nu er geen wijziging komt in de verdeling van de vakantie- en feestdagen, wordt in het verlengde daarvan het verzoek om aan de nieuwe vakantie- en feestdagenregeling een dwangsom te verbinden afgewezen. Daarnaast is het verzoek onvoldoende onderbouwd en is het niet passend om een dwangsom aan de vader op te leggen, omdat de ouders zich over en weer niet aan de zorgregeling hebben gehouden. Ook is het opleggen van een dwangsom in dit stadium niet helpend, omdat de ouders hebben afgesproken zich te zullen aanmelden voor de hulpverlening.
Halen en brengen
De ouders zijn het er over eens dat zij het halen en brengen voortaan bij helfte zullen verdelen en dat voor de reguliere zorgregeling zal gelden dat de moeder [minderjarige] naar de vader toebrengt en de vader [minderjarige] naar de moeder terugbrengt. Gelet op het creëren van meer duidelijkheid en stabiliteit in het leven van [minderjarige] , zal de rechtbank bepalen dat deze haal- en brengregeling voor ieder contactmoment – dus ook de vakantie-, bijzondere- en feestdagen – zal gelden. De moeder brengt [minderjarige] voor ieder contactmoment naar de vader toe en de vader brengt haar na afloop weer terug naar de moeder. Doordat de moeder [minderjarige] naar de vader toebrengt, kan de moeder ook laten zien dat zij [minderjarige] emotionele toestemming geeft voor het contact met de vader. Wanneer [minderjarige] verdrietig is tijdens een wisselmoment, is het aan de ouders om samen te werken en haar gerust te stellen. Het verdriet bij [minderjarige] wordt immers veroorzaakt door de spanningen tussen haar ouders, zodat zij hier een positieve verandering in kunnen brengen. De ouders zouden hiervoor handvatten bij de hulpverlening kunnen vragen.
Vervangende toestemming voor vakantie
De vakantie naar Spanje
De rechtbank zal het verzoek van de moeder om aan haar vervangende toestemming te verlenen om in de periode van 5 tot en met 12 juli 2026 met [minderjarige] op vakantie te gaan naar Spanje, afwijzen. De reden daarvoor is dat deze periode al voorbij is, zodat de moeder geen belang meer heeft bij haar verzoek.
Overige toestemming
Ook zal de rechtbank de moeder geen vervangende toestemming geven om gedurende een jaar met [minderjarige] op vakantie te gaan naar het buitenland op de momenten dat [minderjarige] bij de moeder verblijft. De rechtbank is van oordeel dat dit verzoek te algemeen en te onbepaald is.
De uitvoerbaarheid bij voorraad
De rechtbank zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van de ouders hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de rechtbank geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.
De kosten van deze procedure
De rechtbank zal beslissen dat iedere ouder de eigen proceskosten betaalt, omdat zij geen reden ziet om één van de ouders in de proceskosten te veroordelen.
4. De beslissing
De rechtbank:
wijzigt de beschikking van deze rechtbank van 8 juli 2024 en bepaalt dat ten aanzien van ieder contactmoment tussen de vader en [minderjarige] de moeder [minderjarige] naar de vader toebrengt en de vader [minderjarige] na afloop van het contactmoment naar de moeder terugbrengt;
verklaart deze beslissing tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
bepaalt dat de ouders hun eigen proceskosten betalen;
wijst de verzoeken van de moeder voor het overige af.
Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. L.P. de Haas, (kinder)rechter, in samenwerking met de griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 31 juli 2026.
FH
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.