ECLI:NL:RBMNE:2026:6005

ECLI:NL:RBMNE:2026:6005

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 29-07-2026
Datum publicatie 30-08-2026
Zaaknummer 12047765 \ MC EXPL 26-63
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Almere

Samenvatting

Niet-ontvankelijk in incident. Onrechtmatige daad: muziek uit Buma- en Sena-repertoire openbaar maken. Schadevergoeding en verboden worden toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Almere

Zaaknummer: 12047765 \ MC EXPL 26-63

Vonnis van 29 juli 2026 (bij vervroeging)

in de zaak van

1. VERENIGING BUMA,

gevestigd te Amstelveen,

hierna te noemen: Buma,2. STICHTING TER EXPLOITATIE VAN NABURIGE RECHTEN (SENA),

gevestigd te Hilversum,

hierna te noemen: Sena,

eisende partijen,

hierna samen te noemen: Buma en Sena,

gemachtigde: M. Verheij,

tegen

[gedaagde] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

procederend in persoon.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties 1 tot en met 7,- de conclusie van antwoord in het incident,

- de conclusie van antwoord in de hoofdzaak,- de nagestuurde producties 8 tot en met 12 van Buma en Sena.

Op 21 juli 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Deze vond plaats op de locatie van deze rechtbank in Lelystad. Namens Buma en Sena is verschenen: de heer [A] ( [functie] bij Buma) met [B] . Namens [gedaagde] was, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen en zonder kennisgeving aan de rechtbank, niemand aanwezig. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat is besproken op de mondelinge behandeling. Op de mondelinge behandeling is bepaald dat uiterlijk 19 augustus 2026 uitspraak wordt gedaan. De uitspraak is eerder klaar en volgt daarom bij vervroeging op 29 juli 2026.

2. De kern van de zaak

Buma behartigt de belangen van de bij haar aangesloten componisten, tekstdichters en muziekuitgevers met betrekking tot het openbaar uitvoeren van hun muziekwerken. Sena is op grond van de Wet op de naburige rechten aangewezen als rechtspersoon belast met het innen van billijke vergoedingen verschuldigd voor het voor commerciële doeleinden ten gehore brengen van muziek. [gedaagde] heeft in haar winkel muziek behorende tot het door Buma en Sena beheerde repertoire openbaar gemaakt. Daarom moet zij een schadevergoeding van € 416,52 aan Buma en € 219,46 aan Sena betalen. Ook zal aan [gedaagde] worden opgelegd een verbod om muziek uit het Buma- en Sena-repertoire openbaar te maken op straffe van een dwangsom.

3. De beoordeling

in het incident

Buma en Sena hebben geen belang bij het gevorderde verbod

Buma en Sena vorderen in het incident om tijdens de duur van de procedure een verbod op te leggen voor het openbaar maken van muziekwerk behorende tot het Buma- en Sena-repertoire. Omdat gelijktijdig met het incident vonnis in de hoofdzaak wordt gewezen en de procedure hiermee eindigt, hebben Buma en Sena geen belang bij een veroordeling in incident. De kantonrechter zal Buma en Sena daarom niet-ontvankelijk verklaren in hun vorderingen.

Beide partijen kunnen in het incident niet als verliezende partij worden beschouwd. Daarom zullen de proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

in de hoofdzaak

[gedaagde] moet de schade van Buma en Sena vergoeden

Er komt vast te staan dat [gedaagde] onrechtmatig tegenover Buma en Sena heeft gehandeld door inbreuk te maken op de auteursrechten en naburige rechten van de rechthebbenden die door Buma en Sena worden vertegenwoordigd. [gedaagde] heeft namelijk zonder licentieovereenkomst of het betalen van een vergoeding aan Buma en Sena in de periode 1 oktober 2024 tot en met 31 december 2025 muziek openbaar gemaakt in haar winkel. [gedaagde] heeft in haar conclusie van antwoord alleen betwist dat zij muziek op 24 juli 2024 openbaar heeft gemaakt. Maar van deze datum stellen Buma en Sena ook niet dat [gedaagde] muziek openbaar heeft gemaakt. Daar komt bij dat tijdens de mondelinge behandeling de [A] van Buma heeft toegelicht dat hij op 27 november 2024 en meerdere malen in 2025 heeft vastgesteld dat in de winkel van [gedaagde] muziek behorende tot het Buma- en Sena-repertoire is gedraaid. Ook heeft een deurwaarder op 24 juli 2025 bij een bezoek aan de winkel van [gedaagde] vastgesteld dat er muziek openbaar is gemaakt.

Buma en Sena vorderen als schade het bedrag dat zij zouden hebben ontvangen als [gedaagde] voor de periode van 1 oktober 2024 tot en met 31 december 2025 een licentieovereenkomst had gesloten. Voor deze periode zijn de volgende facturen gestuurd:

factuur

Buma

Sena

vervaldatum

1-10-24 t/m 31-12-24

€ 81,93

€ 34,10

28-12-2024

toeslag

€ 9,07

28-12-2024

1-1-25 t/m 31-12-25

€ 223,08

€ 92,84

21-4-2025

toeslag

€ 24,69

21-4-2025

vervallen korting 2025

€ 111,51

17-5-2025

vervallen korting 2025

€ 46,41

17-5-2025

vervallen korting 2025

€ 12,35

17-5-2025

Totaal

€ 416,52

€ 219,46

[gedaagde] heeft de hoogte van de gevorderde schade niet betwist. De gevorderde schadevergoeding van € 416,52 voor Buma en € 219,46 voor Sena zullen daarom worden toegewezen.

[gedaagde] moet de wettelijke rente betalen

Verder vorderen Buma en Sena wettelijke handelsrente vanaf de vervaldag van de achterstallige facturen. Niet gesteld of gebleken is dat sprake is van een handelsovereenkomst, zodat de gevorderde handelsrente niet toewijsbaar is. In plaats daarvan zal de wettelijke rente worden toegewezen vanaf de vervaldatum van de achterstallige facturen.

De buitengerechtelijke kosten worden afgewezen

De door Buma en Sena gevorderde buitengerechtelijke kosten van € 95,40 zullen worden afgewezen. Ze zijn gebaseerd op het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke kosten, maar die is hier niet van toepassing. Het gaat namelijk niet om een vordering tot nakoming van een handels- of consumentenovereenkomst, maar om een vordering uit onrechtmatige daad. Dan is vereist dat er meer of andere werkzaamheden zijn verricht dan aanmaningen of andere eenvoudige brieven. Dit is niet gesteld door Buma en Sena en blijkt ook niet uit de stukken.

De gevorderde verboden op straffe van een dwangsom worden toegewezen

Buma en Sena hebben verboden gevorderd voor [gedaagde] om muziek uit het Buma- en Sena-repertoire in de winkel af te spelen, op straffe van een dwangsom. Zij hebben gesteld dat zij daar belang bij hebben, omdat [gedaagde] zonder toestemming of licentie muziek afspeelt en de achterliggende artiesten, wiens belangen zij behartigen, inkomsten zijn misgelopen. [gedaagde] heeft dit belang ook niet weersproken. De verboden zullen daarom zoals gevorderd worden toegewezen, maar wel met een lagere dwangsom.

De gevorderde dwangsom staat namelijk niet in verhouding met de gevorderde schade (in feite de vergoedingen die [gedaagde] op basis van de licentieovereenkomst had moeten betalen). De dwangsom moet dienen als prikkel tot nakoming. Daarom vindt de kantonrechter een dwangsom van € 100,00 per dag per eiseres met een maximum voor Buma van € 4.000 en een maximum voor Sena van € 2.000 passender.

[gedaagde] moet de proceskosten betalen

Buma en Sena hebben de daadwerkelijke proceskosten gevorderd, die zij bij de dagvaarding begroten op € 1.671,90 exclusief BTW als er door [gedaagde] verweer wordt gevoerd. Voorop staat dat [gedaagde] , als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij, zal worden veroordeeld in de redelijke en evenredige gerechtskosten en andere kosten die Buma en Sena hebben gemaakt. Omdat het in deze zaak gaat om de handhaving van intellectuele eigendomsrechten is artikel 1019h Rv van toepassing. Bij de vaststelling van de redelijke en evenredige kosten in de zin van artikel 1019h Rv gaat de kantonrechter uit van de Indicatietarieven in IE-zaken, versie 1 februari 2026. Het gaat hier in de kern om een zeer eenvoudige inbreukzaak met een beperkt feitencomplex en een beperkt financieel belang. De kantonrechter zal daarom de proceskosten conform het liquidatietarief toewijzen.

De proceskosten van Buma en Sena komen daarmee op:

- kosten van de dagvaarding

122,35

- griffierecht

350,00

- salaris gemachtigde

288,00

(2 punten × € 144,00)

- nakosten

72,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

832,35

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad

Het vonnis zal uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard. Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

4. De beslissing

De kantonrechter

in de hoofdzaak

veroordeelt [gedaagde] om aan Buma te betalen een bedrag van € 416,52, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf de vervaldag van de betreffende factuur tot de dag van volledige betaling,

veroordeelt [gedaagde] om aan Sena te betalen een bedrag van € 219,46 te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf de vervaldag van de betreffende factuur tot de dag van volledige betaling,

verbiedt [gedaagde] om in haar lokaliteiten en /of bedrijfs- en /of praktijkruimten in het kader van de beroepsbeoefening of bedrijfsvoering enig muziekwerk behorende tot het Buma-repertoire als bedoeld onder punt 1 in het lichaam van de dagvaarding ten gehore te (laten) brengen of anderszins openbaar te maken, met ingang van de dag waarop dit vonnis is betekend, voor zover [gedaagde] daartoe geen licentie van Buma heeft verkregen,

veroordeelt [gedaagde] om aan Buma een dwangsom te betalen van € 100,00 voor iedere dag of gedeelte van de dag dat zij niet aan de in 4.3 uitgesproken hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 4.000 is bereikt,

verbiedt [gedaagde] om in haar lokaliteiten en /of bedrijfs- en /of praktijkruimten in het kader van de beroepsbeoefening of bedrijfsvoering enig voor commerciële doeleinden uitgebrachte fonogram of reproductie daarvan als bedoeld onder punt 2 in het lichaam van de dagvaarding ten gehore te (laten) brengen of anderszins openbaar te maken, met ingang van de dag waarop dit vonnis is betekend, voor zover [gedaagde] daartoe geen licentie van Sena heeft verkregen,

veroordeelt [gedaagde] om aan Sena een dwangsom te betalen van € 100,00 voor iedere dag of gedeelte van de dag dat zij niet aan de in 4.5 uitgesproken hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 2.000 is bereikt,

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 832,35, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af,

in het incident

verklaart Buma en Sena niet-ontvankelijk in hun vorderingen,

compenseert de proceskosten, zodat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.A. Overmars en in het openbaar uitgesproken op 29 juli 2026. Dit vonnis is bij haar afwezigheid getekend door mr. M.M.J. Schoenaker.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand