ECLI:NL:RBMNE:2026:6007

ECLI:NL:RBMNE:2026:6007

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 19-08-2026
Datum publicatie 30-08-2026
Zaaknummer 12131414 \ LC EXPL 26-412
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Lelystad

Samenvatting

Onbetaalde factuur moet worden betaald. Beroep op opschorting slaagt niet.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Lelystad

Zaaknummer: 12131414 \ LC EXPL 26-412

Vonnis van 19 augustus 2026

in de zaak van

[eiseres] B.V., mede handelend onder de namen [handelsnamen],

gevestigd in [vestigingsplaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eiseres] ,

gemachtigde: Yards Deurwaardersdiensten BV,

tegen

[gedaagde] ,

wonend in [woonplaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

procederend in persoon.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 12 februari 2026, met producties;- de conclusie van antwoord;- de conclusie van repliek, met producties;- de conclusie van dupliek, met producties.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De kern van het geschil

[gedaagde] heeft een medische behandeling ondergaan bij [bedrijf] (hierna: de zorgaanbieder). Voor deze behandeling heeft [eiseres] een factuur van € 38,88 gestuurd naar [gedaagde] . De factuur is door [gedaagde] niet betaald. [eiseres] vordert in deze procedure daarom dat [gedaagde] wordt veroordeeld om het bedrag van de behandeling, met rente en kosten te betalen. [gedaagde] is het niet eens met de vordering. Zij voert aan dat ze direct na de behandeling ernstige, aanhoudende pijn heeft gekregen. [gedaagde] wilde de rekening niet betalen voordat er een duidelijke oplossing of uitleg van de zorgaanbieder was. De kantonrechter wijst de vorderingen van [eiseres] toe.

3 De beoordeling

[gedaagde] moet de factuur van € 38,88 en de wettelijke rente betalen

Tussen [eiseres] en [gedaagde] staat niet ter discussie dat de medische behandeling bij de zorgaanbieder heeft plaatsgevonden. Dat betekent dat [gedaagde] in beginsel de kosten voor de medische behandeling moet betalen.

Volgens [gedaagde] is na de behandeling ernstige en aanhoudende pijn ontstaan. [gedaagde] vindt dat haar klacht hierover moet worden opgelost voordat ze de factuur betaalt. De kantonrechter begrijpt uit dit verweer dat [gedaagde] een beroep op opschorting doet, omdat de zorgaanbieder een fout heeft gemaakt bij de behandeling (het vullen van haar kies). Opschorting is een wettelijk drukmiddel om de ander (de zorgaanbieder) te bewegen om alsnog goed na te komen. Het houdt in dit geval in dat [gedaagde] tijdelijk weigert om de factuur te betalen zolang haar pijnklachten niet zijn opgelost. Opschorting heeft dus niet tot gevolg dat de factuur wordt kwijtgescholden.

De kantonrechter oordeelt dat het verweer van [gedaagde] niet slaagt. Voor een geslaagd beroep op opschorting is onder meer vereist dat vast komt te staat dat de zorgaanbieder tekort is geschoten in de nakoming van de behandelovereenkomst. Weliswaar heeft [gedaagde] gesteld dat ze na de behandeling pijnklachten heeft ervaren, maar hieruit volgt niet zonder meer dat de zorgaanbieder de overeenkomst niet goed is nagekomen. Andere feiten waaruit een tekortkoming blijkt, zijn niet gesteld. Omdat de kantonrechter niet kan vaststellen dat de zorgaanbieder tekort is geschoten in de nakoming van de behandelovereenkomst, komt [gedaagde] geen bevoegdheid tot opschorting van haar betalingsverplichting toe.

Dit heeft tot gevolg dat [gedaagde] de factuur moet betalen. De kantonrechter zal [gedaagde] daarom veroordelen om een bedrag van € 38,88 aan [eiseres] te betalen. Omdat [gedaagde] de factuur niet binnen de betalingstermijn heeft betaald, is zij ook de gevorderde rente van € 0,66 en wettelijke rente vanaf 4 februari 2026 verschuldigd.

[gedaagde] moet de buitengerechtelijke incassokosten betalen

[eiseres] vordert ook € 40,00 aan buitengerechtelijke incassokosten.

Deze vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 van het Burgerlijk Wetboek (BW) en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten.

De betalingsvoorwaarden van [eiseres] bevatten een incassokostenbeding. Het is een beding dat is bedoeld om in meerdere overeenkomsten te worden gebruikt en waarover niet afzonderlijk is onderhandeld. Omdat [gedaagde] een consument is, moet de kantonrechter ambtshalve beoordelen of dit beding oneerlijk is in de zin van Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten. De kantonrechter constateert dat het beding aansluit bij de wettelijke regeling over buitengerechtelijke incassokosten en daarom niet oneerlijk is.

[eiseres] heeft aan [gedaagde] een aanmaning gestuurd waarin wordt verzocht om binnen vijftien dagen na ontvangst van de aanmaning het verschuldigde bedrag te betalen. Ook staat vermeld dat [gedaagde] buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd is als zij niet op tijd betaald. Deze worden bij de eerstvolgende aanmaning eenmalig beperkt tot € 31,50. Als na de tweede aanmaning niet op tijd wordt betaald, is [gedaagde] € 40,00 aan buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd. Hiermee voldoet de aanmaning aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Daarom zal een bedrag van € 40,00 aan buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen.

[gedaagde] moet de proceskosten betalen

De proceskosten worden toegewezen. Er zijn een aantal aanmaningen verstuurd naar [gedaagde] en die hebben niet geleid tot betaling. [eiseres] is dan ook terecht overgegaan tot het instellen van deze procedure. De kosten die hiervoor gemaakt zijn [eiseres] , zal [gedaagde] moeten betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

127,08

- griffierecht

139,00

- salaris gemachtigde

86,00

(2 punten × € 43,00)

- nakosten

21,50

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

373,58

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

4. De beslissing

De kantonrechter

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 38,88, € 0,66 aan tot 4 februari 2026 verschenen rente, met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 38,88 vanaf 4 februari 2026 tot de dag dat volledig is betaald,

veroordeelt [gedaagde] in de buitengerechtelijke incassokosten van € 40,00,

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 373,58, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. drs. B.G.W.P. Heijne en in het openbaar uitgesproken op19 augustus 2026.

68791

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand