RECHTBANK Midden-Nederland
Civiel recht
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: C/16/614292 / HA ZA 26-353
Vonnis in incident van 19 augustus 2026
in de zaak van
STICHTING HELIOMARE,
te Wijk aan Zee,
eisende partij in de hoofdzaak,
eisende partij in het incident,
hierna te noemen: Heliomare,
advocaat: mr. P.G. van der Putt,
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
[gedaagde] ,
te [plaats] (Duitsland),
gedaagde partij in de hoofdzaak,
verwerende partij in het incident,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
advocaat: mr. H.J. Ligtenbarg.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 29 april 2026 met 4 producties,
- de conclusie van antwoord in het incident.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.
2. De beoordeling in het incident
[bedrijf] B.V. heeft Heliomare gedagvaard in een bij deze rechtbank aanhangige zaak met het zaaknummer / rolnummer: C/16/607371 / HA ZA 26-97. In die zaak staat een contract tussen [bedrijf] B.V. en Heliomare ter discussie. Heliomare heeft in die zaak een reconventionele vordering ingesteld tegen [bedrijf] B.V. In het daar ter discussie staande contract heeft [gedaagde] verklaard hoofdelijk aansprakelijk te zijn voor alle daaruit voortvloeiende verplichtingen. Daarom heeft Heliomare nu vorderingen ingesteld tegen [gedaagde] . Heliomare vordert in dit incident dat deze hoofdzaak gevoegd wordt bij de hiervoor genoemde zaak, omdat de zaken met elkaar samenhangen.
[gedaagde] heeft geen verweer gevoerd tegen de incidentele vordering en laat de beslissing aan het oordeel van de rechtbank over.
De rechtbank zal deze incidentele vordering toewijzen. Er is namelijk sprake van verknochtheid van de hoofdzaak met de zaak waarmee voeging gevorderd wordt. Er is sprake van verknochtheid wanneer de feitelijke en juridische geschilpunten tussen partijen overlappen. In beide zaken staat hetzelfde contract ter discussie. Daarom zijn beide zaken verknocht en zal de voeging toegewezen worden.
De rechtbank zal de proceskosten compenseren, wat betekent dat beide partijen hun eigen kosten zullen dragen. Geen van beide partijen is namelijk als de in het ongelijk gestelde partij aan te wijzen. [gedaagde] wil echter dat Heliomare in de proceskosten veroordeeld wordt, omdat Heliomare volgens haar ook een beroep had kunnen doen op artikel 118 Rv in de zaak waarmee deze zaak gevoegd moet worden. Volgens [gedaagde] waren de proceskosten voor de onderhavige procedure dan bespaard gebleven. De rechtbank gaat hier niet in mee. [gedaagde] heeft namelijk geen verweer gevoerd tegen de beslissing in dit incident en daardoor valt niet in te zien dat zij hiervoor meer kosten heeft gemaakt dan wanneer Heliomare van artikel 118 Rv gebruik had gemaakt. In dat licht is het redelijk dat beide partijen de eigen kosten dragen.
3. De beslissing
De rechtbank
in het incident
voegt de hoofdzaak met de bij deze rechtbank aanhangige zaak met zaaknummer / rolnummer C/16/607371 / HA ZA 26-97,
compenseert de kosten van het incident tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad
in de hoofdzaak
verwijst de zaak naar de rol van 30 september 2026 voor conclusie van antwoord aan de zijde van [gedaagde] ,
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.H. Gaertman en in het openbaar uitgesproken op 19 augustus 2026.
!
!
!
AV(5999)