ECLI:NL:RBMNE:2026:6024

ECLI:NL:RBMNE:2026:6024

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 19-08-2026
Datum publicatie 30-08-2026
Zaaknummer 12075978 \ MC EXPL 26-502
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Almere

Samenvatting

Overname onderneming. Van dwaling is geen sprake, overeenkomst wordt niet vernietigd.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Almere

Zaaknummer: 12075978 \ MC EXPL 26-502

Vonnis van 19 augustus 2026

in de zaak van

[eiser] ,

in [plaats] ,

eisende partij in conventie,

verwerende partij in reconventie,

hierna te noemen: [eiser] ,

gemachtigde: Bureau Incasso,

tegen

1. [gedaagde 1] ,

in [plaats] ,

hierna te noemen: [gedaagde 1] ,2. [gedaagde 2],

in [plaats] ,

hierna te noemen: [gedaagde 2] ,3. [gedaagde 3],

in [plaats] ,

hierna te noemen: [gedaagde 3] ,

gedaagde partijen in conventie,

eisende partijen in reconventie,

[gedaagde 1] , [gedaagde 2] en [gedaagde 3] hierna samen te noemen: [gedaagden] ,

gemachtigde: mr. J.B. de Jong.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding,- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie,- de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie,- de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie,- de conclusie van dupliek in reconventie.

Daarna is bepaald dat een vonnis zal worden uitgesproken.

2. De kern van de zaak

[eiser] was samen met de heer [A] eigenaar van een eetgelegenheid in Almere, ‘ [horecagelegenheid] ’. [eiser] en [A] hebben de onderneming per 15 augustus 2023 verkocht aan [gedaagde 1] en [gedaagde 2] voor € 42.000,00. Volgens [eiser] moet ook [gedaagde 3] als koper gezien worden ( [gedaagden] betwist dat). De koopprijs is op € 2.000,00 na onbetaald gebleven. [eiser] vordert in conventie betaling (de kantonrechter begrijpt: zijn deel) van het restant van de koopprijs, € 20.000,00, plus rente en incassokosten van [gedaagden] stelt dat de koopovereenkomst vernietigd of ontbonden moet worden. In reconventie vordert [gedaagden] terugbetaling van de gelden die hij na de overname in de onderneming heeft moeten besteden, € 10.637,00. De kantonrechter wijst de vordering van [eiser] in conventie toe en de vordering van [gedaagden] in reconventie af.

3. De beoordeling

in conventie

[gedaagde 3] is geen koper

[gedaagde 3] staat niet als koper vermeld op de koopovereenkomst en ook niet op de kennelijk daarbij behorende “Additionele verklaring”. [eiser] voert onweersproken aan dat [gedaagde 3] intensief met [eiser] en [A] in contact heeft gestaan over de voorwaarden van de overname. Ook heeft [gedaagde 3] € 2.000,00 op de koopprijs betaalt. Maar dat alles maakt [gedaagde 3] nog geen contractpartij voor de overname. Dat [gedaagde 3] zich heeft bemoeit met de overname zegt hooguit dat hij als bemiddelaar is opgetreden voor [gedaagde 1] en [gedaagde 2] . En een derde kan betalingen doen voor een ander, dus het kan prima zijn dat [gedaagde 3] voor [gedaagde 1] en [gedaagde 2] heeft betaald. [eiser] stelt wel dat [gedaagde 3] zou hebben toegezegd persoonlijk de koopprijs te betalen, maar daarvoor geldt hetzelfde als wat hiervoor is overwogen. De stelling van [eiser] dat [gedaagde 3] in WhatsApp gesprekken zodanig heeft gecommuniceerd met [eiser] als zou hij koper zijn, heeft [eiser] onvoldoende concreet gemaakt. Uit de tekst van het geciteerde deel van die gesprekken (onder randnummer 8 van de dagvaarding) kan de kantonrechter een dergelijk vergaande hoedanigheid niet opmaken, en [eiser] legt ook niet uit hoe die teksten gelezen zouden moeten worden. [eiser] heeft wel een uitdraai overgelegd van alle WhatsApp gesprekken tussen [eiser] en [gedaagde 3], maar daar kan de kantonrechter niets mee. [eiser] verwijst niet duidelijk naar waar de conclusies van [eiser] precies in te lezen vallen in die gesprekken, en het is niet aan de kantonrechter om daar zelfstandig naar op zoek te gaan.

De vorderingen van [eiser] op [gedaagde 3] zijn allemaal gebaseerd op de gestelde hoedanigheid van [gedaagde 3] als koper van de onderneming. Omdat die hoedanigheid niet vast is komen te staan, worden de vorderingen van [eiser] op [gedaagde 3] in conventie afgewezen.

De koopovereenkomst wordt niet vernietigd of ontbonden

Volgens [gedaagden] moet de koopovereenkomst worden vernietigd op grond van dwaling, bedrog en/of misbruik van omstandigheden, dan wel ontbonden worden. Zij voeren daarvoor kort gezegd aan dat bij de overname verwacht mogen hebben dat zij een gezonde en renderende bedrijfsvoering overnamen en dat daarvan geen sprake zou zijn. Volgens [gedaagden] zou [eiser] zou hen hebben moeten inlichten over de (gestelde) slechte financiële staat van de onderneming op de overnamedatum, maar dat heeft [eiser] volgens [gedaagden] niet gedaan. De overnameprijs van € 42.000,00 zou veel te hoog zijn. Als [gedaagde 1] en [gedaagde 2] op de hoogte zouden zijn geweest van de werkelijke situatie, zouden zij de overeenkomst niet hebben gesloten, althans niet op die voorwaarden.

Het betoog van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] leidt niet tot vernietiging of ontbinding van de overeenkomst. [eiser] stelt onweersproken dat [gedaagde 1] c,s, geen financiële gegevens over de onderneming heeft opgevraagd. Wel is (zo stelt [eiser] ook onweersproken) [gedaagden] gedurende een jaar voor de overnamedatum in meer of mindere mate intensief bij de bedrijfsvoering van de onderneming betrokken geweest. [eiser] voert terecht aan dat [gedaagden] dus geacht wordt op de hoogte te zijn of te kunnen zijn van het reilen en zeilen van de onderneming en de staat waarin deze verkeert. De kantonrechter geeft [eiser] daarin gelijk. Van een onjuiste voorstelling van zaken van [gedaagden] is daarmee geen sprake en dus faalt een beroep op dwaling. Datzelfde geldt voor het beroep op bedrog. [gedaagden] wist of had moeten weten waar hij aan begon. Voor zover [gedaagden] dat werkelijk niet wist en toch de koop heeft doorgezet, geldt dat naar het oordeel van de kantonrechter als roekeloos gedrag waartegen de wet geen bescherming biedt. Ook het beroep op misbruik van omstandigheden faalt. Uit niets blijkt dat [eiser] [gedaagde 1] en [gedaagde 2] op grond van enig overwicht tot de koop heeft gedwongen. Het enkele feit dat [gedaagden] geen ervaring had met het kopen van een onderneming en [eiser] wel, zorgt op zichzelf ook niet voor een dusdanig scheve machtsverhouding dat [eiser] daar speciaal rekening mee had moeten houden.

Van een tekortkoming van [eiser] op basis waarvan de overeenkomst moet worden ontbonden, blijkt onvoldoende. Ten eerste moest (zoals hiervoor al overwogen) [gedaagden] geacht op te hoogte te zijn geweest van de situatie van de onderneming voorafgaand aan de overname. [eiser] had in die omstandigheden niet uit zichzelf (zonder dat [gedaagden] daarom vroeg) de financiële gegevens moeten overhandigen. De onderzoeksplicht van [gedaagden] gaat in dit geval boven een eventuele mededelingsplicht van [eiser] . Voor een ontbinding van de overeenkomst bestaat geen rechtsgrond.

Overige beslissingen

[gedaagden] heeft verzocht dat [eiser] alsnog de financiële stukken van de onderneming over de periode vóór de overname in het geding brengt. De kantonrechter ziet daarvoor geen aanleiding. Niet valt in te zien welke relevante rechtsvraag [gedaagden] daarmee opgehelderd wil zien. De koopovereenkomst en bijbehorende verplichtingen van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] blijven namelijk in stand. De vraag of [gedaagde 1] en [gedaagde 2] een te hoge prijs hebben betaald, is in deze procedure niet van belang. Voor zover dat zo is, valt dat onder het recht op vrije contractvorming tussen partijen.

Partijen voeren nog op dat in de overname een leaseauto zou zitten die wel of niet na de overname defect was gegaan en waarop nog hoge of juist lage leaseverplichtingen zouden rusten. De kantonrechter ziet de relevantie daarvan niet in en hoeft daarom over de auto niets te beoordelen.

In reconventie vordert [gedaagden] terugbetaling van geld dat zij aan de onderneming hebben moeten besteden, alles samen € 10.637,00. Hiervoor is al geoordeeld dat de overeenkomst in stand blijft en dat geen sprake is van een tekortkoming van [eiser] . Er is daarmee geen rechtsgrond (althans ziet de kantonrechter niet in welke dat zou moeten zijn) op basis waarvan [eiser] dat geld aan [gedaagden] zou moeten terugbetalen. De vordering in reconventie wordt daarom afgewezen. De nevenvorderingen in reconventie delen dit lot.

Slotsom en nevenvorderingen in conventie

De slotsom in conventie is dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] (het gedeelte van de koopprijs van [eiser] ) moeten betalen. [eiser] vordert hoofdelijke veroordeling van beiden voor het geheel, maar dat wordt afgewezen. Uit de aanmaningen blijkt dat [eiser] elk van hen voor de helft heeft aangesproken. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] worden dus elk veroordeeld tot betaling van € 10.000,00 aan hoofdsom.

[eiser] vordert € 2.695,19 aan verschenen rente tot en met 2 januari 2026 plus de wettelijke rente over de hoofdsom daarna. Gezien het bedrag aan verschenen rente, vordert [eiser] de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW. Dat wordt toegewezen. Evenals de hoofdsom worden [gedaagde 1] en [gedaagde 2] niet hoofdelijk veroordeeld. Voor de verschenen rente worden zij elk voor de helft veroordeeld, dus elk (€ 2.695,19 / 2 =) € 1.347,60.

[eiser] vordert € 1.179,75 aan buitengerechtelijke incassokosten. [eiser] heeft voldoende aangetoond dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn uitgevoerd. Het gevorderde bedrag is conform de staffel van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijk incassokosten. De gevorderde hoofdelijkheid wordt afgewezen. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] worden elk voor de helft veroordeeld tot betaling van genoemd bedrag, dus elk (€ 1.179,75 / 2 =) € 589,88.

De slotsom is dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] elk worden veroordeeld tot betaling van (€ 10.000,00 + € 1.347,60 + € 589,88 =) € 11.937,48, plus de wettelijke rente over € 10.000,00 vanaf 3 januari 2026 tot de betaling.

De vordering voor de hoofdsom tegen [gedaagde 3] wordt in conventie afgewezen. De nevenvorderingen delen dit lot.

Proceskosten in conventie

[gedaagde 1] en [gedaagde 2] zijn in conventie in het ongelijk gesteld. Zij moeten daarom hun deel van de proceskosten (inclusief nakosten) aan [eiser] betalen. Net als bij de hoofdsom en nevenvorderingen wordt de gevorderde hoofdelijkheid afgewezen. Elk betaalt 1/3e van de proceskosten van [eiser] . Voor elk van hen worden de proceskosten begroot op:

€ 153,77

dagvaarding

€ 251,00

1/3e deel van het griffierecht

€ 268,00

1/3e deel van het salaris gemachtigde (2 punten x tarief € 406,00)

€ 48,00

1/3e deel van de nakosten á € 144,00 '(plus de kosten van betekening

zoals vermeld in de beslissing)

€ 720,77

totaal

[eiser] is in conventie tegenover [gedaagde 3] in het ongelijk gesteld. [eiser] moet daarom 1/3e van de proceskosten van [gedaagden] betalen. De proceskosten van [gedaagden] worden in totaal begroot op € 812,00 aan salaris gemachtigde plus € 144,00 aan nakosten, samen € 956,00. Het deel van [gedaagde 3] is dus (€ 956,00 / 3 =) € 318,67.

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

Proceskosten in reconventie

[gedaagden] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten van betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op € 406,00 aan salaris gemachtigde (2 punten x tarief € 406,00 x correctiefactor voor reconventie 0,5).

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

4. De beslissing

De kantonrechter

in conventie

veroordeelt [gedaagde 1] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 11.937,48, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 10.000,00, met ingang van 3 januari 2026, tot de dag van volledige betaling,

veroordeelt [gedaagde 2] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 11.937,48, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 10.000,00, met ingang van 3 januari 2026, tot de dag van volledige betaling,

veroordeelt [gedaagde 1] in de proceskosten van [eiser] van € 720,77, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,

veroordeelt [gedaagde 2] in de proceskosten van [eiser] van € 720,77, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,

wijst de vordering tegen [gedaagde 3] af,

veroordeelt [eiser] in de proceskosten van [gedaagde 3] van € 318,67, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,

veroordeelt [eiser] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten van [gedaagde 3] als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

in reconventie

wijst de vorderingen van [gedaagden] af,

veroordeelt [gedaagden] in de proceskosten van € 406,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,

in conventie en in reconventie

veroordeelt [gedaagden] tot betaling van de kosten van betekening als [gedaagden] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

veroordeelt [gedaagden] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, behalve voor de beslissingen onder 4.5 en 4.8,

wijst het meer of anders in conventie en/of in reconventie gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.A. van Steenbeek en in het openbaar uitgesproken door

mr. I.L. Rijnbout op 19 augustus 2026.

RW1368

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand