RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 12203389 \ UC EXPL 26-3771
(aanvankelijk 11793341 \ UC EXPL 25-5857)
Vonnis van 26 augustus 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[eiseres] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
verder ook te noemen [eiseres] ,
eisende partij,
gemachtigden: J.G.J. [B] en mr. F.E. de Neef,
tegen:
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats] ,
verder ook te noemen [gedaagde] ,
gedaagde partij,
gemachtigden: mr. A.C. de Kanter.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding tevens houdende incidentele vordering met 14 producties;
de conclusie van antwoord in het incident en in de hoofdzaak met 2 producties;
de akte houdende wijziging van eis en overlegging producties 15 tot en met 19.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 26 november 2025. Namens [eiseres] was aanwezig mevrouw [A] ( [functie] ), bijgestaan door de heer [B] en mr. De Neef. [gedaagde] was aanwezig, bijgestaan door mr. De Kanter. Partijen hebben hun standpunten toegelicht, mr. De Neef heeft dat gedaan aan de hand van spreekaantekeningen. Partijen hebben geantwoord op de door de kantonrechter gestelde vragen en hebben op elkaar kunnen reageren. De griffier heeft hiervan aantekeningen gemaakt. Partijen hebben een regeling getroffen over de incidentele vordering. Die regeling is vastgelegd in een proces-verbaal.
[eiseres] heeft vervolgens een akte genomen houdende uitlating en wijziging eis met de producties 21 tot en met 25. [gedaagde] heeft een antwoordakte genomen en producties 3 en 4 overgelegd. [eiseres] heeft op deze producties gereageerd in een akte houdende uitlating.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De kern van de zaak
[gedaagde] heeft in dienstbetrekking en in opdracht werkzaamheden verricht voor [eiseres] . Sinds maart 2025 is hij werkzaam bij een concurrent van [eiseres] . [eiseres] vordert een verklaring voor recht dat [gedaagde] onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld.
De kantonrechter wijst de vordering van [eiseres] af. Het enkele feit dat er (gedownloade) bestanden, al dan niet met bedrijfsgeheimen, van [eiseres] op de privé-laptop van [gedaagde] staan, rechtvaardigt niet de conclusie dat [gedaagde] onrechtmatig heeft gehandeld of tekort is geschoten in zijn verplichtingen als werknemer en/of opdrachtnemer. [gedaagde] mocht zijn privé-laptop namelijk voor zijn werk gebruiken. Dat [gedaagde] [eiseres] onrechtmatig heeft beconcurreert of heeft willen beconcurreren is ook niet komen vast te staan. [gedaagde] moet wel de op zijn privé-laptop aangetroffen bestanden van [eiseres] laten vernietigen.
3. Achtergrond van de zaak
[eiseres] is een onderneming die zich bezighoudt met privacybescherming en informatiebeveiliging. Haar diensten omvatten onder meer het leveren van een externe [functie] (hierna [functie] ) en een [functie] (hierna [functie] ) aan organisaties, waaronder aan onderwijsinstellingen.
[gedaagde] is op 22 januari 2024 bij [eiseres] in dienst getreden als [functie] , aanvankelijk voor 20 uur per week en vanaf 21 mei 2024 voor 16 uur per week. Naast de arbeidsovereenkomst hadden partijen een overeenkomst van opdracht met elkaar gesloten. In het kader van die overeenkomst verrichtte [gedaagde] vanaf 21 mei 2024 gedurende 24 uur per week exact dezelfde werkzaamheden bij [eiseres] als de werkzaamheden die hij als werknemer verrichtte.
In de arbeidsovereenkomst is een concurrentie-, relatie- en geheimhoudingsbeding opgenomen, met een boetebeding. In de overeenkomst van opdracht is ook een geheimhoudings-, relatie- en boetebeding overeengekomen.
Op 29 november 2024 heeft [eiseres] de overeenkomst van opdracht opgezegd tegen 1 januari 2025. Op 30 november 2024 heeft [gedaagde] de arbeidsovereenkomst opgezegd, ook tegen 1 januari 2025.
[gedaagde] is op 10 maart 2025 in dienst getreden bij [bedrijf] ( [functie] ) als [functie] .
[eiseres] verwijt [gedaagde] dat hij onrechtmatig heeft gehandeld door eind 2024 een zeer grote hoeveelheid uiterst vertrouwelijke bestanden te downloaden. Op verzoek van [eiseres] heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank op 19 mei 2025 verlof verleend voor het leggen van conservatoir bewijsbeslag. Op 23 mei 2025 is vervolgens beslag gelegd op gegevensdragers van [gedaagde] .
[eiseres] heeft in kort geding gevorderd om [gedaagde] te verbieden zijn werkzaamheden bij [functie] voort te zetten. Op 11 juni 2025 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank die vordering afgewezen. Ook de door [eiseres] gevorderde boetes en schadevergoeding wegens overtreding van het concurrentie-, relatie- en/of geheimhoudingsbeding zijn afgewezen. De voorzieningenrechter heeft het in de arbeidsovereenkomst opgenomen concurrentie- en relatiebeding geschorst met ingang van
1 januari 2025.
4. De beoordeling
In het incident
In deze procedure heeft [eiseres] bij dagvaarding een incidentele vordering ingesteld (kort samengevat) tot inzage in de door [gedaagde] gedownloade bestanden van [eiseres] . Op de mondelinge behandeling hebben partijen hierover een regeling getroffen. Partijen hebben de deurwaarder gezamenlijk verzocht om (door inschakeling van een deskundige) de inhoud van de privé-laptop van [gedaagde] , die bij de beslaglegging door de deurwaarder is gekopieerd, te vergelijken met de bestanden die [eiseres] in haar productie 10 heeft opgenomen. Dat onderzoek heeft inmiddels plaatsgevonden. Op de incidentele vordering hoeft dus niet meer te worden beslist.
In de hoofdzaak
[eiseres] vordert (na wijziging van eis) in de hoofdzaak:
a. een verklaring voor recht dat [gedaagde] onrechtmatig heeft gehandeld;
b. vergoeding van de onderzoekskosten en van de schade die zij als gevolg van de handelwijze van [gedaagde] heeft geleden en nog zal lijden, op te maken bij staat;
c. veroordeling van [gedaagde] om de door hem gedownloade bestanden over te dragen aan [eiseres] en al deze bestanden die op gegevensdragers staan die [gedaagde] onder zich heeft, dan wel waartoe hij toegang heeft of heeft gehad, te laten vernietigen door een ICT-specialist, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van deze deskundige;
d. veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten, waaronder begrepen de beslagkosten en de kosten van bewaring.
De kantonrechter wijst de vorderingen van [eiseres] grotendeels af omdat niet is komen vast te staan dat [gedaagde] onrechtmatig heeft gehandeld. Dit wordt hierna toegelicht.
[gedaagde] heeft niet onrechtmatig gehandeld jegens [eiseres]
[eiseres] legt aan haar vorderingen ten grondslag dat [gedaagde] zich niet als goed werknemer en goed opdrachtnemer heeft gedragen en ook onrechtmatig heeft gehandeld.
Zo heeft [gedaagde] volgens [eiseres] getracht een toekomstige samenwerking aan te gaan met klanten van [eiseres] en heeft [gedaagde] zonder toestemming van [eiseres] een zeer grote hoeveelheid bestanden (4.261) met uiterst vertrouwelijke gegevens van [eiseres] gedownload. De bestanden zijn volgens [eiseres] vrijwel allemaal gedownload in de periode nadat [gedaagde] zijn vertrek had aangekondigd en voor het einde van de arbeidsovereenkomst (dus tussen 30 november 2024 en 1 januari 2025). Volgens [eiseres] kan het niet anders dan dat [gedaagde] dit heeft gedaan ten bate van zijn nieuwe werkgever [functie] of zichzelf. [eiseres] stelt dat zij hierdoor schade lijdt. [gedaagde] heeft de stellingen van [eiseres] gemotiveerd betwist.
De kantonrechter stelt vast dat uit de onderzoeksresultaten van de door de deurwaarder ingeschakelde IT-deskundige volgt dat op de privé-laptop van [gedaagde] 186 keer een bestand van [eiseres] is aangetroffen, waarbij eenzelfde bestand meerdere keren kan voorkomen op verschillende locaties. De bestanden zijn voor een groot deel gevonden in 88 ‘Top level items”. Dat zijn bovenliggende e-mails, waaraan de bestanden als bijlage waren toegevoegd. Uit het door de IT-deskundige opgestelde overzicht blijkt volgens [gedaagde] dat die bestanden zijn aangetroffen in het [eiseres] e-mail werkaccount van [gedaagde] . [eiseres] heeft dit niet betwist.
Uit de onderzoeksresultaten blijkt verder dat er ook ‘echte downloads’ zijn aangetroffen op de privé-laptop van [gedaagde] . Volgens [gedaagde] gaat het om 28 bestanden zonder enige waarde. Volgens [eiseres] gaat het om 31 bestanden, waarvan 19 bestanden zeer vertrouwelijke documenten zijn, namelijk door [eiseres] zelf ontwikkelde templates en normenkaders.
De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] een aannemelijke verklaring heeft gegeven voor de op zijn privé-laptop aangetroffen bestanden. Hij heeft namelijk van 27 november tot 10 december 2024 gebruik moeten maken van zijn privé-laptop omdat zijn werklaptop was gecrasht. [eiseres] heeft dit niet betwist. [eiseres] heeft niet gesteld dat [gedaagde] voor zijn werk geen gebruik mocht maken van zijn privé-laptop. Ook is niet gesteld of gebleken dat [eiseres] [gedaagde] heeft geïnstrueerd hoe hij bij het gebruik van zijn privé-laptop moest omgaan met bestanden en gegevens van [eiseres] . Nu uit de stellingen van [eiseres] zelf volgt dat zij gebruik maakt van uiterst vertrouwelijke documenten, had dat wel op haar weg gelegen. Het enkele feit dat er (gedownloade) bestanden, al dan niet met bedrijfsgeheimen, van [eiseres] op de privé-laptop van [gedaagde] staan, rechtvaardigt dus niet de conclusie dat [gedaagde] onrechtmatig heeft gehandeld of tekort is geschoten in zijn verplichtingen als werknemer of opdrachtnemer. Uit de stellingen van [eiseres] blijkt ook niet dat [gedaagde] de op zijn privé-laptop gedownloade documenten heeft gedeeld met derden. Ook het verwijt van [eiseres] dat [gedaagde] op zijn (nieuwe) werklaptop (vertrouwelijke) bestanden heeft gedownload, is onvoldoende om onzorgvuldig of onrechtmatig handelen van [gedaagde] aan te nemen. [gedaagde] heeft die laptop bij aan het einde van het dienstverband ingeleverd en [eiseres] heeft onvoldoende gesteld om aan te nemen dat bestanden van die werklaptop door [gedaagde] zijn gekopieerd of opgeslagen op andere gegevensdragers.
[eiseres] heeft er verder op gewezen dat [gedaagde] in een afscheidsmail aan een aantal klanten van [eiseres] heeft voorgesteld contact te houden in de toekomst en éénmaal heeft aangegeven bereid te zijn na uitdiensttreding iets verder uit te willen werken. Deze omstandigheden zijn op zichzelf niet genoeg om aan te nemen dat [gedaagde] [eiseres] onrechtmatig heeft beconcurreert of heeft willen beconcurreren. Dat hij daarbij het
e-mailadres van zijn eigen onderneming in de cc heeft gezet maakt dat niet anders. Volgens [gedaagde] heeft hij met de e-mails slechts bedoeld zijn werkzaamheden netjes af te ronden. Dat de handelwijze van [gedaagde] ertoe heeft geleid dat er klanten bij [eiseres] zijn weggegaan is niet gebleken. De gemachtigde van [eiseres] heeft op de mondelinge behandeling weliswaar verklaard dat er drie klanten van [eiseres] naar [functie] zijn overgegaan, maar wie die klanten zijn en waarom ze hun samenwerking met [eiseres] hebben beëindigd is niet gesteld of gebleken.
Gelet op al het voorgaande kan dus niet worden vastgesteld dat [gedaagde] ten opzichte van [eiseres] een norm heeft geschonden. De door [eiseres] gevorderde verklaring voor recht dat [gedaagde] onrechtmatig heeft gehandeld wordt afgewezen. Dat geldt ook voor de vorderingen van [eiseres] tot vergoeding van de onderzoekskosten en verwijzing naar een schadestaatprocedure.
[gedaagde] moet de op zijn privé-laptop aangetroffen bestanden van [eiseres] laten vernietigen
[eiseres] vordert ook vernietiging van alle bestanden die op gegevensdragers staan die [gedaagde] onder zich heeft, dan wel waartoe hij toegang heeft of heeft gehad, door een ICT-specialist, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van deze deskundige.
De kantonrechter heeft geen aanknopingspunten om aan te nemen dat er bestanden van [eiseres] staan op andere gegevensdragers dan de privé-laptop van [gedaagde] . [gedaagde] heeft bij antwoordakte aangegeven bereid te zijn om samen met een IT-deskundige alle gegevens van [eiseres] van zijn privé-laptop te verwijderen. De kantonrechter zal de vordering van [eiseres] daarom in die zin toewijzen. De daaraan verbonden kosten van de IT-deskundige komen voor rekening van [eiseres] , nu niet is gebleken dat de bestanden onrechtmatig door [gedaagde] zijn verkregen. Dat deel van de vordering van [eiseres] wordt dus afgewezen.
[eiseres] wordt veroordeeld in de proceskosten
[eiseres] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Het verzoek van [gedaagde] om toekenning van de daadwerkelijk gemaakte advocaat- en deurwaarderskosten wordt afgewezen. Slechts in uitzonderlijke omstandigheden is plaats voor toekenning van deze daadwerkelijk gemaakte kosten. Het betreft dan gevallen waarin sprake is van misbruik van procesbevoegdheid dan wel onrechtmatig handelen. Dat van deze uitzonderlijke situatie sprake zou zijn is hier niet gebleken. De kantonrechter stelt de proceskosten dan ook vast op grond van de gebruikelijke tarieven. De proceskosten van [gedaagde] worden daarom begroot op:
- salaris gemachtigde
€
2.165,00
(2,5 punten × € 866,00)
- nakosten
€
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
2.309,00
5. De beslissing
De kantonrechter
In het incident
bepaalt dat op de vordering niet hoeft te worden beslist;
In de hoofdzaak
veroordeelt [gedaagde] om alle bestanden van [eiseres] van zijn privé-laptop te laten verwijderen door een door [eiseres] aan te wijzen IT-deskundige en bepaalt dat de kosten van de IT-deskundige voor rekening van [eiseres] komen;
wijst het meer of anders door [eiseres] gevorderde af;
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van € 2.309,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiseres] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.A. van Steenbeek en is door mr. C.J.M. Hendriks in het openbaar uitgesproken op 26 augustus 2026.