uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 juni 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , in [plaats] , eiseres
en
de heffingsambtenaar van de belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap [gemeente] (de heffingsambtenaar), verweerder
(gemachtigde: mr. D.J. Koopmans)
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de hoogte van de WOZ-waarde van de woning aan de [adres] in [plaats] .
De heffingsambtenaar heeft met de beschikking van 28 februari 2023 op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de WOZ-waarde vastgesteld op € 1.196.000,- voor de woning. De waarde is vastgesteld per waardepeildatum 1 januari 2022 en geldt voor het kalenderjaar 2023. De WOZ-beschikking is opgenomen in het aanslagbiljet van dezelfde datum. In dit aanslagbiljet heeft verweerder aan eiseres als eigenaar van de woning ook een aanslag onroerendezaakbelasting opgelegd. De WOZ-waarde is daarvoor als heffingsmaatstaf gehanteerd.
De heffingsambtenaar heeft met uitspraak op bezwaar van 21 november 2024 (de bestreden uitspraak) het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard en de WOZ-waarde gehandhaafd.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de bestreden uitspraak. De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2. De rechtbank heeft het beroep op 1 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres, de gemachtigde van de heffingsambtenaar en de taxateur (de heer [taxateur] ).
Feiten
3. Eiseres is eigenaar van een in 1800 gebouwde woning met een vrijstaande berging/schuur van 40 m2, een inpandige berging/schuur van 6 m2. De woning heeft een gebruikersoppervlakte van 170 m2 en bevindt zich op een perceel van 2.501 m2. Ook heeft de woning extra stuk grond (restgrond) van 1.900 m2.
Het geschil
4. In geschil is allereerst of het bezwaar van eiseres terecht niet-ontvankelijk is verklaard in verband met het overschrijden van de termijn om bezwaar in te dienen. Indien het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard, is vervolgens in geschil of de WOZ-waarde juist is vastgesteld.
Beoordeling door de rechtbank
Ontvankelijkheid
5. Eiseres stelt zich op het standpunt dat zij voorheen het aanslagbiljetten per post ontving. De WOZ-beschikking van 28 februari 2023 is aan eiseres per digitale post kenbaar gemaakt via de Berichtenbox van haar MijnOverheid-account. Eiseres heeft aangevoerd dat zij de Berichtenbox bijna nooit opent. Hierdoor hebben zij pas op 25 mei 2023 voor het eerst het aanslagbiljet gezien en vervolgens op 26 mei 2023 direct bezwaar ingediend.
6. De Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft de hoofdregel (in artikel 3:41, eerste lid) dat besluiten bekend worden gemaakt door toezending of uitreiking. Met die toezending wordt bedoeld het fysiek per post versturen. In aanvulling op deze hoofdregel is bepaald (in artikel 2:14, eerste lid) dat besluiten ook elektronisch mogen worden verstuurd, mits de geadresseerde kenbaar heeft gemaakt dat hij langs die weg voldoende bereikbaar is.
7. De mogelijkheid van elektronische communicatie tussen burger en overheid is in 2004 in de Awb ingevoerd. De wetgever heeft toen overwogen dat als het bestuursorgaan zich uit eigen beweging tot een betrokkene richt, het zich er uitdrukkelijk van moet vergewissen dat de geadresseerde langs elektronische weg bereikbaar is. Dit weegt – nog steeds volgens de wetgever – het zwaarst als het bestuursorgaan een belastend besluit wil verzenden.
8. Het systeem van MijnOverheid en de Berichtenbox heeft een wettelijke grondslag in de Wet elektronisch berichtenverkeer Belastingdienst. Op grond hiervan is de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor dit systeem verantwoordelijk. Dit is verder uitgewerkt in de Regeling voorzieningen GDI, waarbij GDI staat voor generieke digitale infrastructuur. Artikel 2, eerste lid, van deze regeling bepaalt dat de minister voor iedereen die in Nederland woont met een burgerservicenummer en een DigiD vanaf 14 jaar oud een MijnOverheid-account aanmaakt. Op grond van artikel 2, tweede lid, van de regeling neemt de gebruiker door het activeren van zijn MijnOverheid-account dit account in gebruik en maakt hij tevens kenbaar dat hij langs elektronische weg bereikbaar is voor het ontvangen van berichten in de Berichtenbox van door hem geselecteerde afnemers. De regeling biedt verder, in artikel 6, specifieke ict-voorschriften om de veiligheid en betrouwbaarheid van onder meer MijnOverheid en de Berichtenbox te waarborgen.
9. De heffingsambtenaar heeft onweersproken gesteld dat eiseres zelf via haar MijnOverheid-account kenbaar heeft gemaakt aan de heffingsambtenaar dat zij via de Berichtenbox van MijnOverheid bereikbaar is voor elektronisch te verzenden post. Eiseres heeft dit verder ook niet betwist. De heffingsambtenaar was daarmee gerechtigd het onderhavige aanslagbiljet via die Berichtenbox aan eiseres te verzenden.
10. Nu het aanslagbiljet op de juiste wijze bekend is gemaakt op, is de bezwaartermijn aangevangen op de dag na die waarop het aanslagbiljet is gedagtekend. Eiseres heeft pas na het verstrijken van de bezwaartermijn het bezwaarschrift ingediend. Zij heeft niets aangevoerd dat ertoe kan leiden dat die termijnoverschrijding verschoonbaar zijn. Het bezwaarschrift is terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Conclusie en gevolgen
11. Het bezwaar van eiseres is in de bestreden uitspraak terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het daartegen gerichte beroep is daarom ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom ook het griffierecht niet terug.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.W.A. Schimmel, rechter, in aanwezigheid van mr. C. Deve, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 19 juni 2026.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.