uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 juni 2026 in de zaak tussen
[eiser] , in [plaats] , eiser
(mr. F.R. Eggink)
en
de heffingsambtenaar van de belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht (de heffingsambtenaar), verweerder
(gemachtigde: mr. D.J. Koopmans)
Inleiding
8. Op 23 maart 2026 heeft de gemachtigde van eiser in de onderhavige procedure aanvullende beroepsgronden ingediend.
9. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
10. De rechtbank heeft het beroep op 1 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de heffingsambtenaar.
Beoordeling door de rechtbank
Ontvankelijkheid
11. In artikel 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat een belanghebbende tegen een besluit beroep kan instellen.
12. In het belastingrecht wordt de kring van beroepsgerechtigden beperkt in artikel 26a van de Algemene wet op de rijksbelastingen. Het eerste lid van dit artikel luidt dat het beroep in afwijking van artikel 8:1 van de Awb slechts kan worden ingesteld door:
a. de belanghebbende aan wie de belastingaanslag is opgelegd;
b. de belanghebbende die de belasting op aangifte heeft voldaan of afgedragen of van wie de belasting is ingehouden, of;
c. degene tot wie de voor bezwaar vatbare beschikking zich richt.
13. De Hoge Raad heeft in een arrest van 14 juli 2000 deze categorie opgerekt voor parkeerbelastingzaken. Ook de feitelijke parkeerder, die niet de eigenaar is van de auto, alsmede de gebruiker van de auto aan wie de naheffingsaanslag in rekening zal worden gebracht - door bijvoorbeeld de leasemaatschappij - zijn gerechtigd tot het maken van bezwaar en het instellen van beroep. Nu eiser de feitelijke parkeerder en gebruiker van de auto is, mocht hij beroep instellen tegen de uitspraak op bezwaar waarin de naheffingsaanslag in stand is gelaten.
14. Hoewel de rechtbank de zaak 24/2833 onder de naam [bedrijf] B.V. heeft geregistreerd, blijkt uit de gedingstukken dat eiser namens zichzelf beroep heeft ingesteld.. Eiser heeft het beroep in die zaak echter op 30 juli 2024 ingetrokken en schrijft in dat verband het volgende: “Ik heb onderzoek gedaan en tot mijn ontsteltenis blijkt dat een bewonersvergunning niet geldig is op laad en losplaatsen ook niet buiten de daarvoor gestelde tijden? [...]Nu ik mijn ongenoegen heb uitgesproken trek ik mijn bezwaar in en zal geen verdere stappen ondernemen.”
14. Gelet op het voorgaande stel de rechtbank vast dat eiser tweemaal – zowel in zaak 24/2833 als in de onderhavige procedure – tegen dezelfde naheffingsaanslag beroep heeft ingediend. Het systeem van de Algemene wet bestuursrecht biedt geen ruimte voor het (gelijktijdig) aanhangig zijn van twee beroepen van dezelfde belanghebbende tegen hetzelfde besluit. Nu eiser tegen hetzelfde besluit al eerder beroep heeft ingesteld (en dat beroep inmiddels heeft ingetrokken), zal de rechtbank het onderhavige beroep niet-ontvankelijk verklaren.
Conclusie en gevolgen
16. Het beroep is niet-ontvankelijk. Dat betekent dat het beroep niet inhoudelijk wordt beoordeeld. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.W.A. Schimmel, rechter, in aanwezigheid van mr. C. Deve, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 19 juni 2026.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.