ECLI:NL:RBMNE:2026:6056

ECLI:NL:RBMNE:2026:6056

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 31-08-2026
Datum publicatie 31-08-2026
Zaaknummer 16-244895-25; 16-083016-23 (vord. tul)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Lelystad

Samenvatting

Veroordeling voor medeplegen van poging tot zware mishandeling en openlijk in vereniging geweld plegen met letsel tot gevolg. Uitgaansgeweld. De verdachte heeft samen met vier medeverdachten geweld gepleegd tegen het slachtoffer. Hoewel het slachtoffer het geweld heeft geïnitieerd, komt de verdachte geen geslaagd beroep op noodweer/noodweerexces toe voor het geheel van de gedragingen. De rechtbank legt aan de verdachte een gevangenisstraf op van 60 dagen, met aftrek. Daarnaast oplegging van een taakstraf van 180 uur, waarvan een gedeelte van 60 uur voorwaardelijk. Gedeeltelijke toewijzing vordering BP. Toewijzing vordering tenuitvoerlegging eerder opgelegde straf.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Lelystad

Parketnummers: 16-244895-25; 16-083016-23 (vord. tul)

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer van 31 augustus 2026 in de strafzaak van:

[verdachte] ,

geboren op [2003] in [geboorteplaats] ,

verblijvende op het adres [adres] in [woonplaats] ,

hierna: de verdachte.

1. Zitting

De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 17 augustus 2026.

Op de zitting waren aanwezig:

2. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:

feit 1

primair: op 14 september 2025 in Amsterdam samen met anderen gepoogd heeft om [slachtoffer] van het leven te beroven;

subsidiair: op 14 september 2025 in Amsterdam samen met anderen [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht;

meer subsidiair: op 14 september 2025 in Amsterdam samen met anderen gepoogd heeft om [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen;

feit 2

primair: op 14 september 2025 in Amsterdam openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer] , terwijl dit geweld enig lichamelijk letsel ten gevolge heeft gehad;

subsidiair: op 14 september 2025 in Amsterdam openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer] .

De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.

3. Bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de poging tot doodslag van [slachtoffer] (verder: [slachtoffer] ) (feit 1 primair) en het openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen, met enig letsel tot gevolg (feit 2 primair).

De standpunten van de officier van justitie worden – voor zover van belang voor de beoordeling – besproken in paragraaf 3.3.

Standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt de verdachte geheel vrij te spreken van de feiten 1 en 2. De verdediging voert verschillende verweren over het bewijs. Deze worden - voor zover van belang voor de beoordeling - hierna besproken in paragraaf 3.3.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank oordeelt dat wettig en overtuigend bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van poging tot zware mishandeling (feit 1 meer subsidiair) en openlijke geweldpleging met letsel tot gevolg (feit 2 primair). De rechtbank baseert dit oordeel op de bewijsmiddelen die in bijlage II van dit vonnis staan. De rechtbank komt tot een vrijspraak van het medeplegen van poging tot doodslag en medeplegen zware mishandeling (feit 1 primair en subsidiair). Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen.

Er zijn meerdere feiten bewezen verklaard. De bewijsmiddelen worden alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarover deze gaan.

Bewijsoverwegingen

Inleiding

Op 14 september 2025 gaan verschillende leden van de familie [familie] een avond uit in Amsterdam. De groep heeft een leuke avond gehad, maar wanneer ze onderweg naar huis in de Halvemaansteeg lopen, gaat het volledig mis.

[medeverdachte 3] , de minderjarige neef van de verdachte, ziet [getuige 1] lopen. Omdat zij een bekende Nederlander is besluit hij haar aan te spreken om een foto te vragen. Terwijl [medeverdachte 3] [getuige 1] aanspreekt krijgt hij uit het niets van een onbekende man een vuistslag in zijn gezicht. Deze vuistslag is het begin van een heftig gevecht. De onbekende man blijkt later [slachtoffer] te zijn.

Wie waren erbij betrokken?

Niet alleen [medeverdachte 3] was bij het gevecht betrokken, maar ook zijn medeverdachten met wie hij die avond uit was. [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] hebben gezegd dat zij bij het gevecht betrokken waren. Ook zijn zij te zien op de camerabeelden die van het gevecht zijn gemaakt. Daarop is te zien dat zij geweld tegen [slachtoffer] hebben gebruikt.

Hoewel de verdachte ontkent dat hij bij het gevecht was, is de rechtbank van oordeel dat ook de verdachte bij het gevecht betrokken was. De verdachte stelt dat hij de betreffende avond wel in Amsterdam was, ook op dit tijdstip. Hij stelt dat hij niet met de medeverdachten samen was en niet bij het gevecht betrokken was. De medeverdachten zijn kort na het gevecht in de buurt aangehouden. De politie is via bewakingscamera’s de gangen van de ontbrekende verdachte, die op de beelden van het gevecht wel zichtbaar was, nagegaan. Op beelden van het Rembrandtplein en de Icebar (beide vlakbij de Halvemaansteeg) is de betreffende persoon goed zichtbaar. De verdachte wordt door een politieagent herkend aan zijn neus, haarlijn, wenkbrauwen en baard. Ook volgt uit de telefoongegevens van de verdachte dat zijn telefoon vlak voor en na het gevecht verbinding maakt met de zendmasten vlakbij de Halvemaansteeg. De momenten waarop de telefoon van de verdachte contact maakt met de zendmasten, kloppen met de locaties van de camerabeelden waarop de verdachte is te zien.

Welke geweldshandelingen staan vast?

Uit het dossier blijkt dat de verdachte en zijn medeverdachten, nadat [medeverdachte 3] eerst een klap van [slachtoffer] had gekregen, vervolgens in gevecht zijn gegaan met [slachtoffer] en daarbij fors geweld hebben gebruikt.

Op grond van de camerabeelden en de getuigenverklaringen is het voor de rechtbank niet duidelijk geworden welk geweld precies is toegepast. Op de beelden is wel te zien dat de verdachten meerdere klappen uitdelen, waarna [slachtoffer] op de grond terechtkomt en vervolgens, terwijl hij op de grond blijft liggen, meerdere klappen en trappen krijgt.

Hoewel zichtbaar is dat ook getrapt wordt richting het hoofd van [slachtoffer] , is in de meeste gevallen op de beelden niet te zien of en waar deze trappen [slachtoffer] raken. Verschillende getuigen hebben verklaard dat zij niet de hele tijd hebben kunnen zien wat er precies gebeurde, wat begrijpelijk is in de hectiek. Ook kan aan de hand van de beelden niet worden vastgesteld met welke kracht tegen [slachtoffer] is getrapt.

Van één trap vindt de rechtbank wel bewezen dat deze [slachtoffer] op het hoofd heeft geraakt. Dat volgt zowel uit de camerabeelden als uit de verklaring van [getuige 1] , die naast het gevecht stond. Zij heeft verklaard dat zij zag dat [slachtoffer] op een bepaald moment met zijn hoofd in haar richting lag en een trap tegen zijn hoofd kreeg.

Vrijspraak medeplegen poging doodslag – geen aanmerkelijke kans

De verdachte wordt verweten dat hij samen met anderen heeft geprobeerd [slachtoffer] te doden. De rechtbank is van oordeel dat niet bewezen kan worden dat de verdachten met hun handelen vol opzet hadden op de dood van [slachtoffer] .

De rechtbank is ook van oordeel dat er geen sprake was van voorwaardelijk opzet. Van voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg – zoals hier de dood – is sprake als de verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat dit gevolg zal intreden.

De rechtbank heeft hiervoor vastgesteld dat bewezen kan worden dat [slachtoffer] één keer tegen zijn hoofd is getrapt. Niet duidelijk is met welke kracht dit is gebeurd. Bovendien ontbreekt een letselbeschrijving waardoor niet duidelijk is wat het gevolg is geweest van deze trap. Gelet op deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld dat de trap tegen het hoofd een aanmerkelijke kans op het overlijden van [slachtoffer] met zich mee heeft gebracht. Ook van het overige geweld tegen [slachtoffer] kan dit niet worden vastgesteld. De rechtbank zal de verdachte daarom vrijspreken van het medeplegen van poging tot doodslag.

Vrijspraak medeplegen zware mishandeling – zwaar lichamelijk letsel?

Onder feit 1 is subsidiair ten laste gelegd dat de verdachte zich, samen met anderen, schuldig heeft gemaakt aan het opzettelijk toebrengen van zwaar lichamelijk letsel.

De rechtbank is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de verdachte en zijn medeverdachten aan [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel hebben toegebracht.

De rechtbank overweegt daartoe dat [slachtoffer] later op de dag van het geweldsincident verklaart pijn te hebben aan zijn hoofd, nek en rug. En dat zijn gezicht pijn doet en blauw/ paars is, hetgeen ondersteund wordt met foto’s. Uit deze verklaring en foto’s kan echter niet worden opgemaakt dat deze pijn wordt veroorzaakt door toegebracht zwaar lichamelijk letsel.

[slachtoffer] verklaart verder dat een arts hem heeft verteld dat zijn zicht in beide ogen met 20 procent is achteruitgegaan, en dat hij de volgende maand weer terug moest komen voor controle. De achteruitgang van zijn gezichtsvermogen zou een indicatie kunnen zijn voor zwaar lichamelijk letsel, maar omdat verdere (medische) onderbouwing ontbreekt kan de rechtbank niet vaststellen of dat het geval is. Zo is niet duidelijk of een arts daadwerkelijk achteruitgang van gezichtsvermogen heeft vastgesteld, wat de mate van achteruitgang is en of deze achteruitgang het gevolg is van het geweldsincident. Evenmin is duidelijk of medisch ingrijpen nodig is geweest.

[slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij gevoegd en in de stukken die hij daarvoor heeft overgelegd ontbreekt nadere onderbouwing eveneens.

De officier van justitie heeft tijdens de zitting een voorwaardelijk verzoek gedaan om, als de rechtbank tot de conclusie zou komen dat medische informatie noodzakelijk is voor de beoordeling, deze informatie alsnog te geven. De officier van justitie vond deze informatie niet noodzakelijk, omdat [slachtoffer] een verklaring heeft afgelegd over het letsel en er foto’s in het dossier zitten van zijn gezicht direct na het gevecht. [slachtoffer] is naar het ziekenhuis gebracht, maar is daar diezelfde avond weer weggegaan. De rechtbank is van oordeel dat in deze zaak medische informatie nodig is bij de beoordeling of sprake is van zwaar lichamelijk letsel. De rechtbank is van oordeel dat het Openbaar Ministerie deze informatie eerder in het dossier had moeten voegen. De ten laste gelegde feiten zijn namelijk van bijna een jaar geleden en het dossier is daarna bijna niet gewijzigd. Dat het hier gaat om relevante informatie is duidelijk, en [slachtoffer] heeft toestemming gegeven om die informatie op te vragen. Daar komt bij dat niet alleen informatie over het letsel na de mishandeling, maar ook informatie over de huidige situatie van [slachtoffer] , ontbreekt. Het Openbaar Ministerie heeft de dagvaarding uitgebracht en geoordeeld dat het dossier in deze zaak compleet was. Een heropening zou tot aanzienlijke vertraging leiden. De rechtbank zal het verzoek om het onderzoek te heropenen afwijzen. Toewijzing van het verzoek acht de rechtbank niet opportuun. De rechtbank heeft daarbij de omstandigheid meegewogen dat ook [slachtoffer] als benadeelde partij geen medische informatie heeft ingebracht, ook niet nadat hem daar meerdere keren om is verzocht. Het voorwaardelijke verzoek wordt dan ook afgewezen.

Medeplegen poging zware mishandeling

De rechtbank is wel van oordeel dat er sprake is van het medeplegen van een poging tot zware mishandeling, zoals onder feit 1 meer subsidiair ten laste is gelegd.

De rechtbank stelt daarbij voorop dat betrokkenheid bij een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard als is komen vast te staan dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking. Bij de beoordeling of van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking sprake is, kan de rechtbank onder meer acht slaan op de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol van de verdachte in de voorbereiding, uitvoering of afhandeling van het strafbare feit, hoe belangrijk de bijdrage van de verdachte was, zijn aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip.

De rechtbank is van oordeel dat uit de bewijsmiddelen, en vooral uit het proces-verbaal van de beschrijving van de camerabeelden, blijkt van zo’n nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en zijn medeverdachten, dat sprake is van medeplegen. Hoewel er van tevoren geen concreet plan was, zijn de verdachten als groep te werk gegaan en zijn ze als groep om [slachtoffer] heen gaan staan. Iedere verdachte heeft een aandeel gehad in het geweld. Ze hebben allemaal geweld gebruikt tegen [slachtoffer] . Ook heeft niemand zich uit de situatie teruggetrokken of geprobeerd de situatie te sussen. Dit betekent dat zowel de verdachte als zijn medeverdachten samen verantwoordelijk zijn voor het geweld.

De rechtbank is van oordeel dat het door meerdere personen met kracht slaan, stompen, schoppen en trappen tegen het lichaam van [slachtoffer] en de trap tegen zijn hoofd een poging tot zware mishandeling opleveren. De rechtbank heeft daarbij rekening gehouden met de mogelijke ernstige gevolgen van dit geweld. Ook neemt de rechtbank in haar beslissing mee dat het geweld plaatsvond onder invloed van alcohol en dat de trappen en slagen niet steeds onder controle waren. De verdachten slaan en schoppen terwijl [slachtoffer] onvoorspelbare bewegingen maakt. De verdachten hebben hiermee het risico genomen dat hun slagen en schoppen ook op meer kwetsbare plekken van het lichaam, zoals het hoofd, terecht hadden kunnen komen. Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit de uiterlijke verschijningsvorm van het handelen van de verdachte en zijn medeverdachten dat zij allemaal opzet hadden op het medeplegen van een poging tot zware mishandeling.

De rechtbank komt gelet op het voorgaande tot een bewezenverklaring van het medeplegen van poging tot zware mishandeling (feit 1 meer subsidiair).

Openlijke geweldpleging met enig letsel ten gevolge

De verdachte wordt ook verweten dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het openlijk in vereniging plegen van geweld tegen [slachtoffer] , waarbij dit geweld enig letsel ten gevolge heeft gehad (feit 2 primair). De rechtbank oordeelt dat dit feit wettig en overtuigend bewezen is.

Bij het openlijk in vereniging geweld plegen gaat het er in de kern om dat het geweld op zo’n manier en op zo’n plaats is gepleegd, dat de openbare orde is verstoord. Van het in vereniging plegen van geweld is sprake wanneer degene die betrokken is, een voldoende duidelijke (significante) of belangrijke (wezenlijke) bijdrage aan het geweld levert.

Het is in ieder geval duidelijk dat het hiervoor beschreven geweld op een openbare plek is gepleegd, namelijk in het centrum van Amsterdam, waar veel mensen getuige van zijn geweest. Hierdoor is de openbare orde verstoord. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat de verdachte een voldoende duidelijke en belangrijk bijdrage heeft geleverd. De verdachte en zijn medeverdachten hebben namelijk allemaal geweld gebruikt en niemand heeft zich onttrokken aan het gevecht.

Hoewel het dossier weinig informatie bevat over het soort letsel, volgt uit de aangifte van [slachtoffer] en wat de politie later beschrijft, dat hij veel pijn heeft gehad. Dat [slachtoffer] letsel heeft opgelopen, blijkt ook uit de letselfoto’s die in het dossier zitten en die kort na het gevecht zijn gemaakt.

Bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:

feit 1 meer subsidiair

op 14 september 2025 te Amsterdam

tezamen en in vereniging met anderen,

ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om

aan een ander, te weten [slachtoffer]

opzettelijk

zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,

- die [slachtoffer] met kracht op het lichaam heeft gestampt

- die [slachtoffer] met kracht meermalen tegen het hoofd en tegen het lichaam heeft getrapt

- die [slachtoffer] langere tijd met kracht meermalen tegen het hoofd, en tegen lichaam heeft (met de vuist) geslagen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

feit 2 primair

op 14 september 2025 te Amsterdam

openlijk, te weten, in de Halvemaansteeg,

in vereniging

geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer]

welk in vereniging gepleegde geweld bestond uit

- die [slachtoffer] met kracht op het lichaam stampen

- die [slachtoffer] met kracht meermalen tegen het hoofd en tegen het lichaam trappen

- die [slachtoffer] met kracht meermalen tegen het hoofd en lichaam (met de vuist) slaan

terwijl het door verdachte gepleegde geweld enig lichamelijk letsel ten gevolge heeft.

De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.

4. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:

Feit 1 meer subsidiair: medeplegen van poging tot zware mishandeling;

Feit 2 primair: openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen, terwijl het door de schuldige gepleegde geweld enig lichamelijk letsel ten gevolge heeft.

Strafbaarheid feiten en verdachte

Standpunt van de verdediging

De verdediging wijst erop dat door [slachtoffer] uit het niets een klap is uitgedeeld. Nadat de klap is uitgedeeld, wordt [slachtoffer] door de verdachte weggeduwd. [slachtoffer] komt vervolgens weer direct aangestormd. Op dat moment is er sprake van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding, waartegen de verdachte en de anderen zich hebben mogen verdedigen. Aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit is voldaan, gelet op de continue dreiging van [slachtoffer] . Ook toen [slachtoffer] op de grond lag was het gevaar niet geweken omdat hij steeds opnieuw overeind probeert te komen. Daar komt bij dat [slachtoffer] vanwege zijn beschonken toestand onvoorspelbaar was. Als de rechtbank van oordeel is dat er geen geslaagd beroep op noodweer kan worden gedaan, dan is sprake van noodweerexces. Bij de verdachte en de medeverdachten is door de wederrechtelijke aanranding een hevige gemoedstoestand ontstaan. Wanneer [slachtoffer] op de grond komt te liggen duurt het incident nog maar 12 seconden. Gelet op de korte duur is het niet mogelijk om het moment op te knippen in twee momenten waarbij wel en waarbij geen hevige gemoedstoestand meer aanwezig was. Omdat de verdachte een geslaagd beroep op noodweer of noodweerexces kan doen, moet de verdachte van alle rechtsvervolging worden ontslagen.

Standpunt van de officier van justitie

Volgens de officier van justitie kan de verdachte voor een gedeelte van de gedragingen een geslaagd beroep op noodweer en noodweerexces doen.

Er was sprake van een noodweersituatie op het moment dat [medeverdachte 3] van [slachtoffer] een vuistslag in zijn gezicht krijgt, [slachtoffer] een gevechtshouding aanneemt en blijft vechten. [medeverdachte 3] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en de verdachte mochten zich hiertegen verdedigen. De slagen die vervolgens door [medeverdachte 3] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en de verdachte worden uitgedeeld zijn proportioneel en een alternatief was er niet.

De noodweersituatie eindigt op het moment dat [slachtoffer] op de grond komt te liggen. Door de plotselinge aanval van [slachtoffer] en het doorgaande geweld van ook [slachtoffer] is het voorstelbaar dat er sprake is van hevige emoties bij de verdachte en zijn medeverdachten en dus van noodweerexces. Het meerdere malen trappen en slaan tegen [slachtoffer] gaat echter de grenzen van noodweerexces te buiten, voor die handelingen kan de verdachte geen geslaagd beroep doen op noodweerexces en is de verdachte dan ook strafbaar.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank oordeelt dat de verdachte een beroep op noodweer toekomt op het moment dat [medeverdachte 3] uit het niets van [slachtoffer] een vuistslag in zijn gezicht krijgt. Vanwege deze ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding van [medeverdachte 3] mocht de verdachte overgaan tot noodzakelijke verdediging toen hij zag hoe zijn minderjarige neefje door een onbekende, grote man uit het niets werd geslagen. [medeverdachte 3] probeert [slachtoffer] ook terug te slaan, maar slaat mis. De noodweersituatie blijft hierna doorgaan omdat [slachtoffer] in een gevechtshouding gaat staan en nog een tweede klap uitdeelt. De klappen die de verdachte en zijn medeverdachten vervolgens uitdelen staan in verhouding tot de vuistslag en tweede klap van [slachtoffer] en de dreigende houding die hij aanneemt (proportionaliteit). Ook was er geen andere optie om te reageren (subsidiariteit). Voor deze gedragingen is de verdachte dus niet strafbaar.

De noodweersituatie verandert snel naar noodweerexces nadat [slachtoffer] de tweede klap heeft gegeven. De verdachte en zijn medeverdachten gaan dan door met vechten terwijl het niet meer nodig was om [medeverdachte 3] te verdedigen. [slachtoffer] gebruikte toen geen geweld meer. Ook zijn zij in de meerderheid waardoor [slachtoffer] geen gevaar meer vormde. Dat de verdachte op dat moment toch doorgaat met vechten, is te begrijpen door de heftige emoties die zijn ontstaan door de plotselinge en acute dreiging die van [slachtoffer] uitging .

De rechtbank is van oordeel dat dat anders wordt op het moment dat [slachtoffer] op de grond valt en daar blijft liggen. Er ontstaat dan een nieuwe situatie waarbij het voor de verdachte in ieder geval duidelijk had moeten zijn dat [slachtoffer] geen gevaar meer vormde omdat hij op de grond lag en de verdachte met de medeverdachten in de meerderheid was. Het geweld dat de verdachte en zijn medeverdachten vervolgens gebruiken komt niet door heftige emoties die het directe gevolg zijn van het geweld van [slachtoffer] . De rechtbank weegt daarin ook mee dat er inmiddels enige tijd is verstreken tussen de eerder uitgedeelde vuistslag en de tweede klap van [slachtoffer] en het doorgaande geweld dat nu door onder andere de verdachte wordt gebruikt. Als er uit hevige emoties is gereageerd, dan zijn deze emoties door andere omstandigheden veroorzaakt zoals het ongeremde effect van alcohol en het handelen in groepsverband. Naar oordeel van de rechtbank is het geweld tegen [slachtoffer] vanaf dat moment dat hij op de grond viel bedoeld om [slachtoffer] een lesje te leren. De verdachte kan voor dat geweld geen geslaagd beroep doen op noodweerexces en daarvoor strafbaar.

Ook voor feit 2 geldt dat dit een strafbaar feit is en dat de verdachte daarvoor ook strafbaar is.

5. Straf

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot:

een gevangenisstraf van 14 maanden, waarvan een gedeelte van 91 dagen onvoorwaardelijk met aftrek van het voorarrest, en het overige gedeelte voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar;

een taakstraf van 240 uur, te vervangen door 120 dagen hechtenis als de verdachte deze taakstraf niet of niet goed uitvoert.

Standpunt van de verdediging

De verdediging voert aan dat de verdachte veel dreigt de verliezen als hij opnieuw in detentie komt. Verder verzoekt de verdediging rekening te houden met het feit dat hij sinds zijn schorsing niet opnieuw met justitie in aanraking is gekomen. Tot slot verzoekt de verdediging rekening te houden met de samenloop van beide feiten.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank legt aan de verdachte een gevangenisstraf op voor de duur van 60 dagen, met aftrek van het voorarrest.

Daarnaast legt de rechtbank een taakstraf van 180 uur op, te vervangen door 90 dagen hechtenis indien de verdachte deze taakstraf niet of niet goed uitvoert, waarvan een gedeelte van 60 uur subsidiair 30 dagen hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

Bij het bepalen van deze straffen houdt de rechtbank rekening met de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder de verdachte de feiten heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee.

Ernst en omstandigheden van de feiten

De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan fors geweld. Dit is een ernstig strafbaar feit. Hoewel [slachtoffer] als eerste geweld heeft gebruikt, zijn de verdachte en zijn medeverdachten bij hun reactie de grenzen van noodzakelijke verdediging ruimschoots te buiten gegaan. Het door de verdachte en zijn medeverdachten toegepaste geweld, bestaande uit het slaan en schoppen tegen het lichaam en hoofd, is ernstig, en had zeer ernstige gevolgen kunnen hebben. Er mag van geluk worden gesproken dat dat niet is gebeurd. Over de aard van het letsel is weliswaar beperkte informatie beschikbaar, maar [slachtoffer] heeft verklaard veel pijn te hebben gehad. Die verklaring vindt steun in de letselfoto’s die zich in het dossier bevinden. De rechtbank rekent dit de verdachte aan.

Dit soort geweld heeft niet alleen grote impact op het slachtoffer, maar veroorzaakt ook gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving. Meerdere omstanders hebben het incident op straat zien gebeuren, wat ook voor hen een bedreigende en ingrijpende ervaring moet zijn geweest. Ook dat rekent de rechtbank de verdachte aan.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

De rechtbank houdt rekening met het strafblad van de verdachte van 25 juli 2026. Daaruit blijkt dat de verdachte twee keer eerder is veroordeeld voor een geweldsdelict. De rechtbank neemt dit in strafverzwarende zin mee.

Verder houdt de rechtbank rekening met een rapportage van Reclassering Nederland van 6 augustus 2026. Uit dit rapport volgt dat het risico op recidive en het risico op het onttrekken aan voorwaarden als laag worden ingeschat en het risico op letsel als gemiddeld. Verder volgt uit het rapport dat de verdachte zijn leven in algemene zin op orde heeft; hij heeft een gezin en werkt fulltime. De reclassering ziet aanwijzingen voor problematiek op het gebied van emotieregulatie en impulscontrole. De reclassering ziet echter geen aanleiding voor het opleggen van bijzondere voorwaarden. Wel ziet de reclassering in de omstandigheid dat de verdachte mogelijk zijn baan verliest als gevolg van detentie een reden om geen gevangenisstraf op te leggen. Voor het opleggen van een taakstraf of geldboete ziet de reclassering geen reden om dat niet te doen.

Strafkader

De rechtbank acht de gedragingen van de verdachte en zijn medeverdachten ernstig. Een straf is hiervoor dan ook op zijn plaats.

Bij de bepaling van de straf houdt de rechtbank er rekening mee dat de verdachte en zijn groep niet met het geweld zijn begonnen en dat [medeverdachte 3] , zijn minderjarige neefje, als eerste werd aangevallen. Ook acht de rechtbank de eerdere veroordelingen van de verdachte strafverzwarend. Verder weegt de rechtbank mee dat de verdachte al ongeveer 3 maanden in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht en daarmee voor een deel de gevolgen van het strafbare feit al heeft ervaren.

De rechtbank vindt het belangrijk dat de verdachte de gevolgen van het strafbare feit ervaart. Daarom legt de rechtbank aan de verdachte een taakstraf van 180 uur op, te vervangen door 90 dagen hechtenis indien hij deze taakstraf niet of niet goed uitvoert. Van die taakstraf wordt 60 uur voorwaardelijk opgelegd met een proeftijd van twee jaar. Deze straf is nodig om duidelijk te maken dat dit gedrag echt niet wordt geaccepteerd en ook als stok achter de deur om te voorkomen dat de verdachte zoiets nog een keer doet. Daarnaast legt de rechtbank een gevangenisstraf op van 60 dagen, met aftrek van het voorarrest. Dit betekent dat de verdachte in principe niet opnieuw de gevangenis in moet.

De voorlopige hechtenis

De rechtbank zal het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opheffen.

6. Vordering benadeelde partij

Vordering van de benadeelde partij

[slachtoffer] heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte hoofdelijk te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 5.000,- voor de feiten 1 en 2, vermeerderd met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit een vergoeding van immateriële schade (smartengeld). Verder verzoekt de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat bij de vordering rekening dient te worden gehouden met een mate van eigen schuld van de benadeelde en acht een bedrag van € 1.000,- billijk. De officier van justitie heeft gevorderd om dit bedrag bij iedere verdachte voor een eigen deel toe te wijzen, tot een bedrag van € 200,-, zonder toepassing van de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de verdediging

Primair verzoekt de verdediging om de vordering niet-ontvankelijk te verklaren, gelet op het verzoek om vrijspraak dan wel ontslag van alle rechtsvervolging.

Subsidiair verzoekt de verdediging om de vordering niet-ontvankelijk te verklaren, omdat de behandeling daarvan een onevenredige belasting van het strafproces oplevert. De mate van eigen schuld zou nader door een deskundige moeten worden beoordeeld. Daarnaast is het gestelde letsel niet onderbouwd.

Meer subsidiair verzoekt de verdediging, indien de rechtbank een vergoeding op zijn plaats acht, de vordering toe te wijzen tot maximaal enkele honderden euro’s.

Oordeel van de rechtbank

Immateriële schadevergoeding

Vergoeding van immateriële schade is op grond van art. 6:106 aanhef en sub b Burgerlijk Wetboek (BW) onder meer mogelijk als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen. De vordering is grotendeels gebaseerd op het oogletsel dat de benadeelde partij zou hebben opgelopen. De vordering is echter niet onderbouwd met medische stukken waaruit blijkt dat daadwerkelijk sprake is van het letsel zoals is gesteld. De vordering tot schadevergoeding zal daarom grotendeels worden afgewezen. Wel is de rechtbank van oordeel dat vaststaat dat de benadeelde partij enig lichamelijk letsel van tijdelijke aard heeft opgelopen als gevolg van het door de verdachte gepleegde strafbare feit. Hiervoor is een vergoeding op zijn plaats.

Voor de vaststelling van de hoogte van de immateriële schadevergoeding zoekt de rechtbank aansluiting bij de ‘Rotterdamse schaal’. Dit betreft een ordening van smartengeldbedragen bij letsel en andere persoonsaantastingen en bevat indicaties voor het toekennen van een passende immateriële schadevergoeding. De rechtbank hanteert de volgende uitgangspunten bij het gebruik van de Rotterdamse schaal voor de vaststelling van de immateriële schade. De Rotterdamse schaal wordt uitsluitend gebruikt als hulpmiddel. Daartoe kijkt de rechtbank naar de indicatieve smartengeldbedragen die worden genoemd bij de voor deze zaak toepasselijke categorie van de Rotterdamse schaal. Deze bedragen betrekt de rechtbank bij de billijkheidsafweging. In de onderhavige zaak valt het letsel van de benadeelde partij naar het oordeel van de rechtbank onder de categorie 13c van de Rotterdamse schaal (licht letsel, herstelperiode van ongeveer twee maanden). De rechtbank neemt het in die categorie genoemde bedrag van € 1.100,- tot uitgangspunt.

Gelet op artikel 6:101 BW kan de schadevergoedingsverplichting van de verdachte worden verminderd als sprake is van medeschuld (of eigen schuld) van de benadeelde partij. Als sprake is van eigen schuld van de benadeelde partij, kan de schade worden verdeeld over de benadeelde partij en de verdachte, evenredig aan de mate waarin zij hebben bijgedragen aan het ontstaan van de schade. De rechtbank gaat in dit geval uit van een percentage eigen schuld van 50%.

Gelet op de Rotterdamse Schaal, de bedragen die in soortgelijke zaken worden toegekend als schadevergoeding, en de eigen schuld van de benadeelde, is de rechtbank van oordeel dat een vergoeding van € 500,- billijk is. De rechtbank wijst de vordering van de benadeelde partij daarom tot dat bedrag toe. De rechtbank wijst het meer gevorderde af.

Wettelijke rente

Het toegewezen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd, te weten 14 september 2025, tot de dag dat de verdachte de schadevergoeding volledig heeft betaald.

Hoofdelijkheid

Omdat de verdachte de strafbare feiten waarvoor schadevergoeding wordt toegekend samen met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor samen aansprakelijk (juridische term: hoofdelijk aansprakelijk). Anders dan de officier van justitie ziet de rechtbank geen aanleiding om een pondspondsgewijze verdeling van de schade toe te wijzen. De verdachte en zijn mededaders zijn voor het gehele bedrag aansprakelijk, en zij dienen onderling regres te nemen. Voor zover een van de mededaders een bedrag aan de benadeelde partij heeft betaald, hoeft de verdachte dat deel van de schadevergoeding niet meer aan de benadeelde partij te betalen.

Veroordeling in kosten (nihil)

Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. In dit geval hebben zowel de verdachte als de benadeelde partij op punten ongelijk gekregen. Omdat de verdachte aansprakelijk is voor de schade die door het door hem gepleegde feit is ontstaan en omdat een substantieel deel van de gevorderde schade wordt toegewezen, moet de verdachte de kosten vergoeden die de benadeelde partij heeft gemaakt. De rechtbank is van oordeel dat op dit moment niet vaststaat dat de benadeelde daarvoor kosten heeft gemaakt en begroot de kosten daarom op nihil.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte op, zodat (kort gezegd) de benadeelde partij de schadevergoeding niet zelf bij de verdachte hoeft te incasseren, maar dat de Staat dit voor hem doet.

Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 september 2025 tot de dag dat het volledige bedrag is betaald.

Als de verdachte de schadevergoeding niet (volledig) betaalt, kan gijzeling (een vorm van vrijheidsbeneming van de verdachte) worden toegepast voor de duur van 5 dagen. De gijzeling komt niet in de plaats van de verplichting om te betalen. Ook als gijzeling wordt toegepast, blijft de verdachte dus verplicht om de schadevergoeding te betalen.

Omdat de verdachte de strafbare feiten waarvoor schadevergoeding wordt toegekend samen met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor samen aansprakelijk (juridische term: hoofdelijk aansprakelijk). Voor zover een van de mededaders een bedrag aan de benadeelde partij of aan de Staat heeft betaald, hoeft de verdachte dat deel van de schadevergoeding niet meer aan de benadeelde partij of aan de Staat te betalen.

7. Vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf

De politierechter van de rechtbank Midden-Nederland heeft aan de verdachte in de zaak met parketnummer 16-083016-23 op 29 september 2023 een geldboete van € 800,-, subsidiair 16 dagen hechtenis, voorwaardelijk opgelegd met een proeftijd van 2 jaar.

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie eist dat de rechtbank de vordering toewijst, zodat de voorwaardelijk aan de verdachte opgelegde straf ten uitvoer wordt gelegd. Volgens de officier van justitie heeft de verdachte zich niet gehouden aan de algemene voorwaarde dat hij zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig mag maken aan een strafbaar feit.

Standpunt van de verdediging

De advocaat verzoekt primair de vordering tot tenuitvoerlegging af te wijzen, gelet op het verzoek om vrijspraak. Subsidiair heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Oordeel van de rechtbank

De verdachte heeft zich binnen de proeftijd opnieuw schuldig gemaakt aan strafbare feiten. Het gaat weer om een geweldsfeit. Om die redenen zal deze straf alsnog ten uitvoer gelegd worden. Dat betekent dat de verdachte alsnog de geldboete van € 800,- moet betalen.

8. Toegepaste wetsartikelen

De opgelegde straffen en maatregel zijn gebaseerd op de volgende wetsartikelen:

- artikel 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 45, 47, 55, 141, 302 van het Wetboek van Strafrecht.

9. De beslissing

vordering tot tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf

De rechtbank:

bewezenverklaring

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;

strafbaarheid verdachte

- verklaart de verdachte strafbaar voor het onder feit 1 en 2 bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 60 dagen;

- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

- veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 180 uur;

- beveelt dat voor het geval de verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 90 dagen hechtenis;

- bepaalt dat van de taakstraf een gedeelte van 60 uur subsidiair 30 dagen hechtenis, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene voorwaarden niet heeft nageleefd;

- als voorwaarde geldt dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- stelt daarbij een proeftijd van 2 jaar vast;

vordering tot schadevergoeding [slachtoffer] (feit 1 en 2)

- wijst de vordering toe;

- gelast de tenuitvoerlegging van de door de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland bij vonnis van 29 september 2023, parketnummer 16-083016-23, opgelegde voorwaardelijke geldboete van € 800,-, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 16 dagen;

voorlopige hechtenis

- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

pDit vonnis is gewezen door mr. S.C. Hagedoorn, voorzitter, mr. S.M. van Meer en mr. F.D.M. Osinga, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K. Dam als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 31 augustus 2026.

De oudste rechter en de jongste rechter zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Bijlage I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

feit 1

hij op of omstreeks 14 september 2025 te Amsterdam

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om

opzettelijk een ander, te weten [slachtoffer]

van het leven te beroven, die [slachtoffer]

- die [slachtoffer] langere tijd met kracht meermalen, althans eenmaal op het hoofd, en/of op/tegen het lichaam heeft/hebben gestampt

- die [slachtoffer] langere tijd met kracht meermalen, althans eenmaal tegen het hoofd, en/of op/tegen het lichaam heeft getrapt/hebben getrapt

- die [slachtoffer] langere tijd met kracht meermalen, althans eenmaal tegen het hoofd, en/of op/tegen lichaam heeft/hebben (met de vuist) geslagen

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 14 september 2025 te Amsterdam

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

aan een ander, te weten [slachtoffer]

opzettelijk

zwaar lichamelijk letsel, te weten verminderd zicht van 20% bij beide ogen heeft

toegebracht, door

- die [slachtoffer] langere tijd met kracht meermalen, althans eenmaal op het hoofd, en/of op/tegen het lichaam heeft/hebben gestampt

- die [slachtoffer] langere tijd met kracht meermalen, althans eenmaal tegen het hoofd, en/of op/tegen het lichaam heeft getrapt/hebben getrapt

- die [slachtoffer] langere tijd met kracht meermalen, althans eenmaal tegen het hoofd, en/of op/tegen lichaam heeft/hebben (met de vuist) geslagen;

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 14 september 2025 te Amsterdam

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om

aan een ander, te weten [slachtoffer]

opzettelijk

zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,

- die [slachtoffer] langere tijd met kracht meermalen, althans eenmaal op het hoofd, en/of op/tegen het lichaam heeft/hebben gestampt

- die [slachtoffer] langere tijd met kracht meermalen, althans eenmaal tegen het hoofd, en/of op/tegen het lichaam heeft getrapt/hebben getrapt

- die [slachtoffer] langere tijd met kracht meermalen, althans eenmaal tegen het hoofd, en/of op/tegen lichaam heeft/hebben (met de vuist) geslagen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

feit 2

hij op of omstreeks 14 september 2025 te Amsterdam

openlijk, te weten, in de Halvemaansteeg, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats,

in vereniging

geweld heeft gepleegd tegen een of meer personen, te weten [slachtoffer]

welk in vereniging gepleegde geweld bestond uit

- die [slachtoffer] langere tijd met kracht meermalen, althans eenmaal op het hoofd, en/of op/tegen het lichaam heeft/hebben gestampt

- die [slachtoffer] langere tijd met kracht meermalen, althans eenmaal tegen het hoofd, en/of op/tegen het lichaam heeft getrapt/hebben getrapt

- die [slachtoffer] langere tijd met kracht meermalen, althans eenmaal tegen het hoofd, en/of op/tegen lichaam heeft/hebben (met de vuist) geslagen

terwijl het door verdachte gepleegde geweld enig lichamelijk letsel ten gevolge heeft;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 14 september 2025 te Amsterdam

openlijk, te weten, in de Halvemaansteeg, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats,

in vereniging

geweld heeft gepleegd tegen een of meer personen, te weten [slachtoffer]

welk in vereniging gepleegde geweld bestond uit

- die [slachtoffer] langere tijd met kracht meermalen, althans eenmaal op het hoofd, en/of op/tegen het lichaam heeft/hebben gestampt

- die [slachtoffer] langere tijd met kracht meermalen, althans eenmaal tegen het hoofd, en/of op/tegen het lichaam heeft getrapt/hebben getrapt

- die [slachtoffer] langere tijd met kracht meermalen, althans eenmaal tegen het hoofd, en/of op/tegen lichaam heeft/hebben (met de vuist) geslagen.

Bijlage II: Bewijsmiddelen

Een proces-verbaal van bevindingen, inhoudende een beschrijving van camerabeelden, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op de camerabeelden is te zien dat de aangeefsters [getuige 1] en [getuige 2] omstreeks op 14 september 2025 om 05:11:34 uur samen met een voor mij, verbalisant, onbekende vrouw vanuit de richting van het Rembrandtplein aan komen lopen over de Halve Maansteeg in Amsterdam. De aangever [slachtoffer] loopt, in het bijzijn van een voor mij onbekende man, aan de linkerzijde (in beeld) gelijk met de aangeefsters [getuige 1] en [getuige 2] op. Achter de aangeefster loopt, naar wat uit later camerabeelden blijkt, een groep van vijf (5) personen, waaronder de verdachten [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] .

De aangeefsters worden vermoedelijk aangesproken door [medeverdachte 3] . Deze gaat voor de aangeefsters staan. De overig genoemde verdachten voegen zich bij hem en gaan eveneens voor de aangeefsters staan, waardoor zij niet verder kunnen lopen. De aangever [slachtoffer] loopt op dat moment nog aan de linkerzijde van de Halve Maansteeg en is gesprek met een voor mij onbekende man.

De later aangever [slachtoffer] loopt vervolgens naar de groep toe en strekt zijn rechterarm en geeft de verdachte [medeverdachte 3] met zijn rechterhand/ vuist een vermoedelijk een duw of stoot op zijn hoofd en/of duwt hem bij het hoofd weg. Op de bewegende beelden is te zien dat het hoofd van de verdachte [medeverdachte 3] naar achteren beweegt.

[slachtoffer] beweegt daarna naar achteren en neemt een gevechtshouding aan. [medeverdachte 3] beweegt naar [slachtoffer] toe, waarbij het erop lijkt dat hij hem met zijn rechterarm/vuist een klap wil geven. [slachtoffer] beweegt zijn lichaam naar achteren en wordt op dat moment niet door [medeverdachte 3] geraakt. [medeverdachte 3] raakt hierop uit balans.

De aangever [slachtoffer] komt hierop tegenover de verdachten [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] en een derde onbekend gebleven verdachte te staan. De aangever [slachtoffer] raakt in eerste instantie in gevecht met de verdachte NN1, waarbij beide elkaar een stoot in het gezicht lijken te geven om vervolgens met elkaar in een worsteling terecht te komen. Tijdens de worsteling tussen de aangever [slachtoffer] en de verdachte NN1 is te zien dat de verdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] beide met hun rechterarm en gebalde rechter- vuist naar de aangever [slachtoffer] toe bewegen. De verdachte [medeverdachte 1] lijkt vervolgens met zijn rechterarm en gebalde rechtervuist een slaande beweging naar het hoofd van de aangever [slachtoffer] .

Tegelijkertijd is te zien dat de verdachte [medeverdachte 2] zijn rechterarm met gebalde rechtervuist naar achteren beweegt om deze vervolgens met kracht naar het hoofd van de aangever [slachtoffer] brengt en hem een slag/ stoot tegen het hoofd geeft. De aangever [slachtoffer] komt vervolgens tegenover, danwel wordt min of meer omsingeld door de verdachten [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 1] en NN1. Voor zover vast te stellen maken al deze verdachten slaande bewegingen naar het hoofd en lichaam van de aangever [slachtoffer] . De verdachte [medeverdachte 4] (rechts in beeld) is op dat moment nog niet actief betrokken bij het incident.

Nadat de aangever [slachtoffer] op de grond terecht is gekomen, wordt hij direct omsingeld door alle verdachten. De verdachte [medeverdachte 4] geeft vervolgens met zijn linkerbeen een tweetal trappen tegen het lichaam van de aangever [slachtoffer] . Gezien de positie van de aangever [slachtoffer] lijkt hij hem op diens rug te raken. Hij beweegt hierbij zijn rechterarm naar achteren, waardoor het vermoeden ontstaat dat hij dit met kracht doet.

Vervolgens zet de verdachte NN1 enkele passen naar voren, brengt zijn rechterbeen naar achteren en schopt de aangever [slachtoffer] gezien diens positie, met kracht, vermoedelijk tegen het hoofd. Doordat er een persoon tussen de camera en de aangever [slachtoffer] staat is dit echter niet duidelijk te zien.

De verdachte [medeverdachte 2] loopt naar de aangever [slachtoffer] toe, heft zijn linkerbeen op en trapt de aangever [slachtoffer] , waarbij hij hem aan de bovenzijde van de rug, ter hoogte van de nek/ het hoofd raakt.

De aangever [slachtoffer] probeert overeind te komen, waarop de verdachte [medeverdachte 2] hem opnieuw met zijn linkerbeen een trap geeft. Vermoedelijk raakt hij de aangever [slachtoffer] op het hoofd, al is dit op beeld is niet duidelijk te zien. Ondertussen staat de verdachte [medeverdachte 3] over de aangever [slachtoffer] . Doordat er meerdere personen tussen hem en de camera staan is niet duidelijk zichtbaar welke handelingen hij op dat moment uitvoert.

Wel is zichtbaar dat de verdachte NN1 weer naar aangever [slachtoffer] toeloopt, die half overeind is gekomen, en hem een opnieuw, met zijn rechterbeen, een trap geeft. Doordat er een persoon tussen de camera en de aangever [slachtoffer] staat is niet duidelijk waar deze precies geraakt wordt.

De aangever [slachtoffer] komt daarop half overeind. Terwijl hij dit doet wil de verdachte NN1 hem opnieuw een trap geven. Daarna is te zien dat de verdachte [medeverdachte 1] de aangever [slachtoffer] een trap met zijn rechterbeen geeft. Doordat er personen tussen de camera en de aangever [slachtoffer] staan is niet duidelijk te zien waar hij door de verdachte [medeverdachte 1] geraakt wordt.

Ondertussen staat de verdachte [medeverdachte 3] nog steeds over de aangever [slachtoffer] gebogen. Doordat er personen tussen de camera en de aangever [slachtoffer] staan is niet te zien welke handelingen hij precies uit- voert. Wel is zichtbaar dat de verdachte [medeverdachte 3] zowel zijn linker- als rechterarm omhoog brengt om deze daarna in de richting van de aangever van [slachtoffer] te bewegen.

Vervolgens is te zien dat de verdachte [medeverdachte 2] met zijn linkerbeen opnieuw een trappende beweging naar de aangever [slachtoffer] maakt, waarbij hij deze op het hoofd/ in het gezicht raakt. De aangever [slachtoffer] valt na de trap van de verdachte [medeverdachte 2] terug op de grond, waar hij enige tijd roerloos blijft liggen.

Een proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ze vielen mijn vriendin lastig. Ik heb hun geslagen en toen gingen ze allemaal op mij. Iemand zei dat ik op de grond beland ben en geschopt ben tegen mijn hoofd. Ik heb een snee in mijn hoofd en een klein beetje druk aan de linkerzijde van mijn hoofd. Ik kijk ook een beetje wazig.

Een proces-verbaal van aanvullend verhoor aangever [slachtoffer] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik kom net uit het ziekenhuis. Ik heb nu pijn aan mijn hoofd, nek, rug. Mijn gezicht doet vooral heel erg pijn en is paars/blauw. Ik zie ook wazig.

Een proces-verbaal van aangifte door [getuige 2] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 14 september 2025, omstreeks 05.15 uur, was ik in Amsterdam met een groep collega's. Ik liep in de Halvemaansteeg toen ik plotseling een gevecht zag op het einde van die straat. Ik zag dat er een hele groep, ik denk ongeveer 5 personen, één persoon helemaal in elkaar aan het trappen was. Ze waren aan het schoppen en slaan tegen zijn hoofd terwijl hij op de grond lag.

Een proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] bij de rechter-commissaris, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende:

Op een gegeven moment kregen zij ruzie met [slachtoffer] , dat ging allemaal heel snel. Op

een gegeven moment sloeg een van hen [slachtoffer] op de grond. Ik weet natuurlijk niet precies

wie. Daarna gingen ze met z’n allen op hem. Hij lag op de grond en ik zag dat. Ik had niet verwacht dat ze met z’n allen erop zouden gaan. Ik dacht dat ze zouden stoppen toen hij op de grond lag. Op een gegeven moment lag hij met zijn hoofd richting mij en werd hij tegen zijn hoofd geschopt.

Een proces-verbaal van bevindingen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Camera 101 Halvemaansteeg

Op deze camera is het incident te zien waarbij de aangevers belaagd worden en de

verdachten wegrennen in de richting van het Rembrandtplein.

Ik zie om 05:12:35 uur dat de verdachte hierna te noemen NN1 weg rent van het incident in de richting van het Rembrandtplein.

Ik kan NN1 als volgt omschrijven:

- Man

- Blanke/licht getinte huidskleur

- Donkerkleurig haar

- Donkerkleurige baard

- Groenkleurige jas

- Witkleurig T-shirt of trui

- Donkerkleurige spijkerbroek

- Donkerkleurige schoenen

Camera 103 Rembrandtplein(richting Amstelstraat)

Ik zie om 05:13:56 uur dat alle 5 de verdachten onder de camera doorlopen komende uit de richting van de halvemaansteeg en gaande in de richting van de Blauwbrug. Ik zie dat NN1 zijn jas heeft uitgetrokken en deze in/over zijn arm/hand mee neemt. Ik zie dat 4 van de verdachten in eens beginnen te rennen maar NN1 blijft gewoon doorlopen. Ik zie dat er in het beeld twee politieagenten verschijnen die achter de verdachten aanlopen.

Camera 104 Amstelstraat/Blauwbrug

Ik zie om 05:15:30 dat NN1 aan het einde van de Amstelstraat, in de richting van de Blauwbrug, de straat oversteekt. Ik zie dat de camera draait richting twee andere verdachten die reeds zijn aangehouden. Hierdoor zie ik niet waar NN1 heen is gelopen.

Camera 102 Paardensteeg

Ik zie dat NN1 uit de richting van de Blauwbrug komt lopen de kant van de gebouwen en

loopt in de richting van de Halvemaansteeg. Ik zie dat NN1 nog steeds zijn jas over

zijn arm heeft hangen en hij gewoon rustig loopt. Ik zie dat NN1 onder de camera

doorloopt en uit het zicht verdwijnt.

Onderzoek politiesystemen

Ik heb onderzoek gedaan naar de verdachte middels de voor mij beschikbare politiesystemen. Toen ik bij de verdachte [medeverdachte 2] , keek met wie hij gecontroleerd was zag ik dat er een registratie was met nog een broer van de gebroeders [naam] genaamd [verdachte] geboren [2004] te [geboorteplaats] . Ik zag dat [verdachte] een politiefoto had in het systeem. Als ik deze foto vergelijk met NN1 zie ik dat deze personen heel erg op elkaar lijken.

Een proces-verbaal van bevindingen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Ik heb de camerabeelden van de Icebar gevorderd omdat ik na het camerabeelden onderzoek het vermoeden had dat NN1 langs de Icebar was gelopen. Ik heb de beelden bekeken en ik zie dat NN1 vanaf de Amstelstraat de Amstel op loopt en vervolgens op zijn telefoon bezig is als hij langs de Icebar loopt. Ik zie namelijk dat NN1 qua uiterlijke kenmerken overeenkomt met een politie foto van de persoon [verdachte] geboren [2003] . Ik zie dat de neus en haarlijn hetzelfde zijn. Ook zie ik als ik de camerabeelden bekijk dat NN1 gelijkenissen vertoond met [verdachte] namelijk de wenkbrauwen en baard. Ik durf met zekerheid te zeggen dat uit het onderzoek van de camerabeelden en het onderzoek in de politiesystemen, NN1 [verdachte] is.

Een proces-verbaal van bevindingen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Om aan te tonen dan wel uit te sluiten dat de verdachte [verdachte] betrokken zou zijn bij de poging doodslag en op het moment van het incident in Amsterdam zou zijn werden de historische verkeersgegevens gevorderd van het telefoonnummer [telefoonnummer] . Uit de aangeleverde gegevens kon worden opgemaakt dat het telefoonnummer [telefoonnummer] op 14 september 2025, vanaf 00.13 uur tot en met 06.05 uur, gebruik maakte van cell-id's in Amsterdam

14-9-2026 | 04:46:44 | Rembrandtplein 35 | Amsterdam

14-9-2026 | 05:16:12 | Waterloopln 243-309 | Amsterdam

14-9-2026 | 05:16:47 | Rembrandtplein 35 | Amsterdam

14-9-2026 | 05:19:13 | Damrak 1-5 | Amsterdam

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand