RECHTBANK Midden-Nederland
Team Insolventie
Zittingsplaats Lelystad
Rekestnummer: NL:TZ:2615079:R-RK
Vonnis van 23 juli 2026
op het verzoek van
[verzoeker] ,
geboren op [geboortedatum] 1971 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] , [postcode] [woonplaats] ,
verzoeker, hierna te noemen [verzoeker] ,
tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Samenvatting
[verzoeker] heeft verzocht om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling.
De rechtbank wijst het verzoek af.
1. De procedure
De procedure bestaat uit:
- het schuldsaneringsverzoekschrift met bijlagen;
- de zitting van woensdag 15 juli 2026, waarbij aanwezig waren:
- [verzoeker] ;
- [A.] en [B.] , namens [Advocatenkantoor] .
De uitspraak is bepaald op vandaag.
2. Het verzoek
[verzoeker] verzoekt om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling, waarbij hij ook verzoekt om de ingangsdatum van de termijn van de schuldsanering op een eerdere datum te bepalen. Volgens [verzoeker] heeft hij een schuldenlast die hij niet zelf kan aflossen.
3. De beoordeling
De rechtbank is van oordeel dat [verzoeker] niet-ontvankelijk is in zijn verzoek om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling, omdat het verzoek niet voldoet aan de wettelijk voorgeschreven vereisten. De rechtbank overweegt daartoe als volgt. Het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling moet in beginsel worden voorafgegaan aan een deugdelijke poging om tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen. Het minnelijk traject is gestart in 2022 en loopt dus al geruime tijd. Uit het verzoekschrift blijkt dat er op 18 maart 2024 een aanbod is gedaan aan de schuldeisers. Vervolgens is er op 18 november 2024 een rectificatie van het minnelijk voorstel gestuurd aan de schuldeisers. Het is daarmee bijna twee jaar geleden dat er een aanbod aan de schuldeisers is gedaan. Bovendien zijn in het aanbod niet alle schulden meegenomen, zo ontbreken de ontnemingsvorderingen op de schuldenlijst. Na het aanbod is er, behalve met het CJIB, geen contact meer geweest met de schuldeisers. Het is denkbaar dat schuldeisers, meer dan twee jaar later, anders op een aanbod reageren dan twee jaar geleden. Nu er recentelijk geen minnelijk aanbod is gedaan op basis van de huidige informatie en het minnelijk traject dus niet volledig is doorlopen, zal de rechtbank [verzoeker] niet-ontvankelijk verklaren in zijn verzoek om toegelaten te worden tot de schuldsaneringsregeling.
Geheel ten overvloede overweegt de rechtbank nog dat als [verzoeker] wel ontvankelijk in zijn verzoek zou zijn geweest, zijn verzoek zou zijn afgewezen omdat onvoldoende aannemelijk is dat hij ten aanzien van het onbetaald laten van zijn schulden de afgelopen drie jaar te goeder trouw is geweest. Zo blijken er twee ontnemingsvorderingen te zijn waarvan de laatste in 2024 onherroepelijk is geworden en dat is binnen de drie-jaarstermijn. Daarnaast zijn er recent nog boetes opgelegd aan [verzoeker] , ook die boetes zijn niet ter goeder trouw.
Daar komt bij dat het verzoekschrift niet compleet en niet juist is. Over de schuldenlijst heeft de schuldhulpverlener verklaard dat die na het gedane aanbod in 2024 niet meer is gecontroleerd en nagelopen. Het is dus maar de vraag of de schuldenlijst op dit moment klopt. Van de schuldeisers die het gedane aanbod hebben geweigerd, is geen kopie van hun weigering bijgevoegd.
Er wordt verder een verzoek gedaan voor een eerdere ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling, overigens eerder dan de datum van de wetswijziging die dat mogelijk heeft gemaakt, maar er is geen berekening van het vrij te laten bedrag (vtlb) bijgevoegd over de afgelopen jaren. Tevens is er geen informatie bijgevoegd over het inkomen van [verzoeker] in de afgelopen jaren. Het is dus niet duidelijk of er voldoende is gespaard. Daar komt bij dat [verzoeker] op dit moment 20 uur werkt en heeft verklaard dat hij ook een periode niet heeft gewerkt. Er is niet aanvullend gesolliciteerd, althans daar zijn geen bewijsstukken van bijgevoegd, noch is een medische verklaring of rapport overgelegd waaruit blijkt dat [verzoeker] niet meer kan werken dan die 20 uur. Derhalve is ook niet voldaan aan de inspanningsplicht. Een goede reden daarvoor is niet gebleken. Dit gebrek aan inspanning om zoveel mogelijk inkomen te verkrijgen en te kunnen sparen voor de schuldeisers, geeft geen goede indruk. Het roept de vraag op of [verzoeker] zich in een wettelijke schuldsaneringsregeling wel voldoende zal inspannen.
Het verzoekschrift geeft tot slot onvoldoende informatie over de (financiële) situatie van [verzoeker] nu en in de afgelopen jaren. Er zijn bankafschriften overgelegd waarvan een deel is afgeplakt. De rechtbank heeft op verzoek aanvullende afschriften ontvangen, maar van een andere bank en rekeningnummer. Op beide bankafschriften zijn nauwelijks uitgaven aan bijvoorbeeld boodschappen te zien. Dat roept de vraag op of de bankafschriften een volledig beeld geven van de financiële situatie van [verzoeker] . Op de bankafschriften is ook te zien dat er bedragen van derden worden ontvangen. [verzoeker] heeft daarover verklaard dat hij zaterdags bijklust in auto’s. Los van de vraag hoe dat zich verhoudt tot het niet meer dan 20 uur kunnen werken, is dat extra inkomen dat niet meegenomen is in het aanbod of in het verzoekschrift. [verzoeker] heeft aangegeven dat hij de bedragen laat storten om transparant te zijn, maar dit inkomen wordt niet meegenomen in de aangifte inkomstenbelasting. Al met al kan de rechtbank zich niet aan de indruk onttrekken dat er informatie ontbreekt dan wel achtergehouden wordt. Gelet op het bovenstaande is niet aannemelijk gemaakt dat [verzoeker] de verplichtingen in de wettelijke schuldsaneringsregeling zal nakomen.
Ter zitting heeft [verzoeker] verklaard niet op de hoogte te zijn van de vereisten voor het minnelijk- en wettelijk traject. Door personele wisselingen bij de schuldhulpverlener heeft het dossier ook lang stilgelegen. De rechtbank wil [verzoeker] meegeven dat wanneer hij de hiervoor genoemde omstandigheden en punten op orde en onder controle heeft gekregen hem niets in de weg staat een nieuw verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling te doen.
4. De beslissing
De rechtbank:
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek.
Dit is de beslissing van mr. E.T.M. Schoevaars, rechter, in samenwerking met F.M. Hanse, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 23 juli 2026.