ECLI:NL:RBMNE:2026:6067

ECLI:NL:RBMNE:2026:6067

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 23-07-2026
Datum publicatie 31-08-2026
Zaaknummer 23-7-2026
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

CBM. Opheffing bewind, na instelling met spoed wegens een melding bij Veilig Thuis.

Uitspraak

Beschikking van de kantonrechter

Met betrekking tot:

[betrokkene] ,

geboren te [plaats 1] op [1961] ,

volgens de Basisregistratie Personen ingeschreven te [adres] ,

[postcode 1] [plaats 2] ,

gemachtigde: mr. A.M.C.A. Ippel,

hierna te noemen: betrokkene,

over wiens goederen bewind wordt gevoerd door:

[A] h.o.d.n. [onderneming 1] ,

correspondentieadres: Postbus [postbusnummer] ,

[postcode 2] [plaats 3] .

De procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

Op 12 mei 2026 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Verschenen zijn:

Op een later tijdstip zijn bij de mondelinge behandeling aangesloten:

- de heer [D] en mevrouw [E] .

De griffier heeft aantekeningen gemaakt van hetgeen is besproken tijdens de zitting.

Nadien heeft de kanonrechter ontvangen:

- een brief van 22 mei 2026 van de gemachtigde van betrokkene;

- een brief van 9 juli 2026 van de gemachtigde van betrokkene.

De feiten

Bij beschikking van 20 maart 2026 is er een bewind ingesteld over de goederen van betrokkene als gevolg van zijn lichamelijke of geestelijke toestand met benoeming van

[A] h.o.d.n. [onderneming 1] tot bewindvoerder.

Vanwege een melding bij Veilig Thuis over mogelijk financieel misbruik is het bewind met spoed ingesteld zonder betrokkene te horen. De kantonrechter heeft een zitting bepaald om partijen achteraf te horen op 12 mei 2026.

In het verweerschrift van 8 mei 2026 vraagt gemachtigde namens betrokkene om primair het verzoek tot onderbewindstelling over de goederen van betrokkene alsnog af te wijzen en subsidiair, voor zover vereist, het ingestelde bewind over de goederen van betrokkene met terugwerkende kracht op te heffen vanaf 20 maart 2026 althans met onmiddellijke ingang op te heffen.

De beoordeling

De officier van Justitie heeft bij verzoek van 16 maart 2026 verzocht om de goederen van betrokkene onder bewind te stellen als gevolg van zijn lichamelijk of geestelijke toestand. De reden van het verzoek is een melding van de Rabobank bij Veilig Thuis. Op 12 februari 2026 heeft betrokkene een bedrag van € 690.519,52 ontvangen vanuit de derdengeldrekening van de notaris. Dit betrof de netto-opbrengst van de verkoop van zijn woning. Betrokkene heeft vervolgens binnen drie uur € 691.000,- overgeboekt naar een Turkse bankrekening op naam van de heer [D] (hierna te noemen: [D] ). De Rabobank heeft deze transactie afgekeurd en heeft een melding gedaan bij Veilig Thuis.

Uit de rapportage van Veilig Thuis blijkt dat betrokkene de Rabobank app heeft laten registreren op het telefoontoestel van een vriend. Het gesprek met betrokkene over de beweegredenen van de transactie verliep moeizaam. Het doel van de betaling bleef onduidelijk en [D] heeft zich agressief en opdringerig opgesteld. Er werd druk gezet op de uitvoering van de betaling en er werd gedreigd met juridische stappen.

Betrokkene kan zich niet vinden in de instelling van het bewind over zijn goederen. De veronderstelling dat er sprake zou zijn van financieel misbruik is pertinent onjuist. Betrokkene is al 25 jaar zeer goed bevriend met [D] . Gezien zijn gezondheidssituatie en pensioen is het zijn persoonlijke wens om te emigreren naar Turkije. [D] heeft deze wens ook. Vanwege zijn Turkse achtergrond heeft betrokkene gevraagd om hem te helpen bij het aankopen van een woning in Turkije. Aanvankelijk bestond het voornemen het bedrag over te maken naar [D] , zodat hij namens betrokkene de praktische zaken rondom de aankoop kon regelen.

Inmiddels heeft betrokkene besloten hier vanaf te zien. Hij wenst nu een eigen rekening in Turkije te openen. Betrokkene wenst uitdrukkelijk te benadrukken dat er geen sprake is van financieel misbruik. De feitelijke omstandigheden wijzen juist in tegenovergestelde richting. De heer [D] heeft betrokkene juist financieel ondersteund en geholpen. [D] heeft ten behoeve van de verkoop van de woning van betrokkene de renovatie- en verbouwingswerkzaamheden van in totaal ongeveer € 85.000,- voorgeschoten. Verder diende op verzoek van de bank een doorlopend krediet van betrokkene te worden beëindigd, betrokkene heeft dat bedrag geleend van zijn accountant, ook deze schuld van ongeveer

€ 33.000,- heeft [D] voor betrokkene voldaan.

Betrokkene heeft zich vrijwillig laten onderzoeken bij [onderneming 2] teneinde iedere twijfel omtrent zijn geestelijke vermogen weg te nemen. Uit dit onderzoek volgt expliciet dat bij betrokkene geen cognitieve stoornissen zijn vastgesteld. De kantonrechter heeft ter zitting geconstateerd dat betrokkene navolgbaar kan vertellen over wat er heeft gespeeld in zijn leven.

Veilig Thuis heeft tijdens de zitting toegelicht dat de overboeking van bijna 7 ton van betrokkene naar [D] volledig afweek van het klantbeeld waardoor er zorgen zijn ontstaan over financieel misbruik. Door het spoedig in laten stellen van bewind is er rust ontstaan en kan er nagegaan worden of er daadwerkelijk sprake is van misbruik.

Tijdens de zitting heeft de bewindvoerder aangegeven dat hij geconstateerd heeft dat er in 2025 sprake was van een vrij normaal bestedingspatroon. In 2026 is dat veranderd door de verkoop van de woning. Wat de bewindvoerder wel opvallend vond was de verkoop van vermoedelijk goud in december 2025 en daarna een grote overboeking naar [D] .

Betrokkene heeft ter zitting verteld dat hij goud heeft verkocht en daarna € 22.000,- naar [D] heeft overgemaakt als terugbetaling van door [D] voorgeschoten bedragen. Hij vindt het moeilijk om zijn bankzaken digitaal te regelen en vertrouwt op dit punt volledig op de hulp van het gezin van [D] . Hij heeft ter zitting verzekerd dat hij zich niet het kaas van zijn brood zou laten eten.

[D] heeft tijdens de zitting verklaard dat de band met betrokkene verder gaat dan vriendschap en dat hij bedragen voor betrokkene heeft voorgeschoten om de emigratie en de verkoop van zijn woning te kunnen versnellen. Betrokkene heeft last van zijn gezondheid, het klimaat in Turkije zou goed voor hem zijn. [D] heeft gesteld dat hij betaalbewijzen kan overleggen van de voorgeschoten bedragen.

De kantonrechter heeft ter zitting kenbaar gemaakt dat de gang van zaken rondom de overboekingen naar [D] begrijpelijkerwijs ernstige zorgen heeft gebaard bij de bank en Veilig Thuis. Ook bij de kantonrechter heeft dit geleid tot zodanige zorgen dat er met spoed een beschermingsbewind is ingesteld. Betrokkene heeft zijn leven lang hard gewerkt voor zijn geld en de revenuen daarvan dienen dan ook aan betrokkene ten goede te komen en niet aan een derde.

De kantonrechter heeft ter zitting verder aangegeven dat zij overweegt om het bewind op te heffen als er stukken worden overlegd waaruit blijkt dat de kosten van de verbouwing van de woning en de aflossing van het doorlopend krediet daadwerkelijk zijn betaald door [D] en als er een bewijs wordt overlegd van het openen van een Turkse bankrekening op naam van betrokkene, waarop de opbrengst van de woning kan worden gestort.

Bij brief van 22 mei 2026 heeft de gemachtigde betaalbewijzen overgelegd waaruit volgt dat [D] de twee facturen ten behoeve van betrokkene heeft voldaan. Het gaat om de rekening van € 33.000,- aan de accountant van betrokkene en meerdere betalingen van in totaal

€ 84.433,80 inzake de verbouwing van de voormalige woning van betrokkene. De bijbehorende factuur is eveneens bijgevoegd. Voor het openen van een Turkse bankrekening op naam van betrokkene is een Turks adviesbureau ingeschakeld. Bij de brief is een Engelstalige verklaring gevoegd waaruit blijkt welke stappen betrokkene dient te doorlopen voor het openen van een Turkse bankrekening.

Bij brief van 9 juli 2026 heeft de gemachtigde bewijsstukken verstrekt van het openen van een Turkse bankrekening op naam van betrokkene. Het betreft een bankrekening in zowel Turkse lira als euro’s.

Nu er aan de eerder ter zitting door de kantonrechter gestelde voorwaarden is voldaan, is er voldoende zekerheid dat de opbrengst van de woning van betrokkene niet in verkeerde handen zal vallen en is er dus geen grond meer om het bewind in stand te laten. Het bewind zal daarom worden opgeheven. De kantonrechter gaat ervan uit dat het geld van betrokkene wordt overgemaakt naar de Turkse bankrekening op naam van betrokkene en niet naar de bankrekening van [D] .

De beslissing

De kantonrechter:

- heft het bewind ten behoeve van [betrokkene] op met ingang van 1 augustus 2026.

Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden, locatie Arnhem:

a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.A.A.T. Engbers

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand