ECLI:NL:RBMNE:2026:609

ECLI:NL:RBMNE:2026:609

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 13-02-2026
Datum publicatie 24-02-2026
Zaaknummer 12033270 \ UV EXPL 25-344
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Verhuurder laat huurder niet toe in de gehuurde garage. Kantonrechter veroordeelt verhuurder dit wel te doen op straffe van een dwangsom

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Utrecht

Zaaknummer: 12033270 \ UV EXPL 25-344

Vonnis in kort geding van 13 februari 2026

in de zaak van

[eiser] ,

wonend in [woonplaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser] ,

gemachtigde: mr. W.B. Lisi,

tegen

[gedaagde] ,

wonend in [woonplaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

niet verschenen.

1. De procedure

[eiser] heeft [gedaagde] op 7 januari 2026 gedagvaard voor de kantonrechter. De kantonrechter heeft vervolgens een mondelinge behandeling bepaald.

De mondelinge behandeling heeft op 6 februari 2026 plaatsgevonden. [eiser] was aanwezig met zijn gemachtigde, mr. W.B. Lisi. [gedaagde] was niet aanwezig. De kantonrechter heeft aan [eiser] een aantal vragen gesteld en de griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat tijdens de mondelinge behandeling is besproken. Ten slotte heeft de kantonrechter bepaald dat het vonnis vandaag wordt uitgesproken.

2. De kern van de zaak

[eiser] heeft met de vader van [gedaagde] een huurovereenkomst gesloten, waarbij zij zijn overeengekomen dat [eiser] de garage aan de [adres] te [plaats] zou huren van de vader van [gedaagde] . De huurovereenkomst loopt tot en met 31 december 2029 en [eiser] heeft de volledige huursom al betaald. De vader van [gedaagde] is inmiddels overleden en [gedaagde] is eigenaar geworden van de woning. [gedaagde] heeft nu de garage afgesloten van de stroomvoorziening, waardoor de roldeur niet meer open kan. [eiser] kan daardoor niet meer naar binnen. In dit kort geding vordert [eiser] dat [gedaagde] de garage weer aansluit op de stroomvoorziening, zodat [eiser] de garage weer in kan. De kantonrechter wijst deze vordering toe.

3. De beoordeling

Toetsingskader

[gedaagde] is op 6 februari 2026 niet op de mondelinge behandeling verschenen. Uit de dagvaarding is gebleken dat hij op de juiste manier voor de zitting is opgeroepen. [eiser] heeft tijdens de mondelinge behandeling ook een verklaring overgelegd van de deurwaarder dat [gedaagde] ingeschreven stond op het adres waar de dagvaarding is achtergelaten, ten tijde van het uitbrengen van de dagvaarding. De kantonrechter heeft daarom verstek tegen [gedaagde] verleend. Dit betekent dat de vorderingen tegen hem worden toegewezen, tenzij de kantonrechter vindt dat deze onrechtmatig of ongegrond zijn.

Spoedeisend belang

Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. De kantonrechter moet daarom eerst beoordelen of [eiser] bij die voorziening een spoedeisend belang heeft. Van een spoedeisend belang is sprake wanneer een onmiddellijke voorziening nodig is en van [eiser] niet kan worden verlangd dat hij de uitkomst van een bodemprocedure afwacht.

De kantonrechter is van oordeel dat [eiser] spoedeisend belang heeft bij een voorlopige voorziening. [eiser] heeft aannemelijk gemaakt dat [gedaagde] de garage van de stroomvoorziening heeft afgesloten, waardoor [eiser] de garage niet meer naar binnen kan en hij dus geen gebruik kan maken van het door hem gehuurde. Hiermee is de spoedeisendheid gegeven.

[gedaagde] moet de garage weer aansluiten op de stroomvoorziening

[eiser] wil dat [gedaagde] de garage weer aansluit op de stroomvoorziening. Als grondslag hiervoor heeft hij gesteld dat het onderdeel was van de huurovereenkomst dat [gedaagde] elektra en water aan de garage zou leveren. Volgens [eiser] heeft [gedaagde] dit niet gedaan, waardoor [eiser] nu geen toegang heeft tot de garage omdat de roldeur niet omhoog kan. [gedaagde] heeft deze stellingen niet betwist omdat hij niet is verschenen. De vorderingen van [eiser] komen de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zullen daarom worden toegewezen.

De gevorderde dwangsom wordt toegewezen

[eiser] vermoedt dat [gedaagde] geen uitvoering aan het vonnis zal geven als er geen financiële prikkel aan verbonden is. Ook hier heeft [gedaagde] niets tegenin gebracht. De kantonrechter bepaalt daarom dat [gedaagde] een dwangsom moet betalen van € 200,00 per dag met een maximum van € 15.000,00 wanneer [gedaagde] de garage niet aansluit op de stroomvoorziening en daarmee de toegang tot de garage aan [eiser] blijft ontzeggen.

[gedaagde] moet de proceskosten betalen

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

153,77

- griffierecht

93,00

- salaris gemachtigde

577,00

- nakosten

21,50

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

845,27

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

Uitvoerbaar bij voorraad

De kantonrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is gevorderd door [eiser] . Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de kantonrechter geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.

4. De beslissing

De kantonrechter

veroordeelt [gedaagde] om, binnen 24 uur na betekening van dit vonnis, [eiser] de onbelemmerde toegang te verschaffen en blijven verschaffen tot de garage aan de [adres] te [woonplaats] ,

veroordeelt [gedaagde] om, binnen 24 uur na betekening van dit vonnis, aan de garage aan de [adres] te [woonplaats] voorzieningen van water en elektriciteit te leveren,

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] een dwangsom te betalen van € 200,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat hij niet aan de veroordeling in 4.1 en 4.2 voldoet, tot een maximum van € 15.000,00 is bereikt,

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 845,27, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.S. Koppert en in het openbaar uitgesproken op 13 februari 2026.

62938

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?