RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 augustus 2026 in de zaak tussen
[eiser] , te [plaats] , eiser,
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/410
en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht, verweerder.
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser van 14 januari 2025 tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 16 december 2024, waarbij zijn bezwaar gericht tegen de onroerende zaakbelasting en de rioolheffing ongegrond is verklaard.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. De heffingsambtenaar heeft de aanslag voor het belastingjaar 2023 vernietigd omdat deze ten onrechte is opgelegd. Het geschil tussen eiser en heffingsambtenaar houdt daardoor op te bestaan. Aangezien niet is gebleken van enig belang bij vernietiging van het bestreden besluit, moet het beroep wegens het ontbreken van procesbelang niet-ontvankelijk worden verklaard.
3. De heffingsambtenaar heeft in het bericht van 21 juli 2025 laten weten dat het griffierecht vergoed zal worden. Met de vernietiging van de aanslag onroerende zaakbelasting en de aanslag rioolheffing is de heffingsambtenaar volledig tegemoet gekomen aan het beroep van eiser.
4. De rechtbank heeft eiser op 22 juli 2025,8 oktober 2025 en 5 november 2025 berichten gestuurd, waarin aan eiser is gevraagd of het bericht van de heffingsambtenaar van 21 juli 2025 voor eiser een reden is om zijn beroep in te trekken. Eiser heeft hier niet op gereageerd.
5. De rechtbank stelt vast dat er met de vernietiging van de aanslag onroerende zaakbelasting en de aanslag rioolheffing geen procesbelang meer bestaat bij een oordeel over het beroep. Eiser kan namelijk niet meer bereiken dan wat hij heeft bereikt. Het beroep is dan ook niet-ontvankelijk.
6. De heffingsambtenaar moet wel het griffierecht aan eiser betalen.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van L.S. Lith, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 augustus 2026.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.