RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16/275049-25
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 3 september 2026 in de strafzaak van:
[verdachte] ,
geboren op [2000] in [gemeente] ,
ingeschreven op het adres:
[ades] , [postcode] in [plaats] ,
(hierna: de verdachte).
1. Zitting
De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 13 augustus 2026. Het onderzoek is gesloten op 3 september 2026.
Op de zitting waren aanwezig:
2. Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:
primair
op 22 september 2025 te Vinkeveen, als bestuurder van een personenauto zich op de Bonkestekersweg zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, door met een hogere snelheid dan de toegestane snelheid te rijden, zijn voertuig niet tijdig tot stilstand te brengen en geen voorrang te verlenen aan een voetganger, [slachtoffer] , waardoor [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht waaruit tijdelijke ziekte of verhindering van de normale bezigheden is ontstaan;
subsidiair
op 22 september 2025 te Vinkeveen, op de hiervoor beschreven manier gevaar en/of hinder op de weg heeft veroorzaakt.
De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.
3. Bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft gepleegd door aanmerkelijk onvoorzichtig en oplettend te rijden. De officier van justitie vindt niet bewezen dat de verdachte roekeloos heeft gereden.
De standpunten van de officier van justitie worden – voor zover van belang voor de beoordeling – besproken in paragraaf 3.3.
Standpunt van de verdediging
De advocaat verzoekt de rechtbank om de verdachte vrij te spreken van het primair ten laste gelegde feit. De advocaat voert hiertoe aan dat er geen sprake is van roekeloosheid en dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is voor de onderdelen zwaar lichamelijk letsel en tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden.
Met betrekking tot de bewezenverklaring van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW), heeft de advocaat zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
De advocaat voert verschillende verweren over het bewijs. Deze worden - voor zover van belang voor de beoordeling - hierna besproken onder paragraaf 3.3.
Oordeel van de rechtbank
Bewijsmiddelen feit 1 primair
De rechtbank oordeelt dat feit 1 primair is bewezen. De rechtbank baseert dit oordeel op de bewijsmiddelen die in bijlage II van dit vonnis staan.
Bewijsoverweging
Inleiding
Op 22 september 2025 heeft er in Vinkeveen een verkeersongeval plaatsgevonden op de Bonkestekersweg ter hoogte van bushalte Waverbancken. Dit is binnen de bebouwde kom. Bij dit ongeval waren een personenauto en een voetganger betrokken. De verdachte was de bestuurder van de personenauto. De voetganger was het slachtoffer [slachtoffer] .
De genoemde weg heeft twee rijstroken, die in tegenovergestelde richtingen lopen. De maximaal toegestane snelheid op deze weg was 30 km/uur. Dit wordt ter plaatse aangeduid door een bord. Ter hoogte van de plaats van het ongeval ligt aan beide zijden van de weg een bushalte. De bushaltes liggen grotendeels op een platform dat verhoogd is ten opzichte van het wegdek. Tussen de lager gelegen gedeeltes van de bushaltes loopt een voetgangersoversteekplaats over de rijstroken heen. Op de rijstrook van de verdachte ligt voor de voetgangersoversteekplaats een snelheidsbeperkende maatregel in de vorm van een drempel.
Ten tijde van het verkeersongeval stond er bij de bushalte een bus stil op de voor de verdachte tegengestelde rijstrook. Achter de bus bevond zich de voetgangersoversteekplaats. De verdachte naderde de voetgangersoversteekplaats, waar het slachtoffer op dat moment wilde oversteken. De verdachte heeft het slachtoffer aangereden en zij heeft daardoor letsel opgelopen.
Juridisch kader
De verdachte wordt er primair van beschuldigd dat hij artikel 6 WVW heeft overtreden, doordat hij schuld heeft gehad aan een verkeersongeval, waardoor het slachtoffer letsel heeft opgelopen. Om deze schuld te bewijzen, is het nodig dat kan worden vastgesteld dat dit verkeersongeval heeft plaatsgevonden doordat de verdachte zich als verkeersdeelnemer op zijn minst aanmerkelijk onvoorzichtig of aanmerkelijk onoplettend heeft gedragen. Hiervan is sprake wanneer de verkeershandelingen van de verdachte die tot het ongeval hebben geleid, tekortschoten ten opzichte van de handelingen die van een gemiddelde verkeersdeelnemer in een vergelijkbare verkeerssituatie mogen worden verwacht.
De verdachte heeft aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend gehandeld
De rechtbank overweegt dat de verdachte voorafgaand aan het ongeval meerdere verkeersfouten heeft begaan. Immers, hij reed harder dan de op die weg toegestane maximumsnelheid, terwijl hij niet kon zien wat er achter de bus gebeurde, hij bracht zijn voertuig niet tijdig tot stilstand en hij verleende geen voorrang aan een voetganger bij een voetgangersoversteekplaats.
Uit de verkeersanalyse van de politie blijkt dat de verdachte de voetgangersoversteekplaats heeft benaderd met een snelheid van tenminste 58 km/u, waarbij over de gehele periode van 5 seconden voorafgaand aan de botsing het rempedaal niet door de verdachte werd bediend. De toegestane maximumsnelheid bedroeg ter hoogte van het verkeersongeval 30 km/u en er lag een drempel om nog eens extra te benadrukken dat langzaam gereden moest worden. Daarnaast was er sprake van een onoverzichtelijke verkeerssituatie. De rijbaan waarop de verdachte reed werd aan de linkerzijde geflankeerd door een stilstaande lijnbus en aan de rechterzijde door de verhoging van een busplatform, waardoor er geen mogelijkheid was om uit te wijken. De lijnbus ontnam voor de verdachte het zicht op de helft van het zebrapad dat daar pal achter lag en de verdachte erkent ook dat hij niet goed kon zien wat achter die bus gebeurde. Gelet op deze omstandigheden is het overschrijden van de maximum snelheid extra verwijtbaar.
Naar het oordeel van de rechtbank is de verdachte met de bewezenverklaarde gedragingen tekortgeschoten ten opzichte van het verkeersgedrag dat van een gemiddelde verkeersdeelnemer in een vergelijkbare situatie mag worden verwacht. In het geval zich een onoverzichtelijke verkeerssituatie voordoet, wordt er namelijk extra oplettendheid verkeersdeelnemers vereist. De rechtbank is ook van oordeel dat het gedrag van de verdachte heeft geleid tot het ongeval. Dat de verdachte schuld heeft gehad aan het ongeval staat daarmee dan ook vast.
De rechtbank is van oordeel dat er geen sprake is van roekeloosheid. De officier van justitie en de verdediging komen tot dezelfde conclusie, zodat de rechtbank dit niet verder zal motiveren. De rechtbank is van oordeel dat de verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend heeft gehandeld.
Letsel van het slachtoffer
Het slachtoffer [slachtoffer] heeft aan het ongeval letsel overgehouden. Het slachtoffer heeft in haar verklaring van 22 oktober 2025 verklaard dat ze een gebroken been heeft opgelopen door het ongeval en daarvoor geopereerd moest worden waarbij een plaat in haar been is geplaatst. Ze kon een tijd niet lopen en was erg vermoeid. Ze ging maar een paar uur per dag naar school en ze werd door vriendinnen naar school gebracht en van school gehaald. Uit de medische informatie van het Amsterdam Universitair Medisch Centrum van 23 september 2025 blijkt dat er sprake is van een distala crurisfractuur rechts (de rechtbank begrijpt: een breuk in het rechteronderbeen) en wordt een post-operatief beleid voorgesteld, hetgeen bevestigt dat het slachtoffer aan de breuk is geopereerd.
De vraag die de rechtbank moet beantwoorden, is of dit letsel in juridische zin kan worden aangemerkt als zwaar lichamelijk letsel. Volgens de rechtspraak van de Hoge Raad moet bij de beoordeling hiervan (in ieder geval) worden gekeken naar de aard van het letsel, de noodzaak en de aard van medisch ingrijpen en het uitzicht op (volledig) herstel.
Zoals hierboven benoemd is er sprake geweest van medisch ingrijpen door middel van een operatie. Uit de medische informatie blijkt dat zij een aantal weken geen druk mocht uitoefenen op haar been en gedurende drie maanden geen contactsporten mocht beoefenen. Naar gewoon spraakgebruik kan dit letsel als zwaar lichamelijk letsel worden aangeduid.
Daarnaast blijkt uit de verklaring van het slachtoffer dat zij verhinderd was in de uitoefening van haar normale bezigheden. Uit haar verklaring blijkt namelijk dat ze geen volledige schooldagen kon meedraaien en dat zij niet meer zelfstandig naar school kon gaan. Zij moest worden gebracht en gehaald door vriendinnen.
De rechtbank oordeelt dat is bewezen dat het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen door het ongeval en dat hieruit tijdelijke verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.
Conclusie
De rechtbank is van oordeel dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan overtreding van artikel 6 WVW.
Bewezenverklaring
De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:
op 22 september 2025 te Vinkeveen, gemeente De Ronde Venen als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een personenauto ( [.] ), daarmede rijdende over de weg, de Bonkestekersweg, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door , aanmerkelijk, onvoorzichtig en onoplettend, - ongeveer 58 km/u te rijden en aldus de krachtens de Wegenverkeerswet 1994 vastgestelde maximumsnelheid van 30 km/u te overschrijden, - het voertuig niet tijdig tot stilstand te brengen en - geen voorrang te verlenen aan een voetganger (te weten [slachtoffer] ) waardoor een ander, te weten [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel, werd toegebracht en zodanig letsel dat daaruit tijdelijke verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden ontstond.
De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.
4. Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:
overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht
Strafbaarheid feit en verdachte
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.
5. Straf
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot:
een taakstraf van 120 uur, te vervangen door 60 dagen hechtenis als de verdachte deze taakstraf niet of niet goed uitvoert;
een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen (rijontzegging) van 6 maanden.
Standpunt van de verdediging
De advocaat voert ten aanzien van de strafmaat aan dat de verdachte is geraakt door het incident en er spijt van heeft. Hij stond open voor mediation, maar dit is niet van de grond gekomen. Het gaat om een oudere zaak en de verdachte is in de tussentijd niet met politie en justitie in aanraking gekomen. Daarnaast heeft de verdachte zijn rijbewijs nodig voor zijn werk. De advocaat verzoekt de rechtbank een geheel voorwaardelijke rijontzegging op te leggen, indien er wordt gedacht aan het opleggen van een dergelijke sanctie.
Oordeel van de rechtbank
Bij het bepalen van deze straffen houdt de rechtbank rekening met de ernst van het gepleegde feit en de omstandigheden waaronder de verdachte dit feit heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee.
Ernst en omstandigheden van het feit
De verdachte heeft door zijn handelen een ernstig verkeersongeval op de weg veroorzaakt. Er stond een bord om aan te geven dat de maximale toegestane snelheid 30 km/u was en er waren verkeersdrempels. Verdachte reed bijna twee keer zo hard. Dat was op die plek, bij een bushalte, een voetgangersoversteekplaats en een school totaal niet verantwoord. De verbalisant die in het kader van het politieonderzoek een remproef uitvoerde schrijft dat hij het erg spannend vond om dat daar met die snelheid te doen zonder controle over het voertuig te verliezen. Door meerdere verkeersovertredingen te begaan, waaronder het te hard rijden, heeft de verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend gehandeld. Als direct gevolg van dit verkeersgedrag heeft de verdachte het slachtoffer aangereden, waardoor zij zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. Zij heeft hier veel last van gehad en het heeft ook haar ouders veel stress bezorgd. Met zijn rijgedrag heeft de verdachte daarnaast ook de algehele verkeersveiligheid op onacceptabele wijze in gevaar gebracht.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
Bij haar beslissing heeft de rechtbank kennis genomen van het strafblad van de verdachte van 1 juli 2026, waaruit blijkt dat verdachte in de afgelopen vijf jaar niet voor een dergelijk verkeersfeit is veroordeeld. Hiermee wordt niet in strafmatigende of strafverzwarende zin rekening gehouden.
Strafkader
Bij het bepalen van de soort straf en de hoogte daarvan heeft de rechtbank acht geslagen op de ernst van de gedragingen van de verdachte en op uitspraken in vergelijkbare zaken. Er wordt bij de strafoplegging gekeken naar de gevolgen van het ongeval, maar de straf moet ook in verhouding blijven met de ernst van de gemaakte verkeersfout en de mate van schuld van de verdachte aan het ongeval.
Om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen, werken strafrechters met oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Deze zijn gebaseerd op opgelegde straffen in andere, vergelijkbare zaken. Het oriëntatiepunt voor meerderjarigen voor het veroorzaken van een verkeersongeval met aanmerkelijke schuld met als gevolg voor het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel is een taakstraf van 120 uur en een rijontzegging van 6 maanden. Dat is ook de eis van de officier van justitie.
De verdediging heeft aangevoerd dat de verdachte zijn rijbewijs nodig heeft om zijn werk als keukenmonteur te kunnen doen en een inkomen te kunnen verwerven. De verdachte is sinds het ongeval niet opnieuw in aanraking gekomen met justitie voor verkeersfeiten.
De rechtbank ziet in deze persoonlijke omstandigheden van de verdachte aanleiding om de rijontzegging geheel voorwaardelijk op te leggen. De verdachte krijgt hiermee een kans zijn rijbewijs te behouden. Daar staat tegenover dat de rechtbank voor het geval hij opnieuw de fout in gaat als voorwaardelijk strafdeel een langere rijontzegging zal opleggen dan de gevorderde 6 maanden.
Gelet op dit alles legt de rechtbank aan de verdachte op een taakstraf van 120 uur en een ontzegging van de rijbevoegdheid van 9 maanden, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
6. Toegepaste wetsartikelen
De opgelegde straffen zijn gebaseerd op de volgende wetsartikelen:
7. De beslissing
De rechtbank:
bewezenverklaring
strafbaarheid feit
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1. is vermeld;
strafbaarheid verdachte
- verklaart de verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;
straf
Dit vonnis is gewezen door mr. L.M. Reijnierse, voorzitter, mr. S.D. Groen en mr. S.E. Garvelink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. van der Steege als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 3 september 2026.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 22 september 2025 te Vinkeveen, gemeente De Ronde Venen
als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een personenauto ( [.]
),
daarmede rijdende over de weg, de Bonkestekersweg,
zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft
plaatsgevonden
roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,
- ongeveer 58 km/u te rijden en aldus de krachtens de Wegenverkeerswet 1994
vastgestelde maximumsnelheid van 30 km/u te overschrijden,
- het voertuig niet tijdig tot stilstand te brengen en/of
- geen voorrang te verlenen aan een voetganger (te weten [slachtoffer] )
waardoor een ander, te weten [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel, werd toegebracht
en/of zodanig letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening
van de normale bezigheden ontstond
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij op of omstreeks 22 september 2025 te Vinkeveen, gemeente De Ronde Venen als
bestuurder van een voertuig (personenauto, [.] ), daarmee rijdende op
de weg, Bonkestekersweg,
- ongeveer 58 km/u te rijden en aldus de krachtens de Wegenverkeerswet 1994
vastgestelde maximumsnelheid van 30 km/u te overschrijden,
- het voertuig niet tijdig tot stilstand te brengen en/of
- geen voorrang te verlenen aan een voetganger (te weten [slachtoffer] ), door welke
gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon
worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon
worden gehinderd.
Bijlage II: Bewijsmiddelen
- de verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 3 september 2026:
Toen ik bij de bushalte op de Bonkestekerweg kwam aanrijden, stond er een bus bij de bushalte geparkeerd op de rijstrook in de tegenstelde rijrichting. Achter de bus lag de voetgangersoversteekplaats. Ik kon niet goed zien wat er achter de bus gebeurde. Als iemand achter de bus vandaan komt, dan zit diegene gelijk op mijn rijstrook. Het meisje kwam achter de bus vandaan en ik zag haar te laat. Ik heb haar aangereden.
- een proces-verbaal van aanrijding misdrijf, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Locatie ongeval
Datum: 22 september 2025
Plaats: Vinkeveen, De Ronde Venen
Maximum snelheid: 30 km per uur
Vermoedelijke toedracht
Op 22 september 2025 heeft er een verkeersongeval met zwaar lichamelijk letsel heeft plaats gevonden. Het verkeersongeval vond plaats tussen twee verkeersdeelnemers, zijnde een motorvoertuig, een personenauto en een voetganger. Het verkeersongeval vond plaats op de Bonkestekerweg te Vinkeveen.
De voetganger stak de rijbaan over, achter de autobus langs. Zij liep over de VOP. De personenauto passeerde de stilstaande autobus, de bestuurder verleende geen voorrang aan de voetganger die over de VOP liep. Bij het passeren van de VOP en ten tijde van het verkeersongeval heeft de bestuurder met en hogere snelheid gereden dan plaatselijk was toegestaan. Uit het onderzoek van de Forensische Opsporing is er indicatie van 58 km, dus een overschrijding van 28 km zonder correctie. Hierdoor ontstond het verkeersongeval, waarbij de voetganger zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen.
Betrokken 1 (voertuig) Voertuig personenauto [kenteken] [.] Eigenaar/tenaamgestelde/bestuurder: [verdachte]
Betrokken 2 (persoon) Achternaam: [slachoffer (achternaam)] Voornamen: [slachtoffer (voornamen)]
Letsel
Bij het ongeval heeft onderstaand persoon letsel opgelopen.
Achternaam: [slachoffer (achternaam)]
Voornamen: [slachtoffer (voornamen)]
- een proces-verbaal forensisch onderzoek plaats delict, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Samenvatting Op maandag 22 september 2025 omstreeks 15:37 uur, had op de Bonkestekersweg, gelegen binnen de als zodanig aangegeven bebouwde kom van Vinkeveen in de gemeente De Ronde Venen een verkeersongeval plaatsgevonden. Bij dit verkeersongeval waren een personenauto ( [.] ) en een voetgangster (12-jarig meisje) betrokken. De personenauto bereed de Bonkestekersweg komende uit de richting van de Reigerstraat en gaande in de richting van de Mijdrechtsdwarsweg. De toegestane maximumsnelheid bedroeg ter hoogte van het verkeersongeval 30 km/u. Ter hoogte van het verkeersongeval was aan beide zijden van de weg een bushalte gesitueerd. Gezien vanuit de rijrichting van de personenauto stond ter hoogte van de linker bushalte een lijnbus gehalteerd. De voetgangster stak de Bonkestekersweg, via de voetgangersoversteekplaats, gezien vanuit de rijrichting van de bestuurder van de personenauto, van links naar rechts over. Het zicht van de bestuurder van de personenauto op de voetgangster werd door de stilstaande lijnbus verhindert evenals het zicht van de voetgangster op de personenauto. De personenauto kwam vervolgens met de linker voorzijde in botsing met de voetgangster die ongeveer 20 meter werd weggeworpen en ten gevolge van de aanrijding zwaar lichamelijk letsel had opgelopen. De personenauto kwam vervolgens ongeveer 15,4 meter na het midden van de voetgangersoversteekplaats tot stilstand. De voetgangersoversteekplaats werd voor de bestuurder van de personenauto doormiddel van het bord voetgangersoversteekplaats (model L02 van bijlage 1 van het RVV 1990) aangeduid. Ter hoogte bushaltes waren een snelheidsbeperkende verhogingen aangebracht.
De gereden snelheid van de personenauto hadden wij doormiddel van een viertal methoden vastgesteld. 1. Op basis van de data uit de Event Data Recorder afkomstig uit de personenauto: Een snelheid van 58 km/u op het moment van botsen. 2. Op basis van een vergelijkende remproef: Een snelheid van 60,7 km/u bij de aanvang van de noodremming. 3. Op basis van de gemiddelde remvertraging vastgesteld doormiddel van een vijftal remproeven: Een snelheid van 59,3 km/u bij de aanvang van de noodremming. 4. Op basis van een snelheidsanalyse van camerabeelden: Een indicatieve gemiddelde snelheid van 60km/u over een traject van 51 meter voorafgaand aan de botsing.
Conclusie : De bestuurder van de personenauto had de voetgangersoversteekplaats benaderd met een snelheid van tenminste 58 km/u waarbij over de gehele periode van 5 seconden voorafgaand aan de botsing het rempedaal niet werd bediend door de bestuurder van de personenauto. De toegestane maximumsnelheid bedroeg ter hoogte van het verkeersongeval 30 km/u.
- een process-verbaal van verklaring slachtoffer, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
V: Wat kun je vertellen over het letsel dat je hebt overgehouden aan het verkeersongeval?
A: Gebroken been. Ik kan al een tijd niet meer lopen. Ik moet straks een keer geopereerd worden om het plaatje in mijn been weer eruit te halen.
V: Hoe gaat het op school?
A: Ik ga niet hele dagen, maar een paar uur op een dag. Als ik thuis ben, ben ik wel erg vermoeid. Ik kan niet alleen naar school, ik word door vriendinnen naar school gebracht en weer naar huis gebracht.
- de geneeskundige verklaring van [slachtoffer] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Naam: [slachtoffer] .
Geb. datum: [2012]
CONCLUSIE/DIAGNOSE
Distale crurisfractuur R na HET wv Anteromediale benadering: 3-gats
Medartis 3.5 plaat
BELEID
Post-operatief beleid:
Gipsspalk tot wondgenezing; been hoog 2 dagen, wondco 2 dagen via gipskamer, bij rustige wond gips af.
4 wk voetcontact met krukken, daarna uitbreiden ogv klachten in 4 wk naar 100%.
Drie maanden geen risico/contactsporten.
Retour 2 wk diff poli voor HV + wondcontrole
Retour 4 wk poli [..] + x-co