RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familierecht
Locatie Lelystad
Zaaknummer: C/16/612382 / FL RK 26-665
Voorlopige voorzieningen
Beschikking van 2 september 2026
in de zaak van:
[de man] ,
ingeschreven in [plaats] ,
hierna te noemen: de man,
advocaat mr. J.A. Wesdorp, kantoorhoudende in Almere,
tegen
[de vrouw] ,
wonende in [plaats] ,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat mr. L.D.H. Lesmeister, kantoorhoudende in Almere.
1. Het procesverloop
De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen:
het verzoekschrift van de man (met bijlagen), binnengekomen op 1 juni 2026;
het bericht van de man (met bijlagen) via F9-formulier, binnengekomen op
22 juli 2026;
- het verweerschrift met daarin een zelfstandig verzoek van de vrouw (met bijlagen), binnengekomen op 6 augustus 2026.
De verzoeken zijn behandeld tijdens de mondelinge behandeling (zitting) van 19 augustus 2026. Daarbij waren aanwezig:
de man met zijn advocaat;
de vrouw (via videoverbinding vanuit het ziekenhuis) met haar advocaat.
2. De feiten
Partijen zijn met elkaar getrouwd.
3. De verzoeken
De vrouw wil scheiden en heeft hiertoe een verzoekschrift tot echtscheiding ingediend. De man vraagt de rechtbank in deze procedure om een voorlopige voorziening te treffen. Dat is een tijdelijke maatregel die geldt voor de duur van de echtscheidingsprocedure.
De man verzoekt de rechtbank te bepalen:
- dat de man gedurende de echtscheidingsprocedure (al dan niet) uitsluitend gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] in [plaats] en het gebruik van de bij die woning en tot die inboedel behorende zaken.
De vrouw is het niet eens met het verzoek van de man. Zij verzoekt de rechtbank het verzoek van de man af te wijzen. Als zelfstandig verzoek verzoekt de vrouw de rechtbank te bepalen:
- dat aan de vrouw het uitsluitend gebruik van de woning aan de [adres] in [plaats] en het gebruik van de bij die woning behorende inboedel toekomt.
4. De beoordeling
De rechtbank zal bepalen dat alleen de man de woning aan de [adres] in [plaats] mag gebruiken. Dat betekent dat de vrouw de woning moet verlaten en zonder toestemming van de man niet meer mag betreden. De rechtbank neemt deze beslissing om de volgende redenen.
De rechtbank stelt allereerst vast dat de situatie van beide partijen schrijnend is. De vrouw is ongeneeslijk ziek en verblijft - zo lijkt het - regelmatig in het ziekenhuis. De levensverwachting van de vrouw was ruim een jaar geleden nog maar 18 maanden. De vrouw heeft tijdens de zitting verteld dat haar tumor is ingekapseld, waardoor haar levensverwachting mogelijk is verlengd. De vrouw kon hierover tijdens de zitting geen uitsluitsel geven, omdat er pas op 18 september 2026 - dus na de zitting - opnieuw een scan zal worden gemaakt. De man heeft op verzoek van de vrouw begin april 2026 de echtelijke woning verlaten. De vrouw heeft daarna de sloten van de woning veranderd en melding gedaan bij de gemeente [.] dat de man niet meer in de woning verblijft. De gemeente heeft de man van het adres aan de [adres] in [plaats] uit de gemeentelijke basisadministratie geschreven. Omdat de man geen toegang meer tot de echtelijke woning heeft en hij ook geen alternatieve verblijfplaats heeft, is hij dakloos geworden. De man overnacht sindsdien de meeste nachten in zijn auto.
De man heeft tijdens de zitting voorgesteld dat de vrouw bij toewijzing van zijn verzoek voorlopig nog in de woning kan blijven totdat zij een andere plek heeft gevonden. Maar de vrouw ziet het niet zitten om samen met de man in de woning te zijn door alles wat de man heeft gedaan. Zij wil zonder de man in de woning blijven. Omdat het partijen niet is gelukt om tijdens de (schorsing van de) zitting afspraken te maken over het gebruik van de woning is het aan de rechtbank om een belangenafweging te maken. In dit geval vindt de rechtbank - hoe zwaar de belangen van de vrouw ook wegen - dat het belang van de man om in de woning te blijven wonen zwaarder weegt. De reden daarvoor is dat de man al geruime tijd in zijn auto overnacht doordat hij geen alternatieve verblijfplaats heeft. Dit is, mede gezien de leeftijd van de man, niet een houdbare situatie, ook gelet op de weersomstandigheden die de komende seizoenen (herfst en winter) met zich zullen meebrengen. De man heeft door middel van bewijsstukken voldoende gesteld én aangetoond dat hij niet in aanmerking komt voor een urgentieverklaring. Hierdoor heeft de man geen zicht op een andere woning. Wanneer zijn verzoek wordt afgewezen, betekent dit dat hij voorlopig in zijn auto zal moeten blijven overnachten. De vrouw heeft ook gesteld niet in aanmerking te komen voor een urgentieverklaring omdat zij al in een aangepaste woning woont, maar zij heeft dit niet met stukken onderbouwd. Daarnaast heeft de vrouw ook niet uitgelegd waarom zij geen tijdelijke, alternatieve verblijfplaats kan organiseren bij familie of elders. De rechtbank gaat er daarom voor nu van uit dat de vrouw mogelijkheden heeft om in aanmerking te komen voor een andere (aangepaste) woning dan wel dat zij elders kan verblijven. De man heeft tijdens de zitting gezegd dat hij de vrouw niet onmiddellijk uit de woning zal zetten. Mogelijk lukt het partijen alsnog om een afspraak te maken over het moment van vertrek van de vrouw uit de woning.
De man heeft de rechtbank ook verzocht om gedurende de echtscheidingsprocedure het gebruik van de inboedel aan hem toe te wijzen. Dat verzoek wijst de rechtbank als onderdeel van het verzoek tot het gebruik van de woning toe, omdat tegen dat verzoek geen (expliciet) verweer is gevoerd.
Hierna volgt de beslissing. De rechtbank gebruikt daar de begrippen uit de wet.
5. De beslissing
De rechtbank:
bepaalt dat de man voor de duur van de echtscheidingsprocedure is gerechtigd tot het uitsluitend gebruik van de woning aan de [adres] in [plaats] en het gebruik van de in die woning bevindende inboedel, met bevel dat de vrouw die woning moet verlaten en deze verder niet mag betreden;
wijst de verzoeken van partijen voor het overige af.
Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. N. Durdabak (kinder)rechter, in samenwerking met mr. A. Spanninga, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 september 2026.