RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16/087937-25
Tegenspraak (art. 279 Sv)
Vonnis van de meervoudige kamer van 13 augustus 2026 in de strafzaak van:
[verdachte] ,
geboren op [1999] in [geboorteplaats] ,
wonende op het adres [adres] , [postcode] in [woonplaats] ,
(hierna: de verdachte).
1. Zitting
De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 13 augustus 2026. Het onderzoek is gesloten op 3 september 2026.
Op de zitting waren aanwezig:
2. Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:
primair
zich als bestuurder van een auto zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk onvoorzichtig en/of oplettend te handelen, waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht;
subsidiair
als bestuurder van een auto zich zodanig heeft gedragen waardoor gevaar op die weg werd veroorzaakt en/of het verkeer werd gehinderd.
De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.
3. Bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft gepleegd, waarbij sprake is van zeer onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag. De officier van justitie stelt dat de verdachte kan worden vrijgesproken van roekeloos rijgedrag.
De standpunten van de officier van justitie worden – voor zover van belang voor de beoordeling – besproken in paragraaf 3.3.
Standpunt van de verdediging
De advocaat verzoekt de rechtbank om de verdachte vrij te spreken van zowel het primair als het subsidiair ten laste gelegde feit, vanwege het ontbreken van voldoende wettig en overtuigend bewijs. Subsidiair verzoekt de advocaat om de verdachte vrij te spreken van het primair ten laste gelegde feit vanwege het ontbreken van schuld in de zin van artikel 6 WVW. Meer subsidiair voert de advocaat aan dat de verdachte in elk geval niet roekeloos gereden heeft.
De advocaat voert verschillende verweren over het bewijs. Deze worden - voor zover van belang voor de beoordeling - hierna besproken onder paragraaf 3.3.
Oordeel van de rechtbank
Bewijsmiddelen
De rechtbank oordeelt dat het primair ten laste gelegde feit is bewezen. De rechtbank baseert dit oordeel op de bewijsmiddelen die in bijlage II van dit vonnis staan.
Bewijsoverwegingen
Inleiding
De verdachte is op 20 maart 2025 vanaf Apeldoorn met zijn bedrijfsauto (een Opel Combo) vertrokken naar Hardinxveld. Hij reed via de A28 en is bij knooppunt Rijnsweerd doorgereden naar de Waterlinieweg in de richting van de A12. Op de Waterlinieweg botste de verdachte met zijn bedrijfsauto tegen de achterzijde van de auto van aangever [slachtoffer] (een Skoda Fabia). [slachtoffer] heeft daarbij letsel aan zijn hoofd opgelopen.
Op de plaats van het ongeval was de toegestane maximumsnelheid 70 km/u. Er golden geen tijdelijke verkeersmaatregelen. Er waren geen gebreken aan het wegdek, het ongeluk is overdag gebeurd, het weer was helder en de zon scheen. Er zijn geen bijzonderheden vastgesteld die van belang kunnen zijn voor de toedracht of oorzaak van het verkeersongeval.
Het juridisch kader
De verdachte wordt er in de kern van beschuldigd dat hij het verkeersongeval heeft veroorzaakt. Om dat te bewijzen, moet vaststaan dat de verdachte als verkeersdeelnemer minstens aanmerkelijk onvoorzichtig of onoplettend heeft gehandeld. Daarvan is sprake als zijn verkeersgedrag duidelijk achterblijft bij wat van een gemiddelde weggebruiker in dezelfde situatie mag worden verwacht.
De rechtbank komt tot de conclusie dat bewezen is dat de verdachte zeer onvoorzichtig en onoplettend heeft gereden. De rechtbank komt tot die conclusie op basis van de door de verdachte gereden snelheid, zijn eigen verklaring over zijn vermoeidheid, de door de verdachte gereden route en zijn telefoongebruik. De rechtbank licht dat hierna toe.
De gereden snelheid op basis van de gegevens uit de telefoon van de verdachte
Uit het onderzoek van de politie is gebleken dat de verdachte al enige tijd harder reed dan was toegestaan. Zo reed hij rond 12:00 uur op de A28 met snelheden tussen de 120 en 134 km/u. Het is een feit van algemene bekendheid dat daar op dat moment een snelheid van 100 km/u is toegestaan. Op de Waterlinieweg reed de verdachte met snelheden tussen de 90/95 en de 120/125 km/u (waar 70 km/u was toegestaan). Ten tijde van het ongeval (rond 12:06) liep de snelheid terug van 125 km/u naar 0 km/u in een tijdsbestek van 10 seconden.
De snelheid waarmee de verdachte reed is niet geregistreerd door meetapparatuur in zijn auto, maar naderhand bepaald aan de hand van (locatie)gegevens uit zijn telefoon. De advocaat haalt onderzoeken aan waaruit zou blijken dat dit soort telefoongegevens betrouwbaar kunnen zijn, maar bij drastische snelheidsveranderingen ook onbetrouwbaar. Een van de onderzoekers adviseert daarom om de gegevens uit de telefoon te gebruiken in samenhang met andere informatie. Die is er volgens de advocaat niet.
De rechtbank wijst erop dat het aangehaalde onderzoek onderschrijft dat de telefoongegevens kunnen worden gebruikt voor het bepalen van de snelheid van een voertuig. Bovendien staat de informatie uit de telefoon in dit geval niet op zichzelf. De gegevens worden in samenhang met de rest van het dossier bezien. Het slachtoffer verklaart dat hij 70 km/u reed op het moment van het ongeval en dat hij een “harde klap” voelde. Ook bevat het dossier foto’s van de aanzienlijke schade aan beide voertuigen op de plek waar zij elkaar geraakt hebben. Die schade zou niet zo groot zou zijn geweest als de verdachte net als de slachtoffers ongeveer 70 km/u zou hebben gereden. Op basis daarvan gaat de rechtbank er van uit dat de bandbreedte van de gereden snelheid zoals die blijkt uit het telefoongegevens klopt.
Periode van vermoeidheid
De verdachte heeft tijdens zijn eerste politieverhoor verklaard dat hij zich voor het ongeluk moe voelde, dat hij meerdere keren is weggezakt en dat hij desondanks is doorgereden.
De advocaat heeft aangevoerd dat deze verklaring niet betrouwbaar is. Daartoe voert hij aan dat er korte tijd zat tussen het ongeval en het verhoor en dat de verdachte aan het begin van het verhoor aangeeft “dat het lijkt alsof hij het niet allemaal mee maakt.” Volgens de advocaat kan dit verhoor niet worden gebruikt voor het bewijs.
Daarover oordeelt de rechtbank anders. De verdachte verklaarde in zijn eerste verhoor meermaals en consistent dat hij zich vóór het ongeval al langer moe voelde. Hij vult dat in met details. Zo zegt hij dat hij met zijn vrienden belde om wakker te blijven en dat hij al eerder had moeten stoppen. Hij zegt ook dat hij niet even een redbulletje (energiedrankje) kon drinken. De verdachte komt niet verward over. Bovendien verklaart hij op een moment dat zijn herinnering nog niet beïnvloed is door tijdsverloop of tactische overwegingen. De rechtbank gaat daarom uit van deze eerste verklaring en niet van zijn latere verklaring dat hij plotseling onwel is geworden en dat dit volgens de huisarts te maken kan hebben gehad met ijzergebrek ten tijde van de ramadan. De rechtbank laat de gestelde oorzaak van die al langer opspelende vermoeidheid verder ook buiten beschouwing, omdat het er voor de rechtbank vooral om gaat dat de verdachte niets tegen die al langer opspelende vermoeidheid heeft gedaan.
De rechtbank concludeert dat dat de verdachte al langer merkte dat hij vermoeid was en heeft nagelaten om daar op tijd iets tegen te doen.
Afgeleid: de gereden route en het telefoongebruik
Om van Apeldoorn (het vertrekpunt van de verdachte) naar Hardinxveld (de bestemming van de verdachte) te komen moest de verdachte langs de oostkant van Utrecht rijden. De logische route is om bij knooppunt Rijnsweerd vanaf de A28 direct de A27 op te rijden richting het zuiden. In plaats daarvan is de verdachte bij knooppunt Rijnsweerd doorgereden en op de Waterlinieweg terecht gekomen. Verder valt op dat de verdachte voorafgaand aan het ongeval meerdere malen zijn telefoon heeft gebruikt. Er is een aantal keer gebeld met de telefoon en applicaties als Spotify, Flitsmeister, Whatsapp en Snapchat werden gebruikt. Uit het telefoononderzoek blijkt bovendien dat hij in de halve minuut voor het ongeval op zijn telefoon bezig was met zijn navigatie-app (“Maps”). Daarbij komt dat de verdachte nog niet zo lang zijn rijbewijs had en naar eigen zeggen nog niet volledig bekend was met de wegen en routes. Verder heeft hij met een collega tijdens de autorit gebeld over hoe laat hij bij zijn cursus aanwezig zou zijn en ging zijn eerste telefoontje na het ongeval erover dat hij de cursus niet meer ging redden, zo schrijft de politie op in het proces-verbaal.
De verdachte was dus niet goed bekend met de route, heeft afgeweken van de logische route en was op zijn telefoon bezig met de navigatie. Daarnaast onderhield hij contact met zijn collega over zijn aankomsttijdstip en is dat ook waarover hij gelijk belde na het ongeval. Op basis hiervan concludeert de rechtbank dat de verdachte afgeleid moet zijn geweest en meer bezig was met zijn telefoon, de route en op tijd komen dan met het verkeer.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan overtreding van artikel 6 WVW
De rechtbank komt tot de conclusie dat de verdachte zich al enige tijd vermoeid voelde tijdens het rijden en daar niks aan gedaan heeft, dat hij op tijd wilde komen voor zijn cursus, dat hij fors te hard reed, dat hij een verkeerde afslag heeft genomen en vervolgens bezig was met de navigatie op zijn telefoon. De verdachte is dus langer dan een kort moment onoplettend geweest. Vanwege de aard en de ernst van die verkeersfouten heeft de verdachte naar het oordeel van de rechtbank schuld aan het verkeersongeval in de zin van artikel 6 WVW. De rechtbank beoordeelt het gedrag van de verdachte als zeer onvoorzichtig en onoplettend. De rechtbank spreekt de verdachte vrij van roekeloos rijgedrag. Omdat zowel de verdediging als de officier van justitie tot dezelfde conclusie komen zal de rechtbank dit niet nader toelichten.
Letsel van het slachtoffer
Het slachtoffer [slachtoffer] heeft aan het ongeval letsel overgehouden. Voor de beantwoording van de vraag of sprake is van zwaar lichamelijk letsel moet worden gekeken naar de aard van dit letsel, de noodzaak en de aard van medisch ingrijpen en het uitzicht op (volledig) herstel. Uit de medische verklaringen blijkt dat het slachtoffer door het ongeval een chronische hersenbloeding heeft opgelopen, waaraan hij moest worden geopereerd. Daarnaast heeft hij een forse hoofdwond opgelopen. De rechtbank heeft tijdens de zitting gezien dat hij hierdoor een ontsierend litteken in zijn gezicht heeft. Dit alles maakt dat in juridische zin sprake is van zwaar lichamelijk letsel.
Conclusie
Gelet op de bewijsmiddelen en bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan overtreding van artikel 6 van WVW en dat het primair ten laste gelegde feit daarmee wettig en overtuigend is bewezen.
Bewezenverklaring
De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:
op 20 maart 2025, te Utrecht als verkeersdeelnemer,
namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (bedrijfsauto), daarmede rijdende over de weg, de Waterlinieweg, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door zeer onvoorzichtig en onoplettend,
-terwijl hij vermoeid was en/of
-met een zeer hoge snelheid, in elk geval met een hogere snelheid dan de ter plaatse toegestane maximumsnelheid van 70 kilometer per uur en gelet op de situatie ter plaatse verantwoord was (te weten met een snelheid gelegen tussen 120 kilometer per uur en 125 kilometer per uur) te rijden en
- tijdens het besturen van voornoemd motorrijtuig (kort voor het ongeval) op het scherm van zijn mobiele telefoon te kijken en een app op zijn mobiele telefoon te gebruiken en
- in onvoldoende mate te letten op het direct voor hem, verdachte, gelegen weggedeelte van die weg en op het overige verkeer te letten en is blijven letten en
- ( daarbij) zijn voertuig niet met de nodige voorzichtigheid te besturen en met dat door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig terecht te komen op de voor hem, verdachte rechts gelegen rijstrook (terwijl zich op die rijstrook een ander motorrijtuig bevond) en
- ( vervolgens) een zich op rijstrook 2 bevindende personenauto (Skoda) niet tijdig en voldoende af te remmen, althans niet tijdig en/of voldoende uit te wijken voor voornoemde personenauto, waardoor hij, verdachte, met (de achterzijde van) die personenauto (Skoda) in botsing is gekomen, waardoor een ander ( [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel, te weten een hersenbloeding en verwonding/litteken aan het gezicht.
De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
4. Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:
overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht.
Strafbaarheid feit en verdachte
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.
5. Straf
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot:
een taakstraf van 240 uur, te vervangen door 120 dagen hechtenis als de verdachte deze taakstraf niet of niet goed uitvoert;
een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen (rijontzegging) van 2 jaar, met aftrek van de tijd dat het rijbewijs al ingevorderd of ingehouden is geweest.
Standpunt van de verdediging
De advocaat verzoekt de rechtbank om, indien zij tot een veroordeling komt, bij het bepalen van de straf rekening te houden met het feit dat de verdachte een first offender is. Daarnaast voert hij aan dat de verdachte zijn rijbewijs nodig heeft voor zijn werk.
Oordeel van de rechtbank
Bij het bepalen van de straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van het gepleegde feit en de omstandigheden waaronder de verdachte dit feit heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee.
Ernst en omstandigheden van het feit
De verdachte heeft een ernstig verkeersongeval veroorzaakt. Hij reed veel te hard en lette niet op omdat hij bezig was met zijn telefoon en de route. Hij nam geen pauze, terwijl hij al langer merkte dat hij vermoeid was. Hierdoor is de verdachte op de achterkant van de auto van de slachtoffers gebotst. Die kregen uit het niets te maken met de schok van het ongeval en de vervelende nasleep daarvan. De bestuurder had een forse hoofdwond en een hersenbloeding. Het duurde maanden voor hij zijn normale leven kon hervatten. Het litteken in zijn gezicht zal waarschijnlijk altijd zichtbaar blijven.
De verdachte heeft met zijn handelen ook de algemene verkeersveiligheid ernstig in gevaar gebracht. Voor de verdachte, andere verkeersdeelnemers en de samenleving moet duidelijk zijn dat dergelijk risicovol gedrag in het verkeer onaanvaardbaar is.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
Bij haar beslissing heeft de rechtbank rekening gehouden met een uittreksel justitiële documentatie van verdachte van 1 juli 2026, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld.
Over de verdachte is op 22 april 2026 een reclasseringsrapportage opgesteld. Daaruit volgt dat zij, ondanks diverse pogingen, niet in contact zijn gekomen met verdachte. Om die reden adviseert de reclassering een straf zonder bijzondere voorwaarden.
Strafkader
Om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen, werken strafrechters met landelijke oriëntatiepunten. Deze zijn gebaseerd op opgelegde straffen in andere, vergelijkbare zaken. In de gevallen waarin zeer onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam gedrag bewezen is verklaard, kan aansluiting worden gezocht bij de categorieën ‘ernstige schuld’ en ‘zeer hoge mate van schuld’. Voor het veroorzaken van een verkeersongeval met ‘ernstige schuld’ waarbij het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel oploopt, wordt een taakstraf van 160 uur en een rijontzegging van 1 jaar als uitgangspunt genomen. Wanneer er sprake is van ‘zeer hoge mate van schuld’ met hetzelfde soort letsel is het uitgangspunt een gevangenisstraf van 4 maanden en een rijontzegging voor de duur van 2 jaar onvoorwaardelijk.
In strafverzwarende zin weegt de rechtbank mee dat de verdachte geen verantwoordelijkheid genomen heeft voor zijn rol bij het ongeval. Zo is hij niet op zitting verschenen en heeft hij ook geen medeleven getoond met de slachtoffers.
Op basis van de ernst van het verwijt dat verdachte kan worden gemaakt en de gevolgen daarvan is de rechtbank van oordeel dat een taakstraf van 200 uur een passende straf is.
Deze straf wijkt af van de eis van de officier van justitie, omdat de rechtbank andere uitgangspunten voor straftoemeting hanteert.
Voor de bescherming van de verkeersveiligheid is het daarnaast nodig aan de verdachte een rijontzegging van 2 jaar op te leggen. Een rijontzegging is een sanctie die past bij onvoorzichtig rijgedrag. De verdachte moet zijn rijgedrag aanpassen. Door de verdachte is onvoldoende onderbouwd dat hij zijn rijbewijs nodig heeft voor zijn werk en de rechtbank ziet in de verkeersveiligheid een zwaarwegend belang om de verdachte het besturen van motorrijtuigen te ontzeggen. Daarbij weegt mee dat de verdachte zijn rijbewijs ten tijde van het ongeval pas 2 maanden had, waardoor extra voorzichtigheid op de weg van de verdachte verwacht had mogen worden. Wel zijn de persoonlijke omstandigheden van de verdachte aanleiding om een gedeelte van de rijontzegging, te weten 1 jaar, voorwaardelijk op te leggen. Aan dit voorwaardelijk deel zal de rechtbank een proeftijd van 2 jaar verbinden. Deze voorwaardelijke straf heeft als doel de verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.
6. Toegepaste wetsartikelen
De opgelegde straffen zijn gebaseerd op de volgende wetsartikelen:
7. De beslissing
De rechtbank:
bewezenverklaring
strafbaarheid feit en verdachte
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;
- verklaart de verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;
straf
- veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 200 uren;
- beveelt dat voor het geval verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 100 dagen hechtenis;
Dit vonnis is gewezen door mr. S.E. Garvelink, voorzitter, mr. L.M. Reijnierse en mr. S.D. Groen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.M.L. den Hoedt als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 3 september 2026.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is na wijziging van de tenlastelegging ten laste gelegd dat:
Hij, op of omstreeks 20 maart 2025, te Utrecht, althans in Nederland, als verkeersdeelnemer,
namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (bedrijfsauto), daarmede rijdende over de weg, de Waterlinieweg, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,
-terwijl hij vermoeid was en/of
-met een (zeer) hoge snelheid, in elk geval met een hogere snelheid dan de ter plaatse toegestane maximumsnelheid van 70 kilometer per uur en/of gelet op de situatie ter plaatse verantwoord was (te weten met een snelheid gelegen tussen 120 kilometer per uur en 125 kilometer per uur) te rijden en/of
- tijdens het besturen van voornoemd motorrijtuig (kort voor het ongeval) op het scherm van zijn mobiele telefoon te kijken en/of een app op zijn mobiele telefoon te gebruiken en/of zijn mobiele telefoon vast te houden en/of
- ( daarbij) niet, althans in onvoldoende mate te letten op het direct voor hem, verdachte, gelegen weggedeelte van die weg en/of op het overige verkeer te letten en/of is blijven letten en/of
-in slaap te vallen en/of
- ( daarbij) zijn voertuig onvoldoende onder controle te houden, althans niet met de nodige
voorzichtigheid te besturen en/of met een (stuur)beweging naar rechts (gezien vanuit de
rijrichting van verdachte) met dat door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig terecht te
komen/te sturen op/naar de voor hem, verdachte rechts gelegen rijstrook (terwijl zich op die
rijstrook een ander motorrijtuig bevond) en/of
- ( vervolgens) een zich op rijstrook 2 bevindende personenauto (Skoda) geen voorrang te verlenen, althans niet tijdig en/of voldoende af te remmen, althans niet tijdig en/of voldoende uit te wijken voor voornoemde personenauto, waardoor hij, verdachte, met (de achterzijde van) die personenauto (Skoda) in botsing is gekomen,
waardoor een ander ( [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel, te weten (ernstig) traumatisch hersenletsel en/of een hersenbloeding en/of verwonding/litteken aan het gezicht, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
Hij, op of omstreeks 20 maart 2025, te Utrecht, althans in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (bedrijfsauto), daarmede rijdende over de weg, de Waterlinieweg,
-terwijl hij vermoeid was en/of
-met een (zeer) hoge snelheid, in elk geval met een hogere snelheid dan de ter plaatse toegestane maximumsnelheid van 70 kilometer per uur en/of gelet op de situatie ter plaatse verantwoord was (te weten met een snelheid gelegen tussen 120 kilometer per uur en 125 kilometer per uur) heeft gereden en/of
- tijdens het besturen van voornoemd motorrijtuig (kort voor het ongeval) op het scherm van zijn mobiele telefoon heeft gekeken en/of een app op zijn mobiele telefoon heeft gebruikt en/of zijn mobiele telefoon heeft vastgehouden en/of
- ( daarbij) niet, althans in onvoldoende mate heeft opgelet op het direct voor hem, verdachte, gelegen weggedeelte van die weg en/of op het overige verkeer heeft opgelet en/of is blijven letten en/of
- in slaap is gevallen en/of
- ( daarbij) zijn voertuig onvoldoende onder controle heeft gehouden, althans niet met de nodige voorzichtigheid heeft bestuurd en/of met een (stuur)beweging naar rechts (gezien vanuit de rijrichting van verdachte) met dat door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig terecht is gekomen/is gestuurd op/naar de voor hem, verdachte rechts gelegen rijstrook (terwijl zich op die rijstrook een ander motorrijtuig bevond) en/of
- ( vervolgens) een zich op rijstrook 2 bevindende personenauto (Skoda) geen voorrang heeft verleend, althans niet tijdig en/of voldoende af heeft geremd, althans niet tijdig en/of voldoende uit is geweken voor voornoemde personenauto, waardoor hij, verdachte, met (de achterzijde van) die personenauto (Skoda) in botsing is gekomen, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.
Bijlage II: Bewijsmiddelen
Een proces-verbaal van bevindingen van 20 maart 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op 20 maart 2025 omstreeks 12:19 kwamen wij ter plaatste bij het ongeval op de Waterlinieweg in Utrecht. Ik zag dat er twee voertuigen, een Skoda Fabia en een Opel Combo met behoorlijke schade op het wegdek stonden. Ik zag dat de bestuurder van de Skoda een forse hoofdwond had, ter hoogte van zijn ogen en boven zijn neus. Ik zag dat er een groot gat zat tussen zijn ogen, welke ook de diepte had van enkele centimeters. Ik zag dat de huid was opengescheurd tot op het voorhoofd en dat deze los hing.
Ik hoorde de man zeggen dat hij samen met zijn partner over de Waterlinieweg op rijstrook 2 reed en dat zijn snelheid 70 kilometer per uur betrof. Ik hoorde de man zeggen dat hij ineens een enorme klap van achteren voelde en voorover klapte.
Ik liep naar de Opel Combo. Ik zag dat de bestuurder iemand belde. Ik hoorde hem zeggen dat hij de cursus niet zou gaan halen.
Een proces-verbaal forensisch onderzoek plaats delict van 9 juli 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op de rechterrijstrook, tussen hectometerpaal 1.2 li en 1.1 li, is de voorzijde van de Opel in botsing gekomen met de achterzijde van de Skoda. In de uitloop is de voorzijde van de Opel nogmaals in botsing gekomen met de rechterzijde van de Skoda.
Uit het voertuigonderzoek aan de Skoda is zichtbaar geworden dat de remlichten ten tijde van het verkeersongeval zeer waarschijnlijk geen licht hebben uitgestraald. Dit impliceert dat de Skoda vlak voor en tijdens het verkeersongeval niet heeft geremd.
Uit ons onderzoek is gebleken dat de toedracht van het verkeersongeval niet is gelegen in de weersgesteldheid, de infrastructuur, een technisch gebrek aan één van de betrokken voertuigen of een combinatie van vorenstaande.
Een proces-verbaal van bevindingen van 1 april 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
De telefoon van de bestuurder van de Opel Combo is in beslag genomen en voor onderzoek aangeboden bij het [.] .
Ik zag dat de telefoon om 12:00 uur zich voortbewoog met een snelheid van 125 km/h op de A28, ter hoogte van Zeist. Rond dit tijdstip registreerde de telefoon snelheden variërend van 120-134 km/h. Naarmate de telefoon dichter in de buurt kwam van Utrecht, nam de snelheid af. Om 12:01 zag ik snelheden rond de 100 km/h in het overzicht. Om 12:04 is de telefoon aan het eind van de A28, bij de stoplichten voor de Waterlinieweg. De snelheid nam af (niet naar nul, dus het voertuig kon in een keer doorrijden bij de stoplichten) om vervolgens weer toe te nemen op de Waterlinieweg. Daar werden in eerste instantie snelheden rond de 90/95 km/h geregistreerd, om hierna wat op te lopen naar 120/125 km/h vlak voordat de Waterlinieweg over 't Goyplein heen loopt. Hier vond vervolgens de botsing plaats, wat is terug te zien in de tabel op de volgende bladzijde, als de snelheid terugloopt van 125 km/h naar 0 km/h in een tijdsbestek van 10 seconden (van 12:06:04 tot 12:06:14 uur).
Voorafgaand aan het ongeval is er een aantal keer gebeld met de telefoon en werden verschillende applicaties gebruikt: navigatie, Spotify, Flitsmeister, Whatsapp en Snapchat.
Om 12:01:20 werd Spotify gebruikt.
Om 12:04:53 werd Flitsmeister aangeroepen, komt ‘Maps’ weer in beeld en speelt Spotify een nummer af.
Vanaf 12:05:32 werd het scherm verschillende malen aangeraakt.
2025-03-20 12:05:32.562625 Applicatie 'Flitsmeister ( [..] )' is in beeld (op de voorgrond).2025-03-20 12:05:37.541597 GA Aanraking van het scherm (Touching=1)2025-03-20 12:05:37.553940 GA Aanraking van het scherm (UIEvent type=0); app in beeld: Maps2025-03-20 12:05:37.558016 GA Aanraking van het scherm (Touching=1)2025-03-20 12:05:37.570493 GA Aanraking van het scherm (UIEvent type=0); app in beeld: Maps2025-03-20 12:05:37.765842 GA Aanraking van het scherm (Touching=1)2025-03-20 12:05:37. 765968 GA Aanraking van het scherm (UIEvent type=0); app in beeld: Maps2025-03-20 12:05:38.190627 GA Aanraking van het scherm (Touching=1)2025-03-20 12:05:38.199570 GA Aanraking van het scherm (UIEvent type=0); app in beeld: Maps2025-03-20 12:05:39.613154 GA Aanraking van het scherm (Touching=1)2025-03-20 12:05:39.631481 GA Aanraking van het scherm (UIEvent type=0); app in beeld: Maps2025-03-20 12:05:39.646348 GA Aanraking van het scherm (Touching-1)2025-03-20 12:05:39.664261 GA Aanraking van het scherm (UIEvent type=O); app in beeld: Maps2025-03-20 12:05:39.845546 GA Aanraking van het scherm (Touching=1)2025-03-20 12:05:39.845872 GA Aanraking van het scherm (UIEvent type-O); app in beeld: Maps2025-03-20 12:05:41.509820 GA Aanraking van het scherm (Touching=1)2025-03-20 12:05:41.527688 GA Aanraking van het scherm (UIEvent type=O); app in beeld: Maps2025-03-20 12:05:41.542991 GA Aanraking van het scherm (Touching=1)2025-03-20 12:05:41.561264 GA Aanraking van het scherm (UIEvent type=O); app in beeld: Maps2025-03-20 12:05:41.842304 GA Aanraking van het scherm (Touching-1)2025-03-20 12:05:41.842407 GA Aanraking van het scherm (UIEvent type=O); app in beeld: Maps2025-03-20 12:05:43.107319 GA Aanraking van het scherm (Touching=1)2025-03-20 12:05:43. 124827 GA Aanraking van het scherm (UIEvent type=O); app in beeld: Maps2025-03-20 12:05:44.039104 GA Aanraking van het scherm (Touching=1)2025-03-20 12:05:44.056140 GA Aanraking van het scherm (UIEvent type=O); app in beeld: Maps
Uit bovenstaande valt op te maken dat een halve minuut voordat het ongeval plaatsvond, er nog handelingen werden gelogd op de telefoon.
Een proces-verbaal van verhoor verdachte van 20 maart 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
V: Vandaag, donderdag 20 maart 2025 omstreeks 12:05 uur heeft er een aanrijding plaatsgevonden op de Waterlinieweg te Utrecht. U bent bij deze aanrijding betrokken, wat wilt u hier over verklaren?
A: Ik reed richting mijn cursus. Ik reed vanaf de [locatie] naar Hardinxveld via Utrecht. Ik voelde mijzelf wel moe onderweg. Ik had mijn telefoon in een houder en op het moment dat ik mijzelf weg voelde zakken, belde ik met vrienden. Ik voelde mij wel een paar keer wegzakken.
V: Je zegt dat je na Apeldoorn al weg begon te vallen, waardoor kwam dat?
A: Vermoeidheid, moe. Je kan natuurlijk niet drinken, geen redbulletje nemen.
V: Op straat heeft u bij mijn collega verklaard dat u in slaap gevallen bent, tijdens
het rijden. Klopt dit?
A: Ja, dat klopt. Ik weet gewoon dat ik echt vermoeid was, dat ik honger en dorst
had.
Een proces-verbaal van verhoor getuige van 27 maart 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Ik reed op 20 maart 2025 op de Waterlinieweg te Utrecht. Voor mij reed een blauw voertuig en op de linkerrijstrook reed een witte bestelauto. Ik zag dat de bestelauto ineens naar rechts ging daarbij de linker achterzijde van de blauwe auto raakte.
Een proces-verbaal van verhoor slachtoffer van 25 maart 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op 20 maart reed ik op de Waterlinieweg in Utrecht. Ik reed 70 km/u. Ik reed op de rechterrijstrook. Het was erg rustig op de weg. Het eerstvolgende wat ik weet is dat ik een harde klap voelde en dat we rondtolden.
Een schriftelijk bescheid, te weten een medische verklaring betreffende [slachtoffer] van 1 april 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Verwonding aangezicht van ± 8 cm door wenkbrauw.
Traumatische hersenbloeding.
Een schriftelijk bescheid, te weten een medische verklaring betreffende [slachtoffer] van 4 juni 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Na het ongeval een chronische hersenbloeding, operatief ontlast.
De eigen waarneming van de rechtbank op de zitting van 13 augustus 2025:
De rechtbank stelt vast dat [slachtoffer] is verschenen op zitting. Hij zit op enkele meters afstand van de rechtbank op de publieke tribune. De rechtbank ziet op zijn gezicht een maanvormig litteken dat loopt van zijn linker ooglid tot net onder zijn haargrens.