ECLI:NL:RBMNE:2026:6120

ECLI:NL:RBMNE:2026:6120

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 18-08-2026
Datum publicatie 03-09-2026
Zaaknummer UTR 25/7490
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Naheffingsaanslag parkeerbelasting, mondelinge uitspraak. Ongegrond, vanwege motiveringsgebrek in de uitspraak op bezwaar moet de heffingsambtenaar wel het door eiser betaalde griffierecht vergoeden.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 augustus 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser,

de heffingsambtenaar van de gemeente Nieuwegein, verweerder

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 25/7490

en

(gemachtigden: R. Delhez en N.S. Verhoef).

Procesverloop

In de beschikking van 5 september 2025 met aanslagnummer [nummer] heeft de heffingsambtenaar aan eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd. Eiser heeft tegen deze naheffingsaanslag bezwaar gemaakt.

Met de uitspraak op bezwaar van 28 november 2025 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is behandeld op de zitting van 18 augustus 2026. Eiser en de gemachtigden van de heffingsambtenaar hebben deelgenomen aan de zitting.

Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

2. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Omdat er sprake is van een motiveringsgebrek in de uitspraak op bezwaar moet de heffingsambtenaar wel het door eiser betaalde griffierecht van € 53,- vergoeden.

Overwegingen

De feiten

3. Op 17 augustus 2025 stond het voertuig van eiser met kenteken [kenteken] geparkeerd op de Specht in Nieuwegein, zonder dat de verschuldigde parkeerbelasting was voldaan. Naar aanleiding hiervan is de naheffingsaanslag met aanslagnummer [nummer] om 11:26 uur opgelegd.

De beoordeling van het geschil

4. Eiser voert aan dat in de uitspraak op bezwaar niet wordt ingegaan op de uitleg die eiser heeft gegeven. Eiser heeft op de bewuste zondagmorgen zijn auto geparkeerd aan de Specht in Nieuwegein in de overtuiging dat parkeren in Nieuwegein op zondag gratis was. Hij was in Nieuwegein om naar zijn moeder te kunnen gaat die op de eerste hulp was opgenomen met een hartinfarct. Deze bijzondere omstandigheid heeft de heffingsambtenaar niet betrokken in zijn besluitvorming. Er wordt in de uitspraak op bezwaar aangegeven dat eiser geen parkeerautomaat heeft gezien, dit klopt niet, eiser is bekend met de aanwezigheid van parkeerautomaten. De gemeente heeft echter de tijden voor betaald parkeren verruimd en vanaf juli moet er ook op zondag betaald worden. Eiser was zich niet bewust van deze wijziging. Volgens hem is er onvoldoende kenbaarheid aan gegeven door nieuwe borden waarop staat aangegeven dat ook op zondag betaald moet worden voor het parkeren. Bij een dergelijke beleidswijziging hoort volgens eiser een verzwaarde plicht tot duidelijke informatie hierover. Hieraan is volgens eiser niet voldaan, in elk geval niet aan personen die niet in Nieuwegein wonen.

5. De heffingsambtenaar geeft aan dat er bij het opleggen van een naheffingsaanslag geen rekening gehouden kan worden met bijzondere omstandigheden als die van eiser. Parkeerbelasting is een objectieve belasting. Dat betekent dat bij de heffing geen ruimte is voor de afweging van intenties, persoonlijke omstandigheden of belangen. Het feit dat er niet betaald is, is voldoende voor het opleggen van een naheffingsaanslag. Overmacht is hierbij alleen aan de orde bij een acute, volstrekt onvoorziene en levensbedreigende noodsituatie. Er moet dan sprake zijn van een situatie waarbij iemand feitelijk en fysiek absoluut verhinderd was om parkeerbelasting te voldoen en waarbij iemand direct medische of maatschappelijke hulp moet verlenen of ontvangen. Van een dergelijke situatie is geen sprake. Verder geeft de heffingsambtenaar aan dat sinds 1 juli 2025 in de geparkeerde zone ook op zondag sprake is van betaald parkeren. Wanneer de zone wordt ingereden passeert men een bord waarop dit aangegeven staat. De heffingsambtenaar wijst op de foto’s van de borden in de bijlage bij het verweerschrift. De foto’s zijn van juli 2025. Ook is op de foto’s te zien dat er destijds bij het inrijden via de toegangsweg Koekoekslaan nog een extra geel bord is geplaatst waarop staat dat de parkeertarieven en tijden zijn gewijzigd. Volgens de heffingsambtenaar is voldoende kenbaar gemaakt dat sprake is van betaald parkeren. De heffingsambtenaar is het wel eens met eiser dat de uitspraak op bezwaar qua motivering tekort schiet en zal daarom het door eiser betaalde griffierecht vergoeden.

6. De rechtbank overweegt als volgt. De rechtbank heeft begrip voor de situatie van eiser en snapt dat hier de nodige stress bij komt kijken. Met persoonlijke omstandigheden kan echter alleen in uitzonderlijke situaties rekening worden gehouden. Er was op het moment van parkeren geen sprake van een acute noodsituatie. Qua bekendmaking heeft de heffingsambtenaar ook gedaan wat hij moest doen, de borden zijn aangepast en er zijn waarschuwingsborden geplaatst. Het is ongeacht de omstandigheden wel de verantwoordelijkheid van eiser om te blijven opletten. Het beroep is dus ongegrond. De rechtbank geeft eiser wel gelijk in zijn standpunt over de motivering van de uitspraak op bezwaar. De rechtbank ziet aanleiding om dit geconstateerde gebrek met toepassing van artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht te passeren. Naar oordeel van de rechtbank heeft de heffingsambtenaar het geconstateerde motiveringsgebrek in het verweerschrift hersteld. De heffingsambtenaar moet wel het door eiser betaalde griffierecht vergoeden.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. De heffingsambtenaar heeft de naheffingsaanslag terecht opgelegd.

8. De rechtbank zal vanwege het geconstateerde motiveringsgebrek in de uitspraak op bezwaar bepalen dat de heffingsambtenaar het door eiser betaalde griffierecht moet vergoeden.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 18 augustus 2026 door mr. J.W. Veenendaal, rechter, in aanwezigheid van P.W. Hogenbirk, griffier.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand