ECLI:NL:RBMNE:2026:6267

ECLI:NL:RBMNE:2026:6267

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 07-09-2026
Datum publicatie 11-09-2026
Zaaknummer 12006340 UM VERZ 25-8468
Rechtsgebied Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Wahv, verlaging boete uit 2024, strijd met het evenredigheidsbeginsel. Deze kantonrechter sluit aan bij de uitspraak van 30 juni 2026 (ECLI:NL:RBMNE:2026:3707) waarin de verhoging van de boetebedragen uit 2024 onverbindend is verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

[betrokkene] , te [postcode] [plaats] , [adres] ,

Strafrecht

zittingsplaats Utrecht

zaaknummer: 12006340 UM VERZ 25-8468

CJIB-nummer: 271387090

beslissing van de kantonrechter van 7 september 2026 en proces-verbaal van de zitting van 24 augustus 2026

inzake

hierna te noemen: betrokkene,

gemachtigde: Adviesbureau Skandara.

PROCESVERLOOP

Bij inleidende beschikking is aan betrokkene een administratieve sanctie opgelegd van € 53,00. De sanctie is opgelegd voor een gedraging op 8 januari 2025 om 1:37 uur te A12 (Utrecht) met de personenauto, kenteken [kenteken] . Het gaat om de gedraging: overschrijding van de maximum snelheid op een autosnelweg, met 6 km/u.

Beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep

Betrokkene stelt eerst administratief beroep in bij het Openbaar Ministerie. De officier van justitie verklaart dat beroep ongegrond en laat de bekeuring staan. Tegen die beslissing van de officier van justitie gaat de betrokkene vervolgens in beroep bij de kantonrechter.

Beroep bij de kantonrechter

De kantonrechter nodigt de betrokkene en het Openbaar Ministerie uit om hun standpunten toe te lichten op de zitting van 24 augustus 2026.

De rechtsbijstandverlener van de betrokkene is als gemachtigde bij de zitting verschenen. Namens het Openbaar Ministerie is een zittingsvertegenwoordiger aanwezig.

De kantonrechter doet binnen 14 dagen na zitting uitspraak.

STANDPUNTEN

Betrokkene

Betrokkene voert aan dat het boetebedrag onevenredig hoog is en dat de overheid de zogenoemde Mulderboetes gebruikt om het gat in de begroting te dichten.

Officier van Justitie

De zittingsvertegenwoordiger neemt tijdens de zitting het standpunt in dat het beroep van betrokkene ongegrond is.

OORDEEL VAN DE KANTONRECHTER

De kantonrechter beschrijft eerst kort welke feiten vaststaan en hoe een situatie als deze juridisch moet worden beoordeeld. Daarna geeft de kantonrechter het oordeel en een uitleg bij dat oordeel.

De feiten en regels

Als een betrokkene verzoekt om matiging van de bekeuring, beoordeelt de kantonrechter of hiertoe bijzondere redenen zijn aangevoerd. De hoogte van de bekeuringen zijn in de wet vastgesteld door de wetgever. Een betrokkene moet daarom aannemelijk maken dat er redenen bestaan om de bekeuring te matigen.

Evenredigheidsbeginsel: Algemene Maatregel van Bestuur 1 maart 2024 onverbindend

De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat het boetebedrag onevenredig hoog is en dat de overheid de zogenoemde Mulderboetes gebruikt om het gat in de begroting te dichten. De Wahv is in het leven geroepen ter handhaving van de verkeersveiligheid en de verkeersvoorschriften, maar schiet het doel inmiddels voorbij.

Met ingang van 1 maart 2024 zijn de verkeersboetes die op grond van de Wahv worden opgelegd, verhoogd met (ruim) 10%. De Algemene Maatregel van Bestuur die aan deze verhoging ten grondslag ligt, is door een andere kantonrechter van deze rechtbank getoetst in de uitspraak van 30 juni 2026 (ECLI:NL:RBMNE:2026:3707). In deze uitspraak is geoordeeld dat de verhoging onverbindend is, omdat sprake is van strijd met het evenredigheidsbeginsel.

Deze kantonrechter sluit zich aan bij het oordeel uit de uitspraak van 30 juni 2026 en verwijst naar de overwegingen uit die uitspraak. Dat heeft tot gevolg dat de betrokkene slechts een boete had mogen krijgen ter hoogte van het bedrag dat voor deze overtreding gold vóór 1 maart 2024. De kantonrechter zal de boete daarom vaststellen op € 48,-.

Proceskostenvergoeding

De betrokkene heeft een rechtsbijstandverlener ingeschakeld om het beroep namens hem te voeren. Omdat betrokkene (voor een deel) gelijk krijgt in zijn beroep, bestaat er aanleiding de officier van justitie te veroordelen in de proceskosten van betrokkene. Daarom veroordeelt de kantonrechter de officier van justitie in de proceskosten die de betrokkene heeft gemaakt. De kantonrechter berekent de vergoeding met het puntensysteem uit het Besluit proceskosten bestuursrecht. Dat gaat als volgt.

Voor elke proceshandeling staat een vast aantal punten. Voor de rechtsbijstand in de kantonfase is elk punt € 934,00 waard. De gemachtigde van de betrokkene heeft een beroepschrift ingediend (1 punt) en de zitting bijgewoond (1 punt). Het gaat hier om een lichte zaak met een wegingsfactor van 0,5.

De hoogte van de uiteindelijke vergoeding in de kantonfase wordt daarnaast vermenigvuldigd met de wegingsfactor 0,25, omdat de bekeuring wordt vernietigd of het bedrag wordt gewijzigd en geen sprake is van de bijzondere omstandigheden uit artikel 13a, tweede lid, van de Wahv. Betrokkene krijgt dus initieel een proceskostenvergoeding van € 233,50 (2 * € 934,00 * 0,5 * 0,25)

Naar het oordeel van de kantonrechter wordt in de fase van het beroep bij de kantonrechter ten aanzien van de volgende drie zaken ook nog voldaan aan de criteria omschreven in artikel 3, tweede lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).

Het gaat bij deze zaken om door een gemachtigde ingestelde beroepen, die door de kantonrechter gelijktijdig of nagenoeg gelijktijdig zijn behandeld, waarin rechtsbijstand als bedoeld in artikel 1, onder a, is verleend door dezelfde persoon dan wel door een of meer personen die deel uitmaken van hetzelfde samenwerkingsverband en van wie de werkzaamheden in elk van de zaken nagenoeg identiek konden zijn. De hoogte van de door de officier van justitie te vergoeden proceskostenvergoeding per zaak wordt vervolgens bepaald door het toe te kennen bedrag te delen door het aantal samenhangende zaken. Aldus bedraagt de totale proceskostenvergoeding uiteindelijk per zaak € 77,83 (€ 233,50 / 3).

BESLISSING

De kantonrechter:

Deze beslissing is genomen door mr. S. Ourahma, kantonrechter, en uitgesproken op de openbare zitting van 7 september 2026, in tegenwoordigheid van de griffier.

de griffier, de kantonrechter,

mr. L. Nafzger mr. S. Ourahma

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:

Het beroepschrift moet worden ingediend bij

de rechtbank Midden-Nederland, Afdeling Strafrecht,

locatie Utrecht, o.v.v. Mulderzaken, postbus 16005, 3500 DA Utrecht.

Let u erop dat u of uw gemachtigde het beroepschrift heeft ondertekend.

De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in uw beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting vraagt waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.

Datum toezending proces-verbaal:

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. S. Ourahma

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand