RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almere
Zaaknummer: 12243629 \ MC EXPL 26-2871
Vonnis van 2 september 2026
in de zaak van
NETPOINT FACTORING B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Kaatsheuvel, gemeente Loon op Zand, (mede) kantoorhoudende te Waalwijk,
eisende partij,
hierna te noemen: Netpoint,
gemachtigde: D. Joustra,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 6 mei 2026 met producties 1 tot en met 5;- de conclusie van antwoord;- de conclusie van repliek met producties 1 tot en met 11;- de conclusie van dupliek.
De kantonrechter heeft besloten dat vandaag de uitspraak is.
2. De kern van de zaak
Deze zaak gaat over onbetaalde zorgkostennota’s. Het gaat om de nota’s die [onderneming] (hierna: de tandarts) op 15 september 2025 en 1 december 2025 aan [gedaagde] heeft gestuurd. Volgens de nota’s is het minderjarige kind van [gedaagde] op 16 juni 2025 en 25 augustus 2025 voor beugelconsult en op 14 november 2025 voor het verwijderen van een beugel bij de tandarts geweest. De kosten voor de beugelconsulten waren € 104,28 en voor het verwijderen van de beugel € 240,16. [gedaagde] is als verzorger en/of ouder van haar minderjarige kind aansprakelijk voor de betaling van de gemaakte kosten. Netpoint heeft de vordering op [gedaagde] van de tandarts – door cessie daarvan – overgenomen. [gedaagde] heeft de nota’s niet betaald. Netpoint wil dat [gedaagde] de nota’s van in totaal € 344,44 (= € 104,28 en € 240,16) alsnog betaalt, met rente en kosten. [gedaagde] erkent de hoofdsom, maar is het niet eens met de bijkomende kosten.
De kantonrechter geeft Netpoint gelijk. [gedaagde] moet de hoofdsom en de proceskosten betalen.
3. De beoordeling
De ambtshalve toetsing
De vordering is gebaseerd op een (para)medische behandelingsovereenkomst tussen een zorgverlener, (de tandarts), en een patiënt/consument, ( [gedaagde] ). De tandarts heeft de uit die overeenkomst voortkomende vordering op [gedaagde] overgedragen aan een factoringmaatschappij (Netpoint), dat is een bedrijf dat is belast met de incasso van facturen van zorgverleners. Netpoint is daarom de eisende partij in deze procedure.
Op een overeenkomst tussen een zorgverlener en een patiënt/consument zijn consumentenbeschermende bepalingen van toepassing. Sommige consumentenbeschermende bepalingen worden zo belangrijk gevonden dat de kantonrechter ambtshalve (dat wil zeggen uit zichzelf, ook als de consument daar niet om vraagt) moet beoordelen of die zijn nageleefd. In dat verband overweegt de kantonrechter het volgende.
In de dagvaarding is gesteld dat de algemene voorwaarden van Netpoint van toepassing zijn op de (para)medische behandelingsovereenkomst tussen de zorgverlener en het minderjarige kind van [gedaagde] . De kantonrechter neemt als vaststaand aan dat dit zo is, omdat Netpoint heeft uitgelegd dat zij in haar contract met de zorgverlener heeft afgesproken dat die de factoringmaatschappijvoorwaarden moet hanteren in zijn behandelingsovereenkomsten met consumenten/patiënten. Netpoint heeft daar bovendien aan toegevoegd dat de zorgverlener zijn cliënten/patiënten bij het sluiten van de behandelingsovereenkomst daarover heeft geïnformeerd en dat hij de betreffende voorwaarden toen ook zijn cliënten/patiënten ter hand heeft gesteld. Op de aan [gedaagde] verzonden facturen is ook met zoveel woorden vermeld dat deze voorwaarden van toepassing zijn op de behandelingsovereenkomst tussen de zorgverlener en het minderjarige kind van [gedaagde] .
De hoofdsom
Dat [gedaagde] moet betalen voor de door haar minderjarige kind ontvangen behandeling volgt uit de behandelingsovereenkomst zelf. [gedaagde] heeft de verschuldigdheid van de gevorderde nota’s erkend. De hoofdsom van € 344,44 wordt daarom als niet betwist toegewezen. [gedaagde] moet het bedrag van € 344,44 aan Netpoint betalen.
De buitengerechtelijke incassokosten
Netpoint maakt daarnaast aanspraak op vergoeding van gemaakte buitengerechtelijke incassokosten van € 80,00. In de artikelen 5 en 7 van de toepasselijke algemene voorwaarden is iets bedongen over deze vergoeding. Het beding in artikel 5 is geënt op de wettelijke regeling (zie artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, hierna: Besluit) en daarmee op zichzelf niet onredelijk bezwarend. Netpoint heeft daarnaast echter, in artikel 7, nog een aanvullende vergoeding bedongen, in die zin dat ook alle andere met de incasso gemoeide kosten voor rekening van [gedaagde] komen. De totale bedongen vergoeding is daarmee hoger dan de vergoeding conform het Besluit. Dat maakt dat deze in hun onderlinge samenhang bezien ten nadele van consumenten/patiënten aanzienlijk afwijken van de wettelijke regeling over de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Aldus zijn ze onredelijk bezwarend voor [gedaagde] en moeten ze vernietigd worden. Als gevolg daarvan moet de gevorderde vergoeding voor gemaakte buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen. Dit betekent dat [gedaagde] de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten van € 80,00 niet aan Netpoint hoeft te betalen.
De rente
Netpoint maakt ook aanspraak op vergoeding van rente tot 6 mei 2026 van € 17,13. Daarover is in artikel 4 van de algemene voorwaarden een beding opgenomen. De bedongen rente is hoger dan de wettelijke rente was op het moment dat de overeenkomst werd gesloten. Door die hoge bedongen rente wordt het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en plichten van partijen te nadele van de consument aanzienlijk verstoord. Om die reden is het rentebeding onredelijk bezwarend voor [gedaagde] en wordt het door de kantonrechter vernietigd. Als gevolg daarvan wordt de gevorderde vergoeding van rente afgewezen. Dit betekent dat [gedaagde] de gevorderde rente niet aan Netpoint hoeft te betalen.
De proceskosten
[gedaagde] heeft bezwaar gemaakt tegen de proceskosten. [gedaagde] stelt dat zij de eerdere brieven niet heeft ontvangen. Zij heeft alleen de dagvaarding ontvangen. Nadat zij de dagvaarding had ontvangen, heeft zij gelijk een betalingsregeling getroffen. De kantonrechter begrijpt dit verweer van [gedaagde] zo, dat [gedaagde] stelt dat zij rauwelijks is gedagvaard. De kantonrechter gaat voorbij aan dit deel van het verweer en zij overweegt daartoe als volgt.
Netpoint heeft kopieën overgelegd van de aan [gedaagde] verzonden facturen (2x) en de betalingsherinneringen/aanmaningen van GGN (10x) aan [gedaagde] over de periode van 15 september 2025 tot en met 24 april 2026. Alle correspondentie is naar het woonadres van [gedaagde] aan de [adres] in [plaats] verzonden, waarop ook de dagvaarding (achtergelaten in een gesloten envelop) is betekend die [gedaagde] wel heeft bereikt. Niet gesteld of is gebleken dat dit adres niet juist is of niet toebehoort aan [gedaagde] . De enkele stelling door [gedaagde] dat zij geen van de voornoemde correspondentie van de tandarts en/of GGN – de incassogemachtigde van Netpoint zou hebben ontvangen – afgezien de dagvaarding – acht de kantonrechter in dit licht bezien dan ook onvoldoende.
[gedaagde] stelt verder dat zij een betalingsregeling met GGN heeft getroffen. Dit deel van het verweer kan [gedaagde] ook niet verder helpen. De betalingsregeling is tot stand gekomen nà dagvaarding, namelijk op 26 mei 2026. Volgens Netpoint is de betalingsregeling met GGN getroffen onder verband van vonnis en inclusief (eventuele) proceskosten. De betalingsregeling is inmiddels ook komen te vervallen, omdat [gedaagde] die niet is nagekomen, waardoor het hele bedrag ineens opeisbaar is geworden. De kantonrechter gaat er vanuit dat voor zover [gedaagde] wel één termijn aan GGN heeft betaald, zoals zij stelt, Netpoint die betaling in mindering zal laten strekken op de vordering.
[gedaagde] stelt dat zij niet een persoon is die haar rekening onbetaald laat, maar zij heeft het financieel erg zwaar en zij doet haar uiterste best om alles draaiende te houden met vier kinderen. De kantonrechter heeft begrip voor de door [gedaagde] gestelde persoonlijke en financiële omstandigheden, echter zijn deze gestelde omstandigheden geen grond om de proceskosten af te wijzen.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Netpoint worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
127,08
- griffierecht
€
139,00
- salaris gemachtigde
€
174,00
(2 punten × € 87,00)
- nakosten
€
43,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
483,58
Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard
De kantonrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is gevorderd.
4. De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [gedaagde] om aan Netpoint tegen bewijs van kwijting te betalen € 344,44, waarbij rekening moet worden gehouden met tussentijdse betalingen,
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 483,58, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. van Wegen en in het openbaar uitgesproken op 2 september 2026.
HHt/37278