ECLI:NL:RBMNE:2026:6309

ECLI:NL:RBMNE:2026:6309

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 02-07-2026
Datum publicatie 14-09-2026
Zaaknummer UTR 25-5418
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Zvw, beroep te laat ingediend, niet verschoonbaar, beroep niet-ontvankelijk.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 juli 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

het CAK,

Samenvatting

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 25/5418

en

(gemachtigde: mr. [gemachtigde] ).

1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep van eiser niet-ontvankelijk is, omdat hij niet tijdig beroep heeft ingesteld en dit niet verschoonbaar is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser is als gemoedsbezwaarde voor de Zorgverzekeringswet aangemerkt en daarom ontheven van de verzekeringsplicht. In plaats van premie betaalt eiser een bijdragevervangende belasting. Dat bedrag, het rekeningsaldo, wordt op een rekening van het CAK gestort.

3. Met een besluit van 6 juli 2023 heeft het CAK het rekeningsaldo voor 2023 vastgesteld. Dit is het saldo dat eiser kan gebruiken voor de kosten van medische zorg. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit.

4. Met het besluit van 30 april 2025 (bestreden besluit) heeft het CAK het bezwaar van eiser ongegrond verklaard, voor zover dat was gericht tegen de hoogte van het rekeningsaldo. Voor zover het bezwaar was gericht tegen de hoogte en de verschuldigdheid van de bijdragevervangende belasting, heeft het CAK zich onbevoegd verklaard.

5. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroepschrift van eiser, gedagtekend op 3 juli 2025, op 11 juli 2025 ontvangen.

6. Omdat het beroep buiten de beroepstermijn is ingediend, heeft de rechtbank eiser op om een toelichting gevraagd. Eiser heeft daarop gereageerd.

7. Het CAK heeft een verweerschrift ingediend. Eiser heeft daarop gereageerd.

8. De rechtbank heeft het beroep op 27 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiser en de gemachtigde van het CAK deelgenomen.

Beoordeling door de rechtbank

9. De rechtbank ziet zich allereerst voor de vraag gesteld of het beroep ontvankelijk is en dus inhoudelijk behandeld moet worden.

10. Eiser voert aan dat het CAK het bestreden besluit uitsluitend per reguliere post heeft verzonden en dat hij het van zijn buren heeft gekregen toen hij terugkeerde uit Frankrijk, waar hij langere tijd verbleef. Daarnaast voert hij aan dat hij door een depressie niet eerder in staat was te reageren op het bestreden besluit.

11. Vaststaat dat het CAK het bestreden besluit per reguliere post heeft verzonden en dat eiser niet binnen de wettelijke termijn beroep heeft ingesteld. Eiser heeft zijn stelling dat het bestreden besluit abusievelijk bij zijn buren is bezorgd, niet onderbouwd. Ter zitting is vastgesteld dat eiser het bestreden besluit pas veel later onder ogen heeft gekregen, omdat hij voor langere tijd in Frankrijk verbleef. Omdat appellant voor langere tijd in het buitenland verbleef, mag worden verwacht dat hij voorzieningen treft om adequate maatregelen te nemen ter behartiging van zijn belangen. Nu eiser dit niet heeft gedaan, komt het voor zijn risico dat hij het bestreden besluit pas later onder ogen heeft gekregen.

12. De rechtbank zal de stelling van eiser dat hij wegens het overlijden van zijn vriendin depressieve klachten had, niet verder bespreken. Eiser heeft ter zitting namelijk naar voren gebracht dat hij meteen beroep heeft ingesteld toen hij na terugkeer uit Frankrijk het besluit onder ogen kreeg. Daaruit blijkt dat het verblijf in Frankrijk de reden was dat eiser te laat beroep heeft ingesteld. Zoals hiervoor toegelicht, ziet de rechtbank daarin geen verschoonbare reden. Het beroep is dus niet-ontvankelijk.

Conclusie en gevolgen

13. Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt de zaak daarom niet inhoudelijk. Eiser krijgt het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Janssen, rechter, in aanwezigheid van mr. S.J. Valk, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 2 juli 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand