ECLI:NL:RBMNE:2026:6316

ECLI:NL:RBMNE:2026:6316

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 10-09-2026
Datum publicatie 14-09-2026
Zaaknummer 616704 HA RK 26-166
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Wraking
Zittingsplaats Lelystad

Samenvatting

Wrakingszaak. De wrakingskamer verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek. Het wrakingsverzoek is ingediend nadat de hoofdzaak is geëindigd. Met het beschikbaar stellen van de uitspraak aan partijen moet de uitspraak geacht worden te zijn gedaan. Door een ongelukkige administratieve fout van de rechtbank is alleen pagina 1 van het twee pagina’s tellende vonnis per e-mail verspreid. Mede gelet op de inhoud van deze pagina moet het moment van de verspreiding van die eerste pagina worden aangemerkt als het moment van de uitspraak. Het wrakingsverzoek is na het wijzen van de einduitspraak ingediend.

Uitspraak

Beslissing

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

WRAKINGSKAMER

Locatie: Lelystad

Zaaknummer: 616704 HA RK 26-166

Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van 10 september 2026

op het verzoek in de zin van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) van:

[verzoeker] ,

wonende in [woonplaats] ,

hierna: verzoeker,

bijgestaan door mr. M.A.M. Lem, advocaat in Breda.

1. De procedure

Verzoeker heeft op 21 augustus 2026 om 22:56 uur mr. Y.M. Vanwersch

gewraakt. Mr. Y.M. Vanwersch (hierna: de rechter) is de behandelend rechter in de zaak met het zaaknummer 12344896 \ V EXPL 26-199 (hierna: de hoofdzaak).

Het wrakingsverzoek is op 27 augustus 2026 behandeld door de wrakingskamer.

Bij de zitting waren aanwezig:

verzoeker, bijgestaan door mr. M.A.M. Lem;

mr. [A] , namens de rechter.

Als toehoorder was aanwezig mr. R.M. Koster, namens gedaagde in de hoofdzaak.

De rechter heeft op 25 augustus 2026 een schriftelijke reactie ingediend. Verzoeker heeft daar kennis van kunnen nemen. Ook zijn de zittingsaantekeningen van de zitting van 21 augustus 2026 aan verzoeker verstrekt. Tijdens de mondelinge behandeling is door verzoeker een pleitnota overgelegd en voorgedragen.

De uitspraak is bepaald op vandaag.

2. Het wrakingsverzoek

Verzoeker heeft zijn wrakingsverzoek ingediend om de volgende redenen. Aan het begin van de zitting van 21 augustus 2026 heeft de rechter aan partijen meegedeeld dat zij tot het oordeel kwam dat verzoeker niet-ontvankelijk zou worden verklaard in zijn vorderingen, omdat zij onbevoegd was kennis te nemen van de vorderingen. De rechter wilde vervolgens aanvankelijk de reconventionele vordering van ArboVitale B.V. op de zitting mondeling behandelen. De rechter heeft hier uiteindelijk, op uitdrukkelijk verzoek van mr. Lem, van afgezien en bepaald dat de uitspraak in de week van 24 augustus 2026 zou worden gedaan. Op 21 augustus 2026 om 16:34 uur, ongeveer anderhalf uur nadat de mondelinge behandeling omstreeks 15:00 uur was geëindigd, ontving mr. Lem een e-mail van de kantonrechter waaraan de eerste pagina van het vonnis was toegevoegd. De beslissing die aan het begin van de zitting van 21 augustus 2026 was aangekondigd door de rechter, namelijk dat verzoeker niet-ontvankelijk zou worden verklaard in zijn vordering, is op deze eerste pagina van het vonnis schriftelijk vastgelegd. Mr. Lem heeft daarop de griffie diezelfde dag nog verzocht om toezending van het hele vonnis. De hele gang van zaken heeft bij verzoeker de vrees doen ontstaan dat de rechter haar oordeel reeds had gevormd vóór het voeren van het debat op de zitting en de uitkomst van de procedure toen al vaststond. Diezelfde dag nog heeft mr. Lem daarom dit wrakingsverzoek ingediend. Uit de enkele toezending van de eerste pagina, kan niet worden vastgesteld dat het vonnis al overeenkomstig de wettelijke voorschriften openbaar was uitgesproken. Het wrakingsverzoek is daarom tijdig, voor de uitspraak, ingediend. De griffie heeft de maandag daarna, op 24 augustus 2026, om 09:43 uur het gehele vonnis toegezonden.

Tijdens de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek heeft mr. Lem nog aangevoerd dat schriftelijke reactie van de rechter de vooringenomenheid van de rechter bevestigt: de rechter zou kort na de zitting op vakantie gaan en had helemaal geen tijd voor een inhoudelijk vonnis, haar oordeel over de niet- ontvankelijkheid stond op voorhand dus al vast.

De rechter heeft niet berust in de wraking. Dit betekent dat zij het niet eens is met de wraking. In haar schriftelijke reactie heeft de rechter dit uitgelegd. Ten eerste is de rechter van mening dat het wrakingsverzoek is ingediend na het wijzen van het vonnis, en dus dat verzoeker niet-ontvankelijk is in zijn verzoek. Daarnaast was er geen sprake van vooringenomenheid, omdat de rechter haar visie over de vraag of de voorlopige voorziening bij het juiste loket was ingediend als eerste aan de orde mocht stellen en haar oordeel hierover kon en mocht geven. Het enkele feit dat het vonnis dezelfde dag is gewezen, leidt naar haar mening niet tot een ander oordeel. De reden van de afzonderlijk snelle afdoening is gelegen in haar ophanden zijnde vakantie, ingaande op 26 augustus 2026.

3. De beoordeling

Het toetsingskader

In artikel 36 Rv staat dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

Het middel van wraking is toegekend aan een partij die wil voorkomen dat een rechter, bij wie uit zijn gedrag of overtuiging vooringenomenheid blijkt tegenover een partij, althans aan een partij die daarover de objectief gerechtvaardigde vrees heeft (nog langer) bemoeienis met de zaak zal hebben. Dat doel kan niet meer worden bereikt als de rechter een einduitspraak heeft gedaan, omdat de behandeling van de zaak daarmee is geëindigd. De wet voorziet niet in de mogelijkheid om wanneer de behandeling van de zaak is geëindigd door het wijzen van een einduitspraak, wraking te verzoeken van de rechter die deze einduitspraak heeft gedaan.

Het oordeel van de wrakingskamer

In artikel 29 Rv staat dat de uitspraak in het openbaar geschiedt en dat de griffier het vonnis verstrekt aan een ieder die dat verlangt. Onder de dag van de uitspraak moet worden verstaan de dag waarop het vonnis openbaar wordt gemaakt. Met het beschikbaar stellen van de uitspraak aan partijen moet de uitspraak geacht worden te zijn gedaan.

Vonnissen in kort geding worden niet op een rolzitting uitgesproken. Het is aan de rechter om een moment te bepalen waarop de uitspraak wordt gedaan. In dit geval is er geen specifieke datum aangezegd. Uit de zittingsaantekeningen blijkt niet dat de rechter heeft medegedeeld op welke dag vonnis zou worden gewezen. In het wrakingsverzoek is naar voren gebracht dat de rechter zou hebben toegezegd dat de uitspraak in de week van 24 augustus 2026 zou worden gedaan. Daarmee is een indicatie gegeven van de termijn waarop partijen het vonnis konden verwachten. Een professionele partij, zoals een advocaat, mag ermee bekend worden verondersteld dat een uitspraak desondanks eerder kan worden gedaan.

Op 21 augustus 2026 is door een ongelukkige administratieve fout van de rechtbank alleen pagina 1 van het twee pagina’s tellende vonnis per e-mail verspreid. Op die eerste pagina staat dat het gaat om een uitspraak van die dag, 21 augustus 2026 en wat de kern van de zaak en de beslissing is. Hoewel pagina 2 met het dictum toen niet is meegezonden, moet het moment van de verspreiding van die eerste pagina, mede gelet op de inhoud daarvan worden aangemerkt als het moment van uitspraak. Dat het vonnis al ongeveer anderhalf uur na het eindigen van de mondelinge behandeling is gewezen, is gelet op de omvang van het gehele vonnis niet onvoorstelbaar.

De wrakingskamer stelt dus vast dat de rechter op 21 augustus 2026 om 16:34 uur vonnis heeft gewezen. Met dit vonnis is de hoofdzaak geëindigd. Het wrakingsverzoek is die avond, na het wijzen van de einduitspraak, ingediend.

Het voorgaande betekent dat verzoeker niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn wrakingsverzoek. De wrakingskamer komt daarom niet toe aan de inhoudelijke beoordeling van de gronden van het wrakingsverzoek en het subsidiair voorgelegde verzoek strekkende tot het stellen van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie.

4. De beslissing

De wrakingskamer:

verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek;

draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing toe te sturen aan verzoeker, de rechter waartegen het wrakingsverzoek is gericht, andere betrokken partijen, de teamvoorzitter van het team waarin de rechter werkt en de president van deze rechtbank.

Deze beslissing is genomen door mr. J.F. Haeck, voorzitter, en mr. M.M. Janssen-Witteveen en mr. D. van Bloemendaal als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. E.C. Kasper-Kerkdijk, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 10 september 2026.

de griffier de oudste rechter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. J.F. Haeck
  • mr. M.M. Janssen-Witteveen
  • mr. D. van Bloemendaal als

Griffier

  • mr. E.C. Kasper-Kerkdijk

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand