RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Strafrecht
Zittingsplaats Lelystad
Parketnummers: 16.023851.26; 16.105519.26 (t.t.z. gevoegd)
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 15 september 2026 in de strafzaak van:
[verdachte] ,
geboren op [2012] in [geboorteplaats] ,
verblijvende op het adres [adres] in [woonplaats] ,
(hierna: [verdachte] ).
1. Zitting
De strafzaak van [verdachte] is inhoudelijk behandeld op de besloten zitting van 1 september 2026.
Op de zitting waren aanwezig:
2. Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt [verdachte] ervan dat zij, samengevat:
Ten aanzien van parketnummer 16.023851.26:
Al dan niet samen met een ander, in de periode van 26 september 2025 tot en met 9 december 2025:
feit 1: twaalf personen heeft opgelicht door zich voor te doen als bankmedewerker en hen te bewegen tot het afgeven van hun bankpas en pincode, (een kluis met) geld, sieraden, horloge(s), en/of (andere) waardevolle goederen,
feit 2: van twaalf personen geld heeft gestolen door onbevoegd te pinnen.
Ten aanzien van parketnummer 16.105519.26:
feit 3: op 30 augustus 2025 in [woonplaats] openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer] .
De rechtbank nummert de bij de dagvaardingen met de parketnummers 16.023851.26 en 16.105519.26 ten laste gelegde feiten respectievelijk als de feiten 1, 2 en 3.
De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.
3. Bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat [verdachte] de aan haar onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten heeft gepleegd.
Ten aanzien van feit 1 moet [verdachte] worden vrijgesproken voor zover de tenlastelegging betrekking heeft op de pleegplaatsen Harkema, Surhuisterveen en Vlaardingen.
Ten aanzien van feit 2 moet [verdachte] worden vrijgesproken voor zover de tenlastelegging betrekking heeft op de pleegplaatsen Schiedam, Winschoten, Harkema en Surhuisterveen.
Standpunt van de verdediging
De advocaat voert geen verweer tegen het bewijs.
Oordeel van de rechtbank
Bewijsmiddelen feiten 1 en 2
[verdachte] bekent dat zij feit 1 en feit 2 heeft gepleegd, zoals deze hieronder bewezen zijn verklaard. Namens haar is ook niet om vrijspraak van die feiten gevraagd. In die situatie hoeft de rechtbank niet de inhoud van de bewijsmiddelen op te schrijven. De rechtbank noemt daarom alleen de bewijsmiddelen waarop zij haar oordeel baseert:
de bekennende verklaring van [verdachte] op de zitting van 1 september 2026;
het proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] van 7 november 2025, pagina’s 56 tot en met 58;
het proces-verbaal van aangifte van [aangever 2] inclusief bijlagen van 11 november 2025, pagina’s 78 tot en met 86;
het proces-verbaal van aangifte van [aangever 3] van 11 november 2025, pagina’s 101 tot en met 103;
het proces-verbaal van aangifte van [aangever 4] van 25 november 2025, pagina’s 121 tot en met 124;
het proces-verbaal van aangifte van [aangever 5] van 10 november 2025, pagina’s 146 tot en met 148;
het proces-verbaal van aangifte van [aangever 6] van 13 november 2025, pagina’s 160 tot en met 162;
het proces-verbaal van aangifte van [aangever 7] van 1 december 2025, pagina’s 175 tot en met 180;
het proces-verbaal van aangifte van [aangever 8] van 25 november 2025, pagina’s 193 tot en met 195;
het proces-verbaal van aangifte van [aangever 9] inclusief bijlage van 19 december 2025, pagina’s 208 tot en met 211;
het proces-verbaal van aangifte van [aangever 10] van 12 december 2025, pagina’s 222 tot en met 224;
het proces-verbaal van aangifte van [aangever 11] van 8 december 2025, pagina’s 238 tot en met 240;
het proces-verbaal van aangifte van [aangever 12] van 10 oktober 2025, pagina’s 261 tot en met 266.
Er zijn meerdere feiten bewezen verklaard. De bewijsmiddelen worden alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarover deze gaan.
Bewijsoverweging feiten 1 en 2
De feiten ten aanzien van aangever [aangever 12] zijn gepleegd in Huizen (oplichting) en Blaricum (pinnen). Deze plaatsen zijn niet opgesomd in de tenlastelegging. Desondanks komt de rechtbank tot een bewezenverklaring van ook deze feiten, nu de tenlastelegging ook ‘althans in Nederland’ vermeldt, uit het procesdossier voldoende de toedracht van deze feiten blijkt en ter zitting is gebleken dat voor verdachte duidelijk was op welke feiten de tenlastelegging betrekking heeft.
Bewijsmiddelen feit 3
[verdachte] bekent dat zij feit 3 heeft gepleegd, zoals deze hieronder bewezen is verklaard. Namens haar is ook niet om vrijspraak van dit feit gevraagd. In die situatie hoeft de rechtbank niet de inhoud van de bewijsmiddelen op te schrijven. De rechtbank noemt daarom alleen de bewijsmiddelen waarop zij haar oordeel baseert:
de bekennende verklaring van [verdachte] op de zitting van 1 september 2026;
het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] van 11 september 2025, pagina’s 10 tot en met 14;
het proces-verbaal van bevindingen van 6 oktober 2025, pagina’s 19 tot en met 22.
Bewezenverklaring
De rechtbank verklaart bewezen dat [verdachte] :
1: in de periode van 26 september 2025 tot en met 9 december 2025 te ’s-Gravenhage, Venray, Schiedam, Bodegraven, Gulpen, Alphen aan den Rijn, Zuidbroek, Winschoten, Groningen, Appingedam en Makkum, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, meermalen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid meerdere rekeninghouder(s) van de ING bank, ABN AMRO bank, en Rabobank, te weten (onder andere)
1) [aangever 1] (zaak 2),
2) [aangever 2] (zaak 3),
3) [aangever 3] (zaak 4),
4) [aangever 4] (zaak 5),
5) [aangever 5] (zaak 7),
6) [aangever 6] (zaak 8),
7) [aangever 7] (zaak 9),
8) [aangever 8] (zaak 10),
9) [aangever 9] (zaak 11),
10) [aangever 10] (zaak 12),
11) [aangever 11] (zaak 13), en
12) [aangever 12] (zaak 14)
heeft bewogen tot
- de afgifte van betaalpassen, (een kluis met) geld, sieraden, horloge(s), en (andere) waardevolle goederen, en
- het ter beschikking stellen van (inlog)gegevens (waaronder autorisatiecode(s) en pincode(s)) van zijn/haar bankaccount(s), althans gegevens, door
- zich onder een valse naam voor te doen als een bankmedewerker en politieagent,
- (vervolgens) voornoemde rekeninghouder(s) te vertellen dat er iets aan de hand is met de betaalrekening en /of de daarbij behorende producten,
- (vervolgens) voornoemde rekeninghouder(s) te vertellen dat, om te voorkomen dat er geld van de rekening(en) wordt weggenomen, de bestedingsruimte moet worden geblokkeerd, geldbedragen moeten worden overgeschreven naar andere rekeningen en dat, uit veiligheidsoverwegingen, betaalpassen, gegevensdragers en /of (andere) waardevolle goederen moeten worden meegegeven aan een koerier en /of bankmedewerker en politieagent,
- (vervolgens) een e-mail en telefonisch bericht te sturen met een betaallink en af te spreken dat een koerier en bankmedewerker en politieagent bij voornoemde rekeninghouder(s) langskomt, teneinde de afgesproken goederen op te halen, en
- (vervolgens) voornoemde rekeninghouder(s) te bewegen tot het uitvoeren van een
betaaltransactie en overboeking en het afgeven van die afgesproken geldbedragen en goederen,
2: in de periode van 26 september 2025 tot en met 9 december 2025 te ’s-Gravenhage, Venray, Vlaardingen, Bodegraven, Groningen, Appingedam en Makkum, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander geldbedrag(en), te weten in totaal ongeveer €26.319,90, in elk geval enig geldbedrag en bankpassen, welk(e) geldbedrag(en) en bankpassen geheel toebehoorde(n) aan rekeninghouder(s) van de ING bank, ABN AMRO bank, en Rabobank te weten
1) [aangever 1] (zaak 2),
2) [aangever 2] (zaak 3),
3) [aangever 3] (zaak 4),
4) [aangever 4] (zaak 5),
6) [aangever 6] (zaak 8),
8) [aangever 8] (zaak 10),
9) [aangever 9] (zaak 11),
10) [aangever 10] (zaak 12),
11) [aangever 11] (zaak 13), en
12) [aangever 12] (zaak 14)
heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, waarbij hij, verdachte en zijn mededader(s) het weg te nemen geld en bankpassen onder hun bereik heeft gebracht door middel van (een) valse sleutel(s), te weten door
- met oplichting verkregen, althans onder valse voorwendselen door de rekeninghouders, ingevoerde gebruikersna(a)m(en), wachtwoord(en) en inlog(gegevens) voor het inloggen op internetbankieren en het autoriseren van een betaling, en
- zonder toestemming gebruik te maken van de bankpas(sen) van bovengenoemde perso(o)n(en) en de (bij de bankpas(sen) behorende) pincode(s), door (vervolgens) geldopnames te doen en betalingen te verrichten,
3: op 30 augustus 2025 te [woonplaats] , aan de [adres] , in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer] , welk in vereniging gepleegde geweld bestond uit:
- het bespringen van die [slachtoffer] en
- het meermalen (met kracht) slaan op/tegen het gezicht, althans het hoofd van die [slachtoffer] en
- het meermalen, (met kracht) slaan op/tegen het lichaam van die [slachtoffer] en
- het (met kracht) duwen van die [slachtoffer] en
- het trekken aan het haar van die [slachtoffer] .
De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. [verdachte] wordt daarvan vrijgesproken.
De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt [verdachte] niet.
4. Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
feit 1: medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd
feit 2: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd
feit 3: openlijke geweldpleging
Strafbaarheid feiten en verdachte
De feiten en [verdachte] zijn strafbaar.
5. Straf
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie eist dat [verdachte] wordt veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf van 120 uur, met aftrek van het voorarrest, te vervangen door 60 dagen hechtenis als [verdachte] deze taakstraf niet of niet goed uitvoert, met een proeftijd van twee jaar, met als bijzondere voorwaarden: - een contactverbod met de medeverdachte in de zaak onder parketnummer 16.023851.26;
- meewerken aan een positieve schoolgang en/of andere positieve dagbesteding;
- meewerken aan positieve vrijetijdsbesteding in de vorm van werk en/of sport;
- meewerken aan hulpverlening vanuit Nova Forte Zorg of een soortgelijke instelling;
- meewerken aan aanvullende hulpverlening wanneer de jeugdreclassering dit nodig acht.
De officier van justitie vindt het belangrijk dat de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering te Flevoland toezicht zal houden op de naleving van de voorwaarden en [verdachte] ten behoeve daarvan zal begeleiden, gelet op de aanwijzingen van een licht verstandelijke beperking (hierna: LVB) van [verdachte] .
Standpunt van de verdediging
De advocaat heeft verzocht aan te sluiten bij het advies van de Raad. Ten aanzien van feit 1 en feit 2 heeft de advocaat verzocht er rekening mee te houden dat de kans bestaat dat misbruik is gemaakt van de kwetsbaarheid en beïnvloedbaarheid van [verdachte] . De advocaat heeft verzocht rekening te houden met de verstandelijke beperking en jonge leeftijd van [verdachte] .
De advocaat heeft verzocht een geheel voorwaardelijke taakstraf op te leggen, met de bijzondere voorwaarden zoals geëist door de officier van justitie. De advocaat heeft verzocht de door de officier van justitie geëiste taakstraf iets te matigen.
Oordeel van de rechtbank
Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte, zoals op de zitting is gebleken.
Ernst en omstandigheden van de feiten
Allereerst heeft [verdachte] zich samen met een ander schuldig gemaakt aan oplichting, door bankhelpdeskfraude, van twaalf personen van (destijds) tussen de 66 en 92 jaar oud. Nadat een ander, die zich telefonisch voordeed als een bankmedewerker of een medewerker van de politie, de slachtoffers ervan hadden weten te overtuigen dat zij hun bankpassen, pincodes, sieraden, horloge en/of contante geldbedragen moesten afgeven, kwam [verdachte] , als medewerker van de bank of de politie, bij hen aan de deur om de bankpassen, sieraden, horloge en/of contante geldbedragen op te halen of mee te nemen. Vervolgens heeft [verdachte] geldbedragen gestolen door met de met de oplichting verkregen bankpassen en pincodes geld op te nemen en betalingen te doen. Ook heeft ze bij twee van de opgelichte personen grote bedragen aan contant geld gestolen. Hoewel [verdachte] niet het brein was achter de bankhelpdeskfraude, heeft zij daar wel een aanzienlijke rol in gespeeld. [verdachte] heeft met haar handelen niet alleen het eigendomsrecht van de slachtoffers geschonden, maar ook hun vertrouwen in de samenleving en de medemens geschaad. Dat dit zich afspeelde bij de woningen van de slachtoffers, de plek waar men zich bij uitstek veilig moet kunnen voelen, en dat de slachtoffers oudere, kwetsbare personen waren, maakt dit extra kwalijk. Met de bankhelpdeskfraude is bovendien het vertrouwen in het economisch verkeer en in de politie geschaad.
Daarnaast heeft [verdachte] zich samen met anderen schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging. Het slachtoffer is meerdere keren geslagen, geduwd en aan haar haren getrokken. Door haar handelen heeft [verdachte] op grove wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer en haar pijn en letsel toegebracht. [verdachte] heeft onvoldoende stilgestaan bij de gevolgen van haar handelen voor het slachtoffer. Bovendien veroorzaakt dergelijk geweld, gepleegd op de openbare weg, gevoelens van angst en onveiligheid bij de omstanders en in de samenleving in het algemeen.
De rechtbank rekent dit alles [verdachte] aan.
Persoonlijke omstandigheden van [verdachte]
De rechtbank heeft gekeken naar:
het strafblad van [verdachte] van 22 juli 2026;
een rapport van een psycholoog die [verdachte] heeft onderzocht van 29 mei 2026;
een advies van de Raad van 25 augustus 2026;
een rapport van de LJ&R van 21 juli 2026.
Strafblad
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van [verdachte] van 22 juli 2026 waaruit blijkt dat zij niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit.
Het advies van de psycholoog
Uit het rapport van de psycholoog volgt dat [verdachte] niet volledig heeft meegewerkt aan het onderzoek, waardoor de psycholoog onvoldoende zicht heeft kunnen krijgen op de psychische gesteldheid, emoties, motieven en belevingswereld van [verdachte] . Wel is een LVB als voorlopige diagnose vastgesteld. De LVB was aanwezig ten tijde van het tenlastegelegde. Het is aannemelijk dat de LVB, met daarbij passend beperkt probleeminzicht, beïnvloedbaarheid en achterlopende vaardigheden in emotieregulatie en oordeelsvorming, de kwetsbaarheid van [verdachte] in risicovolle situaties heeft vergroot. Hoe dit in de ten laste gelegde feiten heeft doorgewerkt kan echter onvoldoende worden geduid. Het risico op toekomstig gewelddadig of anderszins grensoverschrijdend gedrag wordt als verhoogd ingeschat. De hoogte van het risico kan echter eveneens onvoldoende worden geduid vanwege de eerder omschreven beperkingen binnen het onderzoek.
Het is volgens de psycholoog belangrijk dat hulpverlening wordt ingezet, waarbij in eerste instantie de nadruk moet liggen op stabiliteit, veiligheid, structuur, toezicht en passende dagbesteding of onderwijs. De begeleiding dient concreet, praktisch en LVB-passend te worden vormgegeven. Vanuit deze basis kan door middel van procesdiagnostiek meer zicht worden verkregen op de onderliggende problematiek en kan worden gewerkt aan coping vaardigheden, emotieregulatie, sociale vaardigheden, weerbaarheid en het leren herkennen van risicovolle situaties. Daarnaast is systeemgerichte hulp noodzakelijk.
Het advies van de Raad
De Raad ziet zowel beschermende als risicofactoren. De beschermende factoren zijn dat de moeder betrokken is en openstaat voor hulp. Ook lijkt er een goede band te zijn tussen de coach vanuit Nova Forte Zorg en [verdachte] . Daarnaast heeft [verdachte] zich tijdens de schorsing van de voorlopige hechtenis goed aan de schorsingsvoorwaarden gehouden en staat zij inmiddels open voor onderwijs in [plaats] . Er zijn echter ook nog zorgen. [verdachte] gaat op dit moment nog niet naar school en er zijn zorgen over haar middelengebruik en netwerk.
De Raad adviseert een deels voorwaardelijke werkstraf op te leggen. Aan het
voorwaardelijke deel dienen bijzondere voorwaarden te worden verbonden. Nu in het rapport van de psycholoog een voorlopige diagnose van LVB bij [verdachte] is vastgesteld, is het belangrijk dat het toezicht en de begeleiding vanuit de jeugdreclassering hierop worden aangepast. De Raad adviseert daarom om de begeleiding uit te laten voeren door de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering. Deze instelling is namelijk gespecialiseerd in LVB-problematiek.
Het advies van de LJ&R
De toezichthouder van [verdachte] complimenteert [verdachte] voor haar inzet de afgelopen maanden. [verdachte] is op bijna alle afspraken met de toezichthouder verschenen en Nova Forte Zorg is ook positief over [verdachte] . De toezichthouder van [verdachte] sluit zich aan bij het advies van de Raad. Tegelijkertijd heeft de toezichthouder op zitting aangegeven dat er inmiddels al veel hulp is ingezet in het civiele kader. Het risico bestaat dat [verdachte] en haar moeder worden overvraagd en daarom is het belangrijk dat er niet nog meer hulpverleners betrokken raken. De toezichthouder is daarom van mening dat er geen jeugdreclasseringsmaatregel moet worden opgelegd.
De op te leggen straf
De bewezenverklaarde feiten zijn ernstige feiten. Vanwege die ernst is een jeugddetentie passend. Gelet op de jeugdige leeftijd van [verdachte] en haar persoonlijke omstandigheden is de rechtbank echter van oordeel dat [verdachte] niet terug hoeft naar de jeugdgevangenis. Wel vindt de rechtbank, net als de officier van justitie, het belangrijk dat [verdachte] een voorwaardelijke straf krijgt. Dit is nodig als stok achter de deur om [verdachte] gemotiveerd te houden om uit de criminaliteit te blijven. Daarbij acht de rechtbank het op grond van wat hiervoor is beschreven over de persoonlijke omstandigheden en de benodigde behandeling noodzakelijk dat aan [verdachte] de bijzondere voorwaarden worden opgelegd zoals hierna geformuleerd.
De rechtbank legt daarom een geheel voorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf van 100 uur op, met aftrek van het voorarrest en met een proeftijd van 2 jaar. De rechtbank is hierbij uitgegaan van een voorarrest van 7 dagen.
De voorlopige hechtenis
De rechtbank zal, gelet op de straf die zij aan [verdachte] zal opleggen, het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opheffen.
6. Vordering benadeelde partij
Vorderingen van de benadeelde partijen
[aangever 6] heeft zich gevoegd als benadeelde partij en heeft in verband met feit 1 en 2 een vordering tot schadevergoeding ingediend. Hij vordert een vergoeding van € 4.000,-, bestaande uit materiële schade.
[aangever 5] heeft zich gevoegd als benadeelde partij en heeft in verband met feit 1 en 2 een vordering tot schadevergoeding ingediend. Zij vordert een vergoeding van € 20.000,-, bestaande uit materiële schade.
[aangever 1] heeft zich gevoegd als benadeelde partij en heeft in verband met feit 1 en 2 een vordering tot schadevergoeding ingediend. Hij vordert een vergoeding van € 2.000,-, bestaande uit materiële schade.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen geheel kunnen worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente. Nu [verdachte] ten tijde van de feiten 1 en 2 13 jaar oud was, is de moeder van [verdachte] civielrechtelijk aansprakelijk voor deze schade. De officier van justitie heeft verzocht de vorderingen hoofdelijk toe te wijzen.
Standpunt van de verdediging
De advocaat heeft verzocht de vorderingen af te wijzen.
Ten aanzien van de vordering van [aangever 6] merkt de advocaat op dat in de vordering is vermeld dat de ABN AMRO de schade niet heeft vergoed, terwijl deze bank dit soort schade normaal gesproken wel vergoedt. De advocaat betwijfelt of de stelling van [aangever 6] dat de bank het bedrag niet heeft vergoed, wel klopt.
Oordeel van de rechtbank
De vordering van [aangever 6]
Voor de vordering van benadeelde partij [aangever 6] geldt dat door de bewijsmiddelen en de omschrijving van de vordering is komen vast te staan dat [verdachte] door de feiten 1 en 2 rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De opgevoerde schadepost is door [aangever 6] voldoende onderbouwd en namens [verdachte] onvoldoende gemotiveerd betwist. De rechtbank wijst het gevorderde bedrag van € 4.000,- daarom volledig toe.
Schadevergoeding bij verdachte onder de 14 jaar
De vordering van de benadeelde partij heeft betrekking op een gedraging van [verdachte] die ten tijde van het bewezenverklaarde feit de leeftijd van veertien jaar nog niet had bereikt. De gedragingen van [verdachte] kunnen wel worden aangemerkt als onrechtmatige daden, en als zij veertien jaar of ouder zou zijn geweest, zou die haar ook worden toegerekend. In verband met de leeftijd van [verdachte] ten tijde van de bewezenverklaarde feiten wordt de vordering echter, op grond van artikel 51g lid 4 van het Wetboek van Strafvordering, geacht te zijn ingediend tegen diens ouders of voogd.
De moeder van [verdachte] wordt daarom veroordeeld om € 4.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 november 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening, te betalen aan de benadeelde partij.
Proceskosten
De moeder van [verdachte] wordt veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken, tot op heden begroot op nihil.
Hoofdelijkheid
De rechtbank stelt vast dat [verdachte] de onder 1 en 2 bewezenverklaarde feiten samen met een ander heeft gepleegd. De moeder van [verdachte] is daarom voor de geleden schade ter hoogte van € 4.000,- naar burgerlijk recht met de mededader van [verdachte] hoofdelijk aansprakelijk. Dit betekent dat de moeder van [verdachte] tegenover de benadeelde partij voor dat hele bedrag aansprakelijk is.
Geen schadevergoedingsmaatregel
Nu niet [verdachte] zelf, maar haar moeder wordt veroordeeld tot betaling van de schadevergoeding, zal de rechtbank op grond van artikel 77h lid 4 Sr jo artikel 6:164 BW niet overgaan tot het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel.
De vorderingen van [aangever 5] en [aangever 1]
De rechtbank stelt voorop dat uit de bewijsmiddelen voldoende blijkt dat door de benadeelde partijen schade is geleden. De vorderingen die zijn ingediend roepen bij de rechtbank echter vragen op, waardoor niet – op een binnen het strafproces aanvaardbare manier – is vast te stellen of de schade voor vergoeding in aanmerking komt. Daarnaast ontbreekt een toereikende onderbouwing. Dit betekent dat de behandeling van de gehele vorderingen een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De rechtbank zal de benadeelde partijen daarom in de gehele vorderingen niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de vorderingen slechts bij de burgerlijke rechter kunnen worden aangebracht.
Nu de benadeelde partijen niet-ontvankelijk worden verklaard in hun vorderingen, zal de rechtbank de kosten compenseren, in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt.
7. Toegepaste wetsartikelen
De opgelegde straf is gebaseerd op de volgende wetsartikelen:
47, 77a, 77g, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 141, 311 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.
8. De beslissing
betaaltransactie en/of overboeking en/of het afgeven van die afgesproken geldbedragen en/of goederen,
het hoofd van die [slachtoffer] en/of
[slachtoffer] en/of
De rechtbank:
Bewezenverklaring
Strafbaarheid
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4 is vermeld;
- verklaart [verdachte] strafbaar;
Straf
- veroordeelt [verdachte] tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf van 100 (honderd) uren, indien niet of niet naar behoren verricht te vervangen door 50 (vijftig) dagen jeugddetentie;
- bepaalt dat de tijd, door [verdachte] vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de jeugddetentie in mindering zal worden gebracht, naar de maatstaf van 2 uren per dag die [verdachte] in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht;
- bepaalt dat deze taakstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat [verdachte] de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast;
- als algemene voorwaarden gelden dat [verdachte] :
- stelt als bijzondere voorwaarden dat [verdachte] gedurende de proeftijd:
waarbij aan de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering te Flevoland opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en [verdachte] ten behoeve daarvan te begeleiden;
Vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [aangever 6] (16.023851.26)
Vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [aangever 5] (16.023851.26)
- verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- compenseert de proceskosten van de benadeelde partij en de moeder van [verdachte] , in die zin dat ieder haar eigen kosten draagt;
Vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [aangever 1] (16.023851.26)
- verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- compenseert de proceskosten van de benadeelde partij en de moeder van [verdachte] , in die zin dat ieder haar eigen kosten draagt;
Voorlopige hechtenis
- heft op het geschorste bevel voorlopige hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.M. van Meer, voorzitter tevens kinderrechter, mr. H. den Haan en mr. B.A. Nijs, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N. Tressel als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 15 september 2026.
De jongste rechter is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan [verdachte] is ten laste gelegd dat:
(in de zaak met parketnummer 16.023851.26):
1: zij in of omstreeks de periode van 26 september 2025 tot en met 9 december 2025 te
’s-Gravenhage, Venray, Schiedam, Vlaardingen, Bodegraven, Harkema, Surhuisterveen, Gulpen, Alphen a/d Rijn, Zuidbroek, Winschoten, Groningen, Appingedam en/of Makkum, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
meermalen, althans eenmaal, (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,
een of meerdere rekeninghouder(s) van de ING bank, ABN AMRO bank, en/of Rabobank, te weten (onder andere)
1) [aangever 1] (zaak 2),
2) [aangever 2] (zaak 3),
3) [aangever 3] (zaak 4),
4) [aangever 4] (zaak 5),
5) [aangever 5] (zaak 7),
6) [aangever 6] (zaak 8),
7) [aangever 7] (zaak 9),
8) [aangever 8] (zaak 10),
9) [aangever 9] (zaak 11),
10) [aangever 10] (zaak 12),
11) [aangever 11] (zaak 13), en/of
12) [aangever 12] (zaak 14)
heeft/hebben bewogen tot
- de afgifte van betaalpassen, (een kluis met) geld, sieraden, horloge(s), en/of (andere) waardevolle goederen, althans enig goed, en/of
- het ter beschikking stellen van (inlog)gegevens (waaronder autorisatiecode(s) en/of pincode(s)) van zijn/haar bankaccount(s), althans gegevens, door
- zich onder een valse naam voor te doen als een bankmedewerker en/of politieagent,
- (vervolgens) voornoemde rekeninghouder(s) te vertellen dat er iets aan de hand is met de betaalrekening en/of de daarbij behorende producten,
- (vervolgens) voornoemde rekeninghouder(s) te vertellen dat, om te voorkomen dat er geld van de rekening(en) wordt weggenomen, de bestedingsruimte moet worden geblokkeerd, geldbedragen moeten worden overgeschreven naar andere rekeningen en/of dat, uit veiligheidsoverwegingen, betaalpassen, gegevensdragers en/of (andere) waardevolle goederen moeten worden meegegeven aan een koerier en/of bankmedewerker en/of politieagent,
- (vervolgens) een e-mail en/of telefonisch bericht te sturen met een betaallink en/of af te spreken dat een koerier en/of bankmedewerker en/of politieagent bij voornoemde rekeninghouder(s) langskomt, teneinde de afgesproken goederen op te halen, en/of
- (vervolgens) voornoemde rekeninghouder(s) te bewegen tot het uitvoeren van een
2: zij in of omstreeks in de periode van 26 september 2025 tot en met 9 december 2025
te ’s-Gravenhage, Venray, Schiedam, Vlaardingen, Bodegraven, Harkema, Surhuisterveen, Alphen a/d Rijn, Winschoten, Groningen, Appingedam en/of Makkum, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meer geldbedrag(en), te weten in totaal ongeveer €26.319,90, in elk geval enig geldbedrag en/of bankpassen, welk(e) geldbedrag(en) en/of bankpassen geheel of ten dele toebehoorde(n) aan een of meerdere rekeninghouder(s) van de ING bank, ABN AMRO bank, en/of Rabobank te weten (onder andere)
1) [aangever 1] (zaak 2),
2) [aangever 2] (zaak 3),
3) [aangever 3] (zaak 4),
4) [aangever 4] (zaak 5),
6) [aangever 6] (zaak 8),
8) [aangever 8] (zaak 10),
9) [aangever 9] (zaak 11),
10) [aangever 10] (zaak 12),
11) [aangever 11] (zaak 13), en/of
12) [aangever 12] (zaak 14)
in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, waarbij hij, verdachte en/of zijn mededader(s) het weg te nemen geld en/of bankpassen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van (een) valse sleutel(s), te weten door
- met oplichting verkregen, althans onder valse voorwendselen door de rekeninghouders, ingevoerde gebruikersna(a)m(en), wachtwoord(en) en/of inlog(gegevens) voor het inloggen op internetbankieren en/of het autoriseren van een betaling, en/of
- zonder toestemming gebruik te maken van de bankpas(sen) van bovengenoemde perso(o)n(en) en/of de (bij de bankpas(sen) behorende) pincode(s), door (vervolgens) geldopnames te doen en/of betalingen te verrichten, in elk geval (een) sleutel(s) tot het gebruik waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s) niet gerechtigd was/waren,
(in de zaak met parketnummer 16.105519.26):
zij op of omstreeks 30 augustus 2025 te [woonplaats] , aan of nabij de [adres] , in elk geval openlijk, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een of meer personen, te weten [slachtoffer] , welk in vereniging gepleegde geweld bestond uit:
- het bespringen van die [slachtoffer] en/of
- het meermalen, althans eenmaal, (met kracht) slaan op/tegen het gezicht, althans
- het meermalen, althans eenmaal, (met kracht) slaan op/tegen het lichaam van die
- het (met kracht) duwen van die [slachtoffer] en/of
- het trekken aan het haar van die [slachtoffer] .