ECLI:NL:RBMNE:2026:6335

ECLI:NL:RBMNE:2026:6335

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 15-09-2026
Datum publicatie 15-09-2026
Zaaknummer C/16/614912 / KG ZA 26-457
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Kort geding. De gemeente Utrecht is van plan om delen van de Catharijnesingel vanaf 21 september 2026 af te sluiten voor doorgaand auto- en motorverkeer (de knip). Eiseres is het daar niet mee eens en vordert onder meer dat het de gemeente Utrecht voorlopig verboden wordt om de knip door te voeren. De vorderingen van eiseres worden afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK Midden-Nederland

Civiel recht

Zittingsplaats Utrecht

Zaaknummer: C/16/614912 / KG ZA 26-457

Vonnis in kort geding van 15 september 2026

in de zaak van

HOOG CATHARIJNE MALL OF THE NETHERLANDS B.V.,

gevestigd in Utrecht,

eisende partij,

hierna te noemen: Hoog Catharijne,

advocaat: mrs. M.Y.C.L. de Wit, T.A.E. ten Berge en M. Mus.

tegen

GEMEENTE UTRECHT,

gevestigd in Utrecht,

gedaagde partij,

hierna te noemen: de gemeente Utrecht,

advocaten: mrs. A.M.E. van Wijk-Driessen en M.J.O. Copier.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 20 augustus 2026,

- de akte van Hoog Catharijne met producties 1 tot en met 24,

- de akte van Hoog Catharijne met producties 25 en 26,- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 10.

Op 1 september 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Daarbij waren namens Hoog Catharijne aanwezig: de heer [A] , de heer [B] , mevrouw [C] en de heer [D] . Zij werden bijgestaan door mrs. De Wit en Mus. Namens de gemeente waren aanwezig: de heer [E] , de heer [F] , de heer [G] , mevrouw [H] en de heer [I] . Zij werden bijgestaan door mrs. Van Wijk-Driessen en Copier. Beide partijen hebben tijdens de mondelinge behandeling een pleitnotitie voorgedragen, die zijn toegevoegd aan het procesdossier. Van al het overige dat is besproken, heeft de griffier aantekeningen gemaakt.

Na de mondelinge behandeling heeft de voorzieningenrechter laten weten dat uiterlijk 15 september 2026 een vonnis wordt gewezen in deze procedure.

2. De kern van de zaak

De gemeente Utrecht is van plan om delen van de Catharijnesingel vanaf 21 september 2026 af te sluiten voor doorgaand auto- en motorverkeer (hierna: de knip). De knip zorgt ervoor dat dit verkeer niet langer van noord naar zuid en andersom kan doorrijden op de Catharijnesingel. Volgens Hoog Catharijne voert de gemeente Utrecht deze verkeersmaatregelen onzorgvuldig door, althans op een manier die in strijd is met contractuele afspraken die partijen in het verleden met elkaar hebben gemaakt. Hoog Catharijne stelt dat de knip er mogelijk voor zorgt dat haar parkeergarages minder goed bereikbaar worden. Uit de contractuele afspraken tussen partijen vloeit volgens haar voort dat de gemeente Utrecht eerst nog meer onderzoek moet doen. Hierom vordert zij dat het de gemeente Utrecht voorlopig verboden wordt om de knip door te voeren. Daarnaast vraagt Hoog Catharijne om inzage in gegevens die ten grondslag liggen aan het besluit van de gemeente Utrecht over de knip. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van Hoog Catharijne af en legt hieronder uit waarom.

3. De beoordeling

Het toetsingskader kort geding

Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. In een kortgedingprocedure wordt gevraagd om een spoedmaatregel te nemen. De wet gaat ervan uit dat na de kortgedingprocedure een gewone rechtszaak zal volgen, een zogeheten ‘bodemprocedure’. De voorzieningenrechter probeert in te schatten of een bodemrechter de vordering waarschijnlijk zal toewijzen. Een kortgeding uitspraak is daarom niet meer dan een voorlopige beslissing waarvoor een spoedeisend belang is. Daarom moeten belangrijke feiten duidelijk zijn, want ruimte voor bewijslevering is er niet. Verder moet de voorzieningenrechter de belangen van partijen bij toe- of afwijzing van vorderingen afwegen.

Hoog Catharijne heeft een spoedeisend belang

Hoog Catharijne heeft allereerst voldoende aannemelijk gemaakt dat zij een spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen. Volgens Hoog Catharijne schendt de gemeente Utrecht de tussen partijen gemaakte afspraken door het invoeren van de knip en lijdt zij daardoor (mogelijk) forse financiële schade. Omdat de gemeente Utrecht de knip daarnaast al op 21 september 2026 wil invoeren, kan van Hoog Catharijne niet worden verwacht dat zij de uitkomst van een uitgebreide bodemprocedure afwacht.

Wat hebben partijen met elkaar afgesproken?

Tijdens de mondelinge behandeling heeft Hoog Catharijne benadrukt dat zij niet per se tegen de knip is. Maar Hoog Catharijne vindt wel dat de gemeente Utrecht onvoldoende heeft onderzocht welke effecten de knip heeft op de bereikbaarheid van haar parkeergarages. Volgens Hoog Catharijne is de gemeente Utrecht hiertoe alsnog verplicht vanwege een aantal overeenkomsten die partijen tussen 2004 en 2008 met elkaar hebben gesloten. Zolang dit niet is gebeurd en niet is gebleken dat de knip geen negatieve gevolgen zal hebben voor de autobereikbaarheid van Hoog Catharijne, verlangt zij (nader) uitstel van de invoering. In dit kort geding vordert Hoog Catharijne daarom een verbod om feitelijk over te gaan tot afsluiting, op straffe van een dwangsom van € 100.000,- per dag dat de gemeente Utrecht niet voldoet aan het vonnis. Daarmee vordert zij in feite nakoming van de verplichting om nader onderzoek te doen. Bepalend is dan ook in de eerste plaats wat partijen in de gegeven omstandigheden met elkaar hebben afgesproken en welke invulling partijen aan die afspraken hebben gegeven.

Het gaat in dit geval om overeenkomsten uit 2004 (hierna: BIO), 2006 (hierna: BOO Vredenburg) en 2008 (hierna: BOO Koppen OV-T). Deze overeenkomsten hebben partijen met elkaar gesloten in het kader van de grootschalige herontwikkeling van het stationsgebied in Utrecht, waar Hoog Catharijne ook bij betrokken is geweest. Hierin is allereerst vastgelegd dat partijen onderkennen dat een goede fysieke bereikbaarheid van het stationsgebied zowel tijdens de herontwikkelings- en bouwfase als daarna voor alle vervoersmodaliteiten (auto’s in het bijzonder) van belang is en dat partijen die bereikbaarheid samen verder zullen uitwerken.

In BOO Vredenburg en BOO Koppen OV-T is dit verder uitgewerkt en staat dat de gemeente Utrecht zich – in nauwe samenwerking met Hoog Catharijne – maximaal zal inspannen voor de (auto)bereikbaarheid van het stationsgebied. Volgens BOO Vredenburg moet die bereikbaarheid ‘optimaal’ zijn, volgens BOO Koppen OV-T moet de bereikbaarheid vergelijkbaar zijn ‘met de bereikbaarheid overeenkomstig het verkeersmodel voor het Stationsgebied Utrecht met het kenmerk VRU 1.31 dat partijen voorafgaand aan de ondertekening van BOO Koppen OV-T hebben vastgesteld’. In beide overeenkomsten staat tot slot dat ‘partijen ten behoeve daarvan structureel overleg zullen voeren’.

Vast staat dat het verkeersmodel waar in BOO Koppen OV-T naar wordt verwezen verouderd is, en dat de gemeente Utrecht inmiddels met een veel nieuwer verkeersmodel werkt (VRU 3.4). Verder is gebleken dat partijen hebben nagelaten om de invoergegevens en uitgangspunten van het oude verkeersmodel aan de overeenkomsten te hechten en te bewaren, waardoor die gegevens en uitgangspunten ook niet meer te achterhalen zijn. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de gemeente Utrecht hier nog onweersproken aan toegevoegd dat het begrip ‘bereikbaarheid’ op veel verschillende manieren kan worden gemeten. Zo kan er bijvoorbeeld worden gekeken naar de reistijd tussen twee punten, maar bereikbaarheid kan ook worden gemeten aan de hand van het aantal auto’s dat tegelijkertijd op een plek kan arriveren. In dit geval hebben partijen hier alleen niets over afgesproken, of vallen die afspraken niet meer te achterhalen. Geconcludeerd moet dan ook worden dat de invulling die partijen hebben gegeven aan het begrip ‘goede fysieke bereikbaarheid’ en ‘optimale autobereikbaarheid’ niet meer te objectiveren valt. Wel is verwezen naar het verkeersmodel dat op dat moment door partijen werd gebruikt en is dus verwezen naar de toenmalige status quo. In die zin komt de uitleg van de gemeente Utrecht, inhoudend dat bedoeld is dat partijen zich zouden inspannen om de bereikbaarheid op hetzelfde niveau te houden, niet onlogisch voor. Dat heeft Hoog Catharijne ook niet betwist. Zij gaat er in haar verweer namelijk van uit dat de bereikbaarheid niet mag verslechteren. Tot wanneer die verplichtingen zouden gelden is niet vastgelegd, maar uit de stellingen van de gemeente Utrecht blijkt dat ook zij ervan uitgaat dat zij nog steeds gehouden is aan die inspanningsverplichting.

Bij deze stand van zaken zal de voorzieningenrechter er dan ook van uitgaan dat de overeenkomsten zo moeten worden uitgelegd dat partijen de bedoeling hadden om zich gezamenlijk in te spannen om (met name voor auto’s) de bereikbaarheid op hetzelfde niveau te houden. Daarbij ontbreekt het dus wel aan een objectieve norm waarmee dit kan worden gemeten.

Het wordt de gemeente Utrecht niet verboden om de knip door te voeren

Hoog Catharijne vordert primair dat de gemeente Utrecht de knip pas mag invoeren als zij aanvullend verkeerskundig onderzoek heeft gedaan naar de bijkomende verkeerseffecten. Maar deze vordering wijst de voorzieningenrechter af. Het is namelijk niet aannemelijk dat de gemeente Utrecht tekort is geschoten tegenover Hoog Catharijne bij de voorbereiding en de invoering van de knip.

Dit komt allereerst doordat niet is gebleken dat de gemeente Utrecht zich onvoldoende heeft ingespannen om de bereikbaarheid van het stationsgebied te waarborgen bij het invoeren van de knip. De gemeente Utrecht voert aan dat niets erop wijst dat de knip negatieve gevolgen heeft voor de autobereikbaarheid van het stationsgebied. Volgens de gemeente Utrecht wordt hier namelijk alleen doorgaand autoverkeer mee geweerd, en dus niet het verkeer dat Hoog Catharijne als eindbestemming heeft. Zij wijst er zelfs op dat het door de knip makkelijker wordt om de parkeergarages van Hoog Catharijne in en uit te komen, omdat er straks minder autoverkeer over de Catharijnesingel rijdt. Volgens haar onderzoek halveert de intensiteit van het gemotoriseerde verkeer tussen de Vredenburgbrug en de Marga Klompébrug als gevolg van de knip. Verder heeft de gemeente Utrecht over de vijf parkeergarages van Hoog Catharijne (P1 t/m P5) nog toegelicht dat P1 en P2 na de knip bereikbaar zijn via de zuidzijde van de Catharijnesingel, en P3 en P4 via de noordzijde. P5, veruit de grootste parkeergarage (met 1278 plekken), blijft vanaf beide zijden bereikbaar. Volgens de gemeente Utrecht is het aantal parkeerplekken voor de noordelijke en zuidelijke aanrijroute hiermee gelijk verdeeld. Omdat de hoeveelheid autoverkeer vanuit beide zijden ook ongeveer gelijk is, verwacht de gemeente Utrecht niet dat er problemen ontstaan met de parkeercapaciteit na de knip. Zij verwacht ook dat de routes en rijtijden voor Hoog Catharijne gelijk blijven. De gemeente Utrecht baseert haar conclusies op verschillende onderzoeken die ten grondslag liggen aan het (bestuursrechtelijke) verkeersbesluit van 20 november 2024 over de knip. Daarbij gaat het om de Verkeersstudie Utrecht Noordwest (uit 2019) met bijbehorende toelichtingen, en de Verkeerskundige rapportage studie Zuidpoort (uit 2023). Daarnaast baseert zij zich op de Notitie verkeer Catharijnesingel (van 25 juli 2025), en de rapportage van [onderneming 1] (van 22 juli 2025) waarin de bezwaren van Hoog Catharijne tegen het Verkeersbesluit nader onder de loep zijn genomen. In deze stukken is onder meer gekeken naar alternatieve maatregelen voor de knip, naar de effecten van de knip op de bereikbaarheid van het stationsgebied, en welke economische gevolgen de knip heeft. De Notitie verkeer Catharijnesingel bevat daarnaast kwantitatieve gegevens zoals cameratellingen, passantentellingen en modelberekeningen. De gemeente Utrecht heeft de effecten van knip doorgerekend met een verkeersmodel dat door meerdere bestuursorganen wordt gebruikt (VRU 3.4), en daarnaast nog gekeken naar de effecten op de reistijden voor alle parkeergarages. Verder wijst de gemeente Utrecht er nog op dat alle bezwaren tegen c.q. zorgen van Hoog Catharijne over de knip zijn meegenomen in de Notitie verkeer en het rapport van [onderneming 1] . In de beslissing op het bezwaar dat Hoog Catharijne tegen het verkeersbesluit over de knip heeft gemaakt (beslissing van 13 april 2026) is de gemeente Utrecht uitvoerig op deze punten ingegaan. De bestuursrechter heeft geen aanleiding gezien om over te gaan tot schorsing van deze beslissing op bezwaar, zoals door onder andere Hoog Catharijne was verzocht (zie uitspraak van 1 juli 2026).

Volgens Hoog Catharijne heeft de gemeente Utrecht ondanks het voorgaande onvoldoende onderzoek gedaan naar de effecten van de knip, en is de goede bereikbaarheid van het stationsgebied daarmee niet gewaarborgd. De voorzieningenrechter heeft dit echter niet kunnen vaststellen. Hoog Catharijne verwijt de gemeente Utrecht allereerst dat het nog onduidelijk is waar al het doorgaande verkeer zich naartoe zal verplaatsen als gevolg van de knip. Zij vreest een ‘waterbedeffect’. Maar uit de Notitie verkeer Catharijnesingel volgt dat de gemeente Utrecht met het verkeersmodel VRU 3.4 heeft laten doorrekenen of de omliggende wegen de gevolgen van de knip kunnen opvangen. In die berekeningen zijn bovendien ook andere (toekomstige) verkeersmaatregelen in Utrecht meegenomen, waarna de gemeente Utrecht dus heeft geconcludeerd dat dit alles niet tot problemen op het omliggende wegennet zal leiden. Hier heeft Hoog Catharijne onvoldoende tegen ingebracht waardoor de voorzieningenrechter geen aanleiding heeft om die conclusie in twijfel te trekken. Dit komt vooral doordat Hoog Catharijne zelf alleen aanvoert te ‘vrezen’ voor verkeersopstoppingen op omliggende wegen, maar daarbij niet onderbouwt op grond waarvan moet worden geconcludeerd dat dit ook daadwerkelijk het geval gaat zijn.

Een ander belangrijk verwijt van Hoog Catharijne gaat specifiek over de bereikbaarheid van haar parkeergarages na het invoeren de knip. Ook daar moet de gemeente Utrecht volgens Hoog Catharijne meer onderzoek naar verrichten. Hoog Catharijne verwacht namelijk dat de beoogde verdeling van de parkeergarages op drukke dagen zal leiden tot onvoldoende parkeercapaciteit voor de bezoekers vanuit beide rijrichtingen, omdat die bezoekers minder parkeergarages hebben om uit te kiezen (drie in plaats van vijf). De voorzieningenrechter ziet echter geen aanleiding om van dat scenario uit te gaan. Hierbij is vooral van belang dat de gemeente Utrecht aan de hand van parkeerdata heeft toegelicht dat alleen P5 (na de knip van beide kanten bereikbaar) op piekmomenten nagenoeg vol is, en dat er dan in alle overige parkeergarages (zowel aan de noord- als zuidkant) ruimte over is om naar uit te wijken. In al die overige parkeergarages is de maximale bezettingsgraad namelijk 70% of minder. Dit heeft Hoog Catharijne niet weersproken. Hoog Catharijne voert wel aan dat de gemeente Utrecht hiermee alleen heeft gekeken naar de parkeergarages als één geheel, en dat de effecten van de knip op de bereikbaarheid per parkeergarage nog afzonderlijk moeten worden onderzocht. In dit kort geding is echter niet gebleken dat de gemeente Utrecht die verplichting heeft tegenover Hoog Catharijne. Partijen hebben namelijk geen afspraken gemaakt over de bereikbaarheid van individuele parkeergarages, alleen over het stationsgebied als geheel. En zoals hiervoor is overwogen is vooralsnog onvoldoende gebleken dat de bereikbaarheid van het stationsgebied er daadwerkelijk op achteruitgaat met de knip.

Verder heeft de gemeente Utrecht tegen alle overige bezwaren van Hoog Catharijne uitgebreid verweer gevoerd. Hierbij heeft zij onder andere uitgelegd dat het gebruikte verkeersmodel geen weekendanalyse bevat, omdat de hoeveelheid verkeer dan niet wezenlijk verschilt ten opzichte van werkdagen. Verder wijst Hoog Catharijne op een eigen rapport over langere reistijden voor haar bezoekers die vanwege de knip moeten omrijden, maar hierbij heeft zij niet toegelicht hoeveel bezoekers daadwerkelijk genoodzaakt zijn te zullen moeten omrijden. Omdat de gemeente Utrecht bovendien betwist dat er significante aantallen bezoekers zullen moeten omrijden (volgens haar is aan beide zijden van de knip genoeg parkeercapaciteit en worden bezoekers via borden en navigatie naar de juiste garages geleid), kan op basis van dat rapport niet worden vastgesteld dat de bereikbaarheid van het stationsgebied ook echt minder wordt. Zij heeft in de Notitie Verkeer aangegeven dat de mensen die gewend waren door de kniplocatie te rijden om bij hun bestemming in het centrum te komen, moeten kiezen voor een andere parkeergarage die gunstiger ligt en anders moeten omrijden. In dat laatste geval blijft de extra rijtijd voor de meeste relaties beperkt tot twee á drie minuten, aldus de gemeente Utrecht. Indien sommige abonnementhouders van Hoog Catharijne (bewoners, winkeliers) in die groep vallen, hoeft dat er niet toe te leiden dat daarmee de bereikbaarheid van de parkeergarages verslechtert, en al helemaal niet dat die abonnementhouders om die reden hun abonnement zullen opzeggen. Daar zijn op dit moment gewoonweg geen aanknopingspunten voor.

Partijen zijn het ook oneens over de economische effecten van de knip maar uit de stukken volgt dat de gemeente Utrecht hier door [onderneming 1] onderzoek naar heeft laten doen, en dat zij heeft gereageerd op de kritiekpunten van (de deskundige van) Hoog Catharijne. Hoog Catharijne heeft dit rapport weer door haar deskundige ( [onderneming 2] ) laten beoordelen en is het om verschillende redenen nog steeds oneens met de conclusies uit het onderzoek van de gemeente Utrecht. Om te achterhalen of de kritiek van de deskundige van Hoog Catharijne (op onderdelen) terecht is, zou de voorzieningenrechter zelf een deskundige moeten inschakelen maar een kort gedingprocedure leent zich daar vanzelfsprekend niet voor. Bovendien kunnen ook deskundigen niet met zekerheid zeggen wat de effecten van de knip precies zullen zijn, mede doordat die effecten deels afhankelijk zijn van menselijke keuzes die niet nauwkeurig voorspeld kunnen worden.

Alles tegen elkaar afwegend oordeelt de voorzieningenrechter dat op basis van wat partijen over en weer hebben aangevoerd, in dit kort geding niet kan worden vastgesteld dat de gemeente Utrecht onvoldoende onderzoek naar de verkeerskundige en economische effecten van de knip heeft gedaan.

Hoog Catharijne voert ook nog aan dat de gemeente Utrecht in de aanloop naar de knip niet met haar heeft samengewerkt op de wijze die partijen met elkaar hadden afgesproken. Ook hier wordt Hoog Catharijne niet in gevolgd. Uit de stukken volgt namelijk dat de gemeente Utrecht Hoog Catharijne periodiek heeft geïnformeerd over de knip (volgens Hoog Catharijne zelf was de knip steevast onderwerp tijdens haar reguliere besprekingen met de gemeente Utrecht), Hoog Catharijne input mocht leveren en vragen kon stellen, en de gemeente Utrecht de standpunten van Hoog Catharijne heeft meegenomen in haar besluiten over de knip. Dat zij de wensen van Hoog Catharijne niet altijd heeft overgenomen, betekent niet dat zij niet heeft samengewerkt of overlegd. Ook heeft de gemeente Utrecht op verzoek van Hoog Catharijne onderzoek laten verrichten naar de economische effecten van de knip. Uit de stellingen van Hoog Catharijne kan in ieder geval niet worden afgeleid dat er geen sprake is geweest van nauwe samenwerking en structureel overleg, zoals in de BIO, BOO Vredenburg en BOO Koppen OV-T is afgesproken.

Tot slot heeft de gemeente Utrecht haar belang bij het doorvoeren van de knip uitgebreid toegelicht. Hierover voert de gemeente Utrecht aan dat de huidige verkeerssituatie ter hoogte van de Vredenburgbrug en de Marga Klompébrug richting het station ervoor zorgt dat fietsers en voetgangers elkaar in beide oversteekrichtingen hinderen, en dat het lang moeten wachten op groen licht gevaarlijk verkeersgedrag in de hand werkt (zoals oversteken door rood). Volgens de gemeente Utrecht is het een algemeen erkend verkeerskundig uitgangspunt dat de vermindering van autoverkeer op geregelde kruispunten met druk kruisend langzaam verkeer de verkeersveiligheid verbetert. Verder wijst de gemeente Utrecht er nog op dat een eventuele verdere vertraging van de invoering van de knip ertoe leidt dat zij ook op een aantal andere plaatsen in Utrecht geen maatregelen kan doorvoeren om de verkeerssituatie te verbeteren. Naast deze veiligheidsoverwegingen, wil de gemeente Utrecht met de knip ook de leefbaarheid in het centrum van de stad verbeteren door de uitstoot en geluidshinder van auto’s terug te brengen. Daar staat het belang van Hoog Catharijne tegenover, dat vooral bestaat uit de vrees voor een verminderde autobereikbaarheid en omzetverlies. Maar omdat het op dit moment onvoldoende aannemelijk is dat daar ook daadwerkelijk sprake van zal zijn, heeft Hoog Catharijne onvoldoende belang bij toewijzing van deze vordering. De primaire vordering wordt dus afgewezen.

De gemeente Utrecht hoeft de knip niet uit te stellen tot begin 2027

Hoog Catharijne vordert subsidiair dat de gemeente Utrecht de knip pas begin 2027 mag invoeren. Ter onderbouwing voert zij aan dat 21 september 2026 dicht op het vierde kwartaal zit, terwijl dat qua omzet de belangrijkste periode van het jaar is voor de ondernemers in Hoog Catharijne. Volgens Hoog Catharijne zou de gemeente Utrecht daarom ook hebben toegezegd om de knip niet in het vierde kwartaal in te voeren.

Die toezegging heeft niet tot gevolg dat de gemeente Utrecht de knip moet uitstellen tot begin 2027. Allereerst omdat de gemeente Utrecht de knip op 21 september 2026 invoert, en daarmee dus niet in het vierde kwartaal. Daarnaast heeft de gemeente Utrecht deze toezegging in 2024 gedaan, toen de bedoeling nog was dat de knip in 2025 zou worden ingevoerd. De invoering van de knip is vervolgens vertraagd vanwege het bezwaar en beroep van onder andere Hoog Catharijne tegen het onderliggende verkeersbesluit. Hier volgt dan ook uit dat die toezegging van de gemeente niet op het jaar 2026 zag. Het is dus niet aannemelijk dat een rechter in een bodemprocedure deze vordering zal toewijzen. Samen met wat onder 3.16 al is overwogen, leidt dit ertoe dat ook deze subsidiaire vordering zal worden afgewezen.

De voorzieningenrechter wijst de inzagevorderingen van Hoog Catharijne af

Hoog Catharijne vordert ook dat de gemeente Utrecht haar inzage geeft in gegevens die gaan over de verkeersmodellen VRU 1.31 en 3.4. Voorafgaand aan de mondelinge behandeling heeft de gemeente Utrecht de meeste stukken waarvan om inzage is gevraagd al aan Hoog Catharijne verstrekt. Dit is deels gebeurd in een bespreking tussen partijen op 19 augustus 2026 en deels in een e-mail van 31 augustus 2026. Alleen voor wat betreft gegevens met betrekking tot het verkeersmodel VRU 1.31 was dat niet mogelijk, omdat deze gegevens niet bewaard zijn.

Tijdens de mondelinge behandeling heeft Hoog Catharijne laten weten wat nu volgens haar nog steeds ontbreekt c.q. onduidelijk voor haar is. Volgens Hoog Catharijne gaat het daarbij allereerst om de invoergegevens en uitgangspunten van het verkeersmodel VRU 3.4. Maar uit productie 2 van de gemeente Utrecht volgt dat die openbaar te raadplegen zijn en dat gemeente Utrecht de bijbehorende link in de e-mail van 31 augustus 2026 naar Hoog Catharijne heeft gestuurd. Verder wil Hoog Catharijne nog weten of de gemeente Utrecht de verkeerssituatie in het weekend, en de effecten van andere toekomstige verkeersmaatregelen heeft meegenomen in het verkeersmodel VRU 3.4. Volgens de gemeente Utrecht is de verkeerssituatie in het weekend niet meegenomen. Daarnaast zegt de gemeente Utrecht dat zij bij haar berekeningen met het verkeersmodel VRU 3.4, ook andere verkeersmaatregelen heeft meegenomen. Daarbij verwijst zij naar de Notitie verkeer Catharijnesingel, met in het bijzonder bijlage 1. Verder wil Hoog Catharijne nog weten of bij de berekeningen van de gemeente Utrecht ook rekening is gehouden met de capaciteit en beschikbaarheid van haar parkeergarages. In hoeverre dit het geval is volgt al uit het verweer dat de gemeente Utrecht tegen de vorderingen van Hoog Catharijne heeft gevoerd. Hoog Catharijne heeft dus geen belang meer bij inzage in al deze stukken (want voor zover die er zijn, heeft de gemeente Utrecht die al gegeven), en dus worden deze inzagevorderingen afgewezen.

Tijdens de mondelinge behandeling heeft Hoog Catharijne ook nog gevraagd om inzage in gegevens over de Springweggarage, maar naar het oordeel van de voorzieningenrechter is Hoog Catharijne hier te laat mee gekomen. Daarom hoeft de gemeente Utrecht daar niet aan mee te werken. Overigens heeft de gemeente Utrecht toegezegd dat zij alle beschikbare stukken heeft verstrekt, maar dat zij wel bereid is om met Hoog Catharijne te kijken waar zij nog vragen over heeft. Hiervan kan Hoog Catharijne dus nog gebruikmaken.

Hoog Catharijne moet de proceskosten van de gemeente Utrecht vergoeden

Hoog Catharijne is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de gemeente worden begroot op:

- griffierecht

735,00

- salaris advocaat

1.177,00

- nakosten

189,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

2.101,00

4. De beslissing

De voorzieningenrechter

wijst de vorderingen van Hoog Catharijne af,

veroordeelt Hoog Catharijne in de proceskosten van € 2.101,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Hoog Catharijne niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.S.T. Belt en in het openbaar uitgesproken op 15 september 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand