ECLI:NL:RBMNE:2026:6368

ECLI:NL:RBMNE:2026:6368

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 16-09-2026
Datum publicatie 17-09-2026
Zaaknummer 16/243134-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Lelystad

Samenvatting

Veroorzaken van een verkeersongeval door zeer onvoorzichtig en/of onoplettend rijden. Vrijspraak roekeloosheid wegens ontbreken opzet op het overtreden van de verkeersregels. De verdachte heeft met een te hoge snelheid en onder invloed van cocaïne en een zeer grote hoeveelheid GHB gereden, verkeerstekens genegeerd en vervolgens frontaal tegen een medeweggebruiker aangereden. Oplegging van een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden en een proeftijd van 3 jaren en een ontzegging van de rijbevoegdheid motorrijtuigen te besturen (OBM) van 3 jaren.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Lelystad

Parketnummer: 16/243134-25

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer van 16 september 2026 in de strafzaak van:

[verdachte] ,

geboren op [1991] in [geboorteplaats] ,

ingeschreven op het adres [adres] in [woonplaats] ,

(hierna: de verdachte).

1. Zitting

De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 2 september 2026.

Op de zitting waren aanwezig:

2. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:

feit 1

primair:

op 17 februari 2025 te Almere een verkeersongeval heeft veroorzaakt door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend te rijden, waardoor bij [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel is ontstaan;

subsidiair:

op 17 februari 2025 te Almere zich als verkeersdeelnemer opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden, waardoor [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] (zwaar) gewond zijn geraakt;

meer subsidiair:

op 17 februari 2025 te Almere zich als verkeersdeelnemer zodanig heeft gedragen dat gevaar op de weg werd veroorzaakt;

feit 2

op 17 februari 2025 te Almere onder invloed van GHB en cocaïne een voertuig heeft bestuurd;

feit 3

op 17 februari 2025 te Almere, opzettelijk 25,09 gram GHB heeft vervoerd of aanwezig heeft gehad.

De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.

3. Bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte de feiten heeft gepleegd. De standpunten van de officier van justitie worden – voor zover van belang voor de beoordeling – besproken in paragraaf 3.3.

Standpunt van de verdediging

De advocaat verzoekt de rechtbank om de verdachte gedeeltelijk vrij te spreken van roekeloosheid onder feit 1 primair. Voor het overige ten laste gelegde refereert de advocaat zich aan het oordeel van de rechtbank.

Oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen feiten 1, 2 en 3

De rechtbank oordeelt dat de feiten zijn bewezen zoals die onder 3.4. zijn opgenomen. De rechtbank baseert dit oordeel op de bewijsmiddelen die in bijlage II van dit vonnis staan. Er zijn meerdere feiten bewezen verklaard. De bewijsmiddelen worden alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarover deze gaan.

Bewijsoverwegingen feit 1 (schuld aan zwaar lichamelijk letsel door verkeersongeval)

3.3.2.1. Inleiding

De rechtbank gaat op basis van het procesdossier en wat uit het onderzoek op de terechtzitting naar voren is gekomen uit van de volgende feiten en omstandigheden. De verdachte reed op 17 februari 2025 over de Stedendreef in Almere in een Volkswagen Golf. Op de kruising met de Rotterdamweg en de Cesar Franckweg vond er een verkeersongeval plaats, waarbij de verdachte betrokken was. Niet ter discussie staat dat de verdachte met een hogere snelheid dan de toegestane maximumsnelheid van 50 kilometer per uur reed en onder invloed was van GHB en cocaïne. Ook staat niet ter discussie dat de verdachte een verkeersbord negeerde, op de weghelft van het tegemoetkomend verkeer reed en tegen een stilstaand voertuig (een Tesla) aan reed waarin [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zaten. Als gevolg van dit verkeersongeval heeft [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel opgelopen, namelijk een interne bloeding in de darmen waardoor operatief ingrijpen noodzakelijk was. Er is een causaal verband tussen het rijgerag van de verdachte en het ongeval. De rechtbank moet beoordelen of het verkeersgedrag van de verdachte schuld in de zin van artikel 6 WVW oplevert en zo ja, in welke mate. Daarvoor zal de rechtbank eerst ingaan op de vraag of er in deze zaak sprake is van roekeloosheid.

3.3.2.2. Beoordelingskader roekeloosheid

In het algemeen geldt dat onder ‘schuld’ als delictsbestanddeel een grove of aanmerkelijke schuld wordt verstaan die bestaat in verwijtbare aanmerkelijke onvoorzichtigheid. Of daarvan sprake is, wordt bepaald door de manier waarop die schuld in de tenlastelegging nader is geconcretiseerd, en is verder afhankelijk van het geheel van de gedragingen van de verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Het komt er daarbij op aan of de verdachte tekortschoot in vergelijking met een gemiddelde andere persoon in vergelijkbare omstandigheden en met een vergelijkbare hoedanigheid.

Onder roekeloosheid als zwaarste schuldvorm moet worden verstaan een buitengewoon onvoorzichtige gedraging van de verdachte waardoor een zeer ernstig gevaar in het leven is geroepen, terwijl de verdachte zich daarvan bewust was, althans had moeten zijn. Van roekeloosheid in de zin van artikel 175 lid 2 in samenhang met artikel 6 WVW 1994 is in elk geval sprake als het gedrag ook als een overtreding van artikel 5a lid 1 WVW 1994 kan worden aangemerkt. Artikel 5a lid 1 WVW 1994 beschrijft – niet uitputtend – een reeks gedragingen. Als de verdachte, door een of meer van dergelijke gedragingen te verrichten, opzettelijk zich zodanig in het verkeer gedraagt dat de verkeersregels in ernstige mate worden geschonden, kan dat gedrag als roekeloos worden aangemerkt als daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is. Bij het bewijs van het opzettelijk in ernstige mate overtreden van de verkeersregels komt het onder meer aan op de feiten en omstandigheden die zicht bieden op “de algehele instelling van de verdachte waar het in het concrete geval zijn deelname aan het verkeer betreft”.

3.3.2.3. Opzet overtreden verkeersregels

De rechtbank overweegt over de algehele instelling van de verdachte betreffende zijn deelname aan het verkeer het volgende. De rechtbank leidt uit de bewijsmiddelen af dat de verdachte de kruising is genaderd met een hogere snelheid dan de maximum toegestane snelheid. De verdachte heeft geen gevolg gegeven aan verkeerstekens, is op de weghelft van het hem tegemoetkomende verkeer terecht gekomen en is vervolgens tegen de Tesla aangereden. Vast staat dat de verdachte daarmee kort voor het ongeval verschillende verkeersregels heeft overtreden door rechtdoor te blijven rijden waar de weg een bocht naar rechts maakt. Over het verdere rijgedrag van de verdachte vanaf het moment van het instappen in de auto tot het moment vlak voor het ongeval is weinig tot niksbekend. Het feit dat de verdachte aan het verkeer heeft deelgenomen en de overtredingen heeft begaan terwijl hij onder invloed van cocaïne en GHB was, is onvoldoende om opzet op deze overtredingen aan te nemen.

3.3.2.4. Conclusie

De omstandigheden dat de verdachte onder invloed van een combinatie van middelen heeft gereden en in die toestand verschillende verkeersregels heeft overtreden, leiden volgens de rechtbank wel tot het oordeel dat de verdachte, zoals eveneens is ten laste gelegd, "zeer onvoorzichtig en onoplettend" heeft gereden en daarmee schuld heeft aan het plaatsgevonden verkeersongeval. De omstandigheden zoals hiervoor genoemd zijn niet toereikend voor het oordeel dat de verdachte "roekeloos" in voornoemde zin heeft gereden, zodat de verdachte van dat deel van het onder 1 primair tenlastegelegde zal worden vrijgesproken.

Bewijsoverweging feit 2 (rijden onder invloed) De rechtbank oordeelt op basis van de bewijsmiddelen dat de verdachte feit 2 heeft begaan zoals hierna onder paragraaf 3.4. opgenomen.

Bewijsoverweging feit 3 (aanwezig hebben van harddrugs) De rechtbank oordeelt op basis van de bewijsmiddelen dat de verdachte feit 3 heeft begaan zoals hierna onder paragraaf 3.4. opgenomen.

Bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:

1. primair

op 17 februari 2025 te Almere, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (te weten een personenauto van het merk Volkswagen Golf gekentekend [kenteken] ), daarmede rijdende over de weg, de Stedendreef en gekomen op of nabij de kruising van die weg met de wegen de Rotterdamweg en de Cesar Franckweg, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door zeer onvoorzichtig en onoplettend,

- die kruising te naderen met een snelheid tussen de 92 en 99 kilometer per uur, een veel hogere snelheid dan de ter plaatse toegestane maximumsnelheid van 50 kilometer per uur en

- geen gevolg te geven aan een verkeersteken dat een gebod of verbod inhoudt, immers met dat motorrijtuig een bord D 2 van bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (aanduidende: Gebod voor alle bestuurders het bord voorbij te gaan aan de zijde die de pijl aangeeft) aan een andere zijde voorbij te gaan dan daarop aangebrachte naar rechts wijzende pijl aangaf en

- op die kruising op de weghelft bestemd voor het hem, verdachte, tegemoetkomend verkeer te gaan rijden en

- aldaar tegen een voor de verkeerlichten stilstaand motorrijtuig (te weten een personenauto van het merk Tesla model 3 gekentekend [kenteken] , die stil stond voorgesorteerd om linksaf te slaan in de richting van de Cesar Franckweg) aan te rijden/botsen, waardoor de inzittende van die Tesla, te weten [slachtoffer 1] , zwaar lichamelijk letsel, te weten:

- een interne bloeding in de darmen (waarvoor operatief ingrijpen nodig was en

(ongeveer) 15 centimeter darm is verwijderd), terwijl hij, verdachte, verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, eerste, tweede, derde, vierde of vijfde lid van de Wegenverkeerswet 1994, dan wel na het feit niet heeft voldaan aan een bevel gegeven krachtens artikel 163, tweede, zesde, zevende of negende lid van genoemde wet;

2

op 17 februari 2025 te Almere, een voertuig, te weten een personenauto (van het merk Volkswagen Golf gekentekend [kenteken] ) heeft bestuurd, na gebruik van een of meer in artikel 2, van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer, aangewezen stoffen als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994, te weten cocaïne en GHB, terwijl ingevolge een onderzoek in de zin van artikel 8 van genoemde Wet, het gehalte in zijn bloed bij iedere aangewezen stoffen

- meer dan 170 ml/l GHB en

- 39 mg/l cocaïne

bedroeg, in elk geval (telkens) zijnde hoger dan de in artikel 3 van het genoemd Besluit, bij die stoffen afzonderlijk vermelde grenswaarde;

3

op 17 februari 2025 te Almere, opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 25,09 gram van een materiaal bevattende GHB, zijnde GHB een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.

4. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:

eendaadse samenloop van

1. overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht en terwijl de schuldige verkeerde in de toestand, bedoeld in artikel 8, vijfde lid, van deze wet;

en

2. overtreding van artikel 8, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994;

3. opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

Strafbaarheid feiten en verdachte

De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

5. Straf en/of maatregel

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot:

een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan een gedeelte van 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar, met als bijzondere voorwaarden kort gezegd: meldplicht bij de reclassering, opneming in een zorginstelling, ambulante behandeling met mogelijke kortdurende opname, begeleid wonen of maatschappelijke opvang, dagbesteding, schuldaflossing en beheersing van middelengebruik;

een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen (rijontzegging) van 4 jaar.

Standpunt van de verdediging

De advocaat voert aan dat de verdachte een first offender is en een ernstige verslaving heeft in middelengebruik. De behandeling daarvan vraagt ontzettend veel inzet en inspanning. De advocaat verzoekt af te zien van onvoorwaardelijke detentie en, indien niet kan worden volstaan met een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf, een taakstraf op te leggen. Detentie brengt, zonder voorafgaande detox, grote risico’s met zich mee.

Oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straffen houdt de rechtbank rekening met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder de verdachte deze feiten heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee.

Ernst en omstandigheden van de feiten

De verdachte heeft een verkeersongeval veroorzaakt, waardoor slachtoffer [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen en slachtoffer [slachtoffer 2] pijnklachten en slaapproblemen heeft ondervonden. De verdachte heeft met een te hoge snelheid en onder invloed van cocaïne en een zeer grote hoeveelheid GHB gereden, verkeerstekens genegeerd en vervolgens frontaal tegen een medeweggebruiker aangereden. De verdachte was niet alleen onder invloed van GHB, maar had ten tijde van het ongeval ook een flesje GHB aanwezig in zijn auto. De verdachte kan zich naar eigen zeggen niet meer herinneren van het ongeval dan enkel fragmenten na het ongeval. Door onder genoemde omstandigheden deel te nemen aan het verkeer, heeft de verdachte volstrekt onverantwoord gehandeld. Voor de verdachte, andere verkeersdeelnemers en de samenleving als geheel moet duidelijk zijn dat dergelijk risicovol gedrag in het verkeer onaanvaardbaar is.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

Uit het strafblad van de verdachte van 3 augustus 2026 blijkt dat hij niet eerder

voor soortgelijke feiten is veroordeeld.

De reclassering (Tactus verslavingszorg) beschrijft in het rapport van 18 augustus 2026 dat de verdachte instabiliteit op verschillende leefgebieden heeft. De verdachte gebruikt middelen om zijn gevoel te dempen en zijn familie te ontvluchten. In periodes van middelengebruik omschrijft de verdachte zichzelf als destructief en agressief. De reclassering ziet weinig tot geen beschermende factoren in het leven van de verdachte. Het risico op recidive wordt ingeschat als hoog. Wel wil de verdachte graag zijn gedrag veranderen om een beter leven te krijgen. Direct na het ongeval heeft hij zich vrijwillig laten opnemen in een verslavingskliniek en is een behandeling gestart. Na 8 maanden abstinent van GHB te zijn geweest is hij teruggevallen in het drugsgebruik, omdat hij naar eigen zeggen te lang op de vervolgstappen van zijn cognitieve gedragstherapieën heeft moeten wachten. Zowel op de zitting als bij de reclassering heeft de verdachte verteld goed te beseffen dat zijn verslaving telkens wordt getriggerd door psychisch lijden, dat hij zo graag wil aanpakken en oplossen. Om die reden ziet de reclassering mogelijkheden om interventies in te zetten in de vorm van reclasseringstoezicht met bijzondere voorwaarden. Geadviseerd wordt om, samengevat, de volgende bijzondere voorwaarden op te leggen:

- meldplicht bij reclassering

- opneming in een zorginstelling [zorginstelling]

- ambulante behandeling door JusTact met mogelijke kortdurende opname

- verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang

- dagbesteding

- aflossing van schulden

- beheersing van middelengebruik.

Strafkader

Om in vergelijkbare zaken zo veel mogelijk gelijk te straffen, werken strafrechters met landelijke oriëntatiepunten. Deze zijn gebaseerd op opgelegde straffen in andere, vergelijkbare zaken. Het oriëntatiepunt voor het overtreden van artikel 6 WVW varieert, afhankelijk van de mate van schuld, met een gevangenisstraf van tussen de 3 en 24 maanden en daarnaast met een ontzegging van de rijbevoegdheid tussen de 2 en 4 jaren.

De rechtbank oordeelt dat gelet op de ernst van de bewezen verklaarde feiten niet kan worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Wel acht de rechtbank het aangewezen een fors deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk wordt opgelegd, om zo te voorkomen dat de verdachte nogmaals strafbare feiten pleegt en bovendien de verdachte te motiveren zich te houden aan de bijzondere voorwaarden die de rechtbank aan het voorwaardelijk strafdeel verbindt.

Gelet op dit alles legt de rechtbank aan de verdachte op, een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren. Aan de proeftijd verbindt de rechtbank de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering. De rechtbank bepaalt dat de proeftijd 3 jaren bedraagt, vanwege de aard van de problematiek van de verdachte en de benodigde inzet van langdurige zorg en behandeling.

Daarnaast zal de rechtbank, mede ter bescherming van de verkeersveiligheid, aan de verdachte een ontzegging van de rijbevoegdheid opleggen, voor de duur van 3 jaren.

6. In beslag genomen voorwerpen

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert de onttrekking aan het verkeer van het onder de verdachte in beslag genomen flesje met vloeistof.

Standpunt van de verdediging

De advocaat refereert zich aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van het beslag.

Oordeel van de rechtbank

Onttrekking aan het verkeer

De rechtbank heeft geen beslaglijst ontvangen. Voor zover er nog geen beslissing is genomen over het in beslag genomen voorwerp, te weten 1 STK flesje met vloeistof (goednummer: 3484698), zal de rechtbank dit voorwerp onttrekken aan het verkeer. Uit onderzoek is gebleken dat de vloeistof in het flesje GHB betrof. Dit voorwerp is van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang. Met betrekking tot dit voorwerp is bovendien het onder 3 bewezen verklaarde feit begaan.

7. Toegepaste wetsartikelen

De opgelegde straffen en beslissing op het beslag zijn gebaseerd op de volgende wetsartikelen:

8. De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;

strafbaarheid verdachte

- verklaart de verdachte strafbaar voor het onder feit 1 primair, 2 en 3 bewezenverklaarde;

straffen

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 18 (achttien) maanden;

- bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van 12 (twaalf) maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt daarbij een proeftijd van 3 (drie) jaren vast;

- als voorwaarden gelden dat verdachte:

* zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

* medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zo lang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;

- stelt als bijzondere voorwaarden dat de verdachte gedurende de proeftijd:

* zich zal melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zo lang de reclassering dit noodzakelijk acht. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt de verdachte zich binnen 3 dagen nadat de proeftijd is ingegaan bij Tactus Reclassering Flevoland op het adres Randstad 22 183, 1316 BM te Almere;

* zich voor één jaar of zoveel korter als de reclassering dat nodig vindt, laat opnemen in en behandelen door de [zorginstelling] of een soortgelijke zorginstelling, te bepalen door de voor plaatsing verantwoordelijke instantie. De opname start zo spoedig mogelijk nadat de proeftijd is gestart en zodra de plaatsing mogelijk is. De zorginstelling bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op psychische problematiek, verslavingsproblematiek, agressiebeheersing, cognitieve vaardigheden, sociale vaardigheden, schuldenproblematiek, woonoverlast en/of andere problematiek. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat de verdachte voorgeschreven medicatie zal gebruiken. De verdachte houdt zich aan de huisregels en aanwijzingen van de zorginstelling en de behandelaren. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg of verblijf in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang nodig vindt, werkt de verdachte mee aan de indicatiestelling en plaatsing;

* zich onder behandeling zal stellen van JusTact of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zo lang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op psychische problematiek, verslavingsproblematiek, agressiebeheersing, cognitieve vaardigheden, schuldenproblematiek, woonoverlast en/of andere problematiek. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat de verdachte voorgeschreven medicatie zal gebruiken. Indien er sprake is van een terugval in middelengebruik/bij overmatig middelengebruik en/of een zodanige verslechtering van de psychische toestand van de verdachte dat een kortdurende klinische opname voor detoxificatie/stabilisatie/observatie/diagnostiek/crisisbehandeling noodzakelijk is, kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een dergelijke kortdurende klinische opname voor de duur van maximaal 7 weken. Indien de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende klinische opname indiceert, nadat dit door de rechter is bevolen, laat de verdachte zich opnemen in een zorginstelling te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing;

* zal verblijven in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te weten [instelling] , of een soortgelijke instelling, te bepalen door de reclassering. Het verblijf start wanneer de reclassering dit nodig acht. De verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering opstelt zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

* zich zal inspannen voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk, dagbesteding en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag;

* zal meewerken aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dat inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Betrokkene geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden;

* zal meewerken aan controles om zicht te krijgen op het gebruik en/of het gebruik te leren beheersen van alcohol en verdovende middelen, genoemd in lijst I (harddrugs), lijst II (softdrugs) en middelen die vallen onder een stofgroep genoemd in lijst IA in de Opiumwet. Deze controles kunnen bestaan uit urineonderzoek/ademonderzoek/speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd.;

- waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

- ontzegt verdachte ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 3 (drie) jaren;

beslag feit 3

- verklaart het volgende voorwerp onttrokken aan het verkeer:

1 STK flesje met vloeistof (goednummer: 3484698).

Dit vonnis is gewezen door mr. J.T. Pouw, voorzitter, mr. N.E.M. Kranenbroek en mr. K. de Meulder, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.C. Kasper-Kerkdijk als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 16 september 2026.

De oudste en jongste rechter zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Bijlage I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1. hij op of omstreeks 17 februari 2025 te Almere, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (te weten een personenauto van het merk Volkswagen Golf gekentekend [kenteken] ), daarmede rijdende over de weg, de Stedendreef en gekomen op of nabij de kruising van die weg met de weg(en) de Rotterdamweg en/of de Gesar Franckweg, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,

- die kruising te naderen met een snelheid tussen de 92 en 99 kilometer per uur, althans een (veel) hogere snelheid dan de ter plaatse toegestane maximumsnelheid van 50 kilometer per uur en/of

- geen gevolg te geven aan een verkeersteken dat een gebod of verbod inhoudt, immers met dat motorrijtuig een bord D 2 van bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (aanduidende: Gebod voor alle bestuurders het bord voorbij te gaan aan de zijde die de pijl aangeeft) aan een andere zijde voorbij te gaan dan daarop aangebrachte naar rechts wijzende pijl aangaf en/of

- op die kruising op de weghelft bestemd voor het hem, verdachte, tegemoetkomend verkeer te (gaan) rijden en/of

- aldaar tegen een voor de verkeerlichten stilstaand motorrijtuig (te weten een personenauto van het merk Tesla model 3 gekentekend [kenteken] , die (nagenoeg) stil stond voorgesorteerd om linksaf te slaan in de richting van de Gesar Franckweg) aan te rijden/botsen, waardoor de inzittende van die Tesla, te weten [slachtoffer 1] , zwaar lichamelijk letsel, te weten:

- een interne bloeding in de darmen (waarvoor operatief ingrijpen nodig was en

(ongeveer) 15 centimeter darm is verwijderd) of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, terwijl hij, verdachte, verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, eerste, tweede, derde, vierde of vijfde lid van de Wegenverkeerswet 1994, dan wel na het feit niet heeft voldaan aan een bevel gegeven krachtens artikel 163, tweede, zesde, zevende of negende lid van genoemde wet;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 17 februari 2025 te Almere, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (te weten een personenauto van het merk Volkswagen Golf gekentekend [kenteken] ), daarmede rijdende over de weg, de Stedendreef en gekomen op of nabij de kruising van die weg met de weg(en) de Rotterdamweg en/of de Gesar Franckweg,

zich opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden, door

- die kruising te naderen met een snelheid tussen de 92 en 99 kilometer per uur, althans een (veel) hogere snelheid dan de ter plaatse toegestane maximumsnelheid van 50 kilometer per uur en/of

- geen gevolg te geven aan een verkeersteken dat een gebod of verbod inhoudt, immers met dat motorrijtuig een bord D 2 van bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (aanduidende: Gebod voor alle bestuurders het bord voorbij te gaan aan de zijde die de pijl aangeeft) aan een andere zijde voorbij te gaan dan daarop aangebrachte naar rechts wijzende pijl aangaf en/of

- op die kruising op de weghelft bestemd voor het hem, verdachte, tegemoetkomend verkeer te (gaan) rijden en/of

- aldaar tegen een voor de verkeerlichten stilstaand motorrijtuig (te weten een personenauto van het merk Tesla model 3 gekentekend [kenteken] , die (nagenoeg) stil stond voorgesorteerd om linksaf te slaan in de richting van de Gesar Franckweg) aan te rijden/botsen, waardoor de bestuurder en/of inzittende van die Tesla, te weten [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] (zwaar) gewond zijn geraakt en/of door welke verkeersgedraging(en) van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) ander(en) te duchten was;

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 17 februari 2025 te Almere, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (te weten een personenauto van het merk Volkswagen Golf gekentekend [kenteken] ), daarmede rijdende over de weg, de Stedendreef en gekomen op of nabij de kruising van die weg met de weg(en) de Rotterdamweg en/of de Gesar Franckweg,

zich zodanig heeft gedragen dat gevaar op die weg(en) werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd, door

- die kruising te naderen met een snelheid tussen de 92 en 99 kilometer per uur, althans een (veel) hogere snelheid dan de ter plaatse toegestane maximumsnelheid van 50 kilometer per uur en/of

- geen gevolg te geven aan een verkeersteken dat een gebod of verbod inhoudt, immers met dat motorrijtuig een bord D 2 van bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (aanduidende: Gebod voor alle bestuurders het bord voorbij te gaan aan de zijde die de pijl aangeeft) aan een andere zijde voorbij te gaan dan daarop aangebrachte naar rechts wijzende pijl aangaf en/of

- op die kruising op de weghelft bestemd voor het hem, verdachte, tegemoetkomend verkeer te (gaan) rijden en/of

- aldaar tegen een voor de verkeerlichten stilstaand motorrijtuig (te weten een personenauto van het merk Tesla model 3 gekentekend [kenteken] , die (nagenoeg) stil stond voorgesorteerd om linksaf te slaan in de richting van de Gesar Franckweg) aan te rijden/botsen, waardoor de bestuurder en/of inzittende van die Audi, te weten [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] (zwaar) gewond zijn geraakt;

2. hij op of omstreeks 17 februari 2025 te Almere, een voertuig, te weten een personenauto (van het merk Volkswagen Golf gekentekend [kenteken] ) heeft bestuurd, na gebruik van een of meer in artikel 2, van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer, aangewezen stoffen als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994, te weten cocaïne en/of GHB, terwijl ingevolge een onderzoek in de zin van artikel 8 van genoemde Wet, het gehalte in zijn bloed bij iedere aangewezen stoffen

- meer dan 170 ml/l GHB en/of

- 39 mg/l cocaïne

bedroeg, in elk geval (telkens) zijnde hoger dan de in artikel 3 van het genoemd Besluit, bij die stoffen afzonderlijk vermelde grenswaarde;

3. hij op of omstreeks 17 februari 2025 te Almere, opzettelijk heeft vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 25,09 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende GHB, zijnde GBH een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Bijlage II: Bewijsmiddelen

In een proces-verbaal aanrijding misdrijf is onder meer – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:

Op 17 februari 2025 reed een bestuurder [verdachte] in een Volkswagen Golf ( [kenteken] ) over de Stedendreef in Almere in de richting van de Havendreef. Ter hoogte van de kruising Stedendreef/Cesar Franckweg stuurde de Volkswagen Golf naar de tegengestelde rijbaan en botste hierdoor tegen een Tesla ( [kenteken] ), met bestuurder [slachtoffer 2] en passagier [slachtoffer 1] . De Tesla stond stil op de tegengestelde rijbaan voor het verkeerslicht om linksaf te slaan richting de Cesar Franckweg.

In een proces-verbaal verkeersongevalsanalyse is onder meer – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:

Op 17 februari 2025 heeft er een verkeersongeval plaatsgevonden op het kruispunt gevormd door de Stedendreef, Rotterdamweg en de Cesar Franckweg te Almere. Bij dit verkeersongeval waren twee personenauto's, een Tesla en een Volkswagen, betrokken. Ingevolge artikel 20 onder a van het RW 1990 bedroeg de ter plaatse toegestane maximumsnelheid voor motorvoertuigen 50 km per uur. Ter plaatse waren de volgende verkeerstekens van toepassing:- Ingevolge bord conform model D2 van bijlage 1 van het RW 1990, gebod voor alle bestuurders het bord voorbij te gaan aan de zijde die de pijl aangeeft, moesten bestuurders het bord aan de rechterzijde voorbijgaan;- Pijlen op het wegdek die de verplicht te volgen rijrichting aangeven.

Het verkeer op het kruispunt werd op het moment van het verkeersongeval geregeld middels een verkeersregelinstallatie. Er waren geen aanwijzingen dat de verkeersregelinstallatie niet naar behoren had gewerkt ten tijde van het verkeersongeval.

De bestuurder van de Tesla kwam gereden uit de richting van de Middelburgweg en stond nagenoeg stil voor de stopstreep van de Stedendreef om linksaf te gaan in de richting van de Cesar Franckweg.

De bestuurder van de Volkswagen reed ongeveer 110 meter voor het kruispunt met een indicatieve gemiddelde snelheid gelegen tussen de 92 km per uur en 99 km per uur. Hierna had de bestuurder van de Volkswagen zijn snelheid verminderd en naderde hij het kruispunt met een indicatieve gemiddelde snelheid gelegen tussen de 75 km per uur en 89 km per uur.

Op het kruispunt is de Volkswagen op de rijbaan van de Tesla terechtgekomen. De voorzijde van de Volkswagen is met de voorzijde van de Tesla in aanrijding gekomen. De Tesla is door de aanrijding ongeveer 13 meter met de klok mee naar achteren omgezet. Alle inzittenden hadden door het verkeersongeval letsel opgelopen.

In een proces-verbaal heeft slachtoffer [slachtoffer 1] als getuige onder meer – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:

Op de Stedendreef stonden wij voorgesorteerd om links af te slaan naar de Cesar Franckweg. Ineens kwam een auto op hoge snelheid, vanaf de tegengestelde rijrichting, op ons afgereden en botste met de voorkant van zijn auto tegen de voorkant van de taxi. Die auto reed echt heel snel, ik denk ongeveer 100 km/h. Op 18 februari was de pijn verergerd in mijn buik en ging maar niet weg. Ik moest hierna zelf naar de spoedeisende hulp. Hier werd ik direct opgenomen. Ik bleek een interne bloeding in mijn darmen te hebben. Ik ben geopereerd en er is ongeveer 15 cm aan darm verwijderd.

In een letselrapportage van GGD-regio Utrecht betreffende [slachtoffer 1] is onder meer het volgende opgenomen:

Datum letselonderzoek 27-06-2025Naam [slachtoffer 1]Gemelde toedracht datum incident 17-02-2025

(…)

Aanvullend onderzoek- Geen actieve bloeding.- Hematoperitoneum, vermoedelijk secundair aan dunnedarmcontusie in linker hemi-abdomen, vermoedelijk jejunum. Verdenking focale ischemie traject 10 cm, gezien focaal ontbreken van aankleurende wand. (…)

Gemelde behandeling/ toelichting: Aanmelden voor DLS (diagnostische laparoscopie) DLS met handelen naar bevinden met pt besproken > ontruimen

hematoom, dunne darm resectie indien ischemisch traject met primaire anastomose dan wel stoma indien twijfel over vitaliteit darm. Verstreken tijd sinds gemelde incident: 130 dagenSchatting duur verdere genezing zichtbare letsels: 2 wekenSchatting duur verdere genezing overige letsels: 2 weken.

In een proces-verbaal rijden onder invloed is onder meer – zakelijk weergegeven - het volgende gerelateerd:

Op 17 februari 2025 om 22:30 uur kregen wij kennis van een verkeersongeval op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Stedendreef, Almere. Daaruit bleek, dat een persoon als bestuurder van een voertuig personenauto, Volkswagen Golf, Nederland, kenteken [kenteken] , bij dat verkeersongeval betrokken was. Ik nam het volgende waar bij de bestuurder:[verdachte] vertoonde agressief gedrag en wilde weglopen van de plaats van het ongeval. De verdachte gaf mij op te zijn genaamd: [verdachte] , geboren op [1991] .

Wij vermoedden dat de verdachte naast alcoholhoudende drank, tevens onder invloed van een stof als bedoeld in artikel 8 lid 1 of 5 Wegenverkeerswet 1994 verkeerde.Dit bleek uit:- in het middenconsole stond een geopend blik bier;- naast de bestuurdersstoel lag een plastic flesje met een dikke doorzichtige vloeistof, wat mij deed vermoeden dat de inhoud GHB betrof;- onder de bestuurdersstoel lag een zelfde soort flesje maar deze was leeg.- ambtshalve is mij bekend dat [verdachte] een extreme gebruiker is van de stof GHB en de stof Cocaïne.

Daar de verdachte niet in staat was zijn wil kenbaar te maken, is met toestemming van de hulpofficier van justitie, op 17 februari 2025 om 23:55 uur door de arts van de verdachte bloed afgenomen conform het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer.

In een rapportage van Eurofins van 26 februari 2025 is onder meer het volgende opgenomen:

De einddatum van het onderzoek: 26-02-2025

Tabel resultaten onderzoek in bloed van [verdachte]

In een proces-verbaal onderzoek verdovende middelen is onder meer het volgende gerelateerd:

Goednummer: (…)3484698SIN: AAPZ0114NLRelatie met SIN: AASC5189NLOmschrijving: Plastic flesje met helder kleurloze viskeuze vloeistof 25,09 gram/ 19,8 mlBijzonderheden: Met doorzichtige vloeistof, komende uit pa whk 87-xl-fr

In een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 20 februari 2025 is onder meer het volgende opgenomen:

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand