RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Strafrecht
Zittingsplaats Lelystad
Parketnummer: 16.224945.25
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 15 september 2026 in de strafzaak van:
[verdachte] ,
geboren op [2008] in [geboorteplaats] ,
verblijvende op het adres [adres 1] , [postcode] in [plaats 1] ,
(hierna: [verdachte (voornaam)] ).
1. Zitting
De strafzaak van [verdachte (voornaam)] is inhoudelijk behandeld op de besloten zitting van 1 september 2026.
Op de zitting waren aanwezig:
2. Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt [verdachte (voornaam)] ervan dat hij, samengevat:
feit 1 primair: op 18 augustus 2025 in [plaats 2] met geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot afgifte van een geldbedrag dat aan de [winkelnaam] toebehoorde,
subsidiair ten laste gelegd als diefstal met geweld en/of bedreiging met geweld.
De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.
3. Bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat [verdachte (voornaam)] het primair ten laste gelegde feit heeft gepleegd.
Standpunt van de verdediging
De advocaat verzoekt de rechtbank om [verdachte (voornaam)] vrij te spreken van het primair en subsidiair tenlastegelegde, omdat de tekst van de bedreiging zoals die in de tenlastelegging staat niet overeenkomt met de tekst die [verdachte (voornaam)] via zijn telefoon aan het slachtoffer heeft getoond. Volgens de advocaat kan het geweldsbestanddeel daardoor niet worden bewezen.
Oordeel van de rechtbank
Bewijsmiddelen feit 1 primair
[verdachte (voornaam)] bekent dat hij het feit heeft gepleegd, zoals dit hieronder bewezen is verklaard. De tenlastelegging is op zitting gewijzigd. Het verweer van de verdediging ziet op de oorspronkelijke tenlastelegging en behoeft, gelet op de gewijzigde tenlastelegging, geen verdere bespreking. In die situatie hoeft de rechtbank niet de inhoud van de bewijsmiddelen op te schrijven. De rechtbank noemt daarom alleen de bewijsmiddelen waarop zij haar oordeel baseert:
de bekennende verklaring van [verdachte (voornaam)] op de zitting van 1 september 2026;
het proces-verbaal van aangifte van [A] namens [winkelnaam] van 18 augustus 2025, pagina’s 44 tot en met 47;
het proces-verbaal van bevindingen van 19 augustus 2025, pagina 54;
het proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer] van 18 augustus 2025, pagina’s 55 en 56.
Bewezenverklaring
De rechtbank verklaart bewezen dat [verdachte (voornaam)] :
op 18 augustus 2025 te [plaats 2] met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer] (medewerkster bij [winkelnaam] ) heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van 445 euro dat geheel aan winkelbedrijf de [winkelnaam] , filiaal gelegen aan [adres 2] toebehoorde, door met een kledingstuk op zijn hoofd naar voornoemde [slachtoffer] bij de kassa te lopen en/of die [slachtoffer] zijn telefoon te tonen met daarop de tekst: “Ik heb een glock 17 met hollow tips die blazen je met 2 kogel dood. Geef me alle geld uit de kassa”.
De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. [verdachte (voornaam)] wordt daarvan vrijgesproken.
De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt [verdachte (voornaam)] niet.
4. Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:
feit 1 primair: afpersing
Strafbaarheid feit en verdachte
Het feit en [verdachte (voornaam)] zijn strafbaar.
5. Straf
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie eist dat [verdachte (voornaam)] wordt veroordeeld tot:
- een jeugddetentie van 72 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 60 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar, met als bijzondere voorwaarden:
- meewerken aan het verkrijgen en behouden van dagbesteding;
- meewerken aan de noodzakelijk geachte behandelingen;
- meewerken aan ambulante begeleiding/coaching als de jeugdreclassering dat nodig acht;
- inzicht geven in het netwerk;
- een taakstraf in de vorm van een werkstraf van 120 uur, te vervangen door 60 dagen jeugddetentie als [verdachte (voornaam)] deze taakstraf niet of niet goed uitvoert.
Standpunt van de verdediging
De advocaat voert aan dat er sprake is van een onherstelbaar vormverzuim in de zin van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv), omdat er geen medisch onderzoek is verricht om de verhoorbekwaamheid van [verdachte (voornaam)] te beoordelen terwijl hij een kwetsbare verdachte is. Daarom moet strafmatiging volgen.
Daarnaast heeft de advocaat verzocht rekening te houden met de conclusies van het psychologisch rapport. Eén van de conclusies is om [verdachte (voornaam)] het tenlastegelegde verminderd toe te rekenen. Ook heeft de advocaat gewezen op de Kalsbeeknorm, het beleidsuitgangspunt van het Openbaar Ministerie inhoudende dat jeugdstrafzaken in eerste aanleg dienen te worden voltooid binnen zes maanden. De Kalsbeeknorm is in deze zaak overschreden. Door de overschrijding van deze norm is een onvoorwaardelijke jeugddetentie die verder gaat dan het voorarrest niet meer opportuun. Ook heeft de advocaat verzocht rekening te houden met de leeftijd en persoonlijke omstandigheden van [verdachte (voornaam)] .
De advocaat heeft primair verzocht geen jeugddetentie op te leggen, maar uitsluitend een taakstraf in de vorm van een werkstraf van 100 uur op te leggen, met aftrek van het voorarrest, waarvan 40 uur voorwaardelijk en met een proeftijd van 1 jaar. Subsidiair heeft de advocaat verzocht een jeugddetentie op te leggen die gelijk is aan de duur van het voorarrest en daarnaast een taakstraf in de vorm van een werkstraf op te leggen van 80 uur, met aftrek van het voorarrest, waarvan 40 uur voorwaardelijk en met een proeftijd van één jaar. Aan het voorwaardelijke deel dienen de bijzondere voorwaarden te worden verbonden zoals door de Raad geadviseerd.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank legt aan [verdachte (voornaam)] een jeugddetentie op voor de duur van 11 dagen, met aftrek van het voorarrest. Naast de jeugddetentie legt de rechtbank een taakstraf in de vorm van een werkstraf op van 100 uur, waarvan 50 uur voorwaardelijk, met een proeftijd van 1 jaar, en daarbij de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de Raad. Deze bijzondere voorwaarden gaan direct in. De rechtbank zal hierna uitleggen hoe zij tot deze straf is gekomen.
Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals op de zitting is gebleken.
Ernst en omstandigheden van het feit
[verdachte (voornaam)] heeft zich schuldig gemaakt aan afpersing. Hij heeft op klaarlichte dag een kassière van de [winkelnaam] in [plaats 2] gedwongen tot afgifte van geld uit de kassa. Hij heeft zijn telefoon op haar gezicht gericht en liet een notitie op zijn telefoon zien met de tekst: “Ik heb een glock 17 met hollow tips die blazen je met één kogel dood. Geef me alle geld uit de kassa.” Hierop heeft de kassière geld aan hem afgestaan. [verdachte (voornaam)] heeft zich hiermee schuldig gemaakt aan een ernstig delict.
Het is algemeen bekend dat de negatieve psychische gevolgen van een dergelijk gewelddadig feit voor slachtoffers nog lang kunnen aanhouden. Dit blijkt ook uit de verklaring van het slachtoffer en het verzoek tot schadevergoeding. Ze heeft de afpersing als zeer beangstigend ervaren. Het lukt haar niet meer om achter de kassa te werken omdat ze last heeft van paniekaanvallen. Daarnaast zorgt een dergelijk feit voor maatschappelijke onrust en versterkt het de gevoelens van onveiligheid in de samenleving.
Persoonlijke omstandigheden van [verdachte (voornaam)]
De rechtbank heeft gekeken naar:
het strafblad van [verdachte (voornaam)] van 22 juli 2026;
het rapport van een psycholoog die [verdachte (voornaam)] heeft onderzocht van 21 november 2025;
een advies van de Raad van 13 augustus 2026;
het (ongedateerde) rapport van [organisatie 1] , ontvangen op 24 augustus 2026.
Strafblad
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van [verdachte (voornaam)] van 22 juli 2026 waaruit blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit.
Het advies van de psycholoog
Uit het rapport van de psycholoog volgt dat bij [verdachte (voornaam)] sprake is van een persisterende depressieve stoornis. Daarnaast zijn in remissie een intoxicatie en psychotische stoornis door synthetische benzodiazepine en een ongespecificeerde cannabis-gerelateerde stoornis. Ook is bij [verdachte (voornaam)] sprake van een bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling. De vastgestelde psychische stoornissen en functiebeperkingen waren ook aanwezig ten tijde van het tenlastegelegde. De stoornissen in middelengebruik waren ten tijde van het plegen van het tenlastegelegde nog niet in remissie.
In perioden van emotionele ontregeling of onder invloed van middelen wordt [verdachte (voornaam)] aanzienlijk belemmerd in zijn vermogen tot empathisch handelen en morele afwegingen. Hij overziet in die toestand de morele en praktische consequenties van zijn gedrag minder en is onvoldoende in staat weerstand te bieden aan impulsen of om alternatieve handelingsmogelijkheden te overwegen. Onder invloed van een emotionele crisis en bij overmatig middelengebruik is [verdachte (voornaam)] impulsief tot normoverschrijdend gedrag gekomen. Door de beperkingen die voortvloeien uit zijn stoornissen, had [verdachte (voornaam)] ten tijde van het tenlastegelegde minder mogelijkheid om tot andere gedragskeuzes te komen. Daarom adviseert de psycholoog het tenlastegelegde in verminderde mate toe te rekenen.
Het recidiverisico op gewelddadig en normoverschrijdend gedrag wordt, indien bewezenverklaard en zonder interventies, als matig-hoog ingeschat. Wanneer [verdachte (voornaam)] toezicht, kaders en psychologische behandeling ontvangt, zinvolle en pro-sociale dagbesteding heeft en abstinent blijft van middelen, vermindert het recidiverisico naar matig.
Voor vermindering van het matig-hoge recidiverisico is volgens de psycholoog langdurig jeugdreclasseringstoezicht noodzakelijk. Ook is het belangrijk dat [verdachte (voornaam)] een ambulant behandeltraject voor dubbele problematiek vanuit forensische-, GGZ- en verslavings-expertise (zoals [organisatie 2] ) volgt. Tot slot wordt het vanwege de beperkte belastbaarheid van [verdachte (voornaam)] aanbevolen om naast behandeling ook ambulante begeleiding te bieden die is gericht op het aanbrengen van structuur, praktische ondersteuning en het bevorderen van zelfstandigheid in het dagelijks functioneren.
Het advies van de Raad
De Raad ziet zowel beschermende factoren als risicofactoren. Positief is dat [verdachte (voornaam)] opgroeit bij zijn ouders, waar duidelijke regels en afspraken gelden. De ouders van [verdachte (voornaam)] zijn gescheiden maar hebben onderling goed contact met elkaar en ondersteunen elkaar in de opvoeding en begeleiding van [verdachte (voornaam)] . Ook is [verdachte (voornaam)] gemotiveerd om zich in te zetten voor zijn toekomst. Hij heeft de afgelopen periode bij twee schildersbedrijven gewerkt en werkt inmiddels bij een keukenmontagebedrijf. Hij is enthousiast over dit werk en binnenkort zal zijn werkgever hem een 0-urencontract aanbieden. Ook wordt als beschermende factor gezien dat [verdachte (voornaam)] afwijzend staat tegenover antisociaal gedrag en hier weerstand tegen probeert te bieden, bijvoorbeeld als zijn vrienden zich bezighouden met criminele activiteiten. Ook heeft hij zich tijdens de schorsing van de voorlopige hechtenis goed aan de voorwaarden gehouden. Als risicofactor komt naar voren dat [verdachte (voornaam)] wiet gebruikt. Hiervoor krijgt hij behandeling. [verdachte (voornaam)] lijkt drugs te gebruiken om gebeurtenissen uit zijn verleden te vergeten. Hij heeft last van angsten waarover hij bij de Raad niets kwijt wilde. Het is van belang dat hier spoedig passende hulp voor wordt ingezet.
De Raad adviseert een jeugddetentie op te leggen die gelijk is aan de duur van het voorarrest. Daarnaast adviseert de Raad een (deels) voorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf op te leggen.
Het advies van [organisatie 1]
De toezichthouder van [verdachte (voornaam)] complimenteert [verdachte (voornaam)] voor zijn inzet en de positieve ontwikkeling die hij de afgelopen periode heeft doorgemaakt. De toezichthouder vindt het, net als de Raad, belangrijk dat de jeugdreclassering betrokken blijft bij [verdachte (voornaam)] en hij de behandeling en begeleiding krijgt die hij nodig heeft.
Toerekenbaarheid
De psycholoog heeft geadviseerd het tenlastegelegde in verminderde mate toe te rekenen. De conclusies van de psycholoog worden ondersteund door haar bevindingen. De rechtbank neemt die conclusies over. De rechtbank vindt [verdachte (voornaam)] daarom ten aanzien van het bewezenverklaarde feit in een verminderde mate toerekeningsvatbaar en houdt hier rekening mee bij het bepalen van de straf.
Geen strafmatiging vanwege vormverzuim
Bij de beoordeling of, en zo ja welk gevolg aan een vormverzuim verbonden dient te worden, houdt de rechtbank rekening met het belang van het geschonden voorschrift, de ernst van het verzuim en het nadeel dat daardoor is veroorzaakt.
Uit het dossier blijkt dat bij [verdachte (voornaam)] onder andere sprake is van een persisterende depressieve stoornis, psychotische stoornis door synthetische benzodiazepine en een ongespecificeerde cannabis-gerelateerde stoornis. Deze stoornissen waren aanwezig ten tijde van het tenlastegelegde en ook tijdens het politieverhoor. [verdachte (voornaam)] is een kwetsbare verdachte. Er had medisch onderzoek moeten worden verricht om zijn verhoorbekwaamheid te beoordelen. Dat dit onderzoek niet heeft plaatsgevonden, betekent dat sprake is van een vormverzuim dat niet meer kan worden hersteld. De rechtbank stelt echter vast dat niet is gebleken van enig concreet strafvorderlijk nadeel voor [verdachte (voornaam)] dan wel dat hij op andere wijze in zijn belangen is geschaad. De rechtbank zal daarom volstaan met de enkele constatering van het vormverzuim en hieraan geen gevolg verbinden.
Geen strafmatiging vanwege Kalsbeeknorm
De rechtbank constateert dat in deze zaak de Kalsbeeknorm is overschreden. De door de Hoge Raad vastgestelde redelijke termijn in jeugdzaken van 16 maanden is echter niet overschreden. De verdediging heeft niet onderbouwd dat [verdachte (voornaam)] nadeel heeft ondervonden van de overschrijding van de Kalsbeeknorm. Uit het dossier en het verhandelde ter zitting blijkt juist dat [verdachte (voornaam)] zich de afgelopen maanden positief heeft ontwikkeld. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om de overschrijding van de Kalsbeeknorm als strafmatigende omstandigheid aan te merken.
De op te leggen straf
Het bewezenverklaarde feit is een ernstig feit. Gelet op de persoonlijke omstandigheden van [verdachte (voornaam)] , de verminderde toerekeningsvatbaarheid en de adviezen van de deskundigen, is de rechtbank van oordeel dat [verdachte (voornaam)] niet terug hoeft naar een jeugdgevangenis. De rechtbank houdt bij het bepalen van de strafmaat ten voordele van [verdachte (voornaam)] ook rekening met zijn proceshouding. Hij heeft verantwoordelijkheid genomen voor zijn daden en heeft spijt betuigd. Daarom zal de rechtbank de door de officier van justitie geëiste straf iets matigen.
De rechtbank legt daarom een jeugddetentie op voor de duur van 11 dagen, met aftrek van het voorarrest. De rechtbank is hierbij uitgegaan van een voorarrest van 11 dagen. Dit betekent dat [verdachte (voornaam)] niet meer terug hoeft naar de jeugdgevangenis.
De rechtbank zal ook een taakstraf in de vorm van een werkstraf opleggen van 100 uur waarvan 50 uur voorwaardelijk met een proeftijd van 1 jaar. Aan het voorwaardelijke deel is de algemene voorwaarde gekoppeld dat [verdachte (voornaam)] zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit. Ook zal de rechtbank de bijzondere voorwaarden opleggen zoals geadviseerd door de Raad. Het voorwaardelijk strafdeel moet voorkomen dat [verdachte (voornaam)] terugvalt in fout gedrag. Daarnaast vindt de rechtbank het belangrijk dat de komende periode nog toezicht wordt gehouden op [verdachte (voornaam)] . Op die manier kan er worden meegekeken zodat hij doorgaat met zijn positieve ontwikkeling.
Omdat [verdachte (voornaam)] zich tijdens de schorsing van de voorlopige hechtenis goed aan de schorsingsvoorwaarden heeft gehouden en gemotiveerd is, zal de rechtbank een korte proeftijd van één jaar opleggen.
De voorlopige hechtenis
Omdat [verdachte (voornaam)] de duur van de op te leggen jeugddetentie al in het voorarrest heeft uitgezeten, heft de rechtbank het geschorste bevel voorlopige hechtenis op.
6. Vordering benadeelde partij
Vordering van benadeelde partij [slachtoffer]
heeft zich gevoegd als benadeelde partij en heeft in verband met feit 1 primair een vordering tot schadevergoeding ingediend. Zij vordert een vergoeding van € 750,-, bestaande uit immateriële schade.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering integraal moet worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt van de verdediging
De advocaat van [verdachte (voornaam)] heeft primair geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van de benadeelde partij vanwege de bepleite vrijspraak. Subsidiair heeft de advocaat geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van de benadeelde partij omdat de vordering onvoldoende is onderbouwd. Meer subsidiair moet de vordering worden gematigd.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank is van oordeel dat de aard en ernst van het bewezenverklaarde en de gevolgen daarvan voor de benadeelde partij maken dat sprake is van een persoonsaantasting op andere wijze. De benadeelde partij is immers op haar werk bedreigd dat ze zou worden neergeschoten als ze het geld uit de kassa niet aan [verdachte (voornaam)] zou geven, hetgeen – begrijpelijkerwijs – grote indruk op haar heeft gemaakt. Het lukt de benadeelde partij destijds niet meer om te werken als kassière, omdat ze last had van paniekaanvallen. Dat betekent dat de benadeelde partij recht heeft op vergoeding van immateriële schade op grond van artikel 6:106 aanhef en sub b van het Burgerlijk Wetboek (BW).
Bij het vaststellen van de hoogte van het toe te kennen bedrag heeft de rechtbank gelet op de aard en ernst van het onder 1 primair bewezenverklaarde, de gevolgen daarvan voor de benadeelde partij en de bedragen die in (min of meer) vergelijkbare gevallen aan smartengeld zijn toegekend. Gelet op het voornoemde begroot de rechtbank de immateriële schade naar maatstaven van billijkheid op een bedrag van € 500,-.
De rechtbank verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering, waarbij benadeelde de mogelijkheid behoudt zich alsnog tot de burgerlijke rechter te wenden.
Wettelijke rente
De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente toewijzen met ingang van 18 augustus 2025, omdat is komen vast te staan dat de schade vanaf die datum is ontstaan.
Proceskostenveroordeling
[verdachte (voornaam)] zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.
Schadevergoedingsmaatregel
Als extra waarborg voor de betaling zal de rechtbank ten behoeve van de benadeelde partij aan [verdachte (voornaam)] de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 augustus 2025 tot de dag van volledige betaling. Bij gebreke van betaling en verhaal wordt er geen gijzeling toegepast gelet op de toepassing van het jeugdrecht.
7. Toegepaste wetsartikelen
De opgelegde straf is gebaseerd op de volgende wetsartikelen:
- 36f, 77a, 77g, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z en 317 van het Wetboek van Strafrecht.
8. De beslissing
De rechtbank:
Bewezenverklaring
Strafbaarheid feit en verdachte
- verklaart het bewezenverklaarde en [verdachte (voornaam)] strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4 is vermeld;
Straf
- veroordeelt [verdachte (voornaam)] tot een jeugddetentie van 11 (elf) dagen;
- bepaalt dat de tijd, door [verdachte (voornaam)] vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de jeugddetentie in mindering zal worden gebracht;
- veroordeelt [verdachte (voornaam)] tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf van 100 (honderd) uren;
- beveelt dat voor het geval [verdachte (voornaam)] de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 50 dagen jeugddetentie;
- bepaalt dat van de taakstraf een gedeelte van 50 (vijftig) uren niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat [verdachte (voornaam)] de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt daarbij een proeftijd van 1 (één) jaar vast;
- als algemene voorwaarden gelden dat [verdachte (voornaam)] :
- stelt als bijzondere voorwaarden dat [verdachte (voornaam)] gedurende de proeftijd:
- waarbij aan de gecertificeerde instelling [organisatie 1] te [plaats 3] opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en [verdachte (voornaam)] ten behoeve daarvan te begeleiden;
Vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer]
Voorlopige hechtenis
- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door mr. H. den Haan, voorzitter tevens kinderrechter, mr. S.M. van Meer en mr. B.A. Nijs, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N. Tressel als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 15 september 2026.
De jongste rechter is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan [verdachte (voornaam)] is na wijziging van de tenlastelegging ten laste gelegd dat:
(in de zaak met parketnummer 16.224945.25)
primair:
hij op of omstreeks 18 augustus 2025 te [plaats 2] , althans in Nederland, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] (medewerkster bij [winkelnaam] ) heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van 445 euro, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan winkelbedrijf de [winkelnaam] , filiaal gelegen aan [adres 2] en/of een derde toebehoorde(n), door met een kledingstuk op zijn hoofd naar voornoemde [slachtoffer] bij de kassa te lopen en/of die [slachtoffer] zijn telefoon te tonen met daarop de tekst: "Ik heb een clock 7 in mijn zak, dit is een overval ik schietje in je hoofd, geef al het geld uit de kassa" en/of “Ik heb een glock 17 met hollow tips die blaazen je met 1 kogel dood Geef me alle geld uit de kassa”.
subsidiair:
hij op of omstreeks 18 augustus 2025 te [plaats 2] , althans in Nederland, een geldbedrag van 445 euro, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan winkelbedrijf de [winkelnaam] , filiaal gelegen aan [adres 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] (medewerkster bij [winkelnaam] ), gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door met
een kledingstuk op zijn hoofd naar voornoemde [slachtoffer] bij de kassa te lopen en/of die [slachtoffer] zijn telefoon te tonen met daarop de tekst: "Ik heb een clock 7 in mijn zak, dit is een overval ik schietje in je hoofd, geef al het geld uit de kassa" en/of “Ik heb een glock 17 met hollow tips die blaazen je met 1 kogel dood Geef me alle geld uit de kassa”.