Beslissing
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
WRAKINGSKAMER
Locatie: Utrecht
Zaaknummer: 616328 HA RK 26-160
Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van 22 september 2026
op het verzoek in de zin van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) van:
[verzoekster] ,
wonende in [woonplaats] ,
hierna: verzoekster,
bijgestaan door haar dochter [A] (hierna: de gemachtigde).
1. De procedure
Verzoekster heeft op 13 augustus 2026 mr. D.C.P.M. Straver (hierna: de rechter) gewraakt. De rechter is de behandelend rechter in de zaak met het zaaknummer 12123691 \ UC EXPL 26-1882 (hierna: de hoofdzaak).
Het wrakingsverzoek is op 8 september 2026 in het openbaar behandeld door de wrakingskamer.
Bij de zitting waren aanwezig:
de gemachtigde digitaal via Teams;
de rechter.
De uitspraak is bepaald op vandaag.
2. Het wrakingsverzoek
Verzoekster heeft haar wrakingsverzoek ingediend om de volgende redenen. De gemachtigde was namens verzoekster digitaal via Teams aanwezig op de zitting in de hoofdzaak op 13 augustus 2026. Tijdens deze zitting heeft zij iets getypt. Dit was in de rechtszaal via het geluid van Teams te horen. De rechter wilde van de gemachtigde weten waarom en wat zij aan het typen was. De gemachtigde vindt dat zij dat niet hoefde te zeggen, dat dat privé is. Zij twijfelt aan de eerlijkheid en de onpartijdigheid van de rechter. Op de zitting van de wrakingskamer heeft de gemachtigde toegelicht dat de vraag van de rechter over het typen voor haar de druppel was die de emmer deed overlopen. Naar haar idee was de rechter al de hele zitting voor de tegenpartij aan het spreken en reageerde de rechter boos op haar toen zij aan het typen was. Door deze samenloop van omstandigheden is volgens haar de schijn van partijdigheid ontstaan en staat eerlijkheid bij de rechter niet voorop.
De rechter heeft niet berust in de wraking. Dit betekent dat zij het niet eens is met de wraking. In haar schriftelijke reactie en op de zitting van de wrakingskamer heeft de rechter dit uitgelegd. Volgens de rechter bleef tijdens de mondelinge behandeling van de hoofdzaak de grondslag van de vordering van verzoekster voor de rechter verwarrend. Met haar vragen aan de gemachtigde en de tegenpartij heeft zij geprobeerd dit helder te krijgen. Daarbij werd duidelijk dat er stukken in het dossier ontbraken. Dit was de rechter met partijen aan het bespreken. Tijdens dat gesprek over de stukken hoorde zij de gemachtigde opeens luid typen. Zij heeft hier inderdaad naar gevraagd, ook omdat het geluid haar afleidde. Volgens de rechter was het niet haar bedoeling om kennis te nemen van privacy gevoelige informatie, maar wilde zij alleen een verduidelijking wat de gemachtigde op dat moment aan het doen was. Omdat de gemachtigde niet fysiek, maar via Teams digitaal op de zitting aanwezig was, was dat voor haar niet duidelijk. De rechter ontkent dat zij partijdig is. Haar doel was en is om van beide partijen de inhoudelijke informatie te krijgen op basis waarvan zij een goede beslissing in de hoofdzaak kan nemen. Zij heeft daarbij steeds rekening gehouden met de belangen van verzoekster om zo een evenwichtige behandeling van de zaak mogelijk te maken.
3. De beoordeling
Het toetsingskader
In artikel 36 Rv staat dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
De wrakingskamer onderzoekt dus in een wrakingsprocedure of de onpartijdigheid van de rechter schade lijdt. Een rechter wordt geacht onpartijdig te zijn tot het tegendeel vaststaat. Een rechter is partijdig als uit dat wat zij doet of zegt (of juist niet) blijkt dat zij een persoonlijke vooringenomenheid heeft tegenover een procespartij. Daarnaast kan een procespartij het idee hebben dat de rechter vooringenomen is, of zij kan daar bang voor zijn. In dat geval onderzoekt de wrakingskamer of dat objectief gerechtvaardigd is. Als dat zo is, lijdt de rechterlijke onpartijdigheid schade.
Het oordeel van de wrakingskamer
Partijen zijn het erover eens, en de wrakingskamer stelt ook vast, dat op de zitting in de hoofdzaak tussen de rechter en de gemachtigde een woordenwisseling heeft plaatsgevonden over het typen door de gemachtigde. Op de zitting van de wrakingskamer heeft de rechter aangegeven dat deze woordenwisseling achteraf bezien onhandig was en dat zij hierover beter geen vragen had kunnen stellen aan de gemachtigde. De wrakingskamer onderschrijft deze conclusie van de rechter. Zeker, omdat tijdens de zitting van de wrakingskamer duidelijk werd dat de rechter volgens de gemachtigde ook woorden heeft gebruikt als “dit is mijn zitting en dus moet ik alles weten”. Uit de toelichting die partijen op de zitting van de wrakingskamer over het verloop van de zitting in de hoofdzaak hebben gegeven, heeft de wrakingskamer opgemaakt dat de rechter – in ieder geval – geërgerd heeft gereageerd in de richting van de gemachtigde. Volgens de rechter lag de oorzaak daarvan in de slechte Teams verbinding, waardoor de zitting moeizaam verliep.
De wrakingskamer begrijpt van verzoekster dat zij door de gang van zaken op de zitting in de hoofdzaak het idee heeft gekregen dat de rechter vooringenomen is. Naar het oordeel van de wrakingskamer is dit gevoel van verzoekster echter niet objectief gerechtvaardigd. Dat de rechter zich op de zitting in de hoofdzaak over het typen van de gemachtigde onhandig en in de weergave van het zittingsverloop door de gemachtigde zelfs onheus heeft uitgelaten en door de slechte Teams verbinding geërgerd heeft gereageerd in de richting van de gemachtigde is hiervoor onvoldoende. De wrakingskamer twijfelt er niet aan dat de vragen die de rechter op de zitting aan partijen heeft gesteld juist tot doel hadden om de benodigde informatie te krijgen om – ook in het belang van verzoekster – de juiste beslissing te nemen.
De conclusie is dat de wrakingskamer het wrakingsverzoek afwijst.
4. De beslissing
De wrakingskamer:
wijst het wrakingsverzoek af;
draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing toe te sturen aan verzoekster, de rechter waartegen het wrakingsverzoek is gericht, andere betrokken partijen, de teamvoorzitter van het team waarin de rechter werkt en de president van deze rechtbank;
bepaalt dat de procedure van verzoekster met zaaknummer 12123691 \ UC EXPL 26-1882 moet worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek.
Deze beslissing is genomen door mr. C.S.K. Fung Fen Chung, voorzitter, en mr. D. Wachter en mr. C.A.J. van Yperen als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door
mr. I.C. de Zeeuw-‘t Lam, griffier, en bij afwezigheid van de voorzitter in het openbaar uitgesproken op 22 september 2026 en ondertekend door mr. D. Wachter.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.