ECLI:NL:RBMNE:2026:6663

ECLI:NL:RBMNE:2026:6663

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 28-09-2026
Datum publicatie 29-09-2026
Zaaknummer 617534 HA RK 26-177
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Wraking
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Wrakingszaak. Rechter mag zelf keuzes maken hoe hij een zaak op zitting behandelt. Uit de gestelde vragen en aanpak op zitting blijkt geen objectief gerechtvaardigde schijn van partijdigheid. Ook uit de omstandigheid dat er meer vragen zijn gesteld aan verzoekster dan wederpartij en uit de opmerking aan het eind van de zitting blijkt geen vooringenomenheid. Het wrakingsverzoek wordt afgewezen.

Uitspraak

Beslissing

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

WRAKINGSKAMER

Locatie: Utrecht

Zaaknummer: 617534 HA RK 26-177

Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van 28 september 2026

op het verzoek in de zin van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) van:

[verzoekster] ,

wonende in [woonplaats] ,

hierna: verzoekster,

bijgestaan door mr. D.I.A. Schröder, advocaat in De Meern.

1. De procedure

Verzoekster heeft op 9 september 2026 mr. A.R. Scharrenborg gewraakt. Mr. A.R. Scharrenborg (hierna: de rechter) is de behandelend rechter in de zaak met het zaaknummer C/16/615214/KG ZA 26-469 (hierna: de hoofdzaak).

Het wrakingsverzoek is op 21 september 2026 met gesloten deuren behandeld door de wrakingskamer.

Bij de zitting waren aanwezig:

[verzoekster] ;

mr. D.I.A. Schröder;

mr. A.R. Scharrenborg.

Als toehoorder was de heer [A] aanwezig.

De uitspraak is bepaald op vandaag.

2. Het wrakingsverzoek

Verzoekster heeft haar wrakingsverzoek ingediend om de volgende redenen. Verzoekster stelt dat zij door de rechter op de zitting ongelijkwaardig is behandeld ten opzichte van de wederpartij. Verzoekster stelt dat door tijdens de zitting nauwelijks tot geen (kritische) vragen te stellen aan de wederpartij maar des te meer vragen aan haar, er sprake is geweest van een ongelijkwaardige behandeling van partijen en dat daarmee de schijn is gewekt dat de rechter vooringenomen is. De rechter heeft tijdens de zitting verzuimd om vragen te stellen aan de wederpartij om te achterhalen waarom de tijdens de eerder gevoerde kortgedingprocedure gemaakte afspraken niet waren nagekomen. Verder heeft de rechter aan het eind van de zitting een opmerking gemaakt die ook maakt dat verzoekster het gevoel heeft gekregen dat de rechter vooringenomen was. De rechter heeft aangegeven dat hij niet wilde dat er weer gehakketak kan ontstaan. Verzoekster heeft het gevoel dat dit tegen haar was gericht omdat meerdere keren tijdens de zitting is gezegd dat zij ‘niet zo moeilijk moest doen’.

De rechter heeft niet berust in de wraking. Dit betekent dat hij het niet eens is met de wraking. In zijn schriftelijke reactie heeft de rechter dit uitgelegd. De rechter erkent dat hij tijdens de zitting het meeste in gesprek is geweest met verzoekster. Hij heeft het gesprek op de zitting snel gestuurd naar hoe het verder moet met het contactherstel tussen de kinderen van verzoekster en verzoekster. Partijen hadden in hun processtukken al het nodige geschreven over de mislukte afspraak en hadden veel e-mails overgelegd. Het was de rechter duidelijk wat partijen daarvan vonden. Het is in een kort gedingprocedure bij wisselende verklaringen ook moeilijk vast te stellen waar het mis is gegaan. De vordering van verzoekster om de wederpartij te veroordelen om mee te werken aan een hulpverleningstraject op straffe van een dwangsom had als doel het contactherstel tussen verzoekster en de kinderen. Dat was voor de rechter aanleiding om vooral met verzoekster in gesprek te gaan. De rechter heeft met de kinderen gesproken over de voorgestelde hulpverlener. Ook heeft hij met hen gesproken over de problemen die de kinderen hebben ervaren en wat er volgens de kinderen in de weg staat bij contact met verzoekster. In het kader van hoor- en wederhoor heeft de rechter dit besproken met verzoekster. De rechter heeft naar zijn weten niet gezegd dat verzoekster ‘niet zo moeilijk moest doen’. De rechter heeft wel besproken dat het verweer tegen het verzoek van de wederpartij om toestemming voor een vakantie niet handig lijkt. De rechter heeft daar wat steviger bij stilgestaan om iets van een patroon te belichten/doorbreken. De opmerking aan het eind van de zitting dat de afspraken wel duidelijk moeten zijn en de oproep om niet te gaan ‘hakketakken’ was aan beide partijen gericht. Dit maakt volgens de rechter niet dat hij objectief de vrees voor partijdigheid heeft gewekt.

3. De beoordeling

Het toetsingskader

In artikel 36 Rv staat dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

De wrakingskamer onderzoekt dus in een wrakingsprocedure of de onpartijdigheid van de rechter schade lijdt. Een rechter wordt geacht onpartijdig te zijn tot het tegendeel vaststaat. Een rechter is partijdig als uit dat wat hij doet of zegt (of juist niet) blijkt dat hij een persoonlijke vooringenomenheid heeft tegenover een procespartij. Daarnaast kan een procespartij het idee hebben dat de rechter vooringenomen is, of hij kan daar bang voor zijn. In dat geval onderzoekt de wrakingskamer of dat objectief gerechtvaardigd is. Als dat zo is, lijdt de rechterlijke onpartijdigheid schade.

Het oordeel van de wrakingskamer

De wrakingskamer is van oordeel dat de omstandigheden die door verzoekster zijn aangevoerd geen aanwijzingen vormen voor het oordeel dat sprake is van (schijn van) vooringenomenheid.

De wrakingskamer is van oordeel dat uit de omstandigheid dat de rechter tijdens de zitting weinig vragen heeft gesteld over waarom de eerder gemaakte afspraken niet waren nagekomen, geen vooringenomenheid blijkt. De rechter heeft toegelicht waarom hij het gesprek op zitting snel heeft gestuurd naar contactherstel en niet lang heeft stilgestaan bij de afspraken die niet zijn gelukt. Enerzijds had de rechter op basis van de stukken in het dossier al een beeld gekregen van hoe het feitelijk is gegaan en anderzijds leek het de rechter niet opportuun om te lang stil te blijven staan bij de mislukte afspraken. De keuze van de rechter om – in de beperkte tijd die er staat voor de behandeling van een kort geding – vooral in te gaan op de vraag hoe het verder moet met het contactherstel tussen de kinderen van verzoekster en verzoekster is een logische keuze, en is een keuze die de rechter mag maken. Uit de door de rechter gekozen aanpak op zitting en de door hem gestelde vragen blijkt geen objectief gerechtvaardigde schijn van partijdigheid. Een rechter mag zelf keuzes maken in hoe hij een zaak op zitting behandelt.

Verder is de wrakingskamer van oordeel dat uit de omstandigheid dat meer vragen op zitting zijn gesteld aan verzoekster dan aan de wederpartij, geen vooringenomenheid blijkt. De rechter heeft in zijn reactie en tijdens de zitting toegelicht waarom hij meer vragen aan verzoekster heeft gesteld dan aan de wederpartij. Hij had met de kinderen gesproken en wilde dit in het kader van hoor- en wederhoor bespreken met verzoekster. Verder is de zitting gegaan over contactherstel tussen verzoekster en de kinderen, waardoor er meer vragen aan haar gericht waren. Dit levert dus ook geen (schijn van) vooringenomenheid op.

Tot slot blijkt ook uit de opmerking die de rechter aan het eind van de zitting heeft gemaakt, geen vooringenomenheid. Uit het proces-verbaal van de zitting blijkt dat de rechter aan het eind van de zitting heeft gezegd: ‘U moet met elkaar zorgen dat de therapie van de grond komt. Niet met elkaar hakketakken over de voorwaarden.’ Daaruit volgt dat de opmerking over ‘hakketakken’ was gericht aan beide partijen. Verzoekster kan dit anders hebben geïnterpreteerd, maar er zijn geen concrete aanknopingspunten om te veronderstellen dat de intentie van de rechter anders was. Uit het proces-verbaal kan de wrakingskamer in ieder geval niet afleiden dat de rechter eerder tijdens de zitting zou hebben gezegd dat verzoekster ‘niet zo moeilijk moest doen’.

De conclusie is dat de wrakingskamer het wrakingsverzoek afwijst.

4. De beslissing

De wrakingskamer:

wijst het wrakingsverzoek af;

draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing toe te sturen aan verzoekster, de rechter waartegen het wrakingsverzoek is gericht, de andere betrokken partij, de teamvoorzitter van het team waarin de rechter werkt en de president van deze rechtbank;

bepaalt dat de procedure van verzoekster met zaaknummer C/16/615214/KG ZA 26-469 moet worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek.

Deze beslissing is genomen door mr. M.S.T. Belt, voorzitter, en mr. N.A.J. Purcell en mr. I. Helmich als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. A. Wilpstra-Foppen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 28 september 2026.

Bij afwezigheid van de voorzitter is deze beslissing getekend door mr. I. Helmich.

de griffier mr. I. Helmich

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. M.S.T. Belt
  • mr. I. Helmich. Bij afwezigheid van de
  • mr. N.A.J. Purcell
  • mr. I. Helmich als

Griffier

  • mr. A. Wilpstra-Foppen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand