Beslissing
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
WRAKINGSKAMER
Locatie: Utrecht
Zaaknummer: 617705 HA RK 26-178
Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van
29 september 2026
op het verzoek in de zin van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) van:
[verzoeker] ,
wonende in [woonplaats] ,
hierna: verzoeker.
1. De procedure
Verzoeker heeft op 10 september 2026 mr. C.M.A.T. van der Geest gewraakt.
Mr. Van der Geest (hierna: de rechter) is de behandelend rechter in de zaak met het zaaknummer: C/16/610586 / FV RK 26-1059 (hierna: de hoofdzaak).
Op 13 mei 2026 is einduitspraak gedaan in de hoofdzaak.
De wrakingskamer heeft, gelet op het onderstaande, afgezien van een mondelinge behandeling.
De uitspraak is bepaald op vandaag.
2. Het wrakingsverzoek
Verzoeker heeft zijn wrakingsverzoek ingediend, omdat hij een nieuwe rechtszaak wil. Volgens verzoeker gedroeg de rechter zich vreemd.
3. De beoordeling
In artikel 36 Rv staat dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
Het middel van wraking is toegekend aan een partij die wenst te voorkomen dat een rechter, bij wie uit zijn of haar gedrag of overtuiging vooringenomenheid blijkt tegenover een partij - althans aan een partij die daarover de objectief gerechtvaardigde vrees heeft - (nog langer) bemoeienis met de zaak zal hebben. Dat doel kan niet meer worden bereikt als de rechter een einduitspraak heeft gedaan, omdat de behandeling van de zaak daarmee is geëindigd. De wet voorziet niet in de mogelijkheid om, wanneer de behandeling van de zaak is geëindigd door het wijzen van een einduitspraak, wraking te verzoeken van de rechter die deze einduitspraak heeft gedaan.
De rechter heeft op 13 mei 2026 een beschikking gewezen. Met deze beschikking is de hoofdzaak geëindigd. Dit betekent dat verzoeker niet-ontvankelijk is in het wrakingsverzoek.
Op grond van deze niet-ontvankelijkheid kan een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek achterwege blijven.
4. De beslissing
De wrakingskamer
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek;
draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing toe te sturen aan verzoeker, de rechter waartegen het wrakingsverzoek is gericht, de teamvoorzitter van het team waarin de rechter werkt en de president van deze rechtbank.
Deze beslissing is genomen door mr. J.G. Nicholson, voorzitter, en mr. D. Wachter en
mr. S.M. Schothorst als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. D. van Wijk, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 29 september 2026.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.