ECLI:NL:RBMNE:2026:6707

ECLI:NL:RBMNE:2026:6707

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 01-10-2026
Datum publicatie 01-10-2026
Zaaknummer 16/050691-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Bewezenverklaring 6 WVW. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het veroorzaken van een verkeersongeval door zeer onvoorzichtig en onoplettend te rijden. De verdachte is met een te hoge snelheid een kruispunt opgereden terwijl het verkeerslicht al meer dan een halve minuut op rood stond, waarna er een aanrijding plaatsvond met het slachtoffer op zijn fiets. De rechtbank oordeelt dat geen sprake is van roekeloos rijgedrag. Daarnaast bewezenverklaring rijden met ongeldig rijbewijs. Straf: taakstraf van 160 uur, voorwaardelijke OBM van 1 jaar en een geldboete van 300 euro.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/050691-25

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer van 1 oktober 2026 in de strafzaak van:

[verdachte] ,

geboren op [2000] in [geboorteplaats] ,

wonende op het adres [adres] in [woonplaats] ,

(hierna: de verdachte).

1. Zitting

De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 17 september 2026.

Op de zitting waren aanwezig:

2. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat, op 24 juni 2024 in Amersfoort:

Feit 1

primair: als bestuurder van een auto een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft veroorzaakt door met een te hoge snelheid te rijden, op het scherm van zijn telefoon te kijken en door rood te rijden en vervolgens geen voorrang te verlenen aan een fietser, waardoor hij met de fietser in botsing is gekomen en waardoor deze fietser, [slachtoffer] , (zwaar) lichamelijk letsel heeft opgelopen;

subsidiair: op de hiervoor beschreven manier gevaar en/of hinder op de weg heeft veroorzaakt.

Feit 2: heeft gereden met een ongeldig verklaard rijbewijs.

De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.

3. Bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte feit 1 primair en feit 2 heeft gepleegd. Voor de mate van schuld van de verdachte aan het verkeersongeval (feit 1 primair) gaat de officier van justitie uit van roekeloos rijgedrag. Daarnaast vindt zij dat het letsel van [slachtoffer] (hierna: slachtoffer) moet worden gekwalificeerd als zwaar lichamelijk letsel.

De standpunten van de officier van justitie worden – voor zover van belang voor de beoordeling – hierna besproken in paragraaf 3.3.

Standpunt van de verdediging

De advocaat verzoekt de rechtbank om de verdachte gedeeltelijk vrij te spreken van feit 1 primair. Het rijgedrag van de verdachte kan niet als roekeloos aangemerkt worden en het letsel van het slachtoffer kan niet gekwalificeerd worden als zwaar lichamelijk letsel. De advocaat voert verschillende verweren over het bewijs en deze worden – voor zover van belang voor de beoordeling – hierna besproken in paragraaf 3.3.

De advocaat voert geen verweer over het bewijs van feit 2 (het rijden met een ongeldig rijbewijs) en refereert zich voor dat feit aan het oordeel van de rechtbank.

Oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen feit 1 primair en feit 2

De rechtbank oordeelt dat feit 1 primair (schuld aan het veroorzaken van een verkeersongeval in de zin van artikel 6 Wegenverkeerswet (hierna: WVW)) en feit 2 (het rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs) zijn bewezen. De rechtbank baseert dit oordeel op de bewijsmiddelen die in bijlage II van dit vonnis staan.

Bewijsoverwegingen

Ten aanzien van feit 1 primair (het verkeersongeval)

3.3.2.1. Vastgestelde feiten en omstandigheden

De rechtbank stelt op grond van het dossier en wat er tijdens de zitting is besproken de volgende feiten en omstandigheden vast.

Op 24 juni 2024 heeft er op het kruispunt van de Ringweg-Koppel en de Balladelaan in Amersfoort een verkeersongeval plaatsgevonden tussen een door de verdachte bestuurde auto en een fietser (het slachtoffer). Het kruispunt werd geregeld door een verkeersregelinstallatie (VRI). Wie wanneer deze kruising mocht oprijden en mocht oversteken werd dus geregeld door de verkeerslichten. De verdachte reed op de Ringweg-Koppel en is niet gestopt voor het verkeerslicht dat voor hem (al 36,3 seconden) op rood stond. Op datzelfde moment stak het slachtoffer van rechts op zijn fiets de kruising over terwijl hij op dat moment groen licht had. De verdachte heeft vervolgens geen voorrang verleend en is met onverminderde snelheid in botsing gekomen met het slachtoffer die als gevolg daarvan letsel heeft opgelopen.

Ter plaatse gold een maximumsnelheid van 50 kilometer per uur. Uit de analyse van de VRI-data volgt dat de verdachte voorafgaand aan de aanrijding het kruispunt naderde met een indicatieve gemiddelde snelheid van tussen de 66 en 75 kilometer per uur.

De VRI op het kruispunt bestaat onder andere uit detectielussen die in het wegdek liggen. Deze detectielussen registreren het moment waarop het verkeer daar overheen rijdt. Door de forensische opsporing is aan de hand van de gegevens van deze detectielussen de indicatieve berekening gemaakt van de snelheid waarmee de verdachte voorafgaand aan de aanrijding heeft gereden. Bij deze berekening is gekeken naar de afstand tussen verschillende detectiepunten die tijdens het onderzoek op de plaats van het ongeval zijn ingemeten, en het tijdsverschil tussen het moment waarop de auto van de verdachte deze detectiepunten activeerde. De bevindingen zijn vastgelegd in een proces-verbaal genaamd “Analyse VRI-data”.

Volgens de advocaat is de berekening van deze indicatieve snelheid onvoldoende betrouwbaar en kan daaraan geen bewijswaarde worden toegekend, onder meer omdat bij de meting gebruik is gemaakt van een ander voertuig dan de auto van de verdachte. Daardoor kunnen afwijkingen ontstaan in de gemeten afstand tussen de detectiepunten, aldus de advocaat.

De rechtbank verwerpt dit verweer. In de processen-verbaal over de werking van de VRI en de analyse van de VRI-data is duidelijk beschreven hoe de metingen zijn uitgevoerd en hoe de indicatieve snelheid is berekend. Ook is toegelicht welke correcties bij de berekening zijn toegepast, zowel voor de afstand als voor de tijd. De advocaat heeft op dit punt de betrokken verbalisanten uitvoerig nader bevraagd. Naar aanleiding daarvan zijn drie aanvullende processen-verbaal opgemaakt. Ook na deze nadere vragen zijn de verbalisanten bij hun conclusies gebleven, waaronder de conclusie over de indicatieve snelheid van de verdachte.

Verbalisant [verbalisant] , werkzaam bij de forensische opsporing verkeer, heeft in het aanvullende proces-verbaal bovendien uitgelegd waarom een afstandscorrectie van 0,5 meter is toegepast en waarom die correctie voldoende is. Dat is omdat de afwijkingen in de positie van detectiepunten bij verschillende voertuigen minimaal zijn en dus binnen de correctiemarge van 0,5 meter vallen.

De rechtbank ziet geen aanleiding om aan deze uitleg te twijfelen en neemt de conclusies uit het onderzoek over. Op basis van de VRI-analyse stelt de rechtbank dus vast dat de verdachte kort voor het passeren van het verkeerslicht tussen de 66 en 75 kilometer per uur reed en daarmee de maximumsnelheid van 50 kilometer per uur heeft overschreden. Dat de verdachte te hard reed, wordt bovendien ondersteund door de verklaringen van meerdere getuigen. Zij hebben nagenoeg allemaal verklaard dat de verdachte harder reed dan ter plaatse was toegestaan.

3.3.2.2. Op het scherm van de telefoon kijken

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij voorafgaand aan het ongeval tijdens het besturen van de auto (enige tijd) op het scherm van zijn telefoon heeft gekeken, waardoor hij werd afgeleid. De verdachte ontkent dat hij voorafgaand aan het ongeval tijdens het rijden zijn telefoon heeft gebruikt of daar zijn aandacht op had.

Uit het onderzoek aan de telefoon van de verdachte volgt dat ongeveer 4 á 5 minuten voor het ongeval via WhatsApp berichten zijn ontvangen en verstuurd. Niet kan worden vastgesteld dat de verdachte op dat moment reed. Ook kan uit het feit dat de telefoon een paar minuten voor het ongeval is gebruikt niet de conclusie worden getrokken dat de verdachte dus ook vlak voor of tijdens het ongeval op het scherm van zijn telefoon keek of daardoor (nog steeds) zijn aandacht onvoldoende op het overige verkeer had.

Verder volgt uit het onderzoek aan de telefoon dat ongeveer vijf seconden voor het ongeval vier berichtnotificaties van inkomende berichten via Snapchat op de telefoon binnenkwamen. De politie kon niet achterhalen of deze ontvangen berichten ook daadwerkelijk geopend zijn door de verdachte. De verdachte heeft verklaard dat zijn telefoon in het middenconsole lag en dat hij daar niet op heeft gekeken. Het enkele feit dat er meldingen zijn binnengekomen is onvoldoende voor de conclusie dat de verdachte dus ook op zijn telefoon heeft gekeken en zijn aandacht daarop had en het ongeval (mede) hierdoor is veroorzaakt.

De rechtbank zal de verdachte daarom gedeeltelijk vrijspreken van deze ten laste gelegde gedraging en zal deze gedraging niet meewegen in haar verdere beoordeling over de hierna te bespreken (mate van) schuld van de verdachte.

3.3.2.3. Schuld in de zin van artikel 6 WVW

Juridisch kader

De verdachte wordt er onder feit 1 primair van beschuldigd dat hij artikel 6 WVW heeft overtreden, doordat hij schuld heeft gehad aan een verkeersongeval, waardoor een ander ernstig lichamelijk letsel heeft opgelopen. Voor een bewezenverklaring van deze schuld, is het nodig dat kan worden vastgesteld dat dit verkeersongeval heeft plaatsgevonden doordat de verdachte zich als verkeersdeelnemer op zijn minst aanmerkelijk onvoorzichtig of aanmerkelijk onoplettend heeft gedragen. Hiervan is sprake, wanneer de verkeershandelingen van de verdachte die tot het ongeval hebben geleid, tekortschoten ten opzichte van de handelingen die van een gemiddelde verkeersdeelnemer in een vergelijkbare verkeerssituatie mogen worden verwacht.

Van iedere verkeersdeelnemer mag worden verwacht dat hij zijn gedrag (onder meer) afstemt op andere, voor hem waarneembare of te verwachten verkeersdeelnemers aan wie hij voorrang moet verlenen of met wie hij anderszins in zijn rijgedrag rekening moet houden. De omstandigheden van het geval – waartoe ook de aard van de verkeerssituatie kan worden gerekend – kunnen zodanige aandacht vergen dat ook een kort moment van onoplettendheid als zeer onvoorzichtig kan worden aangemerkt.

Onder roekeloosheid (de zwaarste schuldvorm) moet worden verstaan een buitengewoon onvoorzichtige gedraging van de verdachte waardoor een zeer ernstig gevaar in het leven is geroepen, terwijl de verdachte zich daarvan bewust was, althans had moeten zijn. Van roekeloosheid in de zin van artikel 175 lid 2 in samenhang met artikel 6 WVW is in elk geval sprake als het gedrag ook als een overtreding van artikel 5a lid 1 WVW kan worden aangemerkt. Artikel 5a lid 1 WVW beschrijft – niet uitputtend – een reeks gedragingen. Als de verdachte, door een of meer van dergelijke gedragingen te verrichten, opzettelijk zich zodanig in het verkeer gedraagt dat de verkeersregels in ernstige mate worden geschonden, kan dat gedrag als roekeloos worden aangemerkt als daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is. Bij het bewijs van het opzettelijk in ernstige mate overtreden van de verkeersregels komt het onder meer aan op de feiten en omstandigheden die zicht bieden op “de algehele instelling van de verdachte waar het in het concrete geval zijn deelname aan het verkeer betreft”.

Kwalificatie van de gedragingen

Bij de beoordeling van de (mate van) schuld die de verdachte aan het verkeersongeval heeft gehad, gaat de rechtbank uit van de in 3.3.2.1. vastgestelde feiten en omstandigheden.

De verdachte naderde de kruising met een hogere snelheid dan was toegestaan en is vervolgens met onverminderde snelheid de kruising opgereden, terwijl het goed zichtbare verkeerslicht voor zijn rijrichting al geruime tijd op rood stond. De verdachte heeft vervolgens bij het oprijden van de kruising (kennelijk) onvoldoende aandacht gehad voor het overige verkeer en de verkeerssituatie ter plaatse, aangezien hij op de kruising tegen het fietsende slachtoffer – die groen licht had en de kruising overstak – is gereden.

De verdachte had te allen tijde rekening moeten houden met de mogelijkheid van overstekende (kwetsbare) verkeersdeelnemers bij het oprijden van de kruising, en dat geldt des te meer omdat hij door rood licht reed (waardoor het aannemelijk is dat het kruisende verkeer op dat moment groen licht heeft). Bovendien heeft de verdachte op zitting verklaard dat hij ook bekend was met het kruispunt en ook daadwerkelijk andere fietsers heeft zien wachten bij de oversteekplaats. Toch heeft dit alles er niet toe geleid dat de verdachte zijn rijgedrag heeft aangepast. De verdachte heeft zowel bij de politie als op de zitting verklaard dat zijn zicht op rechts werd belemmerd door bosjes. Als er al sprake zou zijn van een belemmering van het zicht, waarvan overigens niet is gebleken, dan had dat voor de verdachte juist een reden moeten zijn om zijn snelheid te verminderen en extra voorzichtig te zijn.

De rechtbank is van oordeel dat de verdachte met het (hiervoor beschreven) verkeersgedrag substantieel tekortgeschoten en afgeweken is ten opzichte van het verkeersgedrag dat van een gemiddelde verkeersdeelnemer in deze situatie mag worden verwacht. De verdachte had anders kunnen en moeten handelen dan hij heeft gedaan. Bovendien is niet slechts sprake van één verkeersovertreding. De rechtbank kwalificeert de combinatie van gedragingen als zeer onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag van de verdachte. Daarmee is sprake van schuld in de zin van artikel 6 WVW.

Geen roekeloosheid

Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat geen sprake is van de zwaarste vorm van schuld (roekeloosheid). Om vast te kunnen stellen dat daarvan sprake is, moet de combinatie van gedragingen meer omvatten dan wat in deze zaak bewezen kan worden. Uit de wetsgeschiedenis van artikel 5a WVW volgt dat dit artikel bedoeld is voor zaken waarin sprake is van zeer ernstige verkeersdelicten. Met het verrichten van een of meer van de gedragingen zoals opgenomen in het artikel staat niet al vast dat opzettelijk in ernstige mate de verkeersregels zijn geschonden. Bij het schenden van een verkeersregel in ernstige mate kan volgens de memorie van toelichting worden gedacht aan het meerdere malen negeren van een rood kruis, het meerdere keren rijden door rood licht, voor een langere periode met een hoge snelheid rijden, continu over een vluchtstrook blijven rijden terwijl dat niet is toegestaan of een combinatie van gedragingen. De rechtbank is van oordeel dat het rijgedrag van de verdachte hier niet aan voldoet.

De rechtbank stelt vast dat de verdachte meerdere verkeersregels heeft overtreden die in artikel 5a WVW worden genoemd. Daarbij gaat het in ieder geval om het overschrijden van de maximumsnelheid (artikel 5a, lid 1, onder g WVW), het rijden door rood licht (artikel 5a, lid 1, onder i WVW) en het niet verlenen van voorrang (artikel 5a, lid 1 onder f). Deze gedragingen zijn echter op zichzelf en in samenhang bezien onvoldoende zwaarwegend voor het oordeel dat de verdachte de verkeersregels opzettelijk én ‘in ernstige mate’ heeft overschreden en dat dus sprake is van roekeloos rijgedrag. Daarbij weegt de rechtbank mee dat, zoals de advocaat van de verdachte ook heeft aangevoerd, het (met te hoge snelheid) door rood licht rijden en geen voorrang verlenen strikt genomen verschillende verkeersfouten zijn, maar wel in direct verband tot elkaar staan. Immers, doordat de verdachte met te hoge snelheid door rood licht de kruising opreed en het slachtoffer niet op tijd zag, heeft hij het slachtoffer geen voorrang verleend.

Daarnaast betrekt de rechtbank hierbij dat zij niet heeft kunnen vaststellen dat sprake is geweest van het voor langere tijd, herhaaldelijk overtreden van belangrijke verkeersregels of dat sprake is geweest van een houding bij de verdachte tijdens de rit die als zeer onverschillig kan worden aangeduid. Uit dashcambeelden van een andere verkeersdeelnemer blijkt bijvoorbeeld dat de verdachte vóór het kruispunt waar het ongeval plaatsvond, bij een ander verkeerslicht wel is gestopt. Zoals eerder overwogen, kan de rechtbank in ieder geval niet vaststellen dat de verdachte enige tijd op zijn telefoon heeft gekeken. Ook is niet van andere verwijtbare verkeersgedragingen gebleken voorafgaand aan het verkeersongeval en is over het verdere rijgedrag van de verdachte weinig bekend.

De rechtbank is daarom van oordeel dat in dit geval veel meer sprake lijkt te zijn van een eenmalige schending van belangrijke gedragsregels in het verkeer en slechts gedurende een (zeer) korte tijdspanne. De rechtbank concludeert dat er geen sprake is van roekeloos rijgedrag en zal de verdachte daarom vrijspreken van deze zwaardere ten laste gelegde schuldvorm.

Zwaar lichamelijk letsel

De rechtbank verwerpt het verweer van de advocaat dat geen sprake is van zwaar lichamelijk letsel bij het slachtoffer. Uit de medische informatie en de verklaring van het slachtoffer volgt dat het slachtoffer als gevolg van het ongeval traumatisch hersenletsel, een klapvoet en diplopie (een aandoening aan je ogen waarbij je dubbel ziet) heeft opgelopen. Hiervoor is hij ongeveer anderhalve week opgenomen geweest in het ziekenhuis en daarna moest hij naar een revalidatiecentrum. Uit de verklaring die het slachtoffer ongeveer vijf maanden na het ongeval heeft afgelegd, blijkt dat hij nog steeds last heeft van zijn voeten en zijn zicht. Dit letsel kan daarom vanwege de aard van het letsel, de lange duur van het herstel, het feit dat er nog geen uitzicht is op herstel maar ook naar algemeen spraakgebruik, worden aangemerkt als zwaar lichamelijk letsel.

Conclusie

Uit het voorgaande blijkt dat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen vindt dat de verdachte artikel 6 WVW heeft overtreden, dat hij schuld heeft aan het ontstaan van het verkeersongeval door zeer onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag en dat het slachtoffer hierdoor zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. De rechtbank komt daarmee tot een bewezenverklaring van het primaire feit onder 1.

Bewezenverklaring feit 2

Op basis van de bewijsmiddelen oordeelt de rechtbank dat de verdachte ten tijde van het ongeval een rijbewijs had waarvan de geldigheid al meer dan een half jaar was verlopen. De rechtbank vindt dus bewezen dat de verdachte ten tijde van het ongeval reed met een ongeldig rijbewijs.

Bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:

Feit 1 primair: op 24 juni 2024 te Amersfoort, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto met kenteken [kenteken] ), daarmede rijdende over de weg, de Ringweg-Koppel, en/of kruising van de Ringweg-Koppel en de Balladelaan zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door zeer onvoorzichtig en onoplettend, - te rijden met een snelheid tussen de 66 en 75 kilometer per uur, een hogere snelheid dan de ter plaatse toegestane maximumsnelheid van 50 kilometer per uur en - met onverminderde snelheid voornoemde kruising te naderen en op te rijden en - (daarbij) niet te stoppen voor een in zijn, verdachtes, rijrichting gekeerd geldend verkeerslicht dat reeds (minimaal 36,3 seconden) rood licht uitstraalde en - zich er niet van te vergewissen en/of is blijven vergewissen dat voornoemde kruising vrij was van enig (kruisend) verkeer en - (daarbij) niet of in onvoldoende mate heeft gelet op het direct voor hem gelegen weggedeelte van die weg en - (vervolgens) geen voorrang te verlenen aan voornoemde fietsers (terwijl het verkeerslicht voor die fietsers op dat moment groen licht uitstraalde) en - (vervolgens) niet tijdig af te remmen en niet, althans niet tijdig en/of voldoende uit te wijken voor een bestuurder die doende was het kruispunt op te rijden waarna (vervolgens) verdachte tegen een fietser is aangereden, waardoor een ander, te weten [slachtoffer] , zwaar lichamelijk letsel, te weten ernstig hoofdletsel en hersenschudding, voettremor, dubbel zien bij naar links kijken en littekens, heeft opgelopen;

Feit 2 op 24 juni 2024 te Amersfoort, als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto met kenteken [kenteken] ) heeft gereden op de weg, de Ringweg-Koppel, en/of kruising van de Ringweg-Koppel en de Balladelaan, terwijl het rijbewijs, dat voor het besturen van die categorie motorrijtuigen was vereist, te weten categorie B, en voornoemd rijbewijs (ingevolge artikel 25a van het Reglement rijbewijzen) voor een beperkte termijn was afgegeven, zijn geldigheid had verloren;

De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.

4. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:

Feit 1 primair: overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht;

Feit 2: overtreding van artikel 107, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Strafbaarheid feiten en verdachte

De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

5. Straf

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot:

Ten aanzien van feit 1

een gevangenisstraf van vier maanden, geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar;

een taakstraf van 160 uur;

een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen (rijontzegging) van twee jaar, waarvan een gedeelte van één jaar voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar.

Ten aanzien van feit 2

- een geldboete van € 300,-.

Standpunt van de verdediging

De advocaat verzoekt om bij de strafoplegging geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen en de rijontzegging voor een zo kort mogelijke duur op te leggen, het liefst geheel voorwaardelijk.

De advocaat voert daartoe aan dat het feit dat de verdachte een verkeersongeval met letsel heeft veroorzaakt, bij verdachte zelf heeft geleid tot gevoelens van depressie, trauma en stress. De verdachte sloot zich op in zijn huis, durfde geen auto meer te rijden en begon zijn haar te verliezen. Dit alles heeft ertoe geleid dat de verdachte niet langer in staat was om te werken, zijn baan kwijtraakte en in de ziektewet belandde. Inmiddels heeft de verdachte een positieve wending gegeven aan zijn leven. De verdachte heeft professionele hulp gezocht voor zijn mentale klachten, zorgt voor zijn dochter en moeder en zal binnenkort starten met een eigen hoveniersbedrijf. Daar heeft hij zijn rijbewijs voor nodig.

Daarnaast moet meegewogen worden dat de verdachte oprechte spijt heeft van het ongeval, meeleeft met het slachtoffer en ook vanaf het begin heeft geprobeerd om met hem in contact te komen, zodat hij zijn excuses kon aanbieden.

Tot slot moet rekening gehouden worden met de overschrijding van de redelijke termijn.

Oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder de verdachte deze feiten heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee.

Ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder de feiten zijn gepleegd

De verdachte heeft zeer onvoorzichtig en onoplettend gereden en daardoor een onnodig verkeersongeval veroorzaakt met grote gevolgen, met name voor het slachtoffer. De verdachte is met een te hoge snelheid een kruispunt opgereden terwijl het verkeerslicht al meer dan een halve minuut op rood stond, waarna er een aanrijding plaatsvond met het slachtoffer op zijn fiets. Uit de verklaring van het slachtoffer maanden na het ongeval blijkt dat de gevolgen van het ongeval groot zijn voor hem, zowel fysiek als geestelijk.

Met het rijgedrag zoals bewezen is verklaard heeft de verdachte de verkeersveiligheid ernstig in gevaar gebracht.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

De rechtbank heeft gekeken naar het strafblad van de verdachte van 10 augustus 2026, waaruit blijkt dat de verdachte in 2022 een strafbeschikking heeft gekregen voor het overtreden van de maximumsnelheid. In 2019 is de verdachte veroordeeld voor het rijden onder invloed van drugs, maar gelet op het tijdsverloop zal de rechtbank dit niet in strafverzwarende zin meenemen. Na het ongeval (tot aan de datum van de zitting een periode van meer dan 2 jaar) is de verdachte niet meer met politie en justitie in aanraking gekomen. De rechtbank weegt het strafblad daarom niet in strafverzwarende zin mee.

Daarnaast heeft de rechtbank rekening gehouden met het reclasseringsadvies van 2 april 2026. In het rapport staat dat de verdachte veel stress en mentale klachten heeft overgehouden aan het ongeval en dat hij zich zorgen maakt om het slachtoffer. Ook neemt de verdachte verantwoordelijkheid voor zijn handelen. Hij wil graag met het slachtoffer in gesprek, maar het slachtoffer staat hier tot op heden niet voor open. Ook zoekt de verdachte vrijwillig hulp.

Volgens de reclassering lijkt sprake te zijn van een incident waarbij geen delict gerelateerde of criminogene factoren zijn vast te stellen. Ook ziet de reclassering geen risico verhogende factoren en ziet zij het gezin als een beschermende factor. De reclassering vindt reclasseringsbemoeienis niet nodig en adviseert ook geen bijzondere voorwaarden.

Strafkader

Om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen, werken strafrechters met landelijke oriëntatiepunten. Deze zijn gebaseerd op opgelegde straffen in andere, vergelijkbare zaken. Voor het veroorzaken van een verkeersongeval waarbij sprake is van ernstige schuld en waarbij het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen, wordt een onvoorwaardelijke taakstraf van 160 uur en een onvoorwaardelijke rijontzegging van een jaar als uitgangspunt genomen.

De rechtbank neemt dit oriëntatiepunt als uitgangspunt, maar ziet aanleiding om in het voordeel van de verdachte hiervan af te wijken door de rijontzegging voorwaardelijk op te leggen. Hierbij let de rechtbank onder andere op het gegeven dat de verdachte op zitting heeft laten zien dat hij veel spijt heeft en dat de verdachte uit zichzelf vanaf het begin heeft geprobeerd om contact op te nemen met het slachtoffer om zijn excuses aan te bieden. De verdachte neemt verantwoordelijkheid.

Deze verantwoordelijkheid neemt hij ook door hulp te zoeken voor zichzelf. De verdachte heeft verklaard dat hij ten tijde van het ongeval niet lekker in zijn vel zat en ook na het ongeval mentale klachten had. De verdachte zoekt daar nu hulp voor. De rechtbank ziet ook dat de verdachte momenteel zijn leven een positieve wending heeft gegeven. Zo zorgt hij voor zijn dochter en zijn zieke moeder en start hij binnenkort met een eigen hoveniersbedrijf.

De rechtbank stelt tot slot vast dat ten tijde van de uitspraak sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn. Dit betekent dat de strafzaak te lang heeft geduurd. Als uitgangspunt geldt namelijk dat binnen twee jaar na aanvang van de redelijke termijn vonnis moet worden gewezen. In deze zaak gaat de rechtbank voor het startpunt van deze termijn uit van het moment waarop de verdachte is aangehouden, namelijk 14 juni 2024. Op de vonnisdatum is de redelijke termijn dus ruim drie maanden overschreden. Het tijdsverloop sinds het ongeval is groot en dat is niet aan de verdachte te wijten. Dat betekent dat de rechtbank het tijdsverloop en de (beperkte) overschrijding van de redelijke termijn in strafmatigende zin meeweegt.

Gelet op de hiervoor genoemde omstandigheden, in combinatie met het feit dat de rechtbank tot een andere bewezenverklaring en daarmee tot een lagere schuldgradatie komt dan de officier van justitie (namelijk ernstige schuld in plaats van roekeloosheid), zal de rechtbank een lagere straf opleggen dan is gevorderd.

Alles afwegende legt de rechtbank aan de verdachte voor feit 1 een taakstraf van 160 uur op. Daarnaast zal de rechtbank aan de verdachte een geheel voorwaardelijke rijontzegging opleggen voor de duur van een jaar. Deze bijkomende straf wordt opgelegd met het doel om de verdachte (blijvend) te motiveren om voorzichtig en oplettend te zijn in het verkeer en om de positieve lijn in zijn leven door te trekken.

Voor feit 2 legt de rechtbank een geldboete van € 300,- op.

6. Toegepaste wetsartikelen

De opgelegde straf en maatregel is gebaseerd op de volgende wetsartikelen:

7. De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;

strafbaarheid verdachte

- verklaart de verdachte strafbaar voor het bewezen verklaarde;

straf

- veroordeelt de verdachte voor feit 1 primair tot een taakstraf van 160 uur;

- beveelt dat voor het geval verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 80 dagen hechtenis;

- veroordeelt de verdachte voor feit 2 tot een geldboete van € 300,-, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 3 dagen;

Dit vonnis is gewezen door mr. M.H. Erich, voorzitter, mr. L.M. Reijnierse en mr. G.M.C. Klink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. G.S.M. van Duinkerken als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 1 oktober 2026.

Mr. G.S.M. van Duinkerken is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.

Bijlage I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1hij op of omstreeks 24 juni 2024 te Amersfoort, althans in Nederland, alsverkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig(personenauto metkenteken [kenteken] ), daarmede rijdende over de weg, de Ringweg-Koppel, en/ofkruising van de Ringweg-Koppel en de Balladelaan zich zodanig heeft gedragen dateen aan zijn/haar schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden doorroekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,- te rijden met een snelheid tussen de 66 en 75 kilometer per uur, althans een (veel)hogere snelheid dan de ter plaatse toegestane maximumsnelheid van 50 kilometerper uur en/of- met onverminderde snelheid voornoemde kruising te naderen en/of op te rijdenen/of- (tijdens het besturen van voornoemd motorrijtuig) (enige tijd) op het scherm vanzijn mobiele telefoon te kijken, althans niet voortdurend zijn blik en/of aandacht opde weg te houden en/of- (daarbij) niet te stoppen voor een in zijn, verdachtes, rijrichting gekeerd geldendverkeerslicht dat reeds (minimaal 36,3 seconden) rood licht uitstraalde en/of- (daarbij) zich er niet, althans niet tijdig en/of voldoende van te vergewissen en/ofis blijven vergewissen dat voornoemde kruising vrij was van enig (kruisend) verkeeren/of- (daarbij) niet of in onvoldoende mate heeft gelet op het direct voor hem gelegenweggedeelte van die weg en/of- (vervolgens) geen voorrang te verlenen aan voornoemde fietsers (terwijl hetverkeerslicht voor die fietsers op dat moment groen licht uitstraalde) en/of- (vervolgens) niet tijdig en/of voldoende af te remmen en/of niet, althans niet tijdigen/of voldoende uit te wijken voor een of meerdere bestuurder(s) die doendewas/waren het kruispunt op te rijden waarna (vervolgens) verdachte tegen eenfietser is aangereden en/of aangebotst,waardoor een ander, te weten [slachtoffer] , zwaar lichamelijk letsel, te wetenernstig hoofdletsel en/of hersenschudding, voettremor, dubbel zien bij naar linkskijken en/of littekens, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruittijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden isontstaan;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zoukunnen leiden:

hij op of omstreeks 24 juni 2024 te Amersfoort, althans in Nederland,als bestuurder van een voertuig (personenauto met kenteken [kenteken] ), daarmeerijdende op de weg, de Ringweg-Koppel, en/of kruising van de Ringweg-Koppel ende Balladelaan, zich opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels inernstige mate werden geschonden door,- te rijden met een snelheid tussen de 66 en 75 kilometer per uur, althans een (veel)hogere snelheid dan de ter plaatse toegestane maximumsnelheid van 50 kilometerper uur en/of- met onverminderde snelheid voornoemde kruising te naderen en/of op te rijdenen/of- (tijdens het besturen van voornoemd motorrijtuig) (enige tijd) op het scherm vanzijn mobiele telefoon te kijken, althans niet voortdurend zijn blik en/of aandacht opde weg te houden en/of- (daarbij) niet te stoppen voor een in zijn, verdachtes, rijrichting gekeerd geldendverkeerslicht dat reeds (minimaal 36,3 seconden) rood licht uitstraalde en/of- (daarbij) zich er niet, althans niet tijdig en/of voldoende van te vergewissen en/ofis blijven vergewissen dat voornoemde kruising vrij was van enig (kruisend) verkeeren/of- (daarbij) niet of in onvoldoende mate heeft gelet op het direct voor hem gelegenweggedeelte van die weg en/of- (vervolgens) geen voorrang te verlenen aan voornoemde fietsers (terwijl hetverkeerslicht voor die fietsers op dat moment groen licht uitstraalde) en/of- (vervolgens) niet tijdig en/of voldoende af te remmen en/of niet, althans niet tijdigen/of voldoende uit te wijken voor een of meerdere bestuurder(s) die doendewas/waren het kruispunt op te rijden waarna (vervolgens) verdachte tegen eenfietser is aangereden en/of aangebotst,door welke verkeersgedraging(en) van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaarlichamelijk letsel voor (een) ander(en) te duchten was;

2hij op of omstreeks 24 juni 2024 te Amersfoort, althans in Nederland, als bestuurdervan een motorrijtuig (personenauto met kenteken [kenteken] ) heeft gereden op deweg, de Ringweg-Koppel, en/of kruising van de Ringweg-Koppel en de Balladelaan,terwijl het rijbewijs, dat voor het besturen van die categorie motorrijtuigen wasvereist, te weten categorie B, en voornoemd rijbewijs (ingevolge artikel 25a van hetReglement rijbewijzen) voor een beperkte termijn was afgegeven, zijn geldigheidhad verloren;

Bijlage II: Bewijsmiddelen

Er zijn meerdere feiten bewezen verklaard. De bewijsmiddelen worden alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarover deze gaan.

De verklaring van de verdachte op de zitting van 17 september 2026, voor zover inhoudende:

Het klopt dat ik op 24 juni 2024 als bestuurder in de auto reed en door rood ben gereden.

Een proces-verbaal van aanrijding misdrijf, voor zover inhoudende:

Datum: 24 juni 2024

Adres: Ringweg-Koppel, Amersfoort, op de kruising met de Balladelaan.

Maximumsnelheid: 50 km per uur.

Verdachte: [verdachte] .

Betrokken partijen:

- voertuig 1, personenauto [kenteken] , bestuurder [verdachte]

- voertuig 2, fiets, bestuurder [slachtoffer] .

Bij het ongeval heeft [slachtoffer] letsel opgelopen.

Een proces-verbaal over de rijbewijsbevraging, inclusief de bijlage van de bevraging uit het rijbewijzenregister op pagina 88, voor zover inhoudende:

Uit een rijbewijsbevraging ter plaatse van het ongeval bleek dat het rijbewijs

van verdachte [verdachte] niet (meer) geldig was, in verband met een verlopen

geldigheid (beperkte geldigheid) van de rijbewijscategorie 'B'.

Uit het rijbewijzenregister bleek op dat moment dat aan [verdachte] een rijbewijs was

Afgegeven. De datum afgifte van dit rijbewijs betrof: '13-01-2021'

De datum van de (beperkte) geldigheid (tot) voor de rijbewijscategorie 'B' betrof:

03-12-2023"

Als gevolg waarvan [verdachte] ten tijde van het ongeval reed zonder geldig rijbewijs.

Een proces-verbaal van analyse VRI-data, voor zover inhoudende:

Op basis van het onderzoek naar de werking van de verkeersregelinstallatie op de plaats van het verkeersongeval, de verklaringen van de getuigen, het onderzoek naar de camerabeelden en de analyse van de verkregen VRI-data kon door mij het volgende gerelateerd worden:

Ten tijde van het verkeersongeval was de verkeersregelinstallatie aan het regelen geweest. Er bleken geen relevante storingen te zijn geweest die bijgedragen konden hebben aan het ontstaan van het verkeersongeval. Uit de analyse van het faselog bleek dat de bestuurder van de Volkswagen, op maandag 24 juni 2024 te 14:42:55.6 uur, de stopstreep was gepasseerd met een indicatieve gemiddelde snelheid, die had gelegen tussen de 66 km/h en 75 km/h, althans een hogere snelheid dan de ter plaatse toegestane maximumsnelheid van 50 km/h, terwijl de voor hem geldende verkeerslichten minimaal 36,3 seconden rood licht uitstraalden. De bestuurder van de fiets naderde op 24 juni 2024 het T-kruispunt en hield daarbij de koplus 17,4 seconden bezet, bediende daarbij de drukknop en verliet de koplus te 14:42:54.9, terwijl het voor hem geldende verkeerslicht ongeveer 3,0 seconden groen licht uitstraalde.

Een proces-verbaal van de verklaring van getuige [getuige] , voor zover inhoudende:

Ik zag dat op 24 juni 2025 de Golf de fietser aanreed. Ik zag dat de remlichten van de Golf pas aangingen nadat de klap was gebeurd.

Ontslagbrief met betrekking tot [slachtoffer] , voor zover inhoudende:

[slachtoffer] .

Bovengenoemde patiënt was opgenomen van 24-6-2024 tot en met 4-7-2024 op de afdeling Neurologie in verband met trauma (fiets vs auto).ConclusieHoog energetisch trauma fietser vs auto op 23-6-2024 waarbij1) Diffuus axonaal letsel graad 3 waarbij commotioneel beeld, klinisch verbeterend.2) Voet- en teenhefferspareserechts zonder sensibele stoornissen, geen aanwijzingen myelumletsel. WD bij focale contusie/bloeding motorcortex links op MRI.3) diplopie, geen eenduidige ophtalmoplegie dd traumatisch n. trochlearis letsel.

Een proces-verbaal van de verklaring van het slachtoffer op 22 november 2024, voor zover inhoudende:

Ik heb nog heel erg last van mijn geheugen. Ik heb een veel korter lontje dan voor het ongeval. Ik heb ook nog wel eens last dat mijn voeten trillen, soms als ik lang heb gelopen en stil sta dat mijn voeten een paar minuten trillen. Ik heb gehoord in het revalidatiecentrum dat dat een voettremor heet. Ik heb last van mijn zicht, als ik naar links kijk dan zie ik dubbel.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand