ECLI:NL:RBMNE:2026:6807

ECLI:NL:RBMNE:2026:6807

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 29-09-2026
Datum publicatie 05-10-2026
Zaaknummer UTR 26/2795
Rechtsgebied Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

het college heeft niet hoeven afzien van het invorderen van verbeurde dwangsommen. Beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 september 2026 in de zaak tussen

Samenvatting

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 26/2795

[eiseres 1] B.V., [eiseres 2] B.V. en Waterzuivering Urk B.V., gevestigd op [vestigingsplaats] , eisers

(gemachtigde: mr. R.G.J. Laan),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Urk (het college), verweerder

(gemachtigde: J. van Kooten).

1. Deze uitspraak gaat over het besluit van het college om een bedrag van € 50.000,- aan

verbeurde dwangsommen bij [eiseres 1] B.V. in te vorderen. Eisers zijn het daar niet mee eens en voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan.

2. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college tot invordering mocht overgaan. Het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

3. Met het besluit van 2 september 2015 heeft het college een omgevingsvergunning verleend voor (onder andere) het in werking hebben van een visverwerkend bedrijf en het in werking hebben van een biologische afvalwaterzuiveringsinstallatie op de locatie [adres] op [vestigingsplaats] . Deze omgevingsvergunning is verleend aan [bedrijf 1] B.V., die volgens de akte van fusie van 8 juli 2025 is opgegaan in [eiseres 2] B.V..

4. Met het besluit van 31 januari 2025 heeft het college aan [eiseres 1] B.V. een last onder dwangsom opgelegd, omdat bij milieucontroles is geconstateerd dat [eiseres 2] B.V. en Waterzuivering Urk B.V. een aantal voorschriften van de omgevingsvergunning van 2 september 2025 hebben overtreden. Om deze overtreding te beëindigen, moet de beluchtingstank van de biologische afvalwaterzuivering afgedekt worden. Eisers hebben geen bezwaar gemaakt tegen dit besluit.

5. Op 29 april 2025 en 3 juni 2025 is door toezichthouders van de omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek geconstateerd dat de overtredingen niet zijn beëindigd. Daarom heeft het college op 2 oktober 2025 een invorderingsbeschikking genomen, waarin een bedrag van € 50.000,- aan verbeurde dwangsommen van [eiseres 1] B.V. wordt gevorderd. [eiseres 1] B.V. heeft hiertegen bezwaar gemaakt. In het bezwaar wordt vermeld dat het bezwaar voor zover nodig ook wordt ingediend namens [eiseres 2] B.V. en Waterzuivering Urk B.V..

6. Met het bestreden besluit van 5 maart 2026 heeft het college het bezwaar ongegrond verklaard.

7. De rechtbank heeft het beroep op 24 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben namens eisers [A] en gemachtigde mr. L.F. Waalkes deelgenomen en namens het college zijn gemachtigde samen met [B] , toezichthouder.

Beoordeling door de rechtbank

Ontvankelijkheid

8. De rechtbank stelt vast dat de invorderingsbeschikking is gericht aan [eiseres 1] B.V., die hiertegen ook bezwaar heeft gemaakt. Het bestreden besluit vermeldt dat het bezwaarschrift is ingediend door [eiseres 1] B.V. en dat dit bezwaar ontvankelijk en ongegrond wordt verklaard. De bestreden besluitvorming is dus niet gericht aan [eiseres 2] B.V. en Waterzuivering Urk B.V. en zij hebben bij deze besluitvorming geen eigen, aan [eiseres 1] B.V. tegengesteld, belang. Het beroep, voor zover dat is ingediend door [eiseres 2] B.V. en Waterzuivering Urk B.V., is dan ook niet-ontvankelijk.

9. Het beroep van [eiseres 1] B.V. is wel ontvankelijk. Voor een betere leesbaarheid van de uitspraak wordt zij hierna aangeduid als eiseres.

Toetsingskader

10. Bij een besluit tot invordering van een verbeurde dwangsom moet aan het belang van die invordering veel gewicht worden toegekend. Een andere opvatting zou afdoen aan het gezag dat behoort uit te gaan van de oplegging van een last onder dwangsom. Alleen in bijzondere omstandigheden kan geheel of gedeeltelijk van invordering worden afgezien.

11. Verder kan een belanghebbende in de procedure tegen de invorderingsbeschikking of de kostenverhaalsbeschikking in beginsel niet met succes gronden naar voren brengen die hij tegen de last onder dwangsom of last onder bestuursdwang naar voren heeft gebracht of had kunnen brengen. Dit kan alleen in uitzonderlijke gevallen. Een uitzonderlijk geval kan bijvoorbeeld worden aangenomen als evident is dat er geen overtreding is gepleegd of betrokkene geen overtreder is.

Is het besluit gericht aan de juiste overtreder?

12. Eiseres voert allereerst aan dat het college de verkeerde rechtspersoon heeft aangeschreven. De voorbereiding en realisatie van de afdekking van de biologische afvalwaterzuivering valt onder Waterzuivering Urk B.V., zodat de invordering niet jegens de juiste B.V. is ingesteld. Verder vindt eiseres de besluitvorming niet duidelijk nu de invorderingsbeschikking aan haar is gericht maar het bestreden besluit [eiseres 2] B.V. vermeldt.

13. Het college wijst er op dat eiseres [bedrijf 2] B.V. bestuurt, die op haar beurt Waterzuivering Urk B.V. bestuurt. Eiseres heeft het in haar macht de overtreding te beëindigen en kan dus als overtreder aangemerkt worden. Daarom kan aan haar een last onder dwangsom en ook de invorderingsbeschikking worden opgelegd.

14. Deze beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank oordeelt dat uit het bestreden besluit duidelijk blijkt dat het een beslissing is op het bezwaar dat is ingediend door eiseres. Dat in de onderwerpregel [eiseres 2] wordt vermeld is slordig, maar betekent niet dat de besluitvorming niet juist is. Tijdens de zitting heeft de gemachtigde van eiseres ook bevestigd dat duidelijk was voor welke B.V. het bestreden besluit was bedoeld en dat het besluit eiseres ook tijdig heeft bereikt. Voor zover eiseres er op wijst dat zij niet als overtreder kan worden aangemerkt, overweegt de rechtbank dat dit een grond is die eiseres tegen de last onder dwangsom had kunnen inbrengen. De vraag of sprake is van een uitzonderlijk geval omdat evident is dat eiseres geen overtreder is, beantwoordt de rechtbank ontkennend. Uit het handelsregister blijkt dat eiseres bestuurder is van [bedrijf 2] B.V, die op haar beurt enig aandeelhouder en bestuurder is van [eiseres 2] B.V.. Dit betekent dat eiseres zeggenschap heeft over de gedragingen van [eiseres 2] B.V.. Eiseres heeft geen gegevens overgelegd over Waterzuivering Urk B.V., zodat ook daaruit niet kan worden afgeleid dat eiseres evident geen overtreder is. Het college heeft eiseres dan ook als overtreder kunnen aanmerken.

Is de begunstigingstermijn te kort?

15. Eiseres voert ook aan dat zij adequate actie heeft ondernomen om de afdekking van de zuivering te realiseren, maar dat een begunstigingstermijn van tien weken hiervoor te kort is. Dat was ook voor het college duidelijk. Zij heeft sinds 2024 getracht de problemen onder controle te krijgen en wil graag dat het college afziet van de invordering zodat de geldelijke bedragen ten dienste kunnen staan van het voorkomen van geuroverlast, waarmee alle betrokken belangen worden gediend.

16. Het college stelt zich op het standpunt dat er in de last onder dwangsom op is gewezen dat verlenging van de termijn kon worden aangevraagd, maar dat daar geen gebruik van is gemaakt. Volgens het college heeft eiseres ook onvoldoende onderbouwd dat de last evident onuitvoerbaar was. Het overleg en de offertes dateren van ná het verbeuren van de dwangsommen dus daarmee kon hij geen rekening houden.

17. Deze beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank oordeelt dat ook deze grond had kunnen worden ingebracht tegen de last onder dwangsom. Dat eiseres daar geen gebruik van heeft gemaakt, blijft voor haar rekening. Tijdens de zitting is namens eiseres nog verklaard dat er tijdens de begunstigingstermijn overleg is geweest met de gemeente maar een gepland gesprek afgezegd moest worden vanwege familieomstandigheden. Ook dat maakt echter niet dat sprake is van een uitzonderlijk geval op grond waarvan het college had moeten afzien van het invorderen.

Is de invordering onrechtmatig?

18. Eiseres wijst er verder op dat het ontbreken van een overkapping de geuroverlast niet heeft veroorzaakt. De geuremissie werd volgens haar veroorzaakt door het materiaal in de zuivering. De opgelegde herstelmaatregel (het realiseren van een overkapping) vindt eiseres ook geen geschikt middel om het doel te bereiken. De overkapping kent namelijk openingen waardoor geuremissie nog steeds kan plaatsvinden. Omdat het dwangsombesluit onrechtmatig is, wordt er ook ten onrechte ingevorderd.

19. Het college stelt zich op het standpunt dat er sprake was van ernstige geurhinder, waardoor handhavend optreden op zijn plaats was. De verplichting tot het afdekken van de beluchtingstank volgt uit een voorschrift bij de omgevingsvergunning. Op het moment van het verlenen van de vergunning is beoordeeld dat afdekken een effectieve maatregel zou zijn om geurhinder te voorkomen en/of te verminderen. Daarmee is dit ook in het kader van handhaving een geschikt middel. Mocht het nodig zijn dan kan vrijkomende lucht uit de openingen ook door een filter worden geleid.

20. Ook deze gronden slagen niet. De vraag of het afdekken van de zuivering een geschikt middel is, kan niet meer aan de orde komen in het beroep tegen het invorderingsbesluit. Dit is iets wat eiseres tegen de verleende omgevingsvergunning had kunnen inbrengen of tegen de opgelegde last onder dwangsom. Eiseres heeft niet aangetoond dat sprake is van uitzonderlijke omstandigheden waardoor er nu, in deze procedure over invordering, alsnog gronden naar voren gebracht kunnen worden over de last onder dwangsom. Dat eiseres van goede wil is en heeft geprobeerd aan de last te voldoen brengt ook niet mee dat het college niet tot invordering kan overgaan. Het wettelijk systeem gaat uit van de verbeurte van de dwangsom van rechtswege als een last niet wordt nageleefd. Het besluit waarbij de last onder dwangsom is opgelegd met de daaraan gekoppelde begunstigingstermijn heeft dan ook de functie van een laatste waarschuwing en als eiseres het daarmee niet eens was, had zij daartegen moeten opkomen.

Conclusie en gevolgen

21. Het beroep is ongegrond. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. V.E.H.G. Visser, rechter, in aanwezigheid van

mr. M.H.L. Debets, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 29 september 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. V.E.H.G. Visser

Griffier

  • mr. M.H.L. Debets

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand