ECLI:NL:RBMNE:2026:6808

ECLI:NL:RBMNE:2026:6808

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 05-10-2026
Datum publicatie 05-10-2026
Zaaknummer 16/000059-26
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

De rechtbank ontslaat de verdachte van alle rechtsvervolging omdat hem een geslaagd beroep op noodweer toekomt. De verdachte is op oudjaarsnacht door een grote groep jongens belaagd, nadat hij zelf met vuurwerk had gegooid. Hij is tweemaal op de grond geduwd en is al liggend op de grond getrapt. De tweede keer heeft hij een mes getrokken en met afwerende zwaaibewegingen twee jongens geraakt. De rechtbank overweegt dat sprake is van noodweersituatie, dat de verdachte niet anders kon dan zich verdedigen en dat zijn afwerende zwaaibewegingen met een mes in deze specifieke situatie ook proportioneel is geweest. Het eerder zelf gooien met vuurwerk naar twee jongens van de grote groep die hem later belaagde, maakt niet dat sprake is van een omstandigheid die een beroep op noodweer in de weg staat.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/000059-26

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer van 5 oktober 2026 in de strafzaak van:

[verdachte] ,

geboren op [2000] in [geboorteplaats] ,

verblijvende op het adres [adres] in [woonplaats] ,

hierna: de verdachte.

1. Zitting

De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 21 september 2026. Op de zitting waren aanwezig:

2. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte er, na wijziging van de beschuldiging, van dat hij, samengevat:

feit 1

op 1 januari 2026 in Baarn heeft geprobeerd om [benadeelde 1] opzettelijk van het leven te beroven;

en voor het geval die beschuldiging niet tot een veroordeling zou leiden: op 1 januari 2026 in Baarn heeft geprobeerd om [benadeelde 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen;

feit 2

op 1 januari 2026 in Baarn heeft geprobeerd om [benadeelde 2] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen;

en voor het geval die beschuldiging niet tot een veroordeling zou leiden: op 1 januari 2026 in Baarn [benadeelde 2] heeft mishandeld.

De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.

3. Bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de verdachte moet worden vrijgesproken van de poging tot doodslag op [benadeelde 1] . De officier van justitie stelt zich verder op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte heeft geprobeerd om [benadeelde 1] en [benadeelde 2] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen.

Standpunt van de verdediging

De advocaat stelt zich op het standpunt dat de verdachte moet worden vrijgesproken van de poging tot doodslag op [benadeelde 1] . Hij laat het oordeel over de bewezenverklaring van de poging tot toebrengen van zwaar lichamelijk letsel bij [benadeelde 1] en [benadeelde 2] over aan de rechtbank.

Oordeel van de rechtbank

Inleiding: wat is er gebeurd?

De rechtbank stelt het volgende vast. De verdachte zat in oudjaarsnacht, 1 januari 2026, met twee andere personen op een bankje in de Pekingtuin in Baarn. Hij heeft toen vuurwerk gericht afgestoken richting twee jongens die aan kwamen fietsen. Deze jongens hoorden bij een grotere groep die (lopend) onderweg was naar een feest. De twee jongens zijn weggefietst en daarna met de groep van ongeveer 10 jongens teruggekomen om verhaal te halen bij de verdachte. Er ontstond een confrontatie. De verdachte is op de grond geduwd en getrapt. Hij is weer opgestaan, maar even later (op een andere plek) weer op de grond geduwd en getrapt. De verdachte heeft toen, terwijl hij op de grond lag, een mes gepakt uit zijn jaszak en daarmee een zwaaiende beweging gemaakt. [benadeelde 1] heeft hierdoor een snijwond aan zijn buik opgelopen en [benadeelde 2] een snijwond aan zijn bovenbeen.

De rechtbank moet eerst beoordelen of de verdachte met deze handelingen heeft geprobeerd opzettelijk [benadeelde 1] (hierna: [benadeelde 1] ) van het leven te beroven of heeft geprobeerd hem zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, en of hij heeft geprobeerd [benadeelde 2] (hierna: [benadeelde 2] ) zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. De verdediging heeft aangevoerd dat er sprake was van noodweer omdat de verdachte zich moest verdedigen tegen een aanval van de groep jongens. Dat standpunt van de verdediging zal later in dit vonnis worden besproken, namelijk bij de vraag of de verdachte strafbaar is (zie paragraaf 4 ‘Strafbaarheid van de verdachte’).

Vrijspraak poging tot doodslag

De rechtbank oordeelt dat de poging tot doodslag op [benadeelde 1] niet is bewezen en zal de verdachte daarvan vrijspreken. Voor het bewijs van de poging tot doodslag is nodig dat de verdachte opzet had op de dood van [benadeelde 1] . Dat sprake is geweest van ‘vol’ opzet op de dood van [benadeelde 1] kan op basis van het dossier niet wettig en overtuigend worden bewezen. Bewijs daarvoor ontbreekt.

Opzet kan ook worden bewezen als de verdachte ‘voorwaardelijk’ opzet had. Voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg – zoals hier de dood van [benadeelde 1] – is aanwezig als de verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de dood zal intreden. De beantwoording van de vraag of het handelen van verdachte de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg in het leven roept, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Daarbij komt betekenis toe aan de aard van de gedragingen en de omstandigheden waaronder deze zijn verricht. Het moet gaan om een kans die naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk is te achten, dat wil zeggen: een in de gegeven omstandigheden reële, niet onwaarschijnlijke mogelijkheid.

De verdachte heeft naar het oordeel van de rechtbank ook niet in voorwaardelijke zin opzet gehad op de dood van het slachtoffer. De verdachte heeft met een mes in zijn hand om zich heen gezwaaid en niet gericht op het slachtoffer ingestoken. De rechtbank kan uit het dossier niet afleiden met hoeveel kracht de verdachte met het mes heeft gezwaaid. Uit de beschrijving van het letsel door een arts volgt dat de snijverwonding liep tot in het onderste deel van de huid en niet de dieper gelegen delen van de buik heeft geraakt. De rechtbank kan gelet op het voorgaande niet vaststellen dat de verdachte met zijn handelwijze de aanmerkelijke kans in het leven heeft geroepen dat het slachtoffer zou komen te overlijden. Er is dus geen sprake van voorwaardelijk opzet op de dood van [benadeelde 1] .

Bewijsmiddelen poging tot zware mishandeling van [benadeelde 1] en [benadeelde 2]

De verdachte bekent dat hij met een mes [benadeelde 1] in zijn buik heeft gesneden en [benadeelde 2] in zijn bovenbeen heeft gesneden, zoals dit hieronder bewezen is verklaard. Door hem of namens hem is ook niet om vrijspraak van die feiten gevraagd. In die situatie hoeft de rechtbank niet de inhoud van de bewijsmiddelen op te schrijven. De rechtbank noemt daarom alleen de bewijsmiddelen waarop zij haar oordeel baseert:

de bekennende verklaring van de verdachte op de zitting van 21 september 2026;

een proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 1] ;

- een geschrift, te weten een letselverklaring;

- een proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 2] ;

- een geschrift, te weten een letselverklaring.

Er zijn meerdere feiten bewezen verklaard. De bewijsmiddelen worden alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarover deze gaan.

Bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:

feit 1 subsidiair

op 1 januari 2026 te Baarn ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [benadeelde 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, die [benadeelde 1] met een mes heeft gesneden in de buik, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

feit 2 primair

op 1 januari 2026 te Baarn ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [benadeelde 2] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, die [benadeelde 2] met een mes heeft gesneden in het bovenbeen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.

Kwalificatie

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

feit 1 subsidiair en feit 2 primair: poging tot zware mishandeling.

4. Strafbaarheid van de verdachte

Beroep op noodweer door de verdediging

De advocaat van de verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat ontslag van alle rechtsvervolging moet volgen, omdat sprake was van noodweer. Daartoe is – samengevat – aangevoerd dat sprake is van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding doordat de groep jongens de verdachte aanviel. De verdachte moest zich op dat ogenblik verweren. De verdachte mocht zich verweren op de manier waarop hij dat heeft gedaan. Hij was op dat moment angstig, in paniek en zat in een situatie waarin hij niet anders kon. Het enkele feit dat de verdachte eerst vuurwerk heeft gegooid of het enkele feit dat de verdachte een mes bij zich had, staat aan zijn beroep op noodweer niet in de weg.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie vindt ook dat sprake is geweest van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding, waarbij het noodzakelijk was voor de verdachte om zich daartegen te verdedigen. Het zwaaien met een mes was niet onevenredig aan de ernst van de aanval vanuit de groep. Hoewel de verdachte het vuurwerk niet had mogen gooien naar de twee jongens en een reactie vanuit die twee jongens dan ook voorzienbaar was, kan niet worden gezegd dat de verdachte daardoor de agressieve reactie van deze aard en omvang heeft uitgelokt. De verdachte moet dan ook worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

Oordeel van de rechtbank

Een beroep op noodweer slaagt als aannemelijk is geworden dat er sprake was van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding van het lichaam van de verdachte, waartegen verdediging noodzakelijk en geboden is. Deze verdediging mag de grenzen van subsidiariteit en proportionaliteit niet overschrijden. Daarnaast mag er geen sprake zijn van voorafgaande gedragingen die een beroep op noodweer in de weg staan, bijvoorbeeld daarin gelegen dat de verdachte de aanval heeft uitgelokt (culpa in causa).

Als er een beroep op noodweer wordt gedaan, moet de rechtbank allereerst beoordelen of de feitelijke grondslag voor een beroep daarop aannemelijk is geworden.

De rechtbank stelt daarbij voorop dat het dossier geen technisch bewijs bevat (zoals camerabeelden of forensisch bewijs). Het dossier bevat alleen verklaringen van de verdachte, de slachtoffers en meerdere getuigen, die op bepaalde punten behoorlijk uiteenlopen. De bewezenverklaarde feiten hebben zich afgespeeld tijdens oudjaarsnacht, op het moment dat degenen, die achteraf een verklaring hebben afgelegd, onder invloed van alcohol waren. Na een zorgvuldige analyse en weging van alle afgelegde verklaringen vindt de rechtbank de volgende feitelijke toedracht aannemelijk geworden.

Feitelijke toedracht

Tijdens oudjaarsnacht rond 3 uur bevindt de verdachte zich met twee vrienden, een jongen en een meisje, bij een bankje in de Pekingtuin in Baarn.. Er komen twee jongens, vrienden van de latere slachtoffers, het park in fietsen. Zij zijn onderweg naar een feestje. Zij stoppen in de buurt van het bankje. De verdachte schiet opzettelijk meerdere keren met vuurwerk in de richting van de twee jongens, dat in ieder geval zodanig dichtbij komt dat dit voor hen een bedreigende situatie was.

De twee jongens fietsen terug naar hun vriendengroep (die lopend onderweg is naar het feestje) en vertellen dat ze zijn bekogeld met vuurwerk. Er wordt door (een deel van) de groep besloten om naar de verdachte te gaan om ‘verhaal te halen’ zoals de slachtoffers dat zelf omschrijven. Iets later arriveert de groep van ongeveer tien personen bij het bankje en ontstaat er een woordenwisseling waarbij de groep agressief is tegen de verdachte. De verdachte wordt op agressieve toon aangesproken, waarbij wordt geschreeuwd en gescholden. Onder andere de slachtoffers, [benadeelde 1] en [benadeelde 2] , verklaren dat de verdachte werd uitgescholden en aanvallend werd bevraagd. Verdachte reageert hier niet of nauwelijks op, aldus de slachtoffers.

Op dit moment staat (een deel van) de groep om de verdachte heen en begint de groep de verdachte te duwen. Dat blijkt niet alleen uit de verklaring van de verdachte en die van de jongen en het meisje die hem vergezellen, maar ook uit de verklaringen van [benadeelde 2] , [benadeelde 1] en drie anderen van de groep. Op enig moment roept de verdachte dat hij dat hij ‘iedereen ook kan neersteken’. De verdachte wordt hard op de grond geduwd en getrapt.

De verdachte staat weer op van de grond en staat even later bij de koepel in de Pekingtuin, een beperkt aantal meter verderop. Hoe hij daar precies terecht is gekomen, kan de rechtbank niet vaststellen. In ieder geval een deel van de groep is ook die kant op verplaatst, tegelijk met of heel kort na de verdachte. Dat blijkt niet alleen uit de verklaring van de verdachte, maar ook uit die van [benadeelde 2] , [benadeelde 1] en nog één jongen van de groep ( [A] ). Op het moment dat de verdachte en (een deel van) de groep zich naar de koepel verplaatst, wordt er vanuit de groep tegen de vrienden van de verdachte gezegd dat ze maar beter weg kunnen gaan omdat er dingen met hun vriend (de verdachte) gaan gebeuren die ze niet willen zien. De vrienden van de verdachte verklaren hier gelijkluidend over.

[benadeelde 1] verklaart over dit moment dat zijn vrienden de verdachte nog een keer duwden. [benadeelde 2] verklaart dat zijn vrienden er weer aankwamen, dat er werd geduwd en getrapt. Gelet op deze verklaringen en de verklaring van de verdachte dat hij werd geduwd en daardoor weer viel, is aannemelijk geworden dat de verdachte weer op de grond is beland en wordt getrapt door (een deel van) de groep.

Op dat moment pakt de verdachte een karambit mes uit de binnenzak van zijn jas en zwaait hij met dat mes om zich heen . Hierbij raakt hij eerst [benadeelde 2] in zijn bovenbeen en vervolgens [benadeelde 1] in zijn buik. Het letsel van de slachtoffers past ook bij een zwaaiende beweging met een mes. De wonden zijn relatief oppervlakkig en de snijwond in het been van [benadeelde 2] verloopt horizontaal. Vervolgens wijkt de groep terug en rent de verdachte weg.

Ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding

De rechtbank vindt dat er sprake was van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding. De verdachte werd door een groep van ongeveer tien jongens agressief benaderd, door een deel van hen op de grond geduwd en getrapt. Daarna werd hij een klein stuk verderop opnieuw op de grond geduwd en getrapt door meerdere jongens van die groep. Dit was een aanval op het lichaam van de verdachte waartegen hij zich mocht verdedigen.

Subsidiariteit

De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of de verdediging noodzakelijk is geweest (subsidiariteitsvereiste). De noodzaak tot verdediging ontbreekt als de verdachte zich aan de aanranding had kunnen en had moeten onttrekken. Er moet voor de verdachte een reële en redelijke mogelijkheid hebben bestaan zich te onttrekken. De rechtbank vindt dat van de verdachte niet kon worden gevergd dat hij zich aan het op hem toegepaste geweld onttrok. Vanaf het moment dat de groep bij de verdachte aankwam, was er sprake van één voortdurende confrontatie waarbij de verdachte op twee plekken, bij het bankje en bij de koepel, op de grond werd geduwd en getrapt. Er was voor de verdachte geen reële mogelijkheid om weg te komen. Aannemelijk is geworden dat hij steeds werd omringd door in ieder geval een flink deel van de groep.

Proportionaliteit

De rechtbank moet vervolgens de vraag beantwoorden of de wijze van verdediging door de verdachte proportioneel was. De maatstaf daarvoor luidt of de gedraging als verdedigingsmiddel niet in onredelijke verhouding staat tot de ernst van de aanranding. De rechter beoordeelt dat dus terughoudend. De keuze van het verdedigingsmiddel en de wijze waarop het is gebruikt, staan bij de beoordeling van de proportionaliteit centraal.

De rechtbank stelt voorop dat het gebruik van een mes in een gevecht waarbij aan de andere zijde geen wapen in het spel is, op het eerste gezicht niet in redelijke verhouding lijkt te staan. Dat is in dit geval echter anders. De verdachte is tot twee keer toe op de grond geduwd, waarbij er een groep om hem heen stond die hem trapte. Toen hij voor de tweede keer op de grond lag, heeft hij -al liggend op de grond- met het mes gezwaaid. Aannemelijk is geworden dat de verdachte hierbij niet gericht heeft gestoken maar afwerende zwaaibewegingen heeft gemaakt. Een verdediging op deze wijze staat niet in onredelijke verhouding tot het op hem toegepaste geweld. Daarbij is van belang dat de verdachte zich op de grond bevond, er meerdere personen om hem heen stonden die herhaaldelijk geweld tegen hem pleegden. Door op die manier te handelen terwijl de verdachte op de grond lag, nadat hij al vaker op de grond was geduwd en werd getrapt, heeft de verdachte naar het oordeel van de rechtbank de grenzen van de noodzakelijke verdediging niet overschreden.

Geen eigen schuld (culpa in causa)

Gedragingen van de verdachte die aan de wederrechtelijke aanranding door het latere slachtoffer zijn voorafgegaan, kunnen in de weg staan aan het slagen van een beroep op noodweer, maar slechts onder bijzondere omstandigheden. Van zulke bijzondere omstandigheden kan bijvoorbeeld sprake zijn indien de verdachte de aanval heeft uitgelokt door provocatie van het latere slachtoffer en hij aldus uit was op een confrontatie, of wanneer hij willens en wetens de confrontatie met het slachtoffer heeft gezocht en een gewelddadige reactie van het slachtoffer heeft uitgelokt.

De rechtbank is van oordeel dat er geen sprake is van eigen schuld waardoor een beroep op noodweer niet slaagt aan de kant van de verdachte. Verdachte heeft – enige tijd voor de confrontatie – vuurwerk afgeschoten opzettelijk in de richting van twee jongens. Dat was weliswaar provocerend, bedreigend en gevaarlijk gedrag van de verdachte waar hij op dat moment ook op mocht worden aangesproken, maar niet kan worden gezegd dat hij daarmee uit was op een confrontatie met de jongens en ook niet dat hij deze gewelddadige reactie van de groep jongens heeft uitgelokt. Het feit dat de verdachte op voorhand een mes bij zich droeg, staat bovendien volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad s niet in de weg aan een geslaagd beroep op noodweer. Gelet op de aannemelijk geworden toedracht kan evenmin worden geoordeeld dat het handelen van verdachte in de kern als aanvallend moet worden gezien, ook niet als daarbij wordt betrokken dat deze confrontatie is begonnen met het door verdachte opzettelijk vuurwerk afsteken in de richting van de twee jongens.

Conclusie

De verdachte is niet strafbaar voor de bewezen verklaarde pogingen tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel omdat aan hem een beroep op noodweer toekomt. De verdachte zal dan ook worden ontslagen van alle rechtsvervolging. Aan de verdachte zal geen straf worden opgelegd omdat de rechtbank daar niet aan toekomt.

De voorlopige hechtenis

De rechtbank zal, gelet op het voorgaande, het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opheffen.

5. Vorderingen benadeelde partij

Vorderingen van de benadeelde partijen

Vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [benadeelde 1] (feit 1)

[benadeelde 1] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 6.493,45. Dit bedrag bestaat uit € 1.493,45 aan materiële schade en € 5.000,00 aan immateriële schade als gevolg van de beschuldiging.

Vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [benadeelde 2] (feit 2)

[benadeelde 2] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 6.787,47. Dit bedrag bestaat uit € 1.787,47 aan materiële schade en € 5.000,00 aan immateriële schade als gevolg van de beschuldiging.

Standpunten

De officier van justitie en de advocaat stellen zich beiden op het standpunt dat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk moeten worden verklaard in hun vordering omdat de verdachte moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank ontslaat de verdachte van alle rechtsvervolging en legt geen straf of maatregel op aan de verdachte. Volgens de wet kan de strafrechter in dat geval geen schadevergoeding toekennen aan een benadeelde partij. De benadeelde partijen [benadeelde 1] en [benadeelde 2] worden daarom niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen.

Nu de benadeelde partijen niet-ontvankelijk worden verklaard in hun vorderingen, zullen de kosten worden gecompenseerd, in die zin dat ieder de eigen kosten draagt.

6. De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak

- verklaart feit 1 primair niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat de verdachte feit 1 subsidiair en feit 2 primair heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.3 is omschreven;

- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor onder 3.4 is vermeld;

strafbaarheid van de verdachte

- verklaart de verdachte niet strafbaar en ontslaat de verdachte van alle rechtsvervolging ten aanzien van het bewezenverklaarde;

vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [benadeelde 1] (feit 1)

- verklaart benadeelde partij [benadeelde 1] niet-ontvankelijk in de vordering;

- compenseert de proceskosten van de benadeelde partij en de verdachte, in die zin dat ieder haar eigen kosten draagt;

vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [benadeelde 2] (feit 2)

- verklaart benadeelde partij [benadeelde 2] niet-ontvankelijk in de vordering;

- compenseert de proceskosten van de benadeelde partij en de verdachte, in die zin dat ieder haar eigen kosten draagt;

voorlopige hechtenis

- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Brouwer, voorzitter, mr. J.P. Verboom en mr. G.K.L. de Wijkerslooth de Weerdesteijn, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D. Kiestra als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 5 oktober 2026.

De griffier is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Bijlage I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is na wijziging van de tenlastelegging ten laste gelegd dat:

feit 1 primair

hij op of omstreeks 1 januari 2026 te Baarn ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [benadeelde 1] opzettelijk van het leven te beroven, met een mes, althans met een scherp en/of puntig voorwerp, voornoemde [benadeelde 1] in de buik, althans het lichaam, heeft gestoken/gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

feit 1 subsidiair

hij op of omstreeks 1 januari 2026 te Baarn ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [benadeelde 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, die [benadeelde 1] met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, heeft gestoken en/of heeft gesneden en/of heeft gezwaaid en/of heeft geslagen in/tegen de buik, althans in/het lichaam, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

feit 2 primair

hij op of omstreeks 1 januari 2026 te Baarn ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [benadeelde 2] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, die [benadeelde 2] met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, heeft gestoken en/of heeft gesneden en/of heeft gezwaaid en/of heeft geslagen in/tegen het (boven)been, althans in/tegen het lichaam, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

feit 2 subsidiair

hij op of omstreeks 1 januari 2026 te Baarn [benadeelde 2] heeft mishandeld, door voornoemde [benadeelde 2] met een mes, althans met een scherp en/of puntig voorwerp, in het (boven)been, althans het lichaam, te steken/snijden.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand