ECLI:NL:RBMNE:2026:6849

ECLI:NL:RBMNE:2026:6849

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 07-10-2026
Datum publicatie 07-10-2026
Zaaknummer 16.305737.25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Lelystad

Samenvatting

Er is geen sprake van schending van het gelijkheidsbeginsel of verbod op willekeur. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. De verdachte wordt vrijgesproken van het primaire feit dood door schuld en het subsidiaire feit gevaarzetting. Er is geen sprake geweest van een straatrace als bedoeld in artikel 10 WVW en ook kan niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld dat verdachte het startsein heeft gegeven voor de drift met fatale afloop.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Lelystad

Parketnummer: 16.305737.25

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer van 7 oktober 2026 in de strafzaak van:

[verdachte] ,

geboren op [1990] in [geboorteplaats] ,

wonende op het adres [adres] in [woonplaats] ,

(hierna: de verdachte).

1. Zitting

De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 23 september 2026.

Op de zitting waren aanwezig:

2. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:

primair

op 2 juni 2024, te Lelystad grovelijk, althans aanmerkelijk onvoorzichtig, onachtzaam en/of nalatig- terwijl aan de [straat] zich diverse toeschouwers bevonden en/of meerdere voertuigen reden en/of- in strijd met het gestelde in artikel 10 van de Wegenverkeerswet 1994 op de [straat] een straatrace heeft georganiseerd, althans (als verkeersregelaar) heeft deelgenomen aan een straatrace en/of- waarbij hij voorafgaand aan de straatrace zich er onvoldoende van heeft vergewist en/of is blijven vergewissen van de risico's die aan de straatrace verbonden waren en/of- op de rijbaan van de [straat] een startsignaal heeft gegeven aan de bestuurder van een motor, waarna de naast hem, verdachte, stilstaande motor hard/accelererend optrok en met een hogere snelheid dan gelet op de situatie terplaatse verantwoord was al driftend en/of zigzaggend over voornoemde [straat] wegreed, waarna die bestuurder van de motor (vervolgens) frontaal tegen een tegemoetkomende crossmotor is gebotst en/of gereden,waardoor het aan zijn schuld te wijten is dat [slachtoffer] is overleden;

subsidiair ten laste gelegd als het veroorzaken van een gevaar op de weg.

De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.

3. Ontvankelijkheid van de officier van justitie

Standpunt van de verdediging

De advocaat heeft verzocht het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te verklaren in de vervolging van de verdachte vanwege een schending van het gelijkheidsbeginsel en het verbod op willekeur. Volgens het dossier zouden er twee verkeersregelaars zijn geweest, verdachte en ene ‘ [naam] ’. [naam] zou de verkeersregelaar zijn geweest die aan de medeverdachte het startteken heeft gegeven. [naam] wordt echter niet vervolgd. Ook anderen die betrokken waren bij het driften en de afspraken over het samenkomen zijn niet vervolgd.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft aangegeven dat [naam] , wiens echte naam [A] is, als getuige is gehoord en dat hij ontkend heeft een startteken te hebben gegeven. Het dossier bevat verder onvoldoende aanwijzingen om hem te kunnen vervolgen voor het geven van het startteken. Dat is de reden dat [A] niet is vervolgd.

Oordeel van de rechtbank

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Aan het Openbaar Ministerie is de bevoegdheid toegekend zelfstandig te beslissen of naar aanleiding van een ingesteld opsporingsonderzoek vervolging moet plaatsvinden. Die beslissing van de officier van justitie om iemand te vervolgen, kan de rechter maar heel beperkt inhoudelijk toetsen. Alleen in uitzonderlijke gevallen kan de rechter oordelen dat een officier van justitie de genomen beslissing niet had mogen nemen. Dat zal pas het geval zijn indien de rechter tot het oordeel komt dat geen redelijk handelend lid van het openbaar ministerie die beslissing had genomen. Zo’n uitzonderlijk geval doet zich hier niet voor.

Er is geen sprake van een schending van het gelijkheidsbeginsel of het verbod op willekeur. De officier van justitie heeft toegelicht waarom de andere verkeersregelaar, te weten [A] , niet is vervolgd. Anders dan verdachte is [A] niet in beeld gekomen als organisator van het evenement. Daarnaast is [A] gehoord over het fatale startsein, waarop hij heeft ontkend dat startsein te hebben gegeven. Volgens de officier van justitie waren er verder onvoldoende aanwijzingen in het dossier om tot vervolging van [A] over te gaan. Daarnaast verschilt de rol van de verdachte van die van de andere drifters omdat hem ook wordt verweten dat hij het startsein heeft gegeven voor de drift met het dodelijke gevolg. Daarom is besloten om de andere drifters niet te vervolgen. Gelet daarop kan niet gezegd worden dat geen redelijk handelend lid van het Openbaar Ministerie heeft kunnen beslissen om [A] of de andere drifters niet te vervolgen en verdachte wel.

4. Vrijspraak

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte het primaire feit heeft gepleegd. Van het onderdeel van de tenlastelegging dat sprake is geweest van een ‘straatrace’ moet de verdachte volgens de officier van justitie worden vrijgesproken, omdat niet is gebleken dat die dag daadwerkelijk een wedstrijd heeft plaatsgevonden waarbij de onderlinge prestaties werden vastgesteld of vergeleken.

De standpunten van de officier van justitie worden – voor zover van belang voor de beoordeling – besproken in paragraaf 4.3.

De officier van justitie eist dat aan de verdachte een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden wordt opgelegd.

Standpunt van de verdediging

De advocaat verzoekt de rechtbank om de verdachte vrij te spreken van het primaire en subsidiaire feit.

De advocaat voert verschillende verweren over het bewijs. Deze worden - voor zover van belang voor de beoordeling - hierna besproken onder paragraaf 4.3.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank oordeelt dat het primaire en subsidiaire feit (primair dood door schuld en subsidiair gevaarzetting) niet is bewezen en zal de verdachte daarvan vrijspreken. De rechtbank legt hierna uit waarom.

De rechtbank stelt vast dat er op 2 juni 2024 op de [straat] in Lelystad een bijeenkomst is geweest waarbij verschillende driftmotoren aanwezig waren die daar op de openbare weg hebben gedrift. Ook waren honderden toeschouwers aanwezig. Voor dit evenement was geen vergunning verleend. Tijdens dit evenement heeft de medeverdachte op enig moment een drift ingezet. Op dat moment kwamen vanuit de tegenovergestelde richting drie (cross)motoren aanrijden. De medeverdachte en één van de crossmotoren zijn op elkaar gebotst, wat voor de bestuurder van de crossmotor fataal is afgelopen.

Verdachte wordt verweten dat hij schuld heeft aan dat ongeluk, dan wel dat hij gevaar op de weg heeft veroorzaakt. Voor beide beschuldigingen wordt aan de hand van gedachtestreepjes uitgewerkt welke precieze gedragingen hem verweten worden. Die gedragingen zijn voor beide beschuldigingen identiek.

De verdachte wordt allereerst verweten dat hij in strijd met artikel 10 van de Wegenverkeerswet 1994 een straatrace heeft georganiseerd dan wel daaraan deel heeft genomen. In artikel 10 Wegenverkeerswet is opgenomen dat het verboden is om een wedstrijd op de openbare weg te organiseren of daaraan mee te doen. Van een wedstrijd in de zin van de wet is – onder andere – sprake als daarbij de prestaties van de deelnemers of hun voertuigen worden vergeleken of vastgesteld. Weliswaar blijkt uit het dossier dat verschillende motorrijders hun driftkunsten hebben vertoond, maar uit het dossier kan niet worden afgeleid dat hun prestaties daarbij op enige wijze werden vastgesteld, vergeleken of beoordeeld. Daarmee was geen sprake van een wedstrijd in de zin van artikel 10 Wegenverkeerswet. Evenmin was daarmee sprake van een straatrace in de gangbare zin van het woord, nu, naar het oordeel van de rechtbank, een straatrace een wedstrijd op snelheid impliceert. Gelet daarop kunnen het tweede en derde gedachtestreepje van de tenlastelegging niet bewezen worden verklaard.

Daarmee resteert het verwijt dat verdachte het startsignaal zou hebben gegeven voor de fatale drift van de medeverdachte. De rechtbank spreekt verdachte ook van dit verwijt vrij, omdat niet met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld dat het de verdachte is geweest die het startteken aan de medeverdachte heeft gegeven. De verdachte heeft dat ontkend, terwijl de medeverdachte heeft verklaard dat het [A] was die hem het startteken heeft gegeven. Onder die omstandigheden kan niet bewezen worden verklaard dat de medeverdachte op een signaal van verdachte is gaan rijden. Dat verdachte, op de dag van het ongeluk zelf, tegen de politie zou hebben verklaard dat hij ‘net voor een race had gevlagd’, doet daar niet aan af, omdat verdachte heeft verklaard dat dat, in de hectiek na het ongeluk, een verspreking is geweest en dat ook in strijd lijkt met de ter zitting getoonde beelden. Ook het feit dat de verdachte eerder op de dag wel drifters heeft gestart, maakt dit niet anders, nu de rechtbank dit verwijt in de kern zo begrijpt dat verdachte een bijdrage zou hebben geleverd aan de fatale drift.

Omdat deze gedragingen de kern zijn van hetgeen de verdachte wordt verweten en deze gedragingen niet bewezen kunnen worden, kan het primair en subsidiair tenlastegelegde niet bewezen worden verklaard en moet verdachte worden vrijgesproken.

5. Vordering benadeelde partij

Vordering van de benadeelde partijen

[benadeelde 1]

heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 28.400,- voor feit 1, vermeerderd met de wettelijke rente.

Verder verzoekt de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De benadeelde partij vraagt ook een vergoeding voor gemaakte proceskosten volgens geliquideerd tarief.

[benadeelde 2]

heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 22.179,68 voor feit 1, vermeerderd met de wettelijke rente.

Verder verzoekt de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De benadeelde partij vraagt ook een vergoeding van gemaakte proceskosten.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank spreekt de verdachte vrij van het aan hem ten laste gelegde feit in primaire en subsidiaire variant. Volgens de wet kan de strafrechter dan geen schadevergoeding toekennen aan een benadeelde. De rechtbank bepaalt daarom dat de benadeelde partijen [benadeelde 1] en [benadeelde 2] niet-ontvankelijk zijn in de vorderingen.

6. De beslissing

De rechtbank:

Ontvankelijkheid officier van justitie

- verklaart de officier van justitie ontvankelijk in de vervolging van verdachte ten aanzien van het onder primair en subsidiair ten laste gelegde;

vrijspraak

- verklaart niet bewezen dat de verdachte het primaire en subsidiaire feit heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;

vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [benadeelde 1] (feit 1 primair en subsidiair)

vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [benadeelde 2] (feit 1 primair en subsidiair)

Dit vonnis is gewezen door mr. H. den Haan, voorzitter, mr. T.M. Sanders en mr. F.D.M. Osinga, in tegenwoordigheid van mr. B.T. Feenstra als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2026.

De oudste rechter is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Bijlage I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij, op of omstreeks 2 juni 2024, te Lelystad, althans in Nederland, grovelijk, althans aanmerkelijk onvoorzichtig, onachtzaam en/of nalatig- terwijl ter plaatse op/aan de [straat] zich diverse toeschouwers bevonden en/of meerdere voertuigen reden en/of- in strijd met het gestelde in artikel 10 van de Wegenverkeerswet 1994 op de [straat] een straatrace heeft georganiseerd, althans (als verkeersregelaar) heeft deelgenomen aan een straatrace en/of- waarbij hij voorafgaand aan de straatrace zich er onvoldoende van heeft vergewist en/of is blijven vergewissen van de risico's die aan de straatrace verbonden waren en/of- op de rijbaan van de [straat] een startsignaal heeft gegeven aan de bestuurder van een motor, waarna de naast hem, verdachte, stilstaande motor hard/accelererend optrok en met een hogere snelheid dan gelet op de situatie terplaatse verantwoord was al driftend en/of zigzaggend over voornoemde [straat] wegreed, waarna die bestuurder van de motor (vervolgens) frontaal tegen een tegemoetkomende crossmotor is gebotst en/of gereden,waardoor het aan zijn schuld te wijten is dat [slachtoffer] is overleden;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij, op of omstreeks 2 juni 2024, te Lelystad, althans in Nederland, op de weg, de [straat] ,- terwijl ter plaatse op/aan de [straat] zich diverse toeschouwers bevonden en/of meerdere voertuigen reden en/of- in strijd met het gestelde in artikel 10 van de Wegenverkeerswet 1994 op de [straat] een straatrace heeft georganiseerd, althans (als verkeersregelaar) heeft deelgenomen aan een straatrace en/of- waarbij hij voorafgaand aan de straatrace zich er onvoldoende van heeft vergewist en/of is blijven vergewissen van de risico's die aan de straatrace verbonden waren en/of- op de rijbaan van de [straat] een startsignaal heeft gegeven aan de bestuurder van een motor, waarna de naast hem, verdachte, stilstaande motor hard/accelererend optrok en met een hogere snelheid dan gelet op de situatie terplaatse verantwoord was al driftend en/of zigzaggend over voornoemde [straat] wegreed, waarna die bestuurder van de motor (vervolgens) frontaal tegen een tegemoetkomende crossmotor is gebotst en/of gereden, door welke gedraging(en)van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand