RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
StrafrechtZittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16.148620.23 (vordering omzetting tbs dwang)
Beslissing op grond van artikel 6:6:10 van het Wetboek van Strafvordering van de meervoudige kamer voor strafzaken van 12 februari 2026
in de zaak van de officier van justitie tegen de ter beschikking gestelde:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,
op dit moment gedetineerd in [verblijfplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene.
1. De stukken
De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier bevindende stukken waaronder:
13 november 2025;
2. Het onderzoek ter terechtzitting
De behandeling van de zaak heeft op 1 december 2025 en 12 februari 2026 ter terechtzitting plaatsgevonden. Daarbij zijn gehoord:
3. Het standpunt van de reclassering
Het standpunt van de reclassering blijkt uit de onder 1 genoemde adviezen. Op zitting heeft de aan de reclassering verbonden deskundige de adviezen nader toegelicht.
De reclassering schrijft in haar laatste advies van 26 november 2025 het volgende.
Betrokkene heeft van 3 september 2024 tot 30 juli 2025 positief in de eerste behandeling bij de [kliniek 1] gestaan, is afgeschaald in beveiligingsniveau en had meerdaagse onbegeleide verloven. Hierna werd hij voor een time-out opgenomen vanwege een terugval in middelen en sterk onsamenhangend gedrag. Hierop is een tweede behandel-poging van 25 september 2025 tot 11 november 2025 naar de [kliniek 2] ingezet. Deze behandelpoging is in deze korte periode onvoldoende van de grond gekomen om aan gedragsverandering en risicobeperking te werken. Betrokkene heeft tijdens zijn eerste behandelpoging laten zien dat hij zich goed in kan zetten tijdens een klinische behandeling, te werken aan gedragsveranderingen en risico’s kan verlagen. Onder andere hierdoor ziet de reclassering nog mogelijkheden voor een nieuwe behandelpoging, maar meer gericht op persoonlijkheidsproblematiek. Daarnaast toont betrokkene voldoende inzicht in zijn valkuilen en problematieken maar heeft hij nog onvoldoende geleerd om hier op een adequate manier mee om te gaan. Ook toont hij intrinsieke motivatie.
De deskundige heeft op de zitting van 12 februari 2026 verklaard dat voor betrokkene op vrijdag 13 februari 2026 een plek beschikbaar is in [kliniek 3] voor een nieuwe behandelpoging.
4. Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft naar aanleiding van het verhandelde ter zitting de rechtbank verzocht om haar vordering tot omzetting van de tbs met voorwaarden in tbs met dwangverpleging af te wijzen.
5. Het standpunt van de verdediging
De verdediging kan zich vinden in het standpunt van de officier van justitie.
6. Het oordeel van de rechtbank
De wet
Op grond van artikel 6:6:10 eerste lid, aanhef en onder e van het Wetboek van Strafvordering, voor zover hier relevant, is de rechter, indien de ter beschikking gestelde een gestelde voorwaarde niet heeft nageleefd of anderszins het belang van de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen zulks eist, gedurende de looptijd van de tbs met voorwaarden, bevoegd te beslissen dat de ter beschikking gestelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd.
Geen omzetting
De rechtbank is van oordeel dat de vroegtijdige negatieve beëindigingen van betrokkenes opname en behandeling in de [kliniek 1] en [kliniek 2] voldoende reden zijn te beslissen dat hij alsnog van overheidswege wordt verpleegd. De voorwaarde van een klinische opname is hiermee onvoldoende nageleefd en de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen is in geding.
De rechtbank zal de (schriftelijke) vordering van de officier van justitie toch afwijzen. De reclassering ziet namelijk nog mogelijkheden om de behandeling van betrokkene in een klinische setting te hervatten, op een nieuwe plek. Partijen zijn het erover eens dat betrokkene nog een kans geboden moet worden in het kader van zijn tbs met voorwaarden. De rechtbank is het daarmee eens. De behandeling van betrokkenes problematiek vraagt om een lange adem. Betrokkene toont zelfreflectie en kan goed benoemen wat zijn behandeldoelen zijn. Nu er een behandelplek voor betrokkene is gevonden, moet betrokkene die kans worden geboden.
De rechtbank benadrukt dat het slagen van de behandeling mede afhangt van betrokkenes inzet en motivatie om tot gedragsverandering te komen. Hoewel verwacht werd dat het traject met vallen en opstaan zou verlopen, moet hij er ook rekening mee houden dat een volgende keer mogelijk geen kliniek nog bereid is hem een nieuwe behandelpoging te bieden, met alle (omzettings)gevolgen van dien. De rechtbank hoopt dat betrokkene deze kans dan ook met beide handen aangrijpt.
7. De beslissing
De rechtbank wijst af de vordering tot omzetting van de tbs met voorwaarden in tbs met dwangverpleging.
Deze beslissing is genomen door mr. L.M.M. Heppe, voorzitter, mr L.C. Michon en mr. J.M. Kuin, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. Troostheide als griffier en in het openbaar uitgesproken op 12 februari 2026.