ECLI:NL:RBMNE:2026:6937

ECLI:NL:RBMNE:2026:6937

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 09-10-2026
Datum publicatie 09-10-2026
Zaaknummer 16/105528-26
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Lelystad

Samenvatting

Veroordeling voor aanranding en indringend mondeling seksueel benaderen van het 5/6 jarige halfzusje van de verdachte. Gevangenisstraf van 420 dagen met aftrek, waarvan 418 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en bijzondere voorwaarden. Daarnaast taakstraf van 200 uur.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Lelystad

Parketnummer: 16/105528-26

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer van 9 oktober 2026 in de strafzaak van:

[verdachte] ,

geboren op [2005] in [geboorteplaats] ,

wonende op het adres [adres] in [woonplaats] ,

(hierna: de verdachte).

1. Zitting

De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 25 september 2026.

Op de zitting waren aanwezig:

2. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:

feit 1

op één of meerdere tijdstippen in de periode van 20 juli 2024 tot en met 10 november 2025 in [plaats] bij een kind beneden de leeftijd van twaalf jaren (zijn halfzusje [slachtoffer] ) meerdere seksuele handelingen heeft verricht;

feit 2

op één of meerdere tijdstippen in de periode van 20 juli 2024 tot en met 10 november 2025 in [plaats] een kind beneden de leeftijd van zestien jaren (zijn halfzusje [slachtoffer] ) indringend mondeling seksueel heeft benaderd op een wijze die schadelijk te achten was voor een kind van dergelijke leeftijd.

De volledige tekst van de beschuldiging staat in de bijlage bij dit vonnis.

3. Bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte de feiten 1 en 2 heeft gepleegd.

Standpunt van de verdediging

De advocaat voert geen verweer over het bewijs ten aanzien van de feiten 1 en 2. De advocaat merkt enkel op dat feit 1 zich volgens de verdachte uitsluitend heeft afgespeeld op één moment, namelijk de keer in de slaapkamer van het slachtoffer. Ten aanzien van feit 2 kan worden gesteld dat het snoepje of geld alleen bedoeld was voor het geheim houden van het feit.

Oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen

De verdachte bekent dat hij de feiten heeft gepleegd, zoals deze hieronder bewezen zijn verklaard. Namens hem is ook niet om vrijspraak van die feiten gevraagd. In die situatie hoeft de rechtbank niet de inhoud van de bewijsmiddelen op te schrijven. De rechtbank noemt daarom alleen de bewijsmiddelen waarop zij haar oordeel baseert:

een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 21 mei 2026, betreffende de uitwerking van het verhoor van verdachte, opgemaakt door de politie eenheid Midden-Nederland, genummerd met documentcode MDRBC26005-27, proces-verbaalnummer 4, pagina 119 tot en met 145;

een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van 27 november 2025, betreffende de verklaring van aangever [aangever] , opgemaakt door de politie eenheid Midden-Nederland, genummerd PL0900-2025394986-4, pagina 26 tot en met 32;

een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 15 december 2025, betreffende het studioverhoor van slachtoffer [slachtoffer] , opgemaakt door de politie eenheid Midden-Nederland, genummerd PL0900-2025394986-10, pagina 107 tot en met 114;

een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige van 4 december 2025, betreffende de verklaring van [vader] , opgemaakt door de politie eenheid Midden-Nederland, genummerd PL0900-2025394986-5, pagina 99 tot en met 105.

Bewijsoverwegingen

De rechtbank acht beide feiten wettig en overtuigend bewezen. Ten aanzien van feit 1 acht de rechtbank bewezen dat er sprake is geweest van twee momenten waarop de verdachte seksuele handelingen bij het slachtoffer heeft verricht. De rechtbank oordeelt de verklaring van het slachtoffer betrouwbaar. Het slachtoffer heeft namelijk voldoende gedetailleerd en consistent heeft beschreven waar en op welke wijze de seksuele handelingen zowel op het eerste als op het tweede moment hebben plaatsgevonden. Over de seksuele handelingen bij de eettafel verklaart zij in het studioverhoor bijvoorbeeld gedetailleerd hoe zij zat (op de hoek van de tafel met de benen over de rand) en waar de verdachte zich bevond (vlak voor de tafel met het gezicht richting de tafel) en over wat zij beiden gedaan en gezegd hebben. De rechtbank acht ook authentiek dat het slachtoffer op meerdere vragen in het studioverhoor heeft aangegeven sommige elementen ook juist niet meer (zeker) te weten of in zijn geheel zich niet meer te kunnen herinneren (bijvoorbeeld of zij zelf haar onderbroek had uitgedaan en of ze ook een hemd aan had).

De rechtbank schuift de verklaring van de verdachte op zitting dat het maar één keer is gebeurd dus terzijde. De verdachte heeft zelf na de confrontatie door zijn vader en later aan zijn stiefmoeder verteld dat feit 1 op twee momenten heeft plaatsgevonden, namelijk in de slaapkamer van het slachtoffer en in de woonkamer. De rechtbank acht het verder opmerkelijk dat de verdachte tijdens zijn verhoor bij de politie heeft verklaard dat hij zich niet meer kan herinneren of er ook een tweede keer heeft plaatsgevonden, terwijl hij tijdens de inhoudelijke behandeling op zitting stellig heeft verklaard dat het niet klopt dat er een tweede keer is geweest.

Ten aanzien van feit 2 stelt de rechtbank vast dat ook het gestelde na het laatste gedachtestreepje wettig en overtuigend bewezen is. De vraag aan het slachtoffer of zij een snoepje of vijf euro zou willen, draagt bij aan de indringendheid van het mondelinge verzoek van de verdachte om haar spleetje/lichaam te masseren en of zij zijn geslachtsdeel wilde zien en/of aanraken. Daarbij weegt de rechtbank mee dat het slachtoffer heeft verklaard dat de verdachte het snoepje en geld heeft aangeboden terwijl hij met haar bezig was, en niet enkel achteraf.

Bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:

feit 1

op meerdere tijdstippen in de periode van 20 juli 2024 tot en met 10 november 2025 te [plaats] met een kind beneden de leeftijd van twaalf jaren, te weten [slachtoffer] (geboren op [2019] ), meerdere seksuele handelingen heeft verricht, te weten

- meermalen de (ontblote) vagina en de (ontblote) billen van [slachtoffer] aan te raken en te masseren en over de (ontblote) vagina en de (ontblote) billen van [slachtoffer] te wrijven en

- op het lichaam van die [slachtoffer] te zitten;

feit 2

op meerdere tijdstippen in de periode van 20 juli 2024 tot en met 10 november 2025 te [plaats] een kind beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten [slachtoffer] (geboren op [2019] ), indringend mondeling seksueel heeft benaderd op een wijze die schadelijk te achten was voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren, door mondeling

- aan die [slachtoffer] te vragen of hij haar spleetje en/of lichaam mag masseren en

- aan die [slachtoffer] te vragen of zij zijn piemel wil zien en aan zijn piemel wilde zitten, en

- daarbij aan die [slachtoffer] te vragen of zij hiervoor een snoepje of vijf euro wil.

De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

4. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:

feit 1

aanranding in de leeftijdscategorie beneden twaalf jaren;

feit 2

indringend mondeling seksueel benaderen van een kind beneden de leeftijd van zestien jaren op een wijze die schadelijk te achten is voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren.

Strafbaarheid feiten en verdachte

De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

5. Straf

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot:

een gevangenisstraf van 18 maanden en één dag, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 18 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, met de bijzondere voorwaarden die door de reclassering zijn geadviseerd in het advies van 27 augustus 2026, met uitzondering van het contactverbod;

een taakstraf van 200 uur, te vervangen door 100 dagen hechtenis als de verdachte deze taakstraf niet of niet goed uitvoert.

Standpunt van de verdediging

De advocaat kan zich vinden in de vordering van de officier van justitie. Mocht de rechtbank een andere straf willen opleggen, stelt de advocaat zich op het standpunt dat de oplegging van een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf in ieder geval niet wenselijk is.

Oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straffen houdt de rechtbank rekening met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder de verdachte deze feiten heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee.

Ernst en omstandigheden van de feiten

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de aanranding van zijn halfzusje en het indringend mondeling seksueel benaderen van haar, terwijl zij ten tijde van deze feiten 5 à 6 jaar oud was. Het is zorgelijk dat de verdachte zich op deze manier heeft opgedrongen aan zijn halfzusje en pas is gestopt met zijn seksuele handelingen nadat zij meerdere keren had gezegd dat hij moest stoppen. De verdachte heeft misbruik gemaakt van de familiaire vertrouwensband die zij met elkaar hadden. Ook heeft hij misbruik gemaakt van het vertrouwen van zijn vader en stiefmoeder, die hem wel eens alleen lieten met haar. Hij heeft door zijn handelen een grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van zijn halfzusje. Thuis aan de eettafel en in haar eigen bed had het slachtoffer zich immers bij uitstek veilig moeten kunnen voelen. Dergelijke feiten kunnen slachtoffers tekenen voor het leven. Hoewel de gevolgen voor het slachtoffer op dit moment niet duidelijk merkbaar zijn voor haar directe omgeving, moet er gelet op haar jonge leeftijd rekening mee worden gehouden dat het handelen van verdachte op de lange termijn een negatieve invloed kan hebben op haar seksuele ontwikkeling in de toekomst. De rechtbank neemt de verdachte kwalijk dat hij zijn eigen seksuele behoeftes heeft gesteld boven de belangen van zijn halfzusje.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

Bij haar beslissing heeft de rechtbank ook rekening gehouden met een uittreksel justitiële documentatie betreffende verdachte d.d. 11 augustus 2025. Hieruit blijkt dat de verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld. De verdachte wordt derhalve beschouwd als een first offender.

Daarnaast heeft de rechtbank acht geslagen op een NIFP rapport van 16 juni 2026,

betreffende een psychologisch onderzoek van de verdachte. Hieruit volgt dat er bij de verdachte sprake is van een vorm van ADHD, een neurobiologische ontwikkelingsstoornis met kenmerken van ASS, een ticstoornis en ouder-kindrelatieprobleem. Hij heeft een globaal gemiddeld intelligentieniveau en een zeer belast verleden. Al het voornoemde was aanwezig tijdens het plegen van de feiten. Het handelen van de verdachte zou in een impulsief moment hebben plaatsgevonden, waarbij hij toegaf aan zijn seksuele drift. Hierbij schoot zijn zelfremmend vermogen tekort en had zijn ADHD-problematiek enigszins invloed op zijn denken en handelen. Er wordt daarom geadviseerd om de feiten in verminderde mate aan de verdachte toe te rekenen.

De kans op recidive wordt matig tot laag ingeschat, aangezien de verdachte een jonge leeftijd heeft, momenteel geen liefdesrelatie heeft, niet behandeld wordt voor zijn ADHD en een eerdere veroordeling heeft gehad voor niet-seksueel geweld. Er wordt niet geadviseerd om het adolescentenstrafrecht toe te passen, omdat de pedagogische aanpak niet meer passend is. Middels een volwassenenaanpak kan er worden toegewerkt naar zelfstandigheid met betaald werk en hulpverlening. Tot slot wordt ambulante behandeling geadviseerd bij een forensische polikliniek, gericht op het vergroten van impulsbeheersing en versterken van copingsvaardigheden en identiteitsontwikkeling.

Tevens heeft de rechtbank kennisgenomen van een advies van Reclassering Nederland van 27 augustus 2026. De reclassering is het met het NIFP eens dat het volwassenenstrafrecht dient te worden toegepast. De verdachte houdt zich sinds de schorsing van de voorlopige hechtenis goed aan de opgelegde bijzondere voorwaarden en de afspraken met de reclassering. Er is bij de verdachte sprake van stabiliteit op een groot deel van de leefgebieden. De verdachte woont namelijk in een beschermde woonvoorziening van [instelling] , had tot voor kortbetaald werk en bewindvoering. De reclassering heeft de verdachte aangemeld voor ambulante behandeling bij De Waag, maar hij is daar nog niet gestart. Gelet op de voorgeschiedenis van de verdachte, zijn nog onbehandelde problematiek en het feit dat de door het NIFP geadviseerde behandeling nog moet worden opgestart, vindt de reclassering het van belang dat het toezicht wordt voortgezet middels een (deels) voorwaardelijke straf met de volgende bijzondere voorwaarden: 1) meldplicht bij reclassering, 2) ambulante behandeling, 3) verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang en 4) contactverbod met het slachtoffer.

Strafkader

De rechtbank neemt allereerst de conclusie van het NIFP en de reclassering over om het volwassenstrafrecht toe te passen, nu de pedagogische aanpak niet meer passend is. Verder neemt de rechtbank de conclusie van het NIFP over met betrekking tot de toerekeningsvatbaarheid van de verdachte overnemen, in die zin dat beide feiten in verminderde mate aan hem zullen worden toegerekend.

De rechtbank wijkt af van de eis van de officier van justitie om een deels voorwaardelijke gevangenisstraf van 18 maanden aan de verdachte op te leggen, omdat de OM-richtlijnen voor strafvordering doorgaans hoger liggen dan de landelijke oriëntatiepunten van de rechtspraak. Daarbij let de rechtbank ook op de straffen die zijn opgelegd in andere, vergelijkbare zaken.

Bij het bepalen van de hoogte van de straf let de rechtbank in strafverzwarende zin op de jonge leeftijd van het slachtoffer en de familieband tussen haar en de verdachte. In strafverminderende zin houdt de rechtbank rekening met het feit dat de verdachte openheid van zaken heeft gegeven en hij van meet af aan schuldbewust is geweest. Bovendien is het positief dat verdachte op zitting heeft laten zien in staat te zijn om te reflecteren op zijn handelen.

De rechtbank is wel van oordeel dat er gelet op de ernst van de feiten met geen andere straf kan worden volstaan dan een straf die vrijheidsbeneming inhoudt. De rechtbank is echter van oordeel dat de stabiliteit en behandeling van de verdachte voorop moet worden gesteld, die zal worden doorkruist als verdachte terug zou moeten naar de gevangenis. De rechtbank zal de verdachte daarom veroordelen tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest van twee dagen en een aanzienlijke voorwaardelijke gevangenisstraf en met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden die door de reclassering zijn geadviseerd, met uitzondering van het contactverbod. De verdachte heeft zelf op zitting aangegeven dat hij op dit moment geen enkel contact met het slachtoffer wil hebben, maar de vader van het slachtoffer (tevens vader van de verdachte) heeft duidelijk gemaakt dat een contactverbod wat hem betreft niet gewenst is. Al met al veroordeelt de rechtbank de verdachte tot een gevangenisstraf van 420 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan 418 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en met de volgende bijzondere voorwaarden: 1) meldplicht bij de reclassering, 2) ambulante behandeling en 3) verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang.

In het kader van het strafdoel van vergelding en om de ernst van de feiten te benadrukken, zal de rechtbank de verdachte daarnaast een taakstraf opleggen ter hoogte van 200 uren, te vervangen door 100 dagen hechtenis.

6. Toegepaste wetsartikelen

De opgelegde straffen zijn gebaseerd op de volgende wetsartikelen:

- artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57, 249 en 251 van het Wetboek van Strafrecht.

7. De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;

strafbaarheid verdachte

- verklaart de verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 420 (vierhonderdtwintig) dagen.

- bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van 418 (vierhonderdachttien) dagen niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

- stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast;

- stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte gedurende de proeftijd:

Meldplicht

* zich zal melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht. De verdachte zal zich voor de eerste afspraak melden binnen drie dagen na het onherroepelijk worden van dit vonnis bij Reclassering Nederland op het adres Zwarte Woud 2, 3524 SJ te Utrecht;

Ambulante behandeling

* zich onder behandeling zal stellen van De Waag of een soortgelijke forensisch zorgverlener, te bepalen door de reclassering en zolang de reclassering de behandeling noodzakelijk acht. De behandeling zal starten wanneer de reclassering dit noodzakelijk acht en zal gericht zijn op psychische problematiek en seksueel grensoverschrijdend gedrag. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling en het innemen van medicijnen kan onderdeel hiervan zijn;

Opname begeleid wonen/maatschappelijke opvang

* zal verblijven bij [instelling] of een soortgelijke instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf is reeds gestart. Verdachte zal zich houden aan de aanwijzingen die in het kader van het verblijf aan verdachte zullen worden gegeven en aan het dagprogramma dat deze instelling in overleg met de reclassering heeft opgesteld, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.

- waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 200 (tweehonderd) uren;

- beveelt dat voor het geval verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 100 (honderd) dagen hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.A. Koorevaar, voorzitter, mrs. H.C. Piet en J. Wiersma, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.R.V. Joerawan als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 9 oktober 2026.

De oudste rechter is buiten staat om dit vonnis te ondertekenen.

Bijlage: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 20 juli 2024 tot en met

10 november 2025 te [plaats] , althans in Nederland, met een kind beneden de leeftijd van twaalf jaren, te weten [slachtoffer] (geboren op [2019] ), een of meer seksuele handelingen heeft verricht, te weten

- meermalen, althans eenmaal, de (ontblote) vagina en/of de (ontblote) billen van

[slachtoffer] aan te raken en/of te masseren en/of over de (ontblote) vagina en/of de (ontblote) billen van [slachtoffer] te wrijven en/of

- op het lichaam van die [slachtoffer] te zitten;

2.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 20 juli 2024 tot en met

10 november 2025 te [plaats] , althans in Nederland, een kind beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten [slachtoffer] (geboren op [2019] ), indringend mondeling en/of schriftelijk seksueel heeft benaderd op een wijze die schadelijk te achten was voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren, door mondeling

- aan die [slachtoffer] te vragen of hij, verdachte, haar spleetje en/of lichaam mag masseren en/of

- aan die [slachtoffer] te vragen of zij zijn, verdachtes, piemel wil zien en/of aan zijn,

verdachtes, piemel wilde zitten, en/of

- ( daarbij) aan die [slachtoffer] te vragen of zij (hiervoor) een snoepje en/of vijf euro wil.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand