ECLI:NL:RBMNE:2026:7023

ECLI:NL:RBMNE:2026:7023

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 14-10-2026
Datum publicatie 13-10-2026
Zaaknummer UTR 25/7812
Rechtsgebied Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Wabo. Omgevingsvergunning voor de bouw van een horecapaviljoen in Amersfoort. Buitenplanse afwijking. Parkeernorm. Woon- en leefklimaat.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 oktober 2026 in de zaak tussen

[eiser 1] en [eiser 2] , uit [woonplaats] , eisers

Inleiding

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 25/7812

(gemachtigde: mr. J. van der Kaap),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort, het college

(gemachtigde: H. Maaijen).

Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [derde-partij] B.V. uit [plaats] , vergunninghouder

(gemachtigde: G.G. Prinsen).

1. Deze zaak gaat over de omgevingsvergunning voor het bouwen van een horecapaviljoen op het perceel [adres] in Amersfoort (het horecapaviljoen) die het college op 17 november 2025 aan vergunninghouder heeft verleend. Eisers wonen in de directe omgeving en zijn het niet eens met het verlenen van de omgevingsvergunning.

Procesverloop

2. Op 21 december 2023 heeft vergunninghouder een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend voor de bouw van het horecapaviljoen. De aanvraag ziet op de activiteiten bouwen en planologisch strijdig gebruik.

Het college heeft het besluit op de aanvraag voorbereid met de uitgebreide voorbereidingsprocedure zoals bedoeld in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht.

Met het besluit van 17 november 2025 (het bestreden besluit) heeft het college de gevraagde omgevingsvergunning verleend.

Eisers hebben beroep ingesteld tegen de omgevingsvergunning. Het college heeft hierop gereageerd met een verweerschrift. Vergunninghouder heeft ook schriftelijk gereageerd.

De rechtbank heeft het beroep op 14 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser [eiser 1] , de gemachtigde van eisers, de gemachtigde van het college en de gemachtigde van vergunninghouder, vergezeld door [A] .

De rechtbank heeft partijen bij brief van 8 september 2026 laten weten dat de behandeling van de zaak zal worden voortgezet door een andere rechter dan de rechter die de zitting heeft geleid. Partijen zijn daarbij in de gelegenheid gesteld de rechtbank te informeren of zij behoefte hebben aan een nadere zitting. Omdat geen van de partijen daarna om een zitting heeft gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en een nadere zitting achterwege gelaten.

Toetsingskader

3. Op 1 januari 2024 is Wabo ingetrokken en is de Omgevingswet in werking getreden. Omdat vóór die datum de aanvraag om de omgevingsvergunning is ingediend, is in deze zaak de Wabo met de onderliggende regelingen nog van toepassing. Dat volgt uit het overgangsrecht van artikel 4.3 van de Invoeringswet Omgevingswet.

4. Op het perceel geldt het bestemmingsplan ‘Amersfoort-Oost’ (het bestemmingsplan). In het voorliggende bouwplan wordt het horecapaviljoen gedeeltelijk buiten het bouwvlak met bestemming ‘Gemengd-1’, gebouwd en gedeeltelijk binnen de bestemming ‘Verkeer – Verblijfsgebied’. Daarnaast schrijft het Paraplubestemmingsplan Parkeren 2023 voor dat moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid volgens de parkeernormen uit de Nota Parkeernormen.

5. Tussen partijen is niet in geschil dat het bouwplan in strijd is met de bouw- en gebruiksregels uit het bestemmingsplan. Het college heeft de omgevingsvergunning verleend op basis van een buitenplanse afwijking als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, aanhef a en onder 3º van de Wabo. Dat kan als uit een goede ruimtelijke onderbouwing is gebleken dat het bouwplan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Het college komt bij de beslissing om al dan niet toepassing te geven aan de hem toegekende bevoegdheid om in afwijking van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning te verlenen, beleidsruimte toe en het moet de betrokken belangen afwegen. De bestuursrechter oordeelt niet zelf of verlening van de omgevingsvergunning in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De bestuursrechter beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het besluit onevenredig zijn in verhouding tot de met de verlening van de omgevingsvergunning te dienen doelen.

Standpunten van partijen

6. Het college heeft aan de omgevingsvergunning de door vergunninghouder ingediende ruimtelijke onderbouwing van november 2025 ten grondslag gelegd. Mede op grond van deze ruimtelijke onderbouwing is het standpunt van het college dat het bouwplan voldoet aan het vereiste van een goede ruimtelijke ordening, waardoor de omgevingsvergunning kon worden verleend. Eisers zijn het hier niet mee eens. Zij vinden dat het horecapaviljoen tot parkeeroverlast en tot nadelige gevolgen voor het woon- en leefklimaat leidt.

7. Eisers hebben op de zitting de beroepsgrond dat de procedure rond de gronduitgifte niet in lijn is met de Didam-rechtspraak ingetrokken. De rechtbank zal deze beroepsgrond in deze uitspraak dus niet meer bespreken.

Beoordeling door de rechtbank

Parkeeroverlast

8. Eisers stellen dat het college onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt dat het horecapaviljoen niet leidt tot extra parkeeroverlast in het autoluwe gebied waarin de [straat] ligt. Het parkeerterrein op Kamer […] is slechts een tijdelijke oplossing, waarmee niet wordt voldaan aan de parkeernormen. De definitieve parkeeroplossing in de Eempleingarage is onvoldoende juridisch afdwingbaar. De gesloten intentieovereenkomst geeft geen garantie dat die parkeergelegenheid structureel en duurzaam beschikbaar is. Eisers wijzen op een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland waaruit volgt dat slechts parkeeroplossingen die duurzaam beschikbaar zijn, aanvaardbaar zijn. Het college heeft dus niet voldoende draagkrachtig onderbouwd dat aan de geldende parkeernormen wordt voldaan.

9. Het college stelt dat de ruimtelijke onderbouwing en de nota van zienswijzen een deugdelijke motivering met betrekking tot het parkeren bevatten. Zo mogen in het gebied rondom het te ontwikkelen perceel enkel vergunninghouders hun voertuig parkeren en zullen de meeste bezoekers van het paviljoen zich te voet, per fiets of met het openbaar vervoer verplaatsen. Daarnaast wordt voldaan aan de parkeernorm van 22 parkeerplaatsen. De parkeerplaatsen worden niet op het eigen terrein voorzien, maar er wordt voldaan aan de voorwaarden uit de Beleidsregel Toepassing parkeernormen 2021 door elders parkeerplaatsen te realiseren. Het college wijst op de huurovereenkomst voor het parkeerterrein op Kamer […] en de intentieovereenkomst over de Eempleingarage. Daardoor is, ook op de lange termijn, geborgd dat aan de parkeernorm wordt voldaan. Tijdens de zitting heeft het college erop gewezen dat aan de omgevingsvergunning het voorschrift is verbonden dat die parkeerplaatsen beschikbaar moeten blijven.

10. De rechtbank stelt voorop dat bij de beantwoording van de vraag of voorzien wordt in voldoende parkeerruimte, volgens vaste rechtspraak alleen rekening dient te worden gehouden met de toename van de parkeerbehoefte als gevolg van de realisering van het horecapaviljoen. Een bestaand tekort aan parkeerplaatsen mag dus buiten beschouwing worden gelaten. De al bestaande parkeeroverlast waar eiser op de zitting op heeft gewezen, is daarom niet relevant bij de beoordeling of de omgevingsvergunning voor het horecapaviljoen kon worden verleend.

11. Tussen partijen is niet in geschil dat een parkeernorm van 22 parkeerplaatsen geldt. Aan de omgevingsvergunning is als voorschrift verbonden dat er voldoende parkeerplaatsen beschikbaar en toegankelijk moeten zijn en blijven.

12. Om te voldoen aan de parkeernorm heeft vergunninghouder een huurovereenkomst voor 22 parkeerplaatsen afgesloten met de eigenaar van het parkeerterrein Kamer […] . Dit betreft een tijdelijke overeenkomst voor de duur van twintig jaar. In de overeenkomst, die mede is ondertekend door een vertegenwoordiger van de gemeente, staat onder andere dat het parkeerterrein zal zijn gerealiseerd vóór oplevering van het horecapaviljoen en dat vergunninghouder verplicht is het parkeerterrein uitsluitend voor de stalling van personenauto’s te gebruiken. Ook mag het parkeerterrein niet worden afgestaan aan andere gebruikers. Verder is een opzegtermijn van één jaar opgenomen en heeft vergunninghouder zich tegenover de gemeente verplicht om bij opzegging op vergelijkbare of andere wijze in 22 parkeerplaatsen te voorzien. Omdat wordt beoogd het parkeerterrein Kamer […] op termijn te ontwikkelen, waardoor deze parkeerplaatsen komen te vervallen, heeft vergunninghouder bovendien een intentieovereenkomst gesloten met Eemplein Parkeergarage BV. Hierin wordt verklaard dat de Eempleingarage zal voorzien in zes abonnementen voor medewerkers en 16 parkeerplekken voor bezoekers. Ook wordt de intentie uitgesproken te zijner tijd een driepartijenovereenkomst te tekenen met de gemeente Amersfoort als medeondertekenaar. Er is bepaald dat deze intentieovereenkomst tien jaar van kracht is en ook van kracht blijft als de Eempleingarage zou worden overgedragen aan een nieuwe eigenaar.

13. Gelet op wat hiervoor is overwogen over het voorschrift bij de omgevingsvergunning, de huurovereenkomst voor het parkeerterrein Kamer […] en de intentieovereenkomst over de Eempleingarage, is de rechtbank van oordeel dat het college deugdelijk heeft onderbouwd dat aan de parkeernorm wordt voldaan. Dat de huurovereenkomst van Kamer […] tijdelijk is, maakt niet dat niet aan de parkeernorm wordt voldaan. Ook bij tussentijdse opzegging of het aflopen van deze overeenkomst is vergunninghouder op grond van het voorschrift bij de omgevingsvergunning namelijk verplicht te voorzien in 22 parkeerplaatsen. Met de intentieovereenkomst is voldoende geborgd dat ook in dat geval nog steeds wordt voldaan aan de parkeernorm. Dit is dus een andere situatie dan in de door eiser aangehaalde uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland. Eisers hebben onvoldoende onderbouwd dat ondanks deze voorzieningen toch sprake zal zijn van parkeeroverlast. De beroepsgrond slaagt daarom niet.

Woon- en leefklimaat

14. Eisers stellen dat het college onvoldoende heeft onderzocht of de vestiging van het horecapaviljoen op minder dan 20 meter van hun woningen leidt tot onevenredige nadelige gevolgen voor het woon- en leefklimaat. Het college kan namelijk niet volstaan met een verwijzing naar het algemene karakter van een gebied of de aanwezigheid van bestaande horeca. Juist omdat er al meerdere horecavoorzieningen aanwezig zijn, moet de cumulatie van overlast, waaronder geluidsoverlast, verkeersbewegingen en verstoring van de leefomgeving, zorgvuldig worden beoordeeld. Een locatie-specifieke belangenafweging ontbreekt.

15. Het college stelt dat de vrees voor overlast op dit moment onvoldoende aannemelijk is. Bovendien is eventuele overlast een aspect dat wordt betrokken bij het verlenen van een horeca-exploitatievergunning aan de exploitant die het paviljoen gaat exploiteren.

16. De rechtbank constateert dat in de ruimtelijke onderbouwing uitgebreid aandacht is besteed aan de ruimtelijke aspecten van het horecapaviljoen, ook specifiek met betrekking tot de aanwezigheid van woningen in de directe omgeving. In de ruimtelijke onderbouwing is onder meer toegelicht dat het beoogde horecapaviljoen voorziet in het exploiteren van zachte horeca in een aanloopstraat naar de binnenstad. Bovendien is toegelicht waarom zachte horeca op deze plek wenselijk is en van meerwaarde wordt geacht. Tenslotte is toegelicht dat dit in overeenstemming is met de Horecanota 2013 en het omgevingsprogramma ‘Horeca en terrassen’ uit 2025. Het terras is bewust aan de zijde van de Eem gepositioneerd, onder meer om mogelijke overlast voor de bestaande woningen te minimaliseren. Ook kan het terras alleen in gebruik worden genomen als nog een aparte terrasvergunning wordt verleend. Verder is aandacht besteed aan onder meer omgevingsaspecten als verkeer en geluid. Er is ook een geluidsonderzoek verricht met als conclusie dat bij de omliggende woningen aan de geluidseisen wordt voldaan. In de Nota van zienswijzen heeft het college de ruimtelijke inpasbaarheid van het horecapaviljoen nog nader toegelicht.

17. De rechtbank oordeelt dat het college toereikend heeft gemotiveerd dat het horecapaviljoen niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en dat het college de daarbij betrokken belangen voldoende heeft gewogen. Er bestaat geen aanleiding voor de conclusie dat sprake is van een onaanvaardbare aantasting van het woon- en leefklimaat van eisers. Daarbij merkt de rechtbank nog op dat er voor het exploiteren van het horecapaviljoen een horeca-exploitatievergunning nodig is en dat bij het verlenen daarvan de woon- en leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf relevant is. In deze procedure gaat het echter alleen over het verlenen van de omgevingsvergunning. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

18. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het college in redelijkheid de omgevingsvergunning voor het horecapaviljoen heeft verleend. Eisers krijgen daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgen ook geen vergoeding van hun proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. Y.N.M. Rijlaarsdam, rechter, in aanwezigheid van mr. C.H. Verweij, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 14 oktober 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. C.H. Verweij

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand