ECLI:NL:RBMNE:2026:7024

ECLI:NL:RBMNE:2026:7024

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 14-10-2026
Datum publicatie 13-10-2026
Zaaknummer 16/318160-25 en 16/000465-26 (t.t.z. gevoegd)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het verkrachten van de 40-jaar jongere oppas van zijn kinderen. De eerste verkrachting heeft plaatsgevonden toen het slachtoffer 16 jaar oud was en in de daaropvolgende jaren heeft hij haar vaak verkracht. Niet alleen was de verdachte de vader van de oppaskinderen en bestond er een zeer groot leeftijdsverschil, maar hij was ook een ouderling in haar kerk. Verdachte heeft onder meer, door het verschil in, autoriteit, leeftijd en levenservaring, een reeds daaruit voortvloeiende afhankelijkheidsrelatie welbewust gebruikt, verstevigd en in stand gehouden. Nadat het slachtoffer duidelijk afstand van de verdachte had genomen en het voor hem volstrekt helder moet zijn geweest dat zij zich aan zijn machtssfeer wilde onttrekken, heeft de verdachte het slachtoffer gestalkt. Een van deze ongewenste contacten was een door de verdachte verstuurd bericht aan de examencommissie van haar school. Uit dit bericht volgt dat hij haar in een kwaad daglicht wilde zetten, maar ook dat hij haar wilde laten voelen dat hij nog steeds invloed kon uitoefenen op haar leven en ook haar toekomst kon frustreren. Aan de verdachte is een gevangenisstraf opgelegd van 54 maanden en ook is een contact- en locatieverbod opgelegd. Daarnaast heeft de rechtbank de vordering van de benadeelde partij deels toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummers: 16/318160-25 en 16/000465-26 (t.t.z. gevoegd)

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer van 14 oktober 2026 in de strafzaak van:

[verdachte] ,

geboren op [1963] in [geboorteplaats] ,

wonende op het adres:

[adres] in [woonplaats]

(hierna: de verdachte).

1. Zitting

De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 22 september 2026. Het onderzoek is gesloten op 14 oktober 2026 en daarna is direct uitspraak gedaan.

Op de zitting van 22 september 2026 waren aanwezig:

2. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:

16/318160-25:

in de periode van 24 november 2019 tot en met 31 januari 2024 in [woonplaats] en/of [woonplaats] meermalen [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die ook bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer];

16/000465-26:

feit 1: in de periode van 24 januari 2025 tot en met 1 januari 2026 te [woonplaats] [slachtoffer] heeft gestalkt;

feit 2: in de periode van 3 juli 2025 tot en met 15 juli 2025 te [woonplaats] de eer en goede naam van [slachtoffer] heeft aangerand door de school waar zij haar opleiding volgde te berichten dat zij fraude/plagiaat zou hebben gepleegd en meerdere bijbelse geboden zou hebben overtreden.

De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.

3. Bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat alle drie de ten laste gelegde feiten bewezen kunnen worden. Volgens de officier van justitie zijn de verklaringen van aangeefster betrouwbaar en vinden haar verklaringen voldoende steun in andere bewijsmiddelen, waaronder de verklaring van de verdachte.

De standpunten van de officier van justitie worden – voor zover van belang voor de beoordeling – besproken in paragraaf 4.3.

Standpunt van de verdediging

De advocaat verzoekt de verdachte vrij te spreken van de ten laste gelegde verkrachting en belaging. De advocaat refereert zich aan het oordeel van de rechtbank voor wat betreft de ten laste gelegde smaad.

De advocaat voert verschillende verweren over het bewijs. Deze worden - voor zover van belang voor de beoordeling - hierna besproken onder paragraaf 4.3.

Oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen

De rechtbank oordeelt dat alle feiten, onder 16/318160-25 en 16/000465-26, zijn bewezen. De rechtbank baseert dit oordeel op de bewijsmiddelen die in bijlage II van dit vonnis staan.

Er zijn meerdere feiten bewezen verklaard. De bewijsmiddelen worden alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarover deze gaan.

Bewijsoverwegingen

T.a.v. 16/318160-25:

Inleiding

[slachtoffer] , haar familie, de verdachte en zijn gezin maakten deel uit van hetzelfde kerkgenootschap, [kerk] in [woonplaats] . In die kerk had de verdachte de rol van ouderling. Vanaf 14/15-jarige leeftijd past [slachtoffer] op de kinderen van de verdachte. [slachtoffer] is in de jaren daarna veelvuldig bij de verdachte en zijn gezin over de vloer gekomen. In die jaren dat [slachtoffer] bij de verdachte thuis over de vloer kwam, is veelvuldig sprake geweest van seksueel contact tussen de verdachte en [slachtoffer] . [slachtoffer] was op het moment van het eerste seksuele contact 16 jaar, en de verdachte was op dat moment 56 jaar.

Nadat zijn vrouw erachter kwam dat de verdachte seks had met [slachtoffer] is zij gescheiden van de verdachte. Ook na die echtscheiding zijn de seksuele contacten tussen de verdachte en [slachtoffer] doorgegaan.

[slachtoffer] heeft in een intakegesprek bij de politie, in haar aangifte en tegenover de rechter-commissaris verklaard dat zij de seksuele handelingen onder dwang van de verdachte heeft verricht en ondergaan. De verdachte heeft verklaard dat alle in de tenlastelegging genoemde seksuele handelingen hebben plaatsgevonden, maar dat hierbij telkens sprake was van wederzijdse instemming en vrijwilligheid.

De rechtbank moet beoordelen of de verklaring van [slachtoffer] betrouwbaar is, of er voldoende steunbewijs aanwezig is en of sprake is geweest van dwang. De ten laste gelegde seksuele handelingen worden niet door de verdachte ontkend.

Betrouwbaarheid verklaringen [slachtoffer]

In een zedenzaak doet zich vaak de situatie voor dat alleen de aangeefster en de verdachte aanwezig zijn geweest bij de ten laste gelegde handelingen. In dit geval verklaren zij hetzelfde over het plaatsvinden van seksuele handelingen, maar anders over de vrijwilligheid en over de daarbij toegepaste dwang.

Alleen een betrouwbare verklaring van een aangeefster kan als uitgangspunt dienen voor de verdere beoordeling van het aan de verdachte ten laste gelegde. Bij de beoordeling van een verklaring op haar betrouwbaarheid gaat het onder andere om consistentie, authenticiteit, spontaniteit en de bij aangeefster waargenomen emoties. De rechtbank acht de verklaring van [slachtoffer] betrouwbaar.

[slachtoffer] heeft bij haar afgelegde verklaringen consistent en gedetailleerd verklaard over de seksuele handelingen en over op welke plekken, wanneer en in welke context deze plaats hebben gevonden. Ook heeft zij gedetailleerd verklaard over de door de verdachte uitgeoefende dwang. Haar eerste verklaring bij de politie, de aangifte en haar verklaring bij de rechter-commissaris komen op essentiële punten en wat betreft de kern van het verwijt steeds overeen. Ook de twee door haar geschreven brieven, gericht aan de inmiddels ex-vrouw van de verdachte, komen voor wat betreft de kern van het verwijt overeen met de door haar afgelegde verklaringen. In al deze verklaringen en brieven gaat het over het door de verdachte manipuleren, kleineren en dreigen om haar zo tot seksuele handelingen te bewegen. Ook heeft zij onder meer verklaard dat hij haar dwong om hem oraal te bevredigen en haar daarbij aan haar haren trok, zodat zij geen kant op kon. Daarnaast beschrijft zij in haar verklaringen steeds duidelijk wat haar positie was ten opzichte van de verdachte (oppasmeisje ten opzichte van een 40-jaar oudere ouderling en vader van een groot gezin) en zij het gevoel had “gevangen” te zitten in het web van de verdachte.

Aan de betrouwbaarheid draagt ook bij dat de inmiddels ex-vrouw van de verdachte heeft verklaard over min of meer gelijkluidende seksuele ervaringen met de verdachte. Ook zij heeft verklaard over zijn dominante handelswijze, de wijze waarop zij werd gekleineerd en hoe zij bij haar hoofd werd gepakt en daarbij door hem werd gedwongen hem oraal te bevredigen.

Daarnaast draagt aan de betrouwbaarheid bij dat de verdachte heeft bekend dat hij [slachtoffer] heeft uitgescholden. Ook bevestigt hij het verhaal van aangeefster over de opbouw in (seksuele) handelingen, en ook waar deze hebben plaatsgevonden. Verder heeft hij bevestigd dat hij heel boos kan worden, dat hij dwingend, aanwezig en misschien wel sturend kan zijn.

Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat toen zij aan [slachtoffer] vertelde dat zij wist dat de verdachte en [slachtoffer] nog contact hadden, [slachtoffer] brak, dat ze schreeuwde, moest huilen en dat ze alles bekende en daarbij zei dat ze dit contact eigenlijk niet wilde. [slachtoffer] was volgens deze getuige bang voor gezichtsverlies en voor de verdachte. Ook merkte de getuige dat [slachtoffer] in de periode na het uitkomen van de relatie met de verdachte verward, depressief en suïcidaal was. Ook de predikant verklaart over de gemoedstoestand van [slachtoffer] nadat alles bekend was en duidt deze aan met ‘super-emotioneel’. Deze waargenomen emoties dragen eveneens bij aan de betrouwbaarheid van de verklaring van [slachtoffer] .

De advocaat heeft zich op het standpunt gesteld dat bij het gebruik van de verklaringen van [slachtoffer] terughoudendheid is geboden. In dat kader heeft de raadsman er onder meer op gewezen dat [slachtoffer] pas bij de rechter-commissaris voor het eerst heeft verklaard over – kort gezegd – fysieke mishandelingen door verdachte, terwijl zij daar in haar eerdere verhoor bij de politie expliciet naar is gevraagd en daar op heeft geantwoord dat daarvan geen sprake was.

De rechtbank stelt hierover allereerst vast dat aan de verdachte niet ten laste is gelegd dat hij [slachtoffer] door middel van fysiek geweld heeft gedwongen en dat dus ook niet ter beoordeling voorligt. De rechtbank stelt verder vast dat [slachtoffer] in haar eerdere verklaringen weliswaar niet specifiek heeft verklaard over toegepast fysiek geweld, maar dat zij eerder wel heeft verklaard dat de verdachte ruw met haar omging. Het fysieke geweld wordt bovendien ook al beschreven in [slachtoffer] brieven aan de ex-vrouw van de verdachte uit 2025 en in de verklaring van [getuige 1] wordt ook al gesproken over fysiek geweld. De bij de rechter-commissaris afgelegde verklaring over het fysieke geweld staat dan ook niet op zichzelf en doet aan de betrouwbaarheid van [slachtoffer] verklaringen niets af.

Bewijsminimum

Gelet op het tweede lid van artikel 342 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) is alleen de verklaring van de aangeefster, zelfs als die betrouwbaar is, onvoldoende om tot een bewezenverklaring te kunnen komen. Een geringe mate van steunbewijs in combinatie met de verklaringen van de aangeefster kan in zedenzaken voldoende wettig bewijs opleveren. Of sprake is van voldoende steunbewijs is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Uit vaste rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat niet is vereist dat de gedragingen als zodanig bevestiging vinden in andere bewijsmateriaal, maar dat het afdoende is wanneer de verklaring van de aangeefster, als die betrouwbaar wordt bevonden, op onderdelen steun vindt in andere bewijsmiddelen die afkomstig zijn van een andere bron dan degene die de belastende verklaring heeft afgelegd. Tussen de verklaring en het overige gebruikte bewijsmateriaal mag geen sprake zijn van een te ver verwijderd verband.

De rechtbank is van oordeel dat voldaan is aan het bewijsminimum. De verklaringen van [slachtoffer] worden op cruciale punten ondersteund door meerdere bewijsmiddelen, afkomstig van andere bronnen. De verdachte heeft de ten laste gelegde seksuele handelingen bekend. Ook heeft de verdachte, zoals hiervoor onder het onder de sub paragraaf inzake de betrouwbaarheid weergegeven, meerdere andere feitelijkheden bekend. Ook wijst de rechtbank op de – reeds hiervoor weergegeven - waargenomen emoties bij [slachtoffer] door [getuige 1] en predikant [getuige 2] en op de gedragsverandering die [getuige 1] bij [slachtoffer] heeft waargenomen.

Dwang

Op grond van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat seksuele handelingen hebben plaatsgevonden zoals die in de tenlastelegging zijn omschreven. Zowel [slachtoffer] als de verdachte hebben dit verklaard. De vraag die de rechtbank vervolgens moet beantwoorden is of [slachtoffer] door de verdachte is gedwongen tot het ondergaan en verrichten van de seksuele handelingen, die mede hebben bestaan uit het seksueel binnendringen van haar lichaam (verkrachting). De verdachte heeft steeds ontkend dat er van enige dwang sprake is geweest.

De opsteller van de tenlastelegging heeft ervoor gekozen om niet expliciet de dwang door middel van (dreiging met) geweld ten laste te leggen. Het komt, met deze tenlastelegging aan op de vraag of de verdachte [slachtoffer] opzettelijk door een (andere) feitelijkheid heeft gedwongen tot het ondergaan van de tenlastegelegde seksuele handelingen. Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad kan sprake zijn van door een feitelijkheid dwingen als hiervoor bedoeld als de verdachte opzettelijk een zodanige psychische druk heeft uitgeoefend of het slachtoffer in een zodanige afhankelijkheidssituatie heeft gebracht dat het slachtoffer zich daardoor naar redelijke verwachting niet tegen die handelingen heeft kunnen verzetten. Daarvan kan ook sprake zijn indien de verdachte het slachtoffer heeft gebracht in een zodanige door hem veroorzaakte (bedreigende) situatie dat het slachtoffer zich naar redelijke verwachting niet aan die handelingen heeft kunnen onttrekken. Of die dwang zich heeft voorgedaan, laat zich niet in zijn algemeenheid beantwoorden, maar hangt af van de concrete omstandigheden van het geval. Uit de jurisprudentie volgt daarnaast dat onder een feitelijkheid ook misbruik van autoriteit in samenhang met een leeftijdsverschil kan vallen, en het creëren van een afhankelijkheidssituatie is hierbij van belang.

De rechtbank moet beoordelen of sprake is geweest van “andere feitelijkheden” waardoor verdachte [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van de ten laste gelegde seksuele handelingen. De rechtbank beantwoordt deze vraag bevestigend en overweegt hierover het volgende.

[slachtoffer] kende de verdachte, zijn echtgenote en hun kinderen vanuit de [kerk] . Op 14/15-jarige leeftijd ging zij als oppas bij het gezin van de verdachte aan de slag. In de kerkgemeente had de verdachte, die ruim 40 jaar ouder is dan [slachtoffer] , als ouderling een vooraanstaande rol. De verdachte was lid van het moderamen, het dagelijks bestuur van de kerk. Binnen de kerkelijke hiërarchie is het ambt van ouderling een van de hoogste posities. Ouderlingen hebben een zeer gerespecteerde status als betrouwbare en geestelijke steunpilaar binnen de gemeente. Kerkleden, waaronder dus ook [slachtoffer] , hebben respect en ontzag voor dergelijke ambtsdragers.

Daarnaast was er ook een overkoepelende kerkraad, waarvan de verdachte 3 jaar lid was geweest. Hij was voorzitter. Door deze omstandigheden was er geen sprake van een gelijkwaardige relatie, maar had verdachte een natuurlijk overwicht op aangeefster.

Verdachte heeft van dit natuurlijk overwicht misbruik gemaakt door een ongezonde relatie met aangeefster te creëren. De verdachte heeft al snel na de eerste contacten met [slachtoffer] via sociale media contact met haar gezocht en daarna telefoonnummers met haar uitgewisseld. Hierna heeft hij het contact met haar opgevoerd door haar veelvuldig berichten te sturen, waaronder ook seksueel getinte berichten. Op de momenten dat [slachtoffer] bij hem thuiskwam en zijn echtgenote niet in de directe nabijheid was, heeft hij [slachtoffer] aangeraakt. Van een arm om haar heen en het geven van een knuffel heeft hij de aanrakingen stapsgewijs steeds verder opgebouwd. Dit leidde er op enig moment toe dat de verdachte [slachtoffer] op de grond in zijn woonkamer legde en haar penetreerde zonder voorbehoedsmiddel. Vanaf dat moment vond er vaker seks plaats, waaronder ook in de vorm van het veelvuldig seksueel binnendringen van haar lichaam. De eerste keer was [slachtoffer] nog maar 16 jaar, dus minderjarig en had zij nog geen seksuele ervaring.

[slachtoffer] geeft aan dat zij deze seksuele contacten met de verdachte nooit heeft gewild. Zij voelde zich in de tijd dat zij bij de verdachte en zijn gezin over de vloer kwam kwetsbaar en onzeker. Door de toenadering van de verdachte en zijn lieve woorden voelde zij zich geliefd en gezien. Niemand had ooit eerder van die lieve dingen tegen haar gezegd. Bovendien vond zij het fijn om bij het gezin van de verdachte te zijn en dat wilde zij niet verliezen. Deze aandacht voor haar was zij in haar eigen gezinssituatie niet gewend.

De verdachte was van deze onzekerheid, kwetsbaarheid en haar gezinssituatie op de hoogte. Zo heeft de verdachte onder meer verklaard dat [slachtoffer] niet veel met haar ouders overlegde en dat zij altijd het gevoel had: “ik ben het niet waard”. Ook heeft hij verklaard dat [slachtoffer] zich makkelijk dingen laat aanleunen en “ik heb altijd wel het besef gehad van meisje je bent nog geen 16 jaar en je moet niet die grens overstappen.” Verder heeft hij verklaard dat hij haar veel geholpen heeft met school en dat zij hele avonden samen hebben gestudeerd. De verdachte heeft aldus ingespeeld op de bij hem bekende kwetsbaarheid en onzekerheid en heeft met zijn handelen een vertrouwensband gecreëerd.

Bij dit alles komt dat de verdachte de kwetsbare en onzekere [slachtoffer] , op momenten dat zij niet wilde voldoen aan zijn seksuele wensen, uitschold en zich op boze en agressieve wijze richting haar heeft gedragen. Ook vertelde hij [slachtoffer] dat zij zijn huwelijk in gevaar bracht en dat hij hun relatie openbaar zou maken. Het mogelijk openbaar worden van het hebben van seks voor het huwelijk en het hebben van seks met een veel oudere getrouwde ouderling, terwijl zij de oppas van zijn kinderen was, leidde bij [slachtoffer] tot veel angst- en schuldgevoelens. Haar geloof en haar geloofsgemeenschap (op gereformeerde grondslag) zijn voor haar namelijk belangrijk en de Bijbel waaronder de tien geboden nemen een centrale plaats in het geloof in, en hiervan heeft de verdachte misbruik gemaakt. Met dergelijke uitlatingen heeft hij haar gemanipuleerd, met het kennelijke doel om de seksuele handelingen met haar te kunnen continueren. [slachtoffer] was door het handelen van de verdachte ook bang voor hem en ook uit angst bleef ze aan zijn seksuele wensen voldoen.

De rechtbank vindt het kenmerkend dat [slachtoffer] de verdachte in Whatsappberichten met “u” en de verdachte haar met “jij” aanspreekt, zelfs in seksueel getinte tekstberichten.

Uit het vorenstaande volgt dat de verdachte fysiek en geestelijk overwicht had op [slachtoffer] . Verdachte heeft met gebruikmaking van dat overwicht situaties gecreëerd of gebruik gemaakt van omstandigheden waarbij hij met aangeefster alleen kon zijn, en misbruik gemaakt van haar kwetsbaarheid en haar door hemzelf in het leven geroepen afhankelijkheid. Door het samenspel van handelingen heeft de verdachte dermate veel psychische druk op [slachtoffer] uitgeoefend en daarmee haar weerbaarheid zodanig aangetast, dat zij zich hierdoor gedwongen voelde tot het ondergaan en verrichten van seksuele handelingen. Tegen deze dwang kon [slachtoffer] zich niet verzetten. [slachtoffer] heeft hierover zelf verklaard dat zij zich gevangen voelde in het web van de verdachte.

De verdediging heeft erop gewezen dat de seksuele relatie zich heeft voortgezet na het bekend worden hiervan en zelfs nadat de verdachte de echtelijke woning had verlaten en op een camping was gaan wonen. Hieruit volgt volgens de verdediging dat op z’n minst in deze periode sprake was van vrijwilligheid. De rechtbank oordeelt dat ook in deze periode sprake was van dwang en sluit daarbij allereerst aan bij wat [slachtoffer] daar zelf over heeft verklaard. Uit haar betrouwbaar beoordeelde verklaring volgt namelijk dat de verdachte haar bleef manipuleren en dwingen om bij hem langs te komen en seks te hebben.

De rechtbank sluit zich wat betreft deze periode ook aan bij wat de officier van justitie in zijn requisitoir naar voren heeft gebracht. Er is in dit soort gevallen vaak sprake van “valse veiligheid”: de handelingen met en de aanwezigheid bij de verdachte zijn afschuwelijk, maar ze zijn door het jarenlange patroon wel bekend. Het is onbekend wat er gaat gebeuren als ze niet zou gaan of niet aan zijn wensen zou voldoen en dat maakt angstig. Ook is sprake van “traumabinding”. Door de afwisseling van intense angst (misbruik) en periodes van extreme liefde of spijt ontstaat een diepe, verslavende psychologische binding met de dader. Vaak hopen slachtoffers dat de dader zal “veranderen”. Met betrekking tot [slachtoffer] geldt ook nog dat uit onderzoek van de behandelend GZ-psycholoog (Choi, bericht van 27-02-25, pag. 34 van het voegingsformulier) blijkt dat haar eigenwaarde samenhangt met wat de ander van haar vindt. Een belangrijke leefregel is voor haar dat ze anderen niet mag teleurstellen. Deze drie genoemde elementen hebben er naast de dwang en manipulatie ook voor gezorgd dat [slachtoffer] toch terugging naar de verdachte. Ook op het moment dat hun seksuele relatie openbaar was geworden en hij de echtelijke woning had verlaten was geen sprake van een vrijwillige keuze. De seksuele contacten kwamen in deze periode voort uit de voortdurende dreiging, de psychologische druk en het eenmaal gesponnen web waarin zij gevangen zat.

Conclusie

De rechtbank is van oordeel dat bewezen kan worden dat de verdachte aangeefster meermalen heeft gedwongen tot het ondergaan en verrichten van de in de tenlastelegging genoemde handelingen, waaronder het meermalen seksueel binnendringen van het lichaam (verkrachting).

T.a.v. 16000465-26 feit 1:

Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van belaging als bedoeld in artikel 285b, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht zijn verschillende factoren van belang, namelijk de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de gedragingen van verdachte, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van het slachtoffer.

Op 3 juli 2024 heeft [slachtoffer] aan de verdachte te kennen gegeven dat zij geen contact meer met hem wilde. Volgens [slachtoffer] heeft de verdachte haar daarna via digitale wegen proberen te benaderen en zou hij meerdere malen bij haar werk en in de buurt van haar woning contact met haar hebben gezocht. Dit heeft ertoe geleid dat op 24 januari 2025 een zogenaamd stopgesprek met de verdachte is gevoerd.

Uit de aangifte, die steun vindt in andere bewijsmiddelen, volgt dat de verdachte na dit stopgesprek nog meerdere malen contact heeft gemaakt met [slachtoffer] . In een vijftal gevallen (17 juli 2025, 16 oktober 2025, 13 november 2025, 11 december 2025 en 12 december 2025) betrof het een confrontatie op de school waar [slachtoffer] als lerares werkzaam is. Uit haar verklaring en de verklaringen van de getuigen, waaronder ook deels de verklaring van de verdachte zelf, volgt dat de verdachte het in die gevallen steeds voorzien had op [slachtoffer] . Het waren dus geenszins min of meer toevallige ontmoetingen omdat zijn kinderen op dezelfde school zitten en hij bij de school in de buurt woont. Eind maart 2025 heeft de verdachte [slachtoffer] met de auto gevolgd. Op 3 juli 2025 heeft hij de examencommissie van haar school, waar zij de opleiding tot lerares volgde, berichten gestuurd. In deze berichten beschuldigde hij [slachtoffer] van het mogelijk plegen van plagiaat/ fraude en het overtreden van meerdere bijbelse geboden.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft het hiervoor genoemde handelen van de verdachte een inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer] gelet op het geheel van het aantal inbreuken op de privacy van [slachtoffer] , de aard van de contactmomenten en de verscheidenheid van de handelingen van de verdachte. Daarbij betrekt de rechtbank dat deze contacten hebben plaatsgevonden nadat [slachtoffer] jarenlang door de verdachte tot seks is gedwongen. Dit handelen had bovendien overduidelijk een grote impact op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van het slachtoffer.

De rechtbank acht de ten laste gelegde belaging dan ook bewezen, zoals hieronder bewezen is verklaard.

T.a.v. 16/000465-26 feit 2:

De verdachte heeft – kort gezegd - bekend dat hij het hiervoor genoemde bericht op 3 juli 2025 naar de examencommissie heeft gestuurd. [slachtoffer] is van dit bericht op de hoogte geraakt en heeft aangifte gedaan van smaad. De verdediging heeft zich wat betreft de ten laste gelegde smaad gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank acht de ten laste gelegde smaad bewezen, zoals hieronder bewezen is verklaard.

Bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:

16/318160-25

hij op tijdstippen in de periode van 24 november 2019 tot

en met 31 januari 2024 te [woonplaats] en [woonplaats] ,

telkens door een andere feitelijkheid, [slachtoffer] heeft

gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden of mede

bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] ,

immers heeft hij, verdachte,

- zijn penis en tong in de vaginaen op

de vagina van die [slachtoffer] geduwd/gebracht/gehouden en

- die [slachtoffer] aan haar haren naar beneden getrokken en vervolgens zijn penis

in de mond van die [slachtoffer] gestopt en zich door die [slachtoffer] laten pijpen

en

- de borsten van die [slachtoffer] gekust en

- de vagina en borsten van die [slachtoffer] betast/aangeraakt,

en bestaande die andere feitelijkheid hierin dat verdachte

- 40 jaar ouder is dan die [slachtoffer]

- de vader is van de kinderen waar die [slachtoffer] op paste en

- ouderling was binnen de kerk waar die [slachtoffer] kwamen

- de fysieke aanrakingen geleidelijk heeft opgevoerd van het

knuffelen/aanraken/zoenen van die [slachtoffer] naar seksuele handelingen en- die [slachtoffer] aan haar haren naar beneden heeft getrokken en op die [slachtoffer]

is gaan liggen en

- zich (non-)verbaal op agressieve/boze/dominante/dwingende wijze jegens die

[slachtoffer] heeft gedragen/geuit en snel boos kon worden en

- die [slachtoffer] “slet” en “hoer” heeft genoemd, en tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat hij haar in [naam] zou moeten gooien en

- die [slachtoffer] heeft geholpen met schoolwerk en

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat zij zijn, verdachtes, huwelijk in gevaar bracht

en dat hij, verdachte, hun relatie bekend zou maken en

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat hij van haar hield en lieve dingen tegen die

[slachtoffer] heeft gezegd, terwijl hij, verdachte, wist dat die

[slachtoffer] onzeker en kwetsbaar was, en aldus geestelijk overwicht op die [slachtoffer] had en een afhankelijkheidsrelatie heeft doen ontstaan waardoor die [slachtoffer] geen weerstand kon bieden enzich niet aan bovengenoemde handelingen kon en durfde te onttrekken;

16/000465-26

1.

hij op tijdstippen in de periode van 24 januari 2025 tot en met 1 januari 2026 in Nederland wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer] , door

- zich meerdere malen in de nabijheid van die [slachtoffer] op te houden en

die [slachtoffer] daarbij indringend aan te kijken en steeds oogcontact met die

[slachtoffer] te zoeken en die [slachtoffer] de woorden "vuile leugenaar”, "heks" en

“kutwijf”, toe te voegen en

- die [slachtoffer] te volgen en

- een beschuldigende/beledigende e-mail/bericht te sturen naar de

school waar die [slachtoffer] haar opleiding volgde en telefonisch contact met

voornoemde school op te nemen, met het oogmerk die [slachtoffer] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en vrees aan te jagen;

2.

hij op tijdstippen in de periode van 3 juli 2025 tot en met 15 juli 2025 in Nederland,

opzettelijk de eer en de goede naam van [slachtoffer] heeft aangerand

door tenlastelegging van een bepaald feit,

met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven,

immers heeft hij, verdachte, de school waar die [slachtoffer] haar opleiding volgde per

e-mail en telefonisch - zakelijk weergegeven - medegedeeld dat die [slachtoffer]

- mogelijk fraude/plagiaat zou hebben gepleegd en

- zich schuldig zou hebben gemaakt aan de overtreding van het tiende gebod, te

weten "Gij zult niet begeren andermans man" en

- zich schuldig zou hebben gemaakt aan het afleggen van een "valse getuigenis"

en de rol van slachtoffer op zich neemt.

De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.

4. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

Het onder 16/318160-25 bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:

verkrachting, meermalen gepleegd.

Het onder 16/000465-26 feit 1 bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:

belaging.

Het onder 16/000465-26 feit 2 bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:

smaad.

5. Straf

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot:

een gevangenisstraf van 6 jaar;

een vrijheidsbeperkende maatregel inhoudende een contactverbod met [slachtoffer] en een locatieverbod (straal van 500 meter rondom de woning van [slachtoffer] ) voor de duur van 5 jaar, met toepassing van vervangende hechtenis voor de duur van 2 weken, waarbij de maximale vervangende hechtenis met iedere overtreding met één week wordt verhoogd, met een maximum van 6 maanden (hierna GBM);

de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht (hierna: GVM).

De officier van justitie eist dat het contact- en locatieverbod direct na de uitspraak ingaan (dadelijk uitvoerbaar zijn).

Standpunt van de verdediging

De advocaat voert aan dat de rechtbank in haar overwegingen over de strafmaat ook uitdrukkelijk de persoonlijke omstandigheden van de verdachte dient mee te wegen. In dat kader wijst de advocaat erop dat een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf ertoe zal leiden dat de verdachte zijn baan zal verliezen, dat hij zijn koopwoning niet meer zal kunnen betalen en dat ook zijn kinderen, die deels bij hem wonen, daar grote nadelige gevolgen van zullen ondervinden. De advocaat verzoekt aan de verdachte een forse voorwaardelijke gevangenisstraf en een hoge werkstraf op te leggen.

De advocaat verzoekt af te zien van het opleggen van een contact- en locatieverbod op grond van de gevorderde GBM. De noodzaak daartoe is niet aanwezig omdat de verdachte de laatste periode niet meer in de buurt van het slachtoffer is geweest en dat in de toekomst ook niet meer van plan is. Daarnaast wijst de advocaat er nog op dat de reclassering de kans op herhaling laag inschat.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank legt aan de verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 54 maanden op.

Bij het bepalen van deze straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder de verdachte deze feiten heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee.

Ernst en omstandigheden van de feiten

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het verkrachten van de 40-jaar jongere oppas van zijn kinderen. De eerste verkrachting heeft plaatsgevonden toen het slachtoffer 16 jaar oud was en in de daaropvolgende jaren heeft hij haar vaak verkracht. Pas jaren later is het contact geëindigd. Niet alleen was de verdachte de vader van de oppaskinderen en bestond er een zeer groot leeftijdsverschil, maar hij was ook een ouderling in haar kerk. Verdachte heeft onder meer, door het verschil in, autoriteit, leeftijd en levenservaring, een reeds daaruit voortvloeiende afhankelijkheidsrelatie welbewust gebruikt, verstevigd en in stand gehouden. Hierbij heeft hij het jonge slachtoffer in een positie gebracht waarin zij gedurende meerdere jaren werd gedwongen om seksuele handelingen te ondergaan en te verrichten, oftewel een situatie waarin zij veelvuldig werd verkracht.

Met de verkrachtingen heeft de verdachte een inbreuk gemaakt op de lichamelijk en geestelijke ontwikkeling van het slachtoffer. De ervaring leert dat slachtoffers nog lang mentale klachten kunnen ondervinden als gevolg van gevoelens van schaamte, angst en onveiligheid die zijn veroorzaakt door het seksueel misbruik, zo ook het slachtoffer in deze zaak De rechtbank hoort slachtoffers regelmatig zeggen dat zij schuld en schaamte voelen, en wil daarom benadrukken dat een slachtoffer niet verantwoordelijk is voor wat haar is aangedaan. Uit de ter terechtzitting voorgelezen slachtofferverklaring is ook duidelijk naar voren gekomen hoe ernstig de psychische gevolgen zijn geweest en hoe ernstig de gevolgen nog steeds zijn. Zo is zij nog steeds in therapie en moet zij leren omgaan met haar opgelopen PTSS, haar angsten en herbelevingen.

De verdachte heeft bij de gevolgen van zijn handelen nooit stilgestaan en steeds zijn eigen lustgevoelens boven die van het jonge en kwetsbare slachtoffer gesteld. De rechtbank neemt hem dat zeer kwalijk.

Nadat het slachtoffer duidelijk afstand van de verdachte had genomen en het voor hem volstrekt helder moet zijn geweest dat zij zich aan zijn machtssfeer wilde onttrekken, heeft de verdachte het slachtoffer gestalkt. Het slachtoffer was haar leven net weer aan het oppakken en op haar had deze stalking dan ook een grote impact. Zowel in haar privésituatie als op haar werk werd zij geconfronteerd met ongewenst contact met de verdachte. Door het handelen van de verdachte voelde zij zich ernstig beperkt in haar bewegingsvrijheid en is haar gevoel van veiligheid opnieuw aangetast. Een van deze ongewenste contacten was een door de verdachte verstuurd bericht aan de examencommissie van haar school. Uit dit bericht volgt dat hij haar in een kwaad daglicht wilde zetten, maar ook dat hij haar wilde laten voelen dat hij nog steeds invloed kon uitoefenen op haar leven en ook haar toekomst kon frustreren. Ook dit rekent de rechtbank hem in hoge mate aan.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 13 augustus 2026. Hieruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.

Namens Reclassering Nederland heeft [reclasseringsmedewerker] , reclasseringswerker, een rapport over de verdachte opgesteld. Uit dit rapport van 11 september 2026 volgt dat de reclassering, gelet op onder meer de ontkennende proceshouding, geen delictanalyse heeft kunnen opstellen. Er zijn zorgen over het leefgebied relaties en familie. Ook worden er problemen geconstateerd in het contact met vrouwen en binnen (interpersoonlijke)relaties. Vanuit het instrument STABLE-2007 komen enige ontoereikende probleemoplossingsvaardigheden, desinteresse in anderen en enige vrouwvijandigheid als belangrijke dynamische risicofactoren naar voren. Het is onbekend of bij de verdachte sprake is van een psychische stoornis. In het geval van een bewezenverklaring constateert de reclassering dat de verdachte een beperkt tot geen probleembesef toont. De reclassering ziet in dat geval indicaties voor het adviseren van interventies (bijzondere voorwaarden bij een voorwaardelijk strafdeel) gericht op diagnostiek en behandeling. Afhankelijk van de strafmaat kan dit ook in het kader van Detentie & re-integratie worden (her)overwogen. Op basis van meetinstrumenten schat de reclassering de kans op recidive van een zedendelict laag in. De reclassering adviseert verder om als vrijheidsbeperkende maatregel (art. 38v Sr) aan de verdachte een contactverbod met het slachtoffer op te leggen. Een locatieverbod voor de school waar het slachtoffer werkzaam is, kan daarnaast ook worden overwogen.

Strafkader

Om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen, werken strafrechters met landelijke oriëntatiepunten. Deze zijn gebaseerd op opgelegde straffen in andere, vergelijkbare zaken. In dit geval is sprake van een drietal strafbare feiten, maar ligt het zwaartepunt duidelijk bij de verkrachtingen. Het oriëntatiepunt voor meerderjarigen voor verkrachting met een (relatief) beperkte mate van dwang is een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden. De oriëntatiepunten gaan hierbij uit van een eenmalige verkrachting.

In dit geval houdt de rechtbank in strafverzwarende zin rekening met de stelselmatigheid van de verkrachtingen en dat deze feiten over een jarenlange periode met een jong slachtoffer zijn gepleegd. Ook neemt de rechtbank in strafverzwarende zin mee dat de verdachte het jonge slachtoffer zonder enig voorbehoedsmiddel heeft ontmaagd en daarbij geheel voorbij is gegaan aan de risico’s op een eventuele zwangerschap dan wel besmetting. Tenslotte weegt de rechtbank in het nadeel van de verdachte mee dat hij geen enkele verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn handelen. Integendeel, de verdachte lijkt voornamelijk zichzelf als slachtoffer te beschouwen. Ook tijdens de zitting bleef hij herhalen dat hij het slachtoffer medeverantwoordelijk vindt voor de seks en zijn echtscheiding. De rechtbank benadrukt dat de verdachte de enige verantwoordelijke is voor de verkrachtingen en de gevolgen die hijzelf daarvan heeft ondervonden, en niemand anders.

Conclusie

Naar het oordeel van de rechtbank kan op de door de verdachte gepleegde feiten niet anders worden gereageerd dan met oplegging van een gevangenisstraf van aanzienlijke duur. Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 54 maanden passend en geboden. Deze straf is lager dan de officier van justitie eiste, maar komt naar het oordeel van de rechtbank beter overeen met straffen die in min of meer soortgelijke gevallen worden opgelegd. Gelet op de aard en ernst van de feiten is een strafafdoening als verzocht door de advocaat geenszins passend.

De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend.

Vrijheidsbeperkende maatregelen: direct geldend contact- en locatieverbod

De rechtbank ziet aanleiding om aan de verdachte een vrijheidsbeperkende maatregel op te leggen in de zin van artikel 38v Sr. De rechtbank zal voor het voorkomen van strafbare feiten bevelen dat de verdachte op geen enkele manier – direct of indirect – contact heeft of zoekt met [slachtoffer] (contactverbod). Eveneens zal de rechtbank bevelen dat de verdachte zich niet mag bevinden binnen een straal van 500 meter vanaf de woning van [slachtoffer] (locatieverbod). Deze vrijheidsbeperkende maatregel heeft een duur van 5 jaar. Gedurende die periode zal hier per overtreding ten hoogste 14 dagen hechtenis tegenover staan, met een maximum van zes maanden. De rechtbank bepaalt dat deze maatregel dadelijk uitvoerbaar is, omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte zich strafbaar, dan wel belastend zal gedragen tegenover [slachtoffer] . Hierbij heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en duur van het bewezenverklaarde.

De rechtbank ziet anders dan de officier van justitie geen meerwaarde in het daarnaast nog opleggen van de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht.

6. Vordering benadeelde partij

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft in verband met de ten laste gelegde feiten een vordering tot schadevergoeding ingediend van € 59.263,51. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 35.000, - aan immateriële schade en een bedrag van € 24.263,51 aan materiële schade. De materiële schade is opgebouwd uit de volgende schadeposten:

reiskosten € 1.343,76

facturen [psycholoog] € 2.276, -

studievertraging € 20.643,75.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de verdediging

De advocaat heeft zich, gelet op de bepleitte vrijspraak voor de zwaarste feiten, op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard.

In het geval de rechtbank wel tot een bewezenverklaring komt van die feiten, heeft de advocaat zich voor wat betreft de hoogte van de immateriële schade en de schadeposten die zien op de reiskosten en de facturen van de psycholoog gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Met betrekking tot de schadepost ‘studievertraging’ heeft de advocaat aangevoerd dat tijdens de behandeling ter terechtzitting duidelijk is geworden dat de benadeelde partij inkomen heeft gegenereerd in de vermeende periode dat zij later op de arbeidsmarkt terecht is gekomen. Hiermee is het inkomensverlies beperkt gebleven en kan niet zondermeer worden aangesloten bij de Letselschade Richtlijn Studievertraging. Nu niet duidelijk is geworden wat de hoogte is geweest van dit inkomen dient de benadeelde partij ten aanzien van dit punt niet-ontvankelijk te worden verklaard.

Oordeel van de rechtbank

Immateriële schade/smartengeld

Vergoeding van immateriële schade is op grond van art. 6:106 sub b BW mogelijk als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, is aangetast in zijn goede naam of op ‘andere wijze’ in zijn persoon is aangetast. De rechtbank begrijpt dat de vordering van de benadeelde partij op deze laatste grondslag is gebaseerd.

Uit de rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ in ieder geval sprake is als het slachtoffer geestelijk letsel (psychische schade) heeft opgelopen. Het bestaan van geestelijk letsel moet naar objectieve maatstaven worden vastgesteld. De benadeelde partij heeft voldoende concrete gegevens overgelegd waaruit blijkt dat zij psychisch letsel heeft geleden door het tenlastegelegde. Voor de hoogte van het toe te kennen bedrag heeft de rechtbank gekeken naar de duur van de periode waarin de feiten hebben plaatsgevonden, het stelselmatige karakter en de gevolgen van het strafbaar handelen voor de benadeelde partij. Dit alles afwegende acht de rechtbank de gevraagde vergoeding van € 35.000, - billijk. De rechtbank wijst de gevorderde immateriële schade van de benadeelde partij dan ook geheel toe.

Materiële schade

De gevorderde schadeposten ‘reiskosten’ en ‘facturen [psycholoog] ’ zijn door de advocaat niet betwist. De rechtbank is van oordeel dat deze schadeposten in voldoende rechtstreeks verband staan met het bewezen verklaarde. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk en de rechtbank zal dit deel van de vordering toewijzen.

De benadeelde partij heeft ook een vergoeding verzocht die ziet op ontstane studievertraging. Deze schadepost heeft de advocaat wel betwist. De rechtbank overweegt over deze schadepost als volgt.

Vaststaat dat de benadeelde partij meerdere jaren, waaronder ook de jaren 2024 t/m 2026, onder behandeling is geweest bij diverse hulpverleningsinstanties/psychologen. Deze behandelingen zagen onder meer op de door de bewezen feiten opgelopen PTSS, nachtmerries, slaap- en concentratieproblemen. Uit een bij de stukken gevoegd schrijven van haar docent en tevens begeleider volgt dat deze klachten hebben geleid tot studievertraging. Het is de rechtbank dan ook genoegzaam gebleken dat de benadeelde ten gevolge van het bewezen verklaarde handelen en de daaruit voortvloeiende psychische klachten rechtstreekse schade heeft opgelopen in de vorm van studievertraging. Aanvankelijk zou de benadeelde medio juni/juli 2025 afstuderen van de Pabo, maar de daadwerkelijke datum van afstuderen is op 12 juni 2026 geweest.

Ter terechtzitting is gebleken dat benadeelde in de periode tussen het aanvankelijke afstuderen en het werkelijke afstuderen op een school heeft gewerkt. Zij heeft dus aan de arbeidsmarkt deelgenomen en ook inkomen gegenereerd en/of een stagevergoeding ontvangen. Onduidelijk is gebleven hoe hoog dit inkomen dan wel deze vergoeding is geweest. Onderzoek doen of het nader laten onderbouwen van de hoogte van dit bedrag levert een onevenredige belasting van het strafgeding op. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij ten aanzien van de schadepost ‘studievertraging’ niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Proceskosten

Nu de vordering voor een deel wordt toegewezen, zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt. De rechtbank begroot deze kosten tot op heden op nihil. Daarnaast wordt de verdachte veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Conclusie

De rechtbank zal de gevorderde schade gedeeltelijk toewijzen en zal de verdachte veroordelen tot betaling van een bedrag van € 38.619,76. Dit bedrag bestaat uit € 35.000,- aan immateriële schade en € 3.619,76 aan materiële schade (reiskosten € 1.343,76 +

facturen [psycholoog] € 2.276,-).

De toegewezen bedragen worden vermeerderd met de wettelijke rente. De aanvangsdatum van de wettelijke rente is als volgt:

immateriële schade/smartengeld: op 7 november 2021 (nu geen omstandigheden zijn gebleken die erop duiden dat de schade anders dan geleidelijk is opgelopen gedurende de periode waarin de bewezenverklaarde gedragingen hebben plaatsgevonden, wordt de aanvangsdatum van de wettelijke rente bepaalt in het midden van de bewezen verklaarde periode);

reiskosten: op 10 maart 2025 (halverwege periode gemaakte reiskosten);

facturen [psycholoog] : op 1 januari 2025 (halverwege periode facturen).

Schadevergoedingsmaatregel

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van de benadeelde partij aan de verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van de toegewezen bedragen, te vermeerderen met de hiervoor genoemde wettelijke rente.

Als de verdachte de schadevergoeding niet (volledig) betaalt, kan gijzeling van de verdachte worden toegepast voor de duur van 187 dagen. Toepassing van de gijzeling heft de verplichting ten behoeve van de benadeelde partij niet op.

7. Toegepaste wetsartikelen

De opgelegde straf en maatregel zijn gebaseerd op de artikelen 36f, 57, 242 (oud), 261 en 285b van het Wetboek van Strafrecht.

-

8. De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;

strafbaarheid verdachte

- verklaart de verdachte strafbaar voor het bewezen verklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 54 maanden;

- beveelt dat deze vrijheidsbeperkende maatregel dadelijk uitvoerbaar is;

- beveelt dat dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt ten hoogste 14 dagen voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van zes maanden in totaal. De toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen op grond van de opgelegde maatregel niet op;

vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer] (alle feiten)

- over een bedrag van € 35.000, - met ingang van 7 november 2021,

- over een bedrag van € 1.343,76 met ingang van 10 maart 2025,

- over een bedrag van € 2.276, - met ingang van 1 januari 2025,

telkens tot de dag van volledige betaling;

€ 38.619,76 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente

- over een bedrag van € 35.000, - met ingang van 7 november 2021,

- over een bedrag van € 1.343,76 met ingang van 10 maart 2025,

- over een bedrag van € 2.276, - met ingang van 1 januari 2025,

telkens tot de dag van volledige betaling;

Dit vonnis is gewezen door mr. J. Edgar, voorzitter, mr. S.E. van den Brink en mr. M.J. Westerink, rechters, in tegenwoordigheid van J.J. Veldhuizen als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2026.

Bijlage I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

16/318160-25

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 24 november 2019 tot

en met 31 januari 2024 te [woonplaats] en/of [woonplaats] , althans in Nederland,

een of meermalen (telkens) door een andere feitelijkheid, [slachtoffer] heeft

gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden of mede

bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] ,

immers heeft hij, verdachte,

- zijn penis en/of tong in de vagina, althans tussen de schaamlippen en/of op/tegen

de vagina van die [slachtoffer] geduwd/gebracht/gehouden en/of

- die [slachtoffer] aan haar haren naar beneden getrokken en/of (vervolgens) zijn penis

in de mond van die [slachtoffer] gestopt en/of zich door die [slachtoffer] laten pijpen

en/of

- de borsten van die [slachtoffer] gekust en/of

- de vagina en/of borsten van die [slachtoffer] betast/aangeraakt,

en bestaande die andere feitelijkheid hierin dat verdachte

- 40 jaar ouder is dan die [slachtoffer] , althans een aanzienlijk leeftijdsverschil met die

[slachtoffer] heeft en/of

- de vader is van de kinderen waar die [slachtoffer] op paste en/of

- ouderling was binnen de kerk waar die [slachtoffer] kwam, althans een functie had

binnen voornoemde kerk en/of

- de fysieke aanrakingen geleidelijk heeft opgevoerd van het

knuffelen/aanraken/zoenen van die [slachtoffer] naar seksuele handelingen en/of

- die [slachtoffer] aan haar haren naar beneden heeft getrokken en/of op die [slachtoffer]

is gaan liggen en/of

- zich (non-)verbaal op agressieve/boze/dominante/dwingende wijze jegens die

[slachtoffer] heeft gedragen/geuit en/of snel boos kon worden en/of

- die [slachtoffer] “slet” en/of “hoer” heeft genoemd, althans heeft uitgescholden,

en/of tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat hij haar in [naam] zou (moeten) gooien

en/of

- die [slachtoffer] heeft geholpen met schoolwerk en/of

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat zij zijn, verdachtes, huwelijk in gevaar bracht

en/of dat hij, verdachte, hun relatie bekend zou maken en/of

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat hij van haar hield en/of lieve dingen tegen die

[slachtoffer] heeft gezegd, terwijl hij, verdachte, wist, althans had moeten weten, dat die

[slachtoffer] onzeker en/of kwetsbaar was,

en (aldus) geestelijk overwicht op die [slachtoffer] had en/of een

afhankelijkheidsrelatie heeft doen ontstaan waardoor die [slachtoffer] geen, in elk

geval onvoldoende, weerstand kon bieden en/of zich niet aan bovengenoemde

handelingen kon en/of durfde te onttrekken;

16/000465-26

1.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 24 januari 2025 tot en

met 1 januari 2026 te [woonplaats] ,

althans in Nederland,

wederrechtelijk

stelselmatig

opzettelijk

inbreuk heeft gemaakt

op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer] ,

door

- zich een of meerdere malen in de nabijheid van die [slachtoffer] op te houden en/of

die [slachtoffer] (daarbij) indringend aan te kijken en/of (steeds) oogcontact met die

[slachtoffer] te zoeken en/of die [slachtoffer] de woorden "vuile leugenaar”, "heks" en/of

“kutwijf”, althans beledigende woorden, toe te voegen en/of

- die [slachtoffer] te volgen en/of

- een of meer (beschuldigende/beledigende) e-mails/berichten te sturen naar de

school waar die [slachtoffer] haar opleiding volgde en/of telefonisch contact met

voornoemde school op te nemen,

met het oogmerk die [slachtoffer] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden

en/of vrees aan te jagen;

2.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 3 juli 2025 tot en met

15 juli 2025 te [woonplaats] ,

althans in Nederland,

opzettelijk

de eer en/of de goede naam van [slachtoffer] heeft aangerand

door tenlastelegging van een bepaald feit,

met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven,

immers heeft hij, verdachte, de school waar die [slachtoffer] haar opleiding volgde per

e-mail en/of telefonisch - zakelijk weergegeven - medegedeeld dat die [slachtoffer]

- ( mogelijk) fraude/plagiaat zou hebben gepleegd en/of

- zich schuldig zou hebben gemaakt aan de overtreding van het tiende gebod, te

weten "Gij zult niet begeren andermans man" en/of

- zich schuldig zou hebben gemaakt aan het afleggen van een "valse getuigenis"

en/of de rol van slachtoffer op zich neemt;

Bijlage II: Bewijsmiddelen

T.a.v. 16/318160-25

De verklaring van aangeefster [slachtoffer] voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven, inhoudende:

d.d. 27 augustus 2024

Informatief gesprek met: [slachtoffer] , geboren op [2003]

A: Vijf jaar geleden ben ik via onze kerk bij een gezin gekomen om op te passen. Die mensen heetten [verdachte] (de rechtbank begrijpt: de verdachte) en [A] . [verdachte] is nu 60 jaar. Ik heb daar veel opgepast. Toen begon [verdachte] mij op Instagram berichten te sturen en te reageren op dingen die ik plaatste. Dit deed hij ook bij mijn zussen. Ik wist niet wat ik daarvan vond. Hij stuurde ook zijn telefoonnummer naar me. Hij wilde veel appcontact met mij. [verdachte] en [A] kregen een baby. Ik ging toen vaak naar hen toe. [A] ging dan vaak 's avonds de baby voeden, dat deed zij boven. [verdachte] begon me dan te knuffelen. Ik wilde dat niet maar ik wist ook niet goed wat ik moest doen. Ik dacht: "Ik ga er nooit meer heen." Maar ik vond het ook heel fijn bij hen. Het appcontact werd steeds meer. Hij begon me ook te zoenen en aan te raken. En toen op een dag hebben we echt seks gehad. Het contact is eigenlijk altijd gebleven terwijl ik dat eigenlijk niet wilde. Ik denk dat ik dat nooit echt duidelijk aan hem verteld heb. Ik durfde dat ook niet. Ik wist dat hij snel boos kon worden namelijk.

A: Ze wonen in [woonplaats] . De seksuele handelingen waarover ik vertelde vonden plaats in hun oude woning in [woonplaats] aan de [adres] nummer [nummer] of [nummer] . Daarna zijn ze verhuisd naar de [adres] in [woonplaats] . [verdachte] is na de scheiding op [naam] in [woonplaats] gaan wonen.V: Hoe oud was je toen het begon? A: Ik was toen 15 jaar oud.V: Je vertelde dat je hen via de kerk kent. Welke kerk is dat?A:De [kerk] .

V: Kun je ons vertellen welke seksuele handelingen er hebben plaatsgevonden?A: Ja, wat niet... Overal aangezeten. Ik moest hem pijpen, hij ging mij likken; weet ik wat. Ja, wat nog meer. Hij is bij me binnengekomen, klaargekomen. Ja, dat denk ik.V: Je zei: "Bij mij binnengekomen." Wat bedoel je daarmee?A: Ja uhm, met zijn penis in mijn vagina.V: In hoeverre gebruikte hij voorbehoedsmiddelen? A: Niks.V: Gebruikte jij iets van voorbehoedsmiddelen?A: Nee, ik moest het van hem gaan slikken.V: Wat bedoel je daarmee?A: De pil.V: Heb je dat toen ook gedaan?A: Ja, ook om medische redenen.V: Wat voorberichtjes stuurde hij via Instagram?A: Van alles. Bijvoorbeeld als ik dan de trouwjurk van mijn moeder aanhad dan stuurde hij: "Jij kan wel een leuke man gaan vinden, je ziet er zo leuk uit!"V: Hoe gingen die appjes?A: Eerst ging het over dagelijkse dingen maaral vrij snel werd het seksueel. Hijging dan fantaseren over wat wij allemaal konden doen. Ik ging daar best wel in meeomdat ik wist dat hij dat graag wilde.

V: Wanneer hebben er voor het laatst seksuele handelingen plaatsgevonden? A: Dat was op de camping. Een aantal maanden geleden.V: Wat was daar de aanleiding voor?A: Hij wilde dat ik elke week bij hem kwam. Ik bedacht altijd smoesjes. Hij werd dan altijd boos, dus soms ging ik dan wel. Dan ging het al snel richting bed.V: Was dat op [naam] in [woonplaats] ?A: Ja.V: Hoe ging dat dan?A: Hij ging me dan knuffelen en uitkleden en ik moest hem dan pijpen.

V: Welke rol had [verdachte] in de kerk? A: Hij was ouderling. Die rol van ouderling had hij al toen het begon.

V: Wat gebeurde er als je een keer niet deed waar hij om vroeg? A: Dan ging hij mij uitschelden; zeggen dat ik een hoer was. Dus dan ging ik het wel doen. V: Je vertelde dat hij snel boos kon worden. Kun je daar voorbeelden van noemen?A: Hij ging me dan vooral uitschelden. Ook zei hij dan vaak dat ik niets voor hem over had. Soms ging hij mij dan overal op blokkeren omdat hij wilde dat ik met hangende pootjes bij hem terugkwam. En dat deed ik dan.

---

d.d. 6 september 2024

A: Ik doe aangifte omdat [verdachte] seks met mij heeft gehad en ik dat niet wilde. Enomdat er 5 jaar lang seksuele handelingen hebben plaatsgevonden en foto's zijngestuurd zonder dat ik dat wilde.

A: Het meest is gebeurd in [woonplaats] waar [A] en [verdachte] woonden in hun huis. Later zijn zij verhuisd naar [woonplaats] en daar is ook nog het een en ander gebeurd. V: In welke periode is dit gebeurd?A: De afgelopen 5 jaar. Ik zat thuis te denken wanneer ik contact met hem hebgekregen en dat is in 2018 volgens mij. Toen is het een beetje begonnen in dezomervakantie, augustus/ september. V: Wanneer is het geëindigd?A: Een maand geleden is het contact gestopt. Dat was 2 juli volgens mij maar dat weet ik niet zeker.

V: Waar woont hij nu?A: Op de [naam] in [woonplaats] . A:Ik kwam bij hun kinderen oppassen. Daarna is dat gegroeid dat wij veel appcontact hadden. Ja, vrienden of een relatie wil ik het niet noemen maar hij deed wel alsof wij een relatie hadden.

A: Nou ik kwam bij hun kinderen oppassen. Toen dat begon, begon [verdachte] mij berichten te sturen op Instagram en ook naar mijn zussen. Dat waren best wel berichten met een ander tintje zeg maar. Dan had ik bijvoorbeeld de trouwjurk van mijn moeder aan en dat zei hij van: “jij kan wel eenman vinden." Later stuurde hij zijn nummer. Ik wist niet zo goed wat ik met zijnnummer moest. Toen ging hij mij veel appen. Ik kwam ook wel eens s ‘avonds bij [A] en [verdachte] . Zij hadden net een baby gekregen en toen ging [A] de baby boven voeden. Op een avond begon [verdachte] mij te knuffelen. Die avond dacht ik van dat wil ik niet en ik ga daar niet meer heen. Maar ik wilde ze ook niet kwijt en dat er iets verkeerd zou gaan in hun huwelijk. Toen ging het steeds verder en begon hij mij te zoenen en aan te raken.Ik heb niet gezegd dat ik dat niet wilde maar ik wilde dat niet. Ik durfde dat niet te zeggen. Toen was ik net nog 15 of net 16 jaar. Toen heeft [verdachte] seks met mij gehad. Dat was op de grond in [woonplaats] in hun huis. Hij wilde ook vaak dat ik hem ging pijpen of dat hij mij ging likken. Dat was dan bij hem thuismaar ook buiten. Dan vroeg hij of ik s ‘avonds kwam bij een straatje bij hun huis.Dan kwam ik en dan wilde hij dat ook. Dan kwam hij ook wel eens in mij. Dan kwam hij al heel snel klaar. Ook vroeg hij mij me of ik foto's wildesturen van mij geslachtsdeel en naakt. Ik wist dat hij heel driftig was en heel booskon worden. Als ik iets niet deed dat schold hij mij altijd uit voor slet en hoer. Ikstuurde dan foto's en daar trok hij zichzelf op af thuis. Toen stuurde hij ook eenfoto van zijn geslachtsdeel naar mij, terwijl ik hier niet om vroeg en dit nietwilde.Dat is eigenlijk heel de tijd, 5 jaar lang, zo gegaan. Dat ik seksuele handeling bijhem moest doen en dat hij dat bij mij deed. En als ik dat niet deed dat hij dan heelboos werd. Tot een jaar geleden, ik kwam al een jaar niet bij [A] en [verdachte] . [A]wist wel dat er iets speelde en was boos op mij. Maar het contact ging door tussenons. Toen begon eigenlijk de scheiding tussen [A] en [verdachte] . [verdachte] ging op de camping wonen. Hij wilde ook vaak dat ik naar de camping kwam. Ik hadeigenlijkgehoopt dat toen het uitkwam het zou stoppen maar dat was niet zo. Toenging hij een stap verder, dat hij met mij wilde trouwen en dat ik alles voor hem was. Hij deed heel ruw met mij als ik seksuele handelingen bij hem deed en hij bij mij.

V: Je zegt “ik kwam bij hun kinderen oppassen". Vanaf wanneer was dat?A: Ik denk vanaf augustus/ september 2018.

V: Je zegt dat hij berichten stuurde met een ander tintje. Wat was dat andere tintje?A: Nou vooral over mijn uiterlijk of innerlijk. Een beetje seksueel getint.

V: Hij ging jou veel appen. Wat bedoel je met veel?A: Eerst was het een paar keer in de week. Daarna was het de hele dag door. Ik denkdat hij begon rond een uur of 9 in de ochtend en tot een uur of 9 s 'avonds. Laterwerd dat vaak in de nacht. Dan wilde hij dat ik allerlei dingen ging doen en ging hij mij uitschelden.V: Wat bedoelde je met " [verdachte] begon mij te knuffelen"?A: Dan sloeg hij zijn arm om mij heen.V: Toen zei je: "toen ging het steeds verder", Wat bedoel je daarmee?A: Nou als hij dan zijn arm om mij heen sloeg, begon hij mij ook te zoenen en aan teraken.

V: Waar zoende hij je?A: Op mijn lippen.V: En verder?A: Ja mijn nek, en mijn borsten. Dat een beetje.V: Waar raakte hij je aan?A: Eigenlijk mij hele lijf. Bij mijn borsten maar ook bij mijn vagina.V: Vertel eens alles over die keer dat je seks met hem had?A: Het was beneden in de woonkamer.Ik had een jurk aan dus hij deedalleen mijn onderbroek uit. Toen legde hij mij op de grond. Toen begon hij eerstoveral een beetje te zoenen, zoals mij buik en mijn benen. Toen kwam hij in mij. Datwas met zijn penis in mijn vagina.V: Je werd op de grond gelegd. Wat was jouw positie op dat moment?A: Met mijn rug op de grond.V: Wat was zijn positie toen hij jou ging zoenen?A: Ja hij hing een beetje boven mij. Hij lag in dezelfde positie als ik, alleen hinghij dan boven mij.V: Hoe stopte het?A: Hij kwam klaar. Dat zag ik. Ik zag het sperma uit mijn vagina komen.V: Waar in de woonkamer lag je?A: Naast de eettafel.V: Zijn er nog voorbehoedsmiddelen gebruikt?A: Nee.V: Hoe voelde jij je toen?A: Bang. En daarna kwam dat een beetje dat ik mij ook heel vies voelde en ik bloedde ook heel erg. Ik was erg overstuur door was er gebeurd was maar ik dacht ook van dit moet niemand weten.

V: Je dacht niemand moest het weten. Want?A: Ik dacht dat hun huwelijk dan kapot zou gaan en dat [verdachte] heel boos op mij zou worden.

V: Waarom was je bang dat [verdachte] boos op je zou worden?A: Ik had het al vaker meegemaakt dat hij boos werd op mij, maar ook op zijnkinderen. Hij was heel driftig en ik was bang dat hij snel zou slaan.

A: Hij is vaker in mij gekomen. Dat is wel zo'n 40 keer gebeurd.V: Je had het ook over pijpen. Wat bedoel je daar mee?A: Dat zijn penis in mijn mond kwam en dat hij dan klaarkwam.V: Je zei: "hij wilde dat ik hem ging pijpen". Wat bedoelde je daarmee?A: Hij deed heel vaak dat hij mij aan mijn haar naar beneden trok en dat deed hij zijn penis in mijn mond.V: Werd er dan een voorbehoedsmiddel gebruikt?A: Nee.V: Hoe voelde jij je daarbij?A: Ik was ook een beetje bang en ik voelde mij vies en verdrietig. Als het vakergebeurt, dan had ik ook een beetje mijn gevoel uitgeschakeld en dan deed ik hetgewoon.

V: Likte hij je buitenste schaamlippen?A: JaV: En je binnenste?A: Ja.V: Wat voelde je daarbij?A: Hetzelfde eindelijk als net. Bang.

V: Op welke momenten gebeurde dit?A: Nou vaak als ik s 'avonds bij hun was en [A] ging de kinderen naar bed brengen. Of als hij naar buiten kwam. Hij kwam soms ook naar mij toe.V: Hij kwam soms ook naar jou toe?A: Ja toen woonde ik nog bij mijn ouders en dan kwam hij als ik alleen thuis was.V: Waar gebeurde het in huis?A: Ook in de woonkamer.

A: Ja dan stond hij gewoon en ik op mijn knieën denk ik.V: En bij het likken?A: Hij legde mij vaak op de eettafel.

V: En als je naar hem toe moest komen en dan was het buiten. Waar buiten was dat?A: Dat was op [naam] . Dat is een weggetje. Het is daar bossig.

V: Waar ken je [verdachte] van?A: Van de kerk.V: Wat is [verdachte] in de kerk?A: Hij was op dat moment een ouderling.(…)

V: Hoe keek je naar hem als ouderling?A: Nou een ouderling is wel een belangrijk persoon. Ik had wel gezag voor hen.V: Waarom is een ouderling een belangrijk persoon?A: Zij hebben een belangrijk taak in de kerk. Zij helpen mensen, financiën en zorgendat alles goed loopt in de kerk.

A: Is het wel eens gebeurd dat je wel eens weigerde.A: Ja.Dan werd hij heel boos.V: Hoe zag dat boos eruit?A: Dan zei hij dat ik zijn huwelijk in de put gooi. Dat ik een slet en een hoer was. Hij zei dat ik niks waard was. Hij zorgde ervoor dat ik mij waardeloos voelde. Of hij dreigde dat hij het bekend ging maken dat ik hem uitdaagde.

V: Waar was je bang voor als hij boos voor?A: Dat hij het bekend zou maken en dat ik het gezin zou kwijtraken. Eigenlijk dat ik iedereen zou kwijtraken en dat hij mij wat aan zou doen.V: Wat bedoel je met iets aan zou doen?A: Lichamelijk iets aan doen. Hij zei wel eens: “ik gooi je in [naam] ." Dat is eenrivierachtig. Ik was bang dat hij mij onderwater zou houden en dan zou ik verdrinken. Oh en er schiet mij iets te binnen. Toen wij seks hadden gehad zei hij van je bent nog minderjarig maar jij gaat toch nooit naar de politie.V: Is dat de keer van de penetratie dat hij klaarkwam?A: Ja.V: Ben je ook bij hem op de camping geweest?A: Ja een aantal keer. Hij wilde dat ik elke week kwam maar ik verzon altijd eensmoesje zodat ik dat niet hoefde te doen.V: Hoe vaak ben je daar geweest?A: Ja dat weet ik eigenlijk niet zo goed. 5 of 6 keer.V: Wat heeft daar plaats gevonden?A: Ja eigenlijk alles ook. Dus alle seksuele handelingen en dat hij in mij kwam.V: En je zei dat hij in mij kwam. Hoe ging dat dan?A: Dat was zijn penis in mijn vagina. Dat was niet zo diep. Hij wist dat ik heteigenlijk niet wilde dus hij dacht dat dit een goede middenweg was.V: Hoe weet je dat hij dit een goede middenweg vond?A: Dat zei hij.V: Wat hebben jullie daar over besproken?A: Eigenlijk niks. Bij ons in de kerk mag je geen seks hebben voor het huwelijk. Ik zei dat en dat ik het eigenlijk niet meer wilde. Hij zei dan van we doen het wel gewoon. Dus eigenlijk was daar niet over te praten.V: Wat maakt het dat steeds bij hem terugkwam terwijl je het eigenlijk niet wilde?A: Omdat ik bang was voor wat hij zou doen als ik het niet zou doen. En ik was wel onzeker en hij zei lieve dingen tegen mij en dat vond ik wel fijn.V: In het informatief gesprek las ik ook iets over de anticonceptiepil. Wat kan jedaarover vertellen?A: Hij wilde dat ik die ging slikken. Hij drong er erg op aan.

V: Je vertelde ook dat hij heel ruw deed tijdens de seksuele handeling. Wat kan jedaarover vertellen?A: Hij trok dan aan mijn haar zodat ik hem ging pijpen. En als wij dan buiten waren dan duwde hij mij tegen de boom en deed hij zijn penis in mijn vagina.

A: Hij zei wel vaak dat ik moest bukken.

V: Waar woonde jij toen?A: [woonplaats] . Dat is bij mijn ouders.

V: En wanneer vond de allerlaatste seksuele handeling met [verdachte] plaats?A: Ik weet het echt niet. Ik denk begin dit jaar zoiets.Ik denk januari maar ik weet het echt niet precies.V: Waar was die allerlaatste keer?A: Bij hem op de campingO: Tijdens het informatief gesprek verklaarde je dat jullie gesprekken via WhatsAppveelal seksueel getint waren. Dat [verdachte] fantaseerde over wat jullie met elkaarkonden doen en jij daar in mee ging.V: Wat kan je daarover vertellen?A: Hij zei op welke manier hij seks wilde hebben en met wie allemaal. En wat hij dan met mij wilde doen en dan reageerde ik daar een beetje op.Ik ging wel met hem mee om hem tevreden te houden zeg maar.V: Vanaf welke leeftijd hadden jullie met deze seksueel gesprekken via WhatsApp?A: Meteen al. 16 jaar denk ik.O: Je verklaarde tijdens het informatief gesprek dat [verdachte] je soms overal opblokkeerde, in de hoop dat je dan met hangende pootjes zou terugkomen en dat je datdan deed.V: Wat is de reden dat je dan met hangende pootjes terug zou komen?A: Ik was bang dat het uit zo komen en dat hij het tegen iedereen zou zeggen. En ik wilde hem ook een soort van niet kwijt. Nou hun gezin niet eigenlijk.V: Wat betekende het gezin voor jou?A: Ik vond het altijd heel gezellig en die kinderen waren heel belangrijk voor mij.

V: Hoe was dat bij jou thuis?A: Op zich wel goed maar ik kan niet zo goed met mijn ouders over serieuze dingenpraten. Dat kon ik bij kun ook niet maar zij gaven mij het gevoel dat ik geliefd was.O: Tijdens het informatief gesprek zei je dat alles op seksueel gebied gedwongen was, dat je dat hebt aangegeven bij [verdachte] , maar dat dat niet aankwam.V: Wat kan je ons daarover vertellen?A: Ik heb wel eens gezegd dat het echt niet goed was wat er gebeurd en dat het niet was wat ik wilde.Hij wilde mij in zijn bezit krijgen.

--

Ik was heel bang voor hem. Hij had een bepaalde positie in de kerk natuurlijk en ik luisterde eigenlijk gewoon naar wat hij tegen mij zei. Ik vertrouwde hem erin dat hij geen kwaad in de zin zou hebben. Als ik iets niet deed wat hij zei, dan zorgde hij er gewoon voor. Hij kleineerde mij heel erg. Hij pakte mij heel erg op mijn kwetsbaarheid. Hij schold mij uit, hij zei dat ik niks waard was. Ik zou willen zeggen dat hij mij daarin gehersenspoeldheeft. Ik wist op een gegeven moment wat ik moest doen om hem een beetje tevreden te houden. ‘Het beste ervan te maken’, is een verkeerde zin maar ik probeerde ervoor te zorgen dat hij mij geen pijn ging doen.

Ik was heel kwetsbaar en onzeker dus dat soort momenten vond ik wel fijn ja.

Hij nam altijd het initiatief. Ik appte hem wel want als ik dat niet deed, kreeg ik mega op mijn kop. Hij vroeg altijd wanneer ik alleen thuis was, hij dwong mij om dat te zeggen en dan kwam hij onaangekondigd naar mij toe. Er zijn heel veel seksuele handelingen geweest, dat zien we terug in het dossier. Was dat elke keer eenzijdig vanuit hem of was dat ook wederzijds en dat het over een weer ging de seksuele handelingen. Eenzijdig. Als het aan u had gelegen, had het niet plaatsgevonden?Nee. Het voelde een beetje alsof ik er gevangen in zat.Vanaf het begin was ik al bang voor hem.

Was dat niet het moment om de stekker eruit te trekken, want u hoefde niet meer op te passen op de kinderen en hij zat op de camping en was afhankelijk van of u daar naartoe kwam. Waarom ging het nog door. Op het moment dat het bekend werd dat hij naar de camping ging, was ik heel erg opgelucht want ik dacht 'dan is het klaar'. Maar hij ging gewoon verder. Hij trok zich daar niks van aan. Op dat moment ging hetzelfde verder als wat de hele tijd gebeurde, hij dwong mij en ik zat erin gevangen. Hij zette mij onder druk om niet te zeggen dat het toch nog doorging. Op dat moment was ik psychisch echt heel slecht. Het duurde al zo lang en ik dacht dat het klaar was, maar het ging toch weer door. Als hij mij zo aan het kleineren was en zei dat ik niets waard was, dat werd op de camping alleen maar erger en hij werd hardhandiger. Hij ging zo hard door met alles, als ik mij verzette zorgde hij ervoor dat ik echt niet meer wilde leven. Ik probeerde gewoon te doen wat hij zei. Ik dacht dat dat het makkelijkst zou zijn. Als ik ‘s ochtends dan niet goedemorgen met een hartje stuurde bijvoorbeeld, was hij boos en ging hij mij uitschelden. Dan wist ik dat ik een probleem had. Ik was natuurlijk onzeker en kwetsbaar.

Hij was altijd hardhandig.

Heeft u weleens bij hem aangegeven dat u de relatie wilde stoppen?Ja.

Heeft u het ook uitgesproken dan? Jazeker, maar dan maakte hij er een mooi verhaal van.Dat hij niet meer zou kunnen leven als hij mij niet meer had en dat ik ook niet zonder hemkon. Zo’n soort verhaal eromheen.

De verklaring van de verdachte voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven, inhoudende:

d.d. 9 april 2025

A: Ze is ooit bij ons gekomen. Het contact werd steeds leuker met [slachtoffer] . We deden steeds meer dingen samen. We werden steeds lichamelijker. Het was allemaal in de tijd dat we in [woonplaats] woonden. Daar is het ook de eerste keer gebeurd, eerste keer penetratie. Daarna zijn wij verhuisd naar [woonplaats] . Ik bedacht mij toen wel dit is niet goed, hier moeten we mee stoppen. Maar toch bleven we elkaar opzoeken. We hebben veel buiten afgesproken, dit is jaren zo doorgegaan. Tot ik gescheiden was, toen kwam ze vaak naar de camping of ging ik naar haar. Zij woonde op zichzelf in [woonplaats] . In de tijd dat zij nog thuis woonde kwamen we daar ook, maar alleen als haar ouders niet thuis waren. We hadden lange telefoongesprekken. [slachtoffer] heeft zich altijd heel schuldig gevoeld dat mijn huwelijk geklapt was door haar toedoen.

V: Wie is [slachtoffer] ?A: Ze is het vierde kind in het gezin. Ze was niet ongewenst maar wel ongepland en zo heeft ze zich altijd gevoeld.Zij hangt er als een vijfde wiel bij.Nu ze gebroken heeft met mij heeft ze steun aan [B] en niet bij haar ouders. Ze ziet er opeens heel volwassen uit. Maar ze laat zich makkelijk dingen aanleunen.Je zit in een huwelijk, ik heb haar aangetrokken en afgeduwd. Het is ook niet niks. Ik zal over haar gevoelens heen gedenderd zijn. Het is niet een eenmalig iets, maar een relatie die een paar jaar heeft geduurd.

V: Wanneer bent u met haar in contact gekomen?A: Dat zal 2018 geweest zijn. Toen kwam ze bij ons thuis.

V: Hoe oud was [slachtoffer] toen het begon?A: Dat zal eind 15 begin 16 geweest zijn. Ik heb altijd wel het besef gehad van meisje je bent nog geen 16 en je moet niet die grens overstappen. Ze zag er wel lichamelijk volwassen uit. Ze was groot. Op haar 15e nog groter dan dat ik ben.

V: Vertel daar eens over, het eerste contact?A: Ja hoe begint het eerste contact, het begint met zoenen en dan zachtjes het lichaam ontdekken. V: Vertel eens over de eerste keer?A:Op de bank beneden in de woonkamer. Dit was op de [adres] in [woonplaats] .V: Vertel er wat meer over?A: Dit was in de avond. Mijn vrouw was de kinderen aan het voeden boven en wij hadden een momentje samen. En als ik haar in de avond naar huis bracht. Dan deden we er iets langer over dan nodig was.V: Hoe was de eerste keer voor [slachtoffer] ?A: Ze vond het fijn dat ik had doorgepakt.We hebben eenjarenlange relatie gehad, we hebben het vaak met elkaar gedaan. Binnen en buiten. Ze heeft mij ook oraal bevredigd.

A: En dit deed ze ook tot het hoogtepunt. Ik kwam dan klaar in haar mond. Later is ze aan de pil gegaan. Enerzijds om haar menstruatie problemen maar ook omnooit meer zorgen te hebben. We hebben elkaar gewoon berichten gestuurd over en weer. V: Welke datum bent u verhuisd naar [woonplaats] ?A: Dit was juni 2021.

V: Hebben jullie weleens seksueel getinte foto’s en filmpjes gestuurd?

A: Ja.V: Wat voor filmpjes dan?A: Dat zij zichzelf uitkleedt en zichzelf bevredigd in de badkamer, ik bedenk mij dat zij toch weleens foto's heeft gestuurd van haar bovenlichaam zonder kleren. Met kleding staan nog op mijn telefoon. Ik heb nooit reden gezien om die weg te gooien.

V: Hoe oud was ze toen ze dit stuurde?A: Dezelfde leeftijd. Toen waren we al met elkaar naar bed geweest, dus ik denk 18 of 19 jaar. O: [slachtoffer] zegt over de berichten: “Eerst was het een paar keer in de week. Daarna was het de hele dag door. Ik denk dat hij begon rond een uur of 9 in de ochtend en tot een uur of 9 s avonds. Later werd dat vaak ik de nacht. Ik denk dat hij dan dronken was. Dan wilde hij dat ik allerlei dingen ging doen en ging hij mij uitschelden”.V: Vertel hier eens over?A: Dat is later. Toen woonde ik al in [woonplaats] .

O: [slachtoffer] heeft hierover het volgende verklaard: “Ook vroeg hij mij me of ik foto's wilde sturen van mij geslachtsdeel en naakt. Ik wist dat hij heel driftig was en heel boos kon worden”.

V: Is dit iets wat u kent van uzelf, die boosheid?A: Ja ik kan ook heel boos worden. Ik heb heel slecht in mijn vel gezeten. Zeker na die tijd dat ik uit huis was en de worsteling. Ik kan dan heel kortaf reageren. Dan reageer ik heel snel boos.

O: [slachtoffer] heeft over uw boos worden ook nog verklaard: “Dan zei hij dat ik zijn huwelijk ik de put gooi. Dat ik een slet en een hoer was. Hij zei dat ik niks waard was. Hij zorgde ervoor dat ik mij waardeloos voelde. Of hij dreigde dat hij het bekend ging maken dat ik hem uitdaagde.”V: Reageer hier eens op?A: Gedeeltelijk waar. Dat ze wel mijn huwelijk in gevaar bracht.O: [slachtoffer] zegt hierover: “zoenen in mijn nek, en mijn borsten. Dat een beetje.aanraken eigenlijk mijn hele lijf. Bij mijn borsten maar ook bij mijn vagina”.O: [slachtoffer] zegt: “Toen was ik net nog 15 of net 16 jaar. Toen heeft [verdachte] seks met mij gehad. Dat was op de grond in [woonplaats] in hun huis”.V: Wat is u reactie hierop?A: Ja toen was ze al ruim 16 jaar. Dat was na die bank geweest in [woonplaats] , na de eerste keer. Volgens mij was ze toen al 17 jaar. Volgens mij zelfs de eerste drie tot vier keer zonder voorbehoedsmiddelen. Ze was verbaasd dat er zoveel bloed uitkwam. Zelfs de tweede keer nog. nog honderden keren daarna gedaan.

O: [slachtoffer] zegt ook hierover: “Hij deed heel vaak dat hij mij aan mijn haar naar beneden trok en dan deed hij zijn penis in mijn mond ”.V: Wat wilt u hierover verklaren?A: [slachtoffer] zegt, kan je mijn haar vastpakken, van hou me vast en duw mij echt naar beneden.

V: In hoeverre gebruikte u een condoom op het moment dat [slachtoffer] u pijpte?A: Niet.

A: Maar laat ik het zo zeggen in het begin deden we het heel vaak op het parkeerterrein bij restaurant [naam] . Ik moest haar dan naar huis brengen.

O: [slachtoffer] zegt: “Hij legde mij vaak op de eettafel. Op mijn rug en mijn benen waren omhoog bij zijn nek zo een beetje ”.V: Hoe was dit volgens u?A: Twee keer gebeurd, dat klopt.

O: [slachtoffer] zegt: “En als wij dan buiten waren dan duwde hij mij tegen de boom en deed hij zijn penis in mijn vagina “V: Hoe ging dit volgens u?A: Als we op een bepaald moment zo ver waren, toe waren aan de penetratie dan deden we het tegen een boom of op een bankje.

O: [slachtoffer] zegt dat ze ook zo’n 5 of 6 keer bij jou op de camping is geweest en dat jullie dan seks hadden op het bed in uw huisje.V: Wat wilt u hierover verklaren?A: Klopt.

V. Herkent u het dwingende karakter in uzelf waarover [slachtoffer] en [C] het hebben?A: Dwingend, ja ik ben wel aanwezig. Sturend misschien wel. V: Herkent u hetschelden met slet/hoer als u uw zin niet kreeg?A: Ik zal haar misschien best een keer uitgescholden hebben maar niet stelselmatig. V: Herkent u deze woorden, gebruikt u deze woorden?A: Ik zou dit best een keer gezegd kunnen hebben tegen haar. We hebben 40 jaar leeftijdsverschil.

--

Ter terechtzitting d.d. 22 september 2026

U, voorzitter, vraagt aan mij of alle in de tenlastelegging genoemde seksuele

handelingen tussen mij en [slachtoffer] hebben plaatsgevonden.

Ja, dat klopt. Al die seksuele handelingen hebben plaatsgevonden.

De contacten met en het aanraken van [slachtoffer] hebben zich opgebouwd.

U, voorzitter, vraagt mij of ik wist dat [slachtoffer] onzeker was over zichzelf.

Ja, dat wist ik.

De feitelijke ontmaagding van [slachtoffer] gebeurde in onze woonkamer in [woonplaats] . Ik heb geen voorbehoedsmiddel gebruikt. [slachtoffer] begon te bloeden. De seksuele relatie met [slachtoffer] is in de periode hierna voortgezet.

Als ik merkte dat [slachtoffer] geen seks wilde dan was ik teleurgesteld. Ik kreeg dan een afwijzing via Whatsapp. Ik heb [slachtoffer] eenmaal geduwd. We stonden op dat moment bij [naam] . De afspraak tussen [slachtoffer] en mij was dat we met niemand over onze relatie zouden praten.

De verklaring van [getuige 1] voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven inhoudende:

d.d. 17 juni 2025

A: Vorig jaar begin juli kwam ik erachter dat [slachtoffer] (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer]) nog steeds contact had met [verdachte] .

V: Wat vertelde ze toen aan jou?

A: Ze beaamde dat. En toen brak ze. Toen begon ze te huilen, heel erg hard en toen bekende ze alles aan mij. Ook gaf ze aan heel erg bang te zijn dat haar kop eraf ging. Door [verdachte] letterlijk maar ook haar gehele sociale bestaan.

V: Wat zei ze precies over wat er is gebeurd?

A: Schreeuwend en huilend zei ze ik wilde dit niet. Ik heb haar gevraagd in de zomer van 2024 om op te schrijven wat is er nu precies allemaal gebeurd.

V: Wat merkte je aan [slachtoffer] hierna?

A: Ze was minder gespannen. Voor die tijd dat het naar buiten was gekomen was ze heel erg gespannen. Ze at toen slecht en trilde met haar handen. Maar daarna was het zichtbaar anders. Ze was erg bang voor [verdachte] maar ook voor de buitenwereld.

V: Heeft [slachtoffer] ook aangegeven dat ze minder gespannen was?

A: Ja, uiteraard, toen alles was verbroken leek het wel een luchtbed wat leegliep. Heel bevrijdend voor haar. Maar toen bleef er spanning en angst omdat ze bang was dat er iets zou gebeuren.

A: Ze is in behandeling daar. Ze is depressief en heeft een groot trauma. Dit is ook vastgesteld.

V: Over welk trauma hebben we het dan?

A: Over het trauma van misbruik door [verdachte] .

V: Hoe weet je dat het over dit trauma gaat?

A: Dat heeft ze mij verteld in een brief. En ook werd het mij duidelijk dat de wens om geslachtsgemeenschap te hebben niet van twee kanten kwam. Ook reageert ze heftig op onverwachte aanrakingen, maar ook geluiden. Ik gaf eerder aan dat het alleen ging over seksueel misbruik maar het was ook echt wel psychisch misbruik. Ze heeft geen keuze kunnen maken. Hij vulde alles voor haar in en hij bepaalde ook wat ze mocht doen. Ik hoorde ook van [slachtoffer] dat hij haar heeft geschopt, dus ook lichamelijk. Ook veel schelden, in elkaar trappen en hardhandige seksuele handelingen.

De verklaring van [getuige 2] voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven, inhoudende:

d.d. 15 oktober 2024

Ik ben sinds 2019 predikant in [woonplaats] in de gemeente van [slachtoffer] (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer]). Wat ik van [slachtoffer] begrepen heb is dat [verdachte] langdurig gebruik heeft gemaakt van [slachtoffer] haar kwetsbaarheid. Door geslachtsgemeenschap met haar te hebben gehad en andere handelingen en foto’s en video’s te sturen. Dit is in grote lijnen gedeeld heb, wat [slachtoffer] met mij heeft verteld.

V: Welke functies heeft [verdachte] gehad in de kerk?

A: Hij is ouderling kerkrentmeester geweest. Hij is 3 jaar voorzitter geweest van de algemene kerkraad. Hij was lid moderamen. Dit was het dagelijks bestuur. Daarnaast was er ook een overkoepelende kerkraad, waarvan hij 3 jaar lid was geweest. Hij was de voorzitter.

Ik denk dat hij in 2016 ambtsdrager is geworden.

A: Het zijn 18 gesprekken geweest met [slachtoffer] .

V: Hoe was de gemoedstoestand toen [slachtoffer] u dit verteld?

A: Soms super emotioneel.

V: U vertelde dat [slachtoffer] angstig was voor [verdachte] , wat bedoelde ze hiermee?

A: Op het moment dat je scheldwoorden naar je hoofd geslingerd krijgt. [verdachte] heeft een opvliegend karakter, ik kan mij dat voorstellen. (…) Mensen die [verdachte] van dichtbij kennen, weten dat hij een opvliegend karakter heeft en snel boos wordt. (…).

T.a.v. 16/000465-26 feit 1 en 2

De bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven, inhoudende:

Op 24 januari 2025 ontving ik een mail met het verzoek om een STOP gesprek te houden met [verdachte] . Door meldster [slachtoffer] werd melding gedaan van het lastigvallen door [verdachte] . (…) Ik deelde [verdachte] mede dat hij op geen enkele wijze, contact mag opnemen met [slachtoffer] .

De verklaring van aangeefster [slachtoffer] voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven, inhoudende:

Ik doe aangifte van belaging. Ik werd drie dagen als docent op de [school] te [woonplaats] .

Ergens eind maart (de rechtbank begrijpt: 2025), ik weet niet meer wanneer reed ik weg bij [B] . Ik reed de eerste rotonde op en ik zag in mijn achteruitkijkspiegel dat [verdachte] (de rechtbank begrijpt: de verdachte) met zijn auto achter mij reed. Ik schrok zo erg en ik was zo bang.

Ik zat daar alleen in mijn auto. Ik voelde me zo kwetsbaar op dat moment.

Ik belde [B] dat [verdachte] mij volgde. Ik ging allerlei willekeurige weggetjes in slaan.

Ik zag dat [verdachte] mij maar bleef volgen. Ik zag dat [verdachte] ook meerdere keren met zijn koplampen aan het seinen was. Ik raakte steeds meer in paniek en voelde mij onveilig.

Op donderdag 17 juli 2025 omstreeks 8.15 uur was ik in mijn klas aan het werk.

Er waren op dat moment nog geen kinderen in de school. Ik hoorde op de gang de stem van [verdachte] . Ik bevroor gelijk. Ik voelde mij meteen misselijk worden en kreeg een opgejaagd gevoel. Ik zag dat [verdachte] mijn lokaal naderde.

Ik dacht: "Wat nu .. ik wil dit niet, ik vind dit niet fijn." Ik zag dat een andere vader, die van mijn situatie afweet, op dat moment ook richting mijn lokaal liep.

Ik zag dat die vader mijn klaslokaal binnenstapte en de deur iets dichttrok zodat

[verdachte] niet naar binnen kon. Ik was op dat moment erg in paniek.

Ik wilde mij verstoppen en weg van daar. Ik was opgelucht dat die vader er op dat moment was en mij beschermde. Ik zag dat [verdachte] bij mijn lokaal bleef rondhangen en steeds naar binnenkeek. Toen de school begon ging [verdachte] weg en deze vader ging ook naar huis.

Op dinsdag 26 augustus 2025 ging ik naar [plaats] naar de Pabo waar ik aan gestudeerd had. Ik moest daar zijn voor mijn afstuderen. Ik kwam bij de examencommissie aan en ik hoorde dat iemand van de commissie tegen mij

zei dat ze een melding hadden gehad van ene [verdachte] . Ik begon meteen te huilen bij het horen van zijn naam. Ik was niet voorbereid om zijn naam in deze setting te horen. Ik hoorde dat [verdachte] melding had gedaan dat hij veel stukken had geschreven die ik had gebruikt voor mijn afstuderen. Ik hoorde dat [verdachte] mij beschuldigde van fraude. Ik geloofde mijn oren niet, hier was niets van waar. De examencommissie moest deze melding oppakken en hebben alles onderzocht.

Ik was ontzettend boos en verdrietig. Ik had geen fraude gepleegd en door deze leugens kwam mijn afstuderen in gevaar. Ik hoorde enkele weken laten de uitslag van dit onderzoek. Ik hoorde dat ik niet langer verdacht werd van fraude.

Ik was opgelucht dat ik nu afgestudeerd was. Ik was ontzettend boos en gefrustreerd dat [verdachte] dit gedaan had. Ik was ook bang, waar is deze man toe in staat, vroeg en vraag ik mij af. Ik vond deze actie van [verdachte] zo grenzeloos dat ik niet weet waartoe hij nog meer in staat is.

Op donderdag 16 oktober 2025 moest ik de kinderen van [B] ophalen van school. De kinderen van [B] zitten op de [school] . Ik zag [verdachte] op het schoolplein staan. Ik ging aan de andere kant van het schoolplein staan. Ik zag [verdachte] met zijn vier (4) kinderen mijn kant op komen. Ik vond dit eng en raar, want [verdachte] hoefde helemaal niet mijn kant op om naar huis te gaan. Ik zag [verdachte] doordringend mijn kant op keek. Ik wist niet wat ik moest doen en stond eigenlijk als bevroren.

Ik zag dat [verdachte] op ongeveer een (1) meter bij vandaan was.

Ik hoorde dat [verdachte] zei: "Kijk daar lopen we langs de leugenaar." en liep door.

Op zondag 19 oktober 2025 omstreeks 20.00 uur reed ik langs het huis van [B] .

Ik zag [verdachte] daar bij de poort van haar huis staan. Ik zag dat [verdachte] naar binnen probeerde te kijken.

Op zondag 2 november 2025 omstreeks 14.30 uur reed ik naar mijn nieuwe woonadres. Ik zag bij de bouwmarkt Hubo [verdachte] staan. Ik schrok erg, [verdachte] woont totaal niet in de buurt van de Hubo.

Ik wilde niet dat [verdachte] weet waar ik woon. Ik was bang, bang dat [verdachte] nu weer iets zou gaan doen. Ik zag dat [verdachte] naar mijn huis keek. Ik kon dus niet naar huis en ben ongeveer twintig (20) minuten gaan rondrijden. Ik reed weer richting mijn huis en zag dat [verdachte] daar nog steeds stond. Ik heb voor die nacht een logeeradres geregeld. Ik durfde niet meer naar huis. Ik was zo bang dat [verdachte] daar nog of weer zou staan en weer iets met mij zou doen. Ik was ook verdrietig.

Donderdag 13 november 2025 haalde ik de kinderen van [B] op. Ik zag dat [verdachte] ook weer op het schoolplein stond. Ik zag dat hij op dezelfde plek stond als op 16 oktober. Ik ging weer helemaal aan de andere kant van het schoolplein staan, dit was ook weer dezelfde locatie als waar ik 16 oktober stond. Ik zag dat [verdachte] met zijn vier (4) kinderen mijn kant op liep. Ik voelde mij opgejaagd. Ik vind het zo vervelend en beangstigend dat dit steeds gebeurd rondom school. Ik zag dat [verdachte] een woeste blik in zijn ogen had. Ik zag dat [verdachte] op 1 meter afstand langs mij liep.

Ik zag dat [verdachte] met zijn vier (4) kinderen zich omdraaide en weer mijn kant opliep.

Ik werd hier nog banger van. Ik zag dat de blik van [verdachte] nog steeds woest was.

Ik zag dat [verdachte] met zijn vier (4) kinderen mij weer passeerde. Ik hoorde toen [verdachte] roepen: "Kutwijf". Ik was erg boos om het woord kutwijf. Ik wachtte op de kinderen van [B] . Ik wilde graag weg van het schoolplein, ik was vooral bang en boos, verdrietig en gefrustreerd.

Ik kom niemand zo vaak tegen en ik vind het opvallend dat [verdachte] regelmatig opduikt in mijn omgeving. Als ik [verdachte] tegenkom steekt hij middelvingers naar mij op. Ik heb het gevoel dat ik continu over mijn schouders moet kijken of [verdachte] in de

buurt is.

De bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven, inhoudende:

Op 12 december 2025 had ik telefonisch contact opgenomen met [slachtoffer] . Zij vertelde mij het volgende: “ik was woensdag op school en zag dat [verdachte] weer rondom school liep. hij had een route genomen langs mijn klas. Ik zag ook dat hij een tijdje stilstond. Op 11 december 2025 was er weer iets voorgevallen. Ik stond bij school te wachten en zag dat [verdachte] er ook stond. Hier is een getuige van geweest en dat is [getuige 3] . [verdachte] bleef de hele tijd zo intimiderend naar mij kijken.

Toen ik wegfietste moest ik langs hem heen fietsen en hoorde ik hem zeggen: “Heks dat je bent.”

Ik zag op zaterdag 13 december 2025 dat ik een klantverzoek had van getuige [getuige 3] . Ik had haar gebeld en zij vertelde in woorden van gelijke strekking het

volgende: "Afgelopen donderdag 11 december 2025 stond ik bij het schoolplein om mijn kinderen op te halen. Ik zag [verdachte] weer staan. [slachtoffer] stond ook te wachten. Ik zag dat [verdachte] wederom zo indringend en lang naar [slachtoffer] keek. Ik zag dat [slachtoffer] op een gegeven moment wegfietste, ze fietste langs [verdachte] heen. Ik zag dat [verdachte] iets tegen haar zei. Ik zag dat hij continue naar haar keek."

De verklaring van getuige [getuige 4] voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven, inhoudende:

Op 17 juli 2025 bracht ik onze zoon naar school. Dat is de [school] in [woonplaats] . Toen zag ik in de gang [verdachte] lopen. Ik zag dat hij voor mij liep, in de richting van de klas van [slachtoffer] (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer]). Ik ging toen in de deurpost staan van haar lokaal. Ik voelde dat [verdachte] dicht achter mij stond. Ik gok dat dit een halve meter was. Ik zag hem in mijn ooghoek schuin achter mij staan. Ik merkte dat hij over mijn schouder probeerde te kijken. Daarna kwam er een juf uit de andere klas en ik zag dat zij hem aan de praat hield. Toen ik dat merkte trok ik de deur dicht. Ondertussen was ik [slachtoffer] gerust aan het stellen. Ik zag dat [slachtoffer] in pure paniek was. [verdachte] had niets te zoeken bij het klaslokaal van [slachtoffer] .

De verklaring van getuige [getuige 3] voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven, inhoudende:

Ik stond op 16 oktober 2025 bij het schoolplein te wachten tot de school uit was. Ik stond links naast [slachtoffer] (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer]). Ik stond ongeveer 5 meter van [slachtoffer] af. Ik zag dat [verdachte] links van mij stond. Hij stond ongeveer 15 meter van mij af. Ik zag dat [slachtoffer] een hele gespannen houding had. Toen zag ik dat [verdachte] met zijn kinderen, via de stoep op ons aflopen. Ik zag dat hij constant naar [slachtoffer] keek. Ik zag dat hij constant oogcontact zocht met [slachtoffer] . Ik zag dat hij op maximaal een meter van [slachtoffer] om haar heen liep. Ik zag dat hij zijn pas vertraagde. Ik zag dat hij iets tegen [slachtoffer] zei, maar ik kon het niet verstaan wat hij zei. Ik zag dat [slachtoffer] hem niet aankeek, maar voor zich uit keek.

Op het moment dat [verdachte] weet dat [slachtoffer] ergens is, had ik hem meerdere keren naar [slachtoffer] indringend zien kijken. Dat was soms langer dan 10 minuten.

De verklaring van getuige [getuige 5] voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven, inhoudende:

Ik ben werkzaam als voorzitter van de examencommissie van de Pabo. Een van de studenten betreft [slachtoffer] . Op 3 juli 2025 om 22.01 uur kregen wij, vanuit de examencommissie, een mail van ene [verdachte] . In deze mail vertelde [verdachte] dat hij ons op de hoogte wilde stellen van fraude dat gepleegd zou zijn door mevrouw [slachtoffer] . Hierin benoemde hij dat hij stukken had geschreven die [slachtoffer] zou hebben ingeleverd voor een examenopdracht. Zodoende sprak ik op 16 juli 2025 telefonisch met meneer [verdachte] . De essentie van dat gesprek was:

- [verdachte] zei dat hij de stukken had geschreven voor haar

- Dat [slachtoffer] de reden was dat [verdachte] huwelijksproblemen heeft;

- Dat [slachtoffer] schuldig is dat zijn vrouw weg is.

Omdat we niet zeker wisten dat er gefraudeerd was hebben we de zaak afgedaan als geen fraude.

De bevindingen van verbalisant [verbalisant 3] voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven, inhoudende:

Ik zag dat op 3 juli 2025 om 22.01 er een mail is verstuurd vanaf [verdachte] @gmail.com richting het mailadres van de school.

In deze mail las ik het volgende:

Langs deze weg wil ik u op de hoogte stellen van het mogelijk plegen van fraude/plagiaat door een van uw studenten, namelijk mejuffrouw [slachtoffer] .

Daarnaast heeft mejuffrouw [slachtoffer] zich langdurig schuldig gemaakt aan het overtreden van het 10e gebod, gij zult niet begeren andermans man. Ook overtreedt zij het 9e gebod door een valse getuigenis in deze af te leggen. In plaats van haar verantwoordelijkheid te nemen en haar schuld te aanvaarden neemt zij de rol van slachtoffer op zich.

De verklaring van getuige [getuige 6] voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven, inhoudende:

Ik ben leerkracht op de [school] in [woonplaats] . Het was net voor de zomervakantie, ik dacht dat het in juni of juli was in 2025. Het was na schooltijd. De school was verder al helemaal leeg. Toen ik naar de gang keek zag ik daar meneer lopen. Ik dat [slachtoffer] (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer]) op school was, dus ik ben mijn lokaal uitgegaan en zag toen eigenlijk gelijk dat er een vader van haar groep voor haar deur stond. Ik zag dat meneer [verdachte] tussen onze twee lokalen in stond en in de richting van het lokaal van [slachtoffer] keek. Ik schat dat meneer [verdachte] ongeveer drie minuten bij de deur van [slachtoffer] had gestaan.

De verklaring van de verdachte ter terechtzitting voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven, inhoudende:

Ik ben langs [slachtoffer] gelopen en ik heb haar toen vuile leugenaar genoemd.

Ik heb dat uit frustratie gedaan omdat ik niet met haar in gesprek kom.

Ik ben in en rond de school weleens vaker in de buurt van [slachtoffer] geweest en langs haar en haar klaslokaal gelopen.

Ik heb op 3 juli 2025 een e-mailbericht aan de examencommissie gestuurd. In dat bericht heb ik vermeld dat [slachtoffer] mogelijk fraude/plagiaat zou hebben gepleegd. Ook heb ik vermeld dat zij zich schuldig had gemaakt aan 10e gebod, te weten “Gij zult niet begeren andermans man.” Daarnaast heb ik vermeld dat zij ook het 9e gebod heeft overtreden door een valse getuigenis af te leggen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand