ECLI:NL:RBMNE:2026:706

ECLI:NL:RBMNE:2026:706

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 18-02-2026
Datum publicatie 02-03-2026
Zaaknummer C/16/594289 / HA ZA 25-282
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Nieuwe luxe auto voldoet niet aan koopovereenkomst. Koper mocht verwachten dat hij nagenoeg probleemloos kon rijden en de opties nagenoeg probleemloos zouden functioneren. Veel storingsmeldingen, na ingebrekestelling niet volledig hersteld

Uitspraak

RECHTBANK Midden-Nederland

Civiel recht

Zittingsplaats Utrecht

Zaaknummer: C/16/594289 / HA ZA 25-282

Vonnis van 18 februari 2026

in de zaak van

[eiser] h.o.d.n. [onderneming],

wonend in [woonplaats] ,

eisende partij in conventie,

verwerende partij in voorwaardelijke reconventie,

hierna te noemen: [eiser] ,

advocaat: mr. D. Plana,

tegen

de besloten vennootschap

HEDIN AUTOMOTIVE 1M B.V.,

gevestigd in Nieuwegein ,

gedaagde partij in conventie,

eisende partij in voorwaardelijke reconventie

hierna te noemen: Hedin,

advocaat: mr. M.H. Adema.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties 1 tot en met 18 van [eiser] ,- de conclusie van antwoord tevens houdende een voorwaardelijk eis in reconventie, met producties 1 tot en met 12 van Hedin,- de conclusie van antwoord in reconventie met productie 19 van [eiser] ,

- de akte overlegging producties 20 toten met 23 van [eiser] ,- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,

- de mondelinge behandeling van 20 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,

- de spreekaantekeningen van [eiser] ,

- de pleitaantekeningen van Hedin.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De kern van de zaak

[eiser] heeft bij Hedin een nieuwe auto gekocht. Omdat de auto niet aan de verwachtingen van [eiser] voldeed, heeft hij de koopovereenkomst op 7 januari 2025 buitengerechtelijk ontbonden. [eiser] wil dat de rechtbank voor recht verklaart dat hij de koopovereenkomst rechtsgeldig heeft ontbonden en anders alsnog ontbindt of vernietigt en Hedin veroordeelt om de koopprijs van de auto aan [eiser] terug te betalen, verminderd met een vergoeding voor de periode dat [eiser] gebruik heeft kunnen maken van de auto. Hedin wil dat de vordering wordt afgewezen en anders dat [eiser] wordt veroordeeld om de auto gelijktijdig vrij en onbezwaard aan Hedin af te leveren. Daarbij wil Hedin dat de gebruikersvergoeding op een andere wijze wordt berekend dan door [eiser] voorgesteld. De rechtbank oordeelt dat [eiser] de koopovereenkomst rechtsgeldig buitengerechtelijk heeft ontbonden. De vordering van [eiser] wordt grotendeels toegewezen. De (voorwaardelijke) tegenvordering van Hedin wordt gedeeltelijk toegewezen.

3. De beoordeling

[eiser] is (zelfstandig) bevoegd om de vordering in te stellen

[eiser] heeft op 21 april 2023 een fabrieksnieuwe Mercedes-Benz GLZ (verder: de auto) gekocht voor een bedrag van € 85.329,00 inclusief 21% btw en bpm. [eiser] heeft voor de aankoopprijs een financial leaseovereenkomst gesloten met LFH Lease B.V. (verder: LFH). Daardoor is [eiser] wel de economische eigenaar, maar (nog) niet de juridische eigenaar van de auto, dat is LFH. Volgens Hedin is [eiser] niet (zelfstandig) bevoegd om de vordering in te stellen. De rechtbank volgt dit standpunt niet en legt dat hierna uit.

[eiser] heeft een cessieovereenkomst overgelegd waaruit volgt dat LFH haar rechten om Hedin uit hoofde van de koopovereenkomst aan te spreken overdraagt aan [eiser] . In de cessieovereenkomst wordt eerst overwogen dat “Lessee bij het Object gebreken heeft geconstateerd, waarvoor hij de Leverancier wenst aan te spreken;” en daarna dat “LFH bereid is zijn rechten om de Leverancier uit hoofde van de koopovereenkomst met de Leverancier aan te spreken, hierna te noemen: “de Vordering”, aan Lessee over te dragen zodat de Lessee de Leverancier kan aanspreken”. Hieruit blijkt duidelijk dat [eiser] gerechtigd is Hedin aan te spreken vanwege gebreken aan de auto. Daaronder kan ook worden begrepen het ontbinden of vernietigen van de koopovereenkomst vanwege gebreken aan de auto. Volgens Hedin had LFH de vordering (mede) moet instellen, omdat geen sprake is van een onomkeerbare cessie en is LFH dus (mede) eiser. Uit de cessieovereenkomst volgt echter dat LFH de vordering om Hedin uit hoofde van de overeenkomst aan te spreken onvoorwaardelijk aan [eiser] cedeert zodat [eiser] zelfstandig bevoegd is om de vordering in te stellen. Dat in de cessieovereenkomst is opgenomen dat [eiser] op eerste verzoek gehouden is tot medewerking aan retrocessie van de vordering maakt dat niet anders. Het risico dat [eiser] de auto niet kan teruggeven wordt ondervangen door toewijzing van de voorwaardelijke vordering van Hedin.

[eiser] heeft de koopovereenkomst op 7 januari 2025 rechtsgeldig buitengerechtelijk ontbonden

[eiser] heeft de koopovereenkomst op 7 januari 2025 buitengerechtelijk ontbonden, omdat de auto volgens hem niet voldeed aan wat hij daarvan op grond van de koopovereenkomst mocht verwachten. [eiser] wil (primair) dat de rechtbank voor recht verklaart dat deze buitengerechtelijke ontbinding rechtsgeldig is. De rechtbank wijst de gevorderde verklaring voor recht toe. De rechtbank legt dit oordeel hierna uit.

De consumentenbeschermende bepalingen uit boek 7 van het Burgerlijk Wetboek zijn niet van toepassing

[eiser] doet (primair) een beroep op de consumentenbeschermende bepalingen uit boek 7 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Deze consumentenbeschermende bepalingen uit boek 7 BW zijn van toepassing als de koop van in dit geval de auto is gesloten tussen een professionele verkoper en een consument: een koper, natuurlijk persoon, die handelt voor doeleinden buiten zijn bedrijfs- of beroepsactiviteit. Volgens [eiser] moet hij (in dit geschil) als consument worden aangemerkt, maar volgens Hedin is dat niet zo.

Voor beantwoording van de vraag of [eiser] (in dit geschil) als consument moet worden aangemerkt, is niet van belang over welke kennis en ervaring hij beschikt en evenmin of hij een onderneming drijft. Het begrip consument is namelijk een objectief begrip: het doel van de overeenkomst bepaalt of [eiser] als consument aangemerkt moet worden. Daarbij moet onderzocht worden of de koopovereenkomst deel uitmaakt van activiteiten die niets te maken hebben met de uitoefening van een beroep of een bedrijf. Wat het doel van de overeenkomst is, moet worden vastgesteld aan de hand van alle omstandigheden van het geval, en met name aan de hand van de aard van het goed of de dienst waar de overeenkomst betrekking op heeft.

De rechtbank oordeelt dat [eiser] (in dit geschil) niet als consument moet worden aangemerkt. [eiser] heeft de auto aangeschaft op naam van zijn onderneming ( [onderneming] ) en heeft de aankoop gefinancierd met een zakelijke financial leaseovereenkomst. Dit wijst erop dat het doel van de overeenkomst verband houdt met de uitoefening van zijn bedrijf. [eiser] stelt wel dat hij tijdens de koop aan Hedin heeft medegedeeld dat hij de auto wilde kopen voor privégebruik, maar dat wordt door Hedin betwist en omdat [eiser] zijn stelling niet heeft onderbouwd, kan de rechtbank dit niet vaststellen. Uit de verklaringen van [eiser] tijdens deze procedure blijkt bovendien dat hij de auto (ook) voor beroepsactiviteiten inzet. Zo heeft hij verklaard hij dat hij heeft gekozen voor een financial leaseconstructie (onder andere) omdat hij bij zakelijke ritten dan geen uitgebreide kilometeradministratie hoeft bij te houden. De rechtbank is daarom van oordeel dat [eiser] (in dit geschil) niet als consument moet worden aangemerkt en de consumentenbeschermende bepalingen uit BW 7 niet van toepassing zijn.

De overige bepalingen uit boek 7 BW zijn wel van toepassing.

De volgende vraag die moet worden beantwoord is of [eiser] (dan) wel een beroep kan doen op de overige bepalingen uit boek 7 BW. In artikel 11.6 van de algemene voorwaarden die op de koopovereenkomst van toepassing zijn staat namelijk:“ De wettelijke rechten van Boek 7 BW, waaronder het recht dat de afgeleverde zaak aan de overeenkomst moet beantwoorden, komen niet toe aan de klant die geen consument is” en Hedin doet hierop een beroep. De rechtbank oordeelt dat dit beroep niet slaagt voor zover Hedin bedoelt dat [eiser] , ook als hij niet wordt aangemerkt als consument, geen beroep kan doen op de bepalingen uit boek 7 BW. [eiser] stelt terecht dat dit beding onredelijk bezwarend is en het beding zal daarom worden vernietigd. De rechtbank legt dit hierna uit.

Uit de wet volgt dat een beding in algemene voorwaarden vernietigbaar is als het “gelet op de aard en de overige inhoud van de overeenkomst, de wijze waarop de voorwaarden zijn tot stand gekomen, de wederzijds kenbare belangen van partijen en de overige omstandigheden van het geval, onredelijk bezwarend is voor de wederpartij”.

Voor overeenkomsten met een consument bevat de wet vervolgens een lijst van bedingen die geacht worden onredelijk bezwarend te zijn (de ‘zwarte lijst’) en een lijst van bedingen die vermoed worden onredelijk bezwarend te zijn (de ‘grijze lijst’). [eiser] doet een beroep op deze lijsten, ook als hij niet als consument wordt aangemerkt. Of [eiser] in dit geval een beroep op (reflexwerking van) deze lijsten toekomt, kan buiten beschouwing blijven. Een beding, waarin álle rechten uit boek 7 BW – waaronder expliciet het recht dat de afgeleverde zaak aan de overeenkomst moet beantwoorden – terzijde worden geschoven, is per definitie onredelijk bezwarend. Dat geldt eens temeer nu niet is gesteld of gebleken dat de overeenkomst voor dit bezwarende beding enig compenserend voordeel bevat en ook niet is gebleken dat over de inhoud van dit bezwarende beding is onderhandeld.

De auto beantwoordt niet aan de overeenkomst

Uit boek 7 BW volgt dat de auto aan de overeenkomst moet beantwoorden. De auto beantwoordt niet aan de overeenkomst als de auto, mede gelet op de aard daarvan en de mededelingen die Hedin over de auto heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die [eiser] op grond van de overeenkomst mocht verwachten. De rechtbank oordeelt dat de auto niet de eigenschappen bezit die [eiser] op grond van de overeenkomst mocht verwachten. De rechtbank legt dit oordeel hierna uit.

[eiser] heeft een fabrieksnieuwe auto uit het luxesegment gekocht, voor € 85.329,00. [eiser] mag van een dergelijke auto verwachten dat hij de eerste jaren nagenoeg probleemloos kan rijden en bovendien de luxe opties nagenoeg probleemloos functioneren. Aan deze verwachting is niet voldaan. Het staat vast dat [eiser] al kort na de aankoop werd geconfronteerd met diverse technische storingen. In de maanden mei en juni 2023 werd [eiser] al geconfronteerd met een haperend panoramadak, een haperende achterklep, een haperend navigatiesysteem en een gebrekkig functionerende remassistent. In september 2023 werd [eiser] geconfronteerd met een krakende toon in het stuurhuis, in november 2023 met een storing in de koplampen en in december 2023 met een gebrekkige veiligheidsgordel. [eiser] heeft als gevolg hiervan meerdere malen de auto naar de werkplaats van Hedin moeten brengen voor herstel. De rechtbank begrijpt dat [eiser] de grootste problemen heeft ervaren doordat de auto herhaaldelijk een melding gaf dat het vermogen was gereduceerd en de auto overschakelde naar de “noodloopstand”. Daardoor kon [eiser] slechts nog met een beperkte snelheid verder rijden. Hoewel tussen partijen in geschil is hoe vaak dit precies is gebeurd, staat vast dat de auto in ieder geval twee keer naar de noodloopstand is overgeschakeld, in december 2023 en in november 2024. Volgens Hedin in december 2023 vanwege een afwateringsprobleem van de airco en in november 2024 doordat de brandstofdruk te hoog was. Omdat de auto, ondanks meerdere herstelpogingen, problemen bleef geven (waaronder de overschakeling naar de noodloopstand), heeft (de gemachtigde van) [eiser] op 23 oktober 2024 Hedin een laatste kans gegeven om “de Mercedes volledig te herstellen, waardoor de non-conformiteit kan worden opgeheven en de Mercedes alsnog aan de koopovereenkomst zal beantwoorden”. Vervolgens heeft Hedin (wederom) herstelwerkzaamheden uitgevoerd, waarbij de lage en hoge drukpomp van het brandstofsysteem zijn vervangen, de stabilisatorstand aan de voorzijde compleet is vervangen, het stuurhuis compleet is vervangen en de rubbers en aansluiting van het panoramadak met speciaal vet zijn ingesmeerd. De auto heeft van 18 tot 27 november 2024 bij Hedin gestaan, waarna Hedin [eiser] heeft bericht dat de auto weer klaar staat en in orde is bevonden. Volgens [eiser] is de auto daarna (op 12 december 2024) wéér naar de noodloopstand overgeschakeld. Hedin betwist dat weliswaar, met een e-mail van een van haar medewerkers die verklaart dat uit een korte test die op 19 december 2024 is uitgevoerd geen duidelijke foutcode bleek die te relateren was aan de klacht van [eiser] , maar dat is onder de gegeven omstandigheden onvoldoende. Het staat immers vast dat [eiser] zich op 19 december 2024 bij Hedin heeft gemeld vanwege motorproblemen en [eiser] heeft een foto van de datum 12 december 2024 overgelegd, waaruit volgt dat de auto de storingsmelding “vermogen sterk gereduceerd” aangaf. De rechtbank heeft geen aanleiding om aan de authenticiteit van deze foto te twijfelen. [eiser] heeft hiermee voldoende onderbouwd dat de auto ná het herstel wéér de stortingsmelding “vermogen sterk gereduceerd” aangaf en overschakelde naar de noodloopstand. Naar het oordeel van de rechtbank bezit de auto hiermee niet de eigenschappen die [eiser] van een fabrieksnieuwe auto uit het luxesegment mocht verwachten. [eiser] heeft immers de eerste jaren niet probleemloos kunnen rijden en niet alle luxe opties functioneren probleemloos, terwijl hij dat van een fabrieksnieuwe auto uit het luxesegment wel mocht verwachten.

Van eigen schuld aan de zijde van [eiser] is niet gebleken

Hedin stelt dat niet uitgesloten kan worden dat [eiser] de storingen zelf heeft veroorzaakt. Hedin heeft deze stelling niet onderbouwd, zodat de rechtbank niet kan vaststellen dat [eiser] zelf schuldig is aan het ontstaan van de storingen.

De tekortkoming rechtvaardigt de ontbinding

Het feit de auto niet aan de overeenkomst beantwoordt, levert aan de zijde van Hedin een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst op. Uit de wet volgt dat [eiser] de overeenkomst dan mag ontbinden, tenzij de tekortkoming gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Hedin stelt dat daarvan sprake is, omdat alle problemen kosteloos zijn verholpen en vanaf eind 2024 geen storingsmeldingen meer zijn ontvangen. Weliswaar was een groot deel van de technische storingen beperkt van omvang en zijn deze door Hedin kosteloos hersteld, maar dat neemt niet weg dat [eiser] het ongemak van deze storingen heeft ervaren, terwijl hij dat niet had hoeven verwachten van een fabrieksnieuwe auto uit het luxesegment. De storing waardoor de auto in de noodloopstand overschakelde is naar het oordeel van de rechtbank bovendien geen storing van beperkte omvang. Immers, wanneer de auto plots slechts nog met een lage snelheid verder kan rijden (nog daargelaten of dit nou slechts 15 km/uur is zoals [eiser] stelt of 50-80 km/uur zoals Hedin stelt), kunnen (op de snelweg) gevaarlijke situaties ontstaan. Het is niet onbegrijpelijk dat [eiser] hiermee het vertrouwen in de auto is verloren, terwijl [eiser] juist van een fabrieksnieuwe auto uit het luxesegment mag verwachten dat deze betrouwbaar is. Bovendien is, zoals hiervoor overwogen, ook niet vastgesteld dat deze storing na de laatste herstelpoging eind 2024 is hersteld.

Hedin is in verzuim geraakt

De gemachtigde van [eiser] heeft Hedin in de brief van 23 oktober 2024 een termijn van vier weken gegeven om de auto volledig te herstellen. Doordat, ondanks herstel, de storingsmelding “vermogen sterk gereduceerd” wéér is opgetreden, is Hedin in verzuim is geraakt en mocht [eiser] de koopovereenkomst op 7 januari 2025 buitengerechtelijk ontbonden.

[eiser] moet de auto aan Hedin teruggeven en Hedin moet de koopsom verminderd met een gebruikersvergoeding aan [eiser] terugbetalen

Door de ontbinding ontstaan voor partijen verbintenissen tot ongedaanmaking van reeds ontvangen prestaties. Dit betekent dat Hedin de koopsom aan [eiser] moet terug betalen en dat [eiser] verplicht is tot teruggave van de auto.

Partijen zijn het erover eens dat op de door Hedin terug te betalen koopsom een gebruikersvergoeding in mindering moet worden gebracht, omdat [eiser] de auto bijna drie jaar heeft gebruikt. Zonder daarvoor een vergoeding te hoeven betalen, zou [eiser] ongerechtvaardigd verrijkt worden. Partijen zijn het echter niet eens over de hoogte van de gebruikersvergoeding. Volgens [eiser] moet uitgegaan worden vast een gebruikelijke afschrijving van 10% per jaar, die vervolgens moet worden gehalveerd “omdat de gebreken hebben geleid tot een aanzienlijk vermindering van het comfort en genot en [eiser] meerdere keren in gevaarlijke situaties hebben gebracht”. Volgens Hedin moet de gebruikersvergoeding worden vastgesteld op het verschil tussen de koopprijs en de dagwaarde van de auto op het moment van afgifte.

De rechtbank sluit voor het bepalen van de hoogte van de gebruikersvergoeding aan bij de afschrijving van de auto. De rechtbank gaat daarbij uit van een afschrijving van 10% per jaar. Weliswaar hebben nieuwe auto’s in de eerste paar jaar een hogere afschrijving en schrijven auto’s uit het luxe segment, zoals de auto waar het in deze zaak over gaat, sneller af dan bijvoorbeeld populaire middenklassers, maar uit dat wat hiervoor is overwogen blijkt dat [eiser] niet het genot heeft gekregen dat hij had mogen verwachten van een fabrieksnieuwe auto uit het luxe segment. Ook voor de periode dat [eiser] de auto na de buitengerechtelijke ontbinding (noodgedwongen) is blijven gebruiken, moet [eiser] een gebruikersvergoeding betalen. De afschrijving van 10% per jaar is veel lager dan de werkelijke afschrijving, zodat de rechtbank geen aanleiding ziet om deze nog eens te halveren, zoals [eiser] heeft gevraagd. De rechtbank gaat daarom uit van 2 jaren en 10 maanden gebruik, wat neerkomt op een gebruikersvergoeding van € 21.972,47. [eiser] zal daarom worden veroordeeld aan Hedin het bedrag van € 85.329,00 - € 21.972,47 = € 63.356,53 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente zoals gevorderd.

Hedin vreest dat [eiser] niet aan de verplichting kan voldoen om de auto terug te geven, omdat hij niet de juridische eigenaar is van de auto. De rechtbank is van oordeel dat dit kan worden ondervangen door, zoals door Hedin in (voorwaardelijke) reconventie gevorderd, [eiser] te veroordelen de auto vrij en onbezwaard (zonder last of beperkingen) aan Hedin af te geven, gelijktijdig aan het moment dat Hedin de koopsom (verminderd met de gebruikersvergoeding) terugbetaalt. Deze (voorwaardelijke) vordering van Hedin in reconventie wordt daarom toegewezen.

Hedin moet buitengerechtelijke incassokosten vergoeden

[eiser] vordert een vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten ter hoogte van € 1.560,03. Deze vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). [eiser] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht en deze niet – in tegenstelling tot wat Hedin stelt - uitsluitend hebben gediend ter instructie van de zaak. [eiser] heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Het door [eiser] gevorderde bedrag is echter niet volledig toewijsbaar. [eiser] is voor de hoogte aangesloten bij de staffel uit het Besluit. De daarin genoemde bedragen worden weliswaar redelijk geacht, maar [eiser] is uitgegaan van een hoofdsom van € 85.329,00. De toewijsbare hoofdsom is € 63.356,53. De volgens het Besluit daarover toewijsbare buitengerechtelijke incassokosten zijn € 1.408,57. De rechtbank zal Hedin veroordelen dit bedrag aan [eiser] te betalen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen zoals gevorderd.

Hedin moet de proceskosten in conventie betalen

Hedin is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

122,35

- griffierecht

1.374,00

- salaris advocaat

2.580,00

(2 punten × € 1.290,00)

- nakosten

189,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

4.265,35

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

De proceskosten in (voorwaardelijke) reconventie worden gecompenseerd

Hedin is gedeeltelijk in het (on)gelijk gesteld in (voorwaardelijke) reconventie. De rechtbank volgt immers niet het standpunt van Hedin wat betreft de berekening van de gebruikersvergoeding en bovendien is door [eiser] terecht opgemerkt dat het niet nodig was daarvoor een (voorwaardelijke) eis in reconventie in te stellen. Zij had dit standpunt ook als verweer in conventie kunnen aanvoeren. De rechtbank ziet daarentegen wel het belang van Hedin bij het instellen van haar (voorwaardelijke) eis in reconventie wat betreft de teruggave van de auto, om de reden dat [eiser] niet de juridische eigenaar is. De rechtbank vindt het onder deze omstandigheden redelijk de proceskosten in (voorwaardelijke) reconventie te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

De veroordelingen worden uitvoerbaar bij voorraad verklaard

De rechtbank zal de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals gevorderd, met uitzondering van de verklaring van recht, omdat die naar haar aard niet vatbaar is voor tenuitvoerlegging en daarom niet uitvoerbaar bij voorraad kan worden verklaard. Dat de overige veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad zijn betekent dat deze veroordelingen moeten worden gevolgd, ook als een van partijen hoger beroep instelt tegen deze veroordelingen. De veroordeling van de rechtbank geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.

4. De beslissing

De rechtbank

In conventie

verklaart voor recht dat [eiser] de koopovereenkomst rechtsgeldig buitengerechtelijk heeft ontbonden,

veroordeelt Hedin tot betaling van € € 63.356,53 (de koopprijs minus de gebruikersvergoeding) binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 januari 2025 tot aan de dag van volledige betaling,

veroordeelt Hedin om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 1.408,57 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf de dag van dagvaarding, tot de dag van volledige betaling

veroordeelt Hedin in de proceskosten van € 4.265,35, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Hedin niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

veroordeelt Hedin tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald

In reconventie

veroordeelt [eiser] gelijktijdig aan het moment dat Hedin het bedrag onder 4.2 aan hem terugbetaalt de Mercedes met het kenteken [kenteken] vrij en onbezwaard (zonder last of beperkingen) aan Hedin af te geven,

compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt

In conventie en in reconventie

verklaart de veroordelingen onder 4.2 tot en met 4.7 uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.L. Rijnbout en in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?