ECLI:NL:RBMNE:2026:7075

ECLI:NL:RBMNE:2026:7075

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 07-10-2026
Datum publicatie 15-10-2026
Zaaknummer 12102074 \ UC EXPL 26-1310
Rechtsgebied Civiel recht; Arbeidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Vordering tot ontbinding van de vaststellingsovereenkomst afgewezen. Ook vorderingen tot betaling van achterstallig loon, de wettelijke verhoging en de wettelijke rente afgewezen, gelet op ontbreken van voorbehoud in vaststellingsovereenkomst en de finale kwijting-bepaling.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Utrecht

Zaaknummer: 12102074 \ UC EXPL 26-1310

Vonnis van 7 oktober 2026

in de zaak van

[eisende partij] ,

wonend in [woonplaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eisende partij] ,

gemachtigde: mr. H. Sala,

tegen

[gedaagde partij] handelend onder de naam [handelsnaam],

wonend in [woonplaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde partij] ,

gemachtigde: mr. J.A. Macken.

1. De procedure

De kantonrechter heeft de volgende stukken ontvangen:

- de dagvaarding met producties 1 tot en met 33;

- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 15.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 3 september 2026. Daarbij is [eisende partij] verschenen, vergezeld van zijn vader en bijgestaan door de gemachtigde. Ook [gedaagde partij] was aanwezig, bijgestaan door de gemachtigde.

Beide partijen hebben hun standpunten toegelicht en hebben de vragen van de kantonrechter beantwoord. Ook hebben zij op elkaar kunnen reageren. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er is besproken.

De kantonrechter heeft de datum van het vonnis bepaald op vandaag.

2. De kern van de zaak

Partijen hebben een vaststellingsovereenkomst gesloten over de beëindiging van het dienstverband van [eisende partij] bij [gedaagde partij] . In deze procedure vordert [eisende partij] ontbinding van deze vaststellingsovereenkomst, omdat er sprake zou zijn van een tekortkoming door [gedaagde partij] . Verder vordert [eisende partij] betaling van achterstallig loon, de wettelijke verhoging en de wettelijke rente over te laat gedane loonbetalingen (vanwege loonstops) in 2025.

De kantonrechter wijst de vorderingen van [eisende partij] af en veroordeelt [eisende partij] in de kosten van deze procedure. De kantonrechter legt dat hierna uit.

3. De achtergrond van het geschil

Sinds 6 april 2016 is [eisende partij] in dienst bij [gedaagde partij] .

Op 21 januari 2025 heeft [eisende partij] zich ziek gemeld. Tijdens de periode van arbeidsongeschiktheid heeft [gedaagde partij] aan [eisende partij] verschillende loonstops opgelegd.

Op 29 augustus 2025 zijn partijen tot overeenstemming gekomen over de beëindiging van het dienstverband van [eisende partij] . Op diezelfde dag is de vaststellingsovereenkomst door beide partijen ondertekend. Partijen zijn hierbij overeengekomen dat het dienstverband van [eisende partij] met ingang van 1 november 2025 zou eindigen.

Op het moment van ondertekening van de vaststellingsovereenkomst was er door [gedaagde partij] een loonstop opgelegd. Vanaf de datum van ondertekening van de vaststellingsovereenkomst heeft [gedaagde partij] het loon weer aan [eisende partij] betaald, zoals partijen ook waren overeengekomen.

Verder waren in de vaststellingsovereenkomst onder andere de volgende afspraken opgenomen:

“…

Artikel 4 – Beëindigingsvergoeding

1. Werkgever is bereid aan Werknemer per de Beëindigingsdatum een vergoeding toe

te kennen ten bedrage van € 8.170,32 bruto. Dit bedrag komt overeen met de wettelijke transitievergoeding ex artikel 7:673 BW.

2. Betaling van het netto-equivalent van de beëindigingsvergoeding geschiedt rechtstreeks aan Werknemer op het bij Werkgever bekende bankrekeningnummer onder aftrek van de wettelijke inhoudingen, binnen een maand na de Beëindigingsdatum.

Artikel 6 – Eigendommen van werkgever

Werknemer zal in het kader van de arbeidsovereenkomst ter beschikking gestelde zaken en/of bescheiden, waaronder begrepen (afschriften of duplicaten van ) documenten, correspondentie, digitale bestanden en/of andere informatiedragers, wederom aan Werkgever ter hand stellen en wel uiterlijk binnen 7 dagen na ondertekening van deze overeenkomst op de vestiging van Werkgever. Het is Werknemer niet toegestaan bedrijfseigendommen van Werkgever in bezit te houden.

Artikel 11 – Finale kwijting

1. Partijen verklaren dat, behoudens de afspraken zoals vastgelegd in onderhavige beëindigingsovereenkomst, er geen andere afspraken en/of overeenkomsten meer bestaan, althans deze afspraken en/of overeenkomsten teniet worden gedaan met deze beëindigingovereenkomst, die bedoelt de afspraken om te komen tot een beëindiging van de arbeidsovereenkomst uitputtend te regelen.

2. Partijen zijn het erover eens dat Werknemer in verband met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst geen recht heeft op vergoedingen of voorzieningen op grond van lopende afspraken, zoals uit individuele afspraken of CAO of een sociaal plan.

3. Partijen verlenen elkaar na effectuering van al het vorenstaande finale kwijting over en weer terzake al hetgeen zij van elkaar te vorderen hebben en/of mochten hebben uit hoofde van het dienstverband, de beëindiging daarvan, een (eventueel) toepasselijke CAO, een sociaal plan, bedrijfseigen regelingen, een wachtgeldregeling, een pensioenregeling, arbeidsomstandigheden en overige primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden. De finale kwijting strekt zich niet uit over feiten en omstandigheden die Partijen bij ondertekening van deze overeenkomst in redelijkheid niet bekend zijn.

…”

4. De beoordeling

Geen ontbinding van de vaststellingsovereenkomst

Volgens [eisende partij] is [gedaagde partij] zijn verplichtingen uit de vaststellingsovereenkomst niet nagekomen. Zo stelt [eisende partij] dat [gedaagde partij] na het sluiten van de vaststellingsovereenkomst een voorschotbetaling heeft gedaan in plaats van een reguliere loonbetaling, het loon te laat heeft betaald, de beëindigingsvergoeding te laat heeft betaald en hierop ten onrechte bedragen heeft ingehouden. Dit alles maakt dat er sprake is van een tekortkoming aan de kant van [gedaagde partij] , die maakt dat de vaststellingsovereenkomst moet worden ontbonden.

Volgens [gedaagde partij] is er geen sprake van een tekortkoming die de ontbinding van de vaststellingsovereenkomst rechtvaardigt. [gedaagde partij] heeft tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat het klopt dat de beëindigingsvergoeding later is betaald dan was afgesproken. De reden voor het later betalen kwam volgens [gedaagde partij] omdat [eisende partij] zich niet hield aan de afspraken uit de vaststellingsovereenkomst. Zo was overeengekomen dat [eisende partij] binnen 7 dagen na de ondertekening van de vaststellingsovereenkomst de eigendommen van de werkgever moest inleveren en dat heeft [eisende partij] niet gedaan. Het ging hierbij volgens [gedaagde partij] om werkkleding en digitale (bron)bestanden (een kerstfolder). Nadat [gedaagde partij] [eisende partij] verschillende keren heeft aangemaand om de spullen te komen inleveren, maar [eisende partij] dit niet deed, heeft [gedaagde partij] de betaling van de beëindigingsvergoeding opgeschort. [eisende partij] heeft de bedrijfskleding uiteindelijk zwaar beschadigd ingeleverd bij [gedaagde partij] . De digitale (bron)bestanden heeft [gedaagde partij] tot op heden niet van [eisende partij] ontvangen. [gedaagde partij] heeft hierop besloten de schade te verrekenen met de beëindigingsvergoeding. Uiteindelijk heeft [gedaagde partij] in januari 2026 alsnog het restant van de beëindigingsvergoeding betaald aan [eisende partij] .

De kantonrechter overweegt dat de wettelijke hoofdregel is dat iedere tekortkoming de bevoegdheid geeft om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming te gering (of bijzonder van aard) is om de ontbinding met haar gevolgen te rechtvaardigen. Van de niet nagekomen verplichtingen die [eisende partij] [gedaagde partij] verwijt, is de kantonrechter van oordeel dat alleen de niet-tijdige betaling van de beëindigingsvergoeding kan worden aangemerkt als een tekortkoming. Van de overige verplichtingen is niet komen vast te staan dat [gedaagde partij] deze niet is nagekomen of was er voor het niet-nakomen een goede verklaring. Voor het niet op tijd betalen van de beëindigingsvergoeding is de kantonrechter van oordeel dat deze tekortkoming niet de ontbinding van de vaststellingsovereenkomst rechtvaardigt. Hierbij is voor de kantonrechter van belang dat ook [eisende partij] zijn verplichtingen uit de vaststellingsovereenkomst niet is nagekomen. Zo heeft hij de bedrijfskleding van [gedaagde partij] niet op tijd ingeleverd. Dit had hij al moeten doen voor 5 september 2025, maar dat heeft hij niet gedaan, ook niet nadat hij hier nog twee keer uitdrukkelijk om is verzocht. De digitale (bron)bestanden heeft [gedaagde partij] nog steeds niet teruggekregen. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat [gedaagde partij] een gegronde reden had om de betaling van de beëindigingsvergoeding op te schorten. Uiteindelijk heeft [gedaagde partij] in januari 2026 alsnog het restant van de beëindigingsvergoeding aan [eisende partij] betaald. Het niet op tijd betalen van de beëindigingsvergoeding rechtvaardigt daarom in dit geval niet de ontbinding van de vaststellingsovereenkomst. Deze vordering wordt afgewezen.

Geen recht op achterstallig loon, de wettelijke verhoging of de wettelijke rente

[eisende partij] vordert betaling van het loon over de perioden 8 en 9 van 2025 (van 1 augustus 2025 tot 29 augustus 2025). Verder vordert hij de wettelijke verhoging en de wettelijke rente over verschillende loonbetalingen die door [gedaagde partij] aan [eisende partij] zijn gedaan in 2025.

De kantonrechter stelt vast dat partijen in artikel 11 van de vaststellingsovereenkomst over en weer finale kwijting zijn overeengekomen. Uit de inhoud van de vaststellingsovereenkomst volgt niet dat [eisende partij] enig voorbehoud heeft gemaakt ten aanzien van aanspraken op achterstallig loon, wettelijke verhoging of wettelijke rente. Wel blijkt uit de correspondentie dat [eisende partij] al eerder bij [gedaagde partij] had aangedrongen op tijdige betaling van het loon en dat hij aanspraak maakte op de wettelijke verhoging en de wettelijke rente. Als [eisende partij] ten aanzien van de niet-tijdige betalingen in 2025 nog aanspraak wilde maken op de wettelijke verhoging en de wettelijke rente, dan had het op de weg van [eisende partij] gelegen deze aanspraken mee te nemen in de onderhandelingen over de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, maar dat heeft hij kennelijk niet gedaan. In de vaststellingsovereenkomst is hiervoor geen enkel voorbehoud gemaakt.

Gelet op de finale kwijting-bepaling mocht [gedaagde partij] er daarom vanuit gaan dat er geen andere vorderingen meer waren volgens [eisende partij] , althans dat eventuele andere vorderingen onder de finale kwijting vielen. Daarbij is volgens de kantonrechter ook van belang dat [eisende partij] gedurende de onderhandelingen en het sluiten van de vaststellingsovereenkomst is bijgestaan door zijn gemachtigde. Dat er sprake is geweest van druk door [gedaagde partij] op [eisende partij] tot het ondertekenen van de vaststellingsovereenkomst is door [eisende partij] wel gesteld, maar dat is door [gedaagde partij] betwist en [eisende partij] heeft dit op geen enkele wijze onderbouwd. De kantonrechter wijst daarom ook deze vorderingen af.

Proceskosten

[eisende partij] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde partij] worden begroot op:

- salaris gemachtigde

€

864,00

(2 punten × € 432,00)

- nakosten

€

144,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

1.008,00

5. De beslissing

De kantonrechter

wijst de vorderingen van [eisende partij] af,

veroordeelt [eisende partij] in de proceskosten van € 1.008,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eisende partij] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.L. Rijnbout en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand