ECLI:NL:RBMNE:2026:708

ECLI:NL:RBMNE:2026:708

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 18-02-2026
Datum publicatie 02-03-2026
Zaaknummer 11928326 \ LC EXPL 25-2185
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Conservatoire maatregel
Zittingsplaats Lelystad

Samenvatting

Levering energie. Gedaagden moeten de voorschotfactuur en eindnota (opzegvergoeding) betalen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Lelystad

Zaaknummer: 11928326 \ LC EXPL 25-2185

Vonnis van 18 februari 2026

in de zaak van

[eiseres] B.V., voorheen handelend onder de naam [handelsnaam] B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eiseres] ,

gemachtigde: LAVG Gerechtsdeurwaarders,

tegen

1. [gedaagde sub 1] ,

gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde sub 1] ,2. [gedaagde sub 2] , vennoot van gedaagde sub 1,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde sub 2] ,3. [gedaagde sub 3] , vennoot van gedaagde sub 1,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde sub 3] ,

hierna samen te noemen: [gedaagden] ,

procederend in persoon.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 6 oktober 2025 met producties 1 tot en met 30;- de mondelinge conclusie van antwoord;- de conclusie van repliek met producties 31 tot en met 35;- de conclusie van dupliek.

De kantonrechter heeft besloten dat vandaag de uitspraak is.

2. De kern van de zaak

Tussen partijen is via een tussenpersoon van [eiseres] – [bedrijf 1] –een overeenkomst gesloten voor de levering van gas en elektriciteit (hierna: levering van energie). [gedaagden] heeft de voorschotfactuur van 9 augustus 2024 van

€ 2.704,00 niet betaald. Op 13 november 2024 heeft [eiseres] via het landelijk registratiesysteem van netwerkbeheerders van de nieuwe energieleverancier van [gedaagden] een opzegging van de overeenkomst ontvangen. [eiseres] heeft hierna de overeenkomst tussen partijen per die datum beëindigd en [gedaagden] een eindnota (inclusief opzegvergoeding vanwege voortijdige beëindiging van de overeenkomst) van € 18.968,91 gezonden. [gedaagden] heeft de eindnota niet betaald. [eiseres] wil daarom dat [gedaagden] de voorschotfactuur en de eindnota, met rente en kosten, alsnog betaalt. [gedaagden] erkent de voorschotfactuur, maar is het niet eens met de opzegvergoeding. De kantonrechter geeft [eiseres] gelijk. [gedaagden] moet aan [eiseres] het bedrag van € 21.672,91, met rente en kosten, betalen.

3. De beoordeling

[gedaagden] moet het bedrag van € 21.672,91 betalen

De voorschotfactuur van 9 augustus 2024 van € 2.704,00

Vaststaat dat partijen op 14 juli 2023 een overeenkomst tot levering van energie hebben gesloten. Op de overeenkomst zijn de algemene voorwaarden voor de levering van elektriciteit en gas aan zakelijke kleinverbruikers 2023 en de contractvoorwaarden MKB vaste looptijd van toepassing (zie producties 5 en 7 van [eiseres] ). [gedaagden] is op grond van de overeenkomst en de toepasselijke voorwaarden verplicht om de voorschotfactuur bij vooruitbetaling te betalen. De maandelijkse voorschotfactuur voor de levering van energie bedraagt € 2.704,00. [gedaagden] heeft de voorschotfactuur van 9 augustus 2024 niet betaald. [gedaagden] heeft de verschuldigdheid van de voorschotfactuur niet betwist, zodat de vordering tot betaling van de voorschotfactuur van € 2.704,00 wordt toegewezen. Dit betekent dat [gedaagden] aan [eiseres] het bedrag van € 2.704,00 moet betalen.

De eindnota van 9 december 2025 van € 18.986,91

[eiseres] vordert betaling van de eindnota van 9 december 2024 van € 18.986,91. De eindnota is opgebouwd uit twee componenten. Enerzijds een restantbedrag van € 9.484,19 voor de levering van energie voor de periode van 1 augustus 2024 tot 13 november 2024. Anderzijds een bedrag van € 20.300,71 aan opzegvergoeding vanwege voortijdige beëindiging van de overeenkomst. Na verrekening van de betaalde voorschotfacturen over de periode van augustus 2024 tot en met november 2024 van € 10.816,00 met de openstaande bedragen, resteerde er nog een bedrag van € 18.986,91 (= € 9.484,19 + € 20.300,71 - € 10.816,00). Het resterende bedrag van € 18.986,91 ziet alleen nog op de opzegvergoeding. [gedaagden] moet dit bedrag dan ook nog aan haar betalen, aldus [eiseres] .

[gedaagden] wil de boete niet betalen, omdat [eiseres] zelf de overeenkomst heeft opgezegd. Volgens [gedaagden] had zij één factuur niet kunnen betalen. Zij heeft daarvoor een regeling met [eiseres] getroffen. Er was echter wat misgegaan waardoor zij de regeling niet heeft kunnen betalen. [eiseres] heeft toen de overeenkomst gestopt en bij hen een boete in rekening gebracht. Dat vindt [gedaagden] niet eerlijk. Zij zou nooit het contract ontbinden als zij wist dat de boete zo hoog was. Zij had dan wel een nieuwe regeling getroffen. Er zijn gesprekken geweest over een regeling, waarin de boete zou worden kwijtgescholden als zij € 3.500,00 zou betalen en bij [eiseres] als klant zou blijven. Er zou een offerte komen, maar zij heeft nooit een offerte ontvangen. Zij wil graag de overeenkomst voortzetten voor de resterende maanden. Zij hoopt daarom dat er een gepaste oplossing komt of een uitspraak waar beide partijen het in kunnen vinden, aldus [gedaagden]

Dit verweer van [gedaagden] slaagt niet. De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagden] de opzegvergoeding aan [eiseres] moet betalen en hij overweegt daartoe als volgt.

[eiseres] heeft gemotiveerd betwist dat zij de overeenkomst tussen partijen heeft beëindigd. Anders dan [gedaagden] stelt is de overeenkomst niet beëindigd vanwege de ontstane betalingsachterstand. [gedaagden] had de voorschotfactuur van 9 augustus 2024 niet betaald. Hierop heeft [eiseres] op 18 september 2024 [gedaagden] een ingebrekestelling en een vooraankondiging einde levering gezonden (productie 32 van [eiseres] ). In de brief vooraankondiging einde levering heeft [eiseres] [gedaagden] bericht dat zij, als [eiseres] niet binnen vijf dagen een directe betaling van [gedaagden] zou ontvangen of een betalingsregeling wordt getroffen, binnen twee weken na het verstrijken van die termijn zich het recht voorbehield om de levering van energie te stoppen. Als [eiseres] over zou gaan tot beëindiging van de levering van energie, zou [gedaagden] daarover nog een apart bericht ontvangen. Ná 18 september 2024 heeft [eiseres] [gedaagden] nooit een bericht gezonden dat zij daadwerkelijk zou overgaan tot afsluiting. De brieven betroffen een vooraankondiging van einde levering energie, maar geen daadwerkelijke beëindiging van de overeenkomst. Bovendien heeft [gedaagden] naar aanleiding van de brieven contact opgenomen voor een betalingsregeling voor de voorschotfactuur van 9 augustus 2024, waarmee [eiseres] akkoord was gegaan, zodat de noodzaak er ook niet was om de overeenkomst te beëindigen. [gedaagden] heeft deze gemotiveerde betwisting van [eiseres] onvoldoende weersproken, zodat de kantonrechter voorbijgaat aan dit deel van het verweer van [gedaagden]

Daarentegen heeft [eiseres] onderbouwd gesteld – en is door [gedaagden] onvoldoende betwist – dat [gedaagden] zelf de overeenkomst heeft opgezegd. Op grond van artikel 3.3. van de contractvoorwaarden MKB kunnen klanten zelf de overeenkomsten opzeggen door een opzegging bij [eiseres] of door zich aan te melden bij een nieuwe energieleverancier. In dit geval heeft [gedaagden] opgezegd door zich aan te melden bij hun nieuwe energieleverancier [bedrijf 2] N.V. (hierna: [bedrijf 2] ). [eiseres] heeft namelijk op 6 november 2024 via een automatisch bericht van het Landelijk registratie systeem van netbeheerders (hierna: het EDSN systeem) de opzegging van [gedaagden] ontvangen (zie producties 27 tot en met 30 van [eiseres] ). De informatie in het EDSN systeem wordt door de netbeheerders gecontroleerd op volledigheid en juistheid. Pas als uit de controle een positief resultaat volgt wordt er een bericht naar de oorspronkelijke leverancier (in dit geval [eiseres] ) gestuurd bij een opzegging/overstap. [eiseres] mocht er dan ook op vertrouwen dat de opzegging van [gedaagden] , die [eiseres] vanuit het EDSN systeem had ontvangen, juist was. Uit het EDSN systeem volgde namelijk dat [gedaagden] zich per 13 november 2024 heeft aangemeld bij [bedrijf 2] . Daarom heeft [eiseres] de overeenkomst met [gedaagden] per 13 november 2024 beëindigd. Omdat de overeenkomst tussen partijen door deze opzegging van [gedaagden] voortijdig is beëindigd (de overeenkomst liep nog tot 1 januari 2027), is [gedaagden] op grond van artikel 3.4. van de contractvoorwaarden MKB gehouden om over de resterende termijnen 26 maanden van de overeenkomst aan [eiseres] een vergoeding te betalen. Deze vergoeding is door [eiseres] berekend in de eindafrekening welke als productie 10 bij de dagvaarding gevoegd is.

[gedaagden] heeft nog aangevoerd dat [eiseres] zich niet heeft gehouden aan de afspraak om haar een nieuwe offerte toe te sturen. De kantonrechter gaat ook aan dit deel van het verweer van [gedaagden] voorbij en wel om het volgende.

[eiseres] heeft onderbouwd gesteld dat zij [gedaagden] wél de offerte heeft toegezonden, maar [gedaagden] geen gebruik heeft gemaakt van dit aanbod. Zo had zij uit coulance aan [gedaagden] aangeboden om de opzegvergoeding geheel te laten vervallen als [gedaagden] de voorschotnota van 9 december 2024 zou betalen en opnieuw klant bij [eiseres] zou worden. Op 1 mei 2025 heeft zij daarom die nieuwe offerte per e-mail naar [gedaagden] gezonden. De offerte is verzonden naar het emailadres ‘info@ [website] .nl’. Dit is ook het e-mailadres waar [gedaagden] eerder met [eiseres] heeft gecorrespondeerd. [gedaagden] heeft vervolgens nagelaten de openstaande voorschotfactuur van 9 december 2024 te betalen én akkoord te gaan met de nieuwe offerte, waardoor het aanbod is komen te vervallen. [gedaagden] heeft dit onvoldoende weersproken. Bovendien heeft het volgende te gelden. Voor zover de offerte van [eiseres] om welke reden dan ook [gedaagden] niet zou hebben bereikt, had het op de weg van [gedaagden] gelegen om daarover contact met [eiseres] op te nemen. Immers, de offerte was in het belang van [gedaagden] . Als de nieuwe offerte zo belangrijk voor [gedaagden] was, is het onbegrijpelijk, nu een toelichting daarop ontbreekt, waarom [gedaagden] geen contact met [eiseres] heeft opgenomen toen zij de nieuwe offerte nog niet van [eiseres] had ontvangen. Daar komt bij dat niet is gebleken dat [gedaagden] de openstaande voorschotfactuur van 9 december 2024, die als voorwaarde gold voor de nieuwe offerte, wél heeft betaald.

De slotsom is dat [gedaagden] de opzegvergoeding aan [eiseres] moet betalen. De vordering tot betaling van de eindnota van € 18.968,91 wordt dan ook toegewezen.

[gedaagden] moet de rente betalen

[eiseres] vordert de wettelijke handelsrente over de totale hoofdsom. Deze vordering is alleen toewijsbaar over de voorschotfactuur van 9 december 2024 van € 2.704,00. De kantonrechter gaat ervan uit dat het bedrag aan verschenen handelsrente tot 1 september 2025 dat in de dagvaarding staat (€ 1.410,19), daarom niet juist is berekend. De wettelijke handelsrente wordt toegewezen over de voorschotfactuur van 9 december 2024 van € 2.704,00 vanaf de vervaldatum tot de volledige betaling.

Omdat de overeenkomst per 13 november 2024 is beëindigd en de opzegvergoeding een vorm van schadevergoeding is voor de misgelopen voorschotten tot en met het einde van de overeenkomst, is de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) niet van toepassing. De wettelijke handelsrente is namelijk niet van toepassing op schadevergoedingen. Gelet hierop zal de kantonrechter over het bedrag van € 18.968,91 de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW toewijzen vanaf 13 november 2024 tot de volledige betaling.

[gedaagden] moet de buitengerechtelijke incassokosten betalen

[eiseres] heeft onderbouwd dat er buitengerechtelijke incassokosten zijn gemaakt, waarvoor een vergoeding op zijn plaats is. De gevorderde kosten van € 991,73 zijn niet betwist en komen overeen met het bedrag dat op grond van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke kosten in rekening kan worden gebracht. De buitengerechtelijke incassokosten van € 991,73 worden toegewezen.

[gedaagden] moet de proceskosten betalen

[gedaagden] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

122,35

- griffierecht

1.461,00

- salaris gemachtigde

1.154,00

(2 punten × € 577,00)

- nakosten

144,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

2.881,35

De veroordeling wordt hoofdelijk uitgesproken

De veroordeling wordt (deels) hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.

Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard

De kantonrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals gevorderd. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als een van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de kantonrechter geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.

4. De beslissing

De kantonrechter

veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk om aan [eiseres] tegen bewijs van kwijting te betalen € 2.704,00 aan voorschotfactuur van 9 augustus 2024, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over dit bedrag vanaf vervaldatum tot de voldoening,

veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk om aan [eiseres] tegen bewijs van kwijting te betalen € 18.968,91 aan opzegvergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag vanaf 13 november 2024 tot de voldoening,

veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk om aan [eiseres] tegen bewijs van kwijting te betalen € 991,73 aan buitengerechtelijke incassokosten,

veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk in de proceskosten van € 2.881,35, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagden] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.J. Baken, rechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier op 18 februari 2026.

hHt/37278

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. G.J. Baken

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?