ECLI:NL:RBMNE:2026:7081

ECLI:NL:RBMNE:2026:7081

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 16-10-2026
Datum publicatie 15-10-2026
Zaaknummer 16/302525-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

De verdachte heeft zich als leerling-verpleegkundige schuldig gemaakt aan ontucht met één van patiënten die aan haar zorg was toevertrouwd. De rechtbank legt aan de verdachte op een gevangenisstraf voor de duur van 30 dagen, waarvan 29 dagen voorwaardelijk, met proeftijd van twee jaren, en een taakstraf van 100 uren. De vordering van de benadeelde partij wordt toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/302525-24

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer van 16 oktober 2026 in de strafzaak van:

[verdachte] ,

geboren op [1999] in [geboorteplaats] ,

verblijvende op het adres [adres] in [woonplaats] ,

(hierna: de verdachte).

1. Zitting

De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 2 oktober 2026.

Op de zitting waren aanwezig:

2. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat zij, samengevat:

in de periode van 1 januari 2023 tot en met 28 februari 2023 in [plaats] als leerling-verpleegkundige bij [insteliing] seksuele handelingen heeft verricht bij [slachtoffer] , die als patiënt aan haar hulp en zorg was toevertrouwd.

De volledige tekst van de beschuldiging staat in de bijlage bij dit vonnis.

3. Bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte het feit heeft gepleegd.

Standpunt van de verdediging

De verdachte ontkent dat zij seksuele handelingen bij de aangeefster heeft verricht. De aangeefster zou één keer in de woning van de verdachte zijn geweest en heeft toen de verdachte (tegen haar wil) seksueel betast. De verdachte heeft meerdere malen aangegeven dat zij dit niet wilde, maar toen de aangeefster niet stopte en bleef doorgaan, heeft de verdachte het laten gebeuren. De advocaat stelt dat dit alternatieve scenario van de verdachte ook binnen de bewijsmiddelen past en verzoekt de rechtbank om de verdachte vrij te spreken van het feit, wegens het ontbreken van overtuigend bewijs.

De advocaat voert verschillende verweren over het bewijs. Deze worden - voor zover van belang voor de beoordeling - hierna besproken onder paragraaf 3.3.

Oordeel van de rechtbank: bewezenverklaring

De rechtbank oordeelt dat het feit is bewezen en legt hieronder uit hoe zij tot dit oordeel komt.

Bewijsoverweging

Bewijs in zedenzaken

Wanneer een verdachte in een zedenzaak ontkent, is het bewijs vaak beperkt. In veel gevallen staat de verklaring van de aangever tegenover die van de verdachte, waarbij er geen getuigen zijn die het verhaal van de aangever of juist het verhaal van de verdachte kunnen bevestigen. Meestal zijn namelijk alleen het (veronderstelde) slachtoffer en de (veronderstelde) dader aanwezig geweest bij het (veronderstelde) misbruik.

In zo’n geval dient de rechtbank in de eerste plaats de betrouwbaarheid van de verklaring van de aangever te beoordelen. In het algemeen geldt daarbij dat uitlatingen en verklaringen moeten worden beoordeeld op consistentie, accuraatheid en volledigheid.

Als de verklaring van de aangever betrouwbaar wordt gevonden, moet de rechtbank bepalen of er voor de verklaring van de aangever voldoende steunbewijs uit (een) onafhankelijke bron(nen) in het dossier aanwezig is. In artikel 342 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering is namelijk bepaald dat de rechter het bewijs dat de verdachte een strafbaar feit heeft gepleegd niet uitsluitend kan baseren op de verklaring van één getuige of de aangever. Uitgangspunt voor dit vereiste van steunbewijs is dat niet voor alle onderdelen van de tenlastelegging steunbewijs aanwezig hoeft te zijn. Het gaat erom dat in elk geval een deel van de feiten en omstandigheden die in de aangifte worden genoemd ondersteuning vindt in een of meer andere bewijsmiddelen.

Betrouwbaarheid van de verklaring van aangeefster

De advocaat stelt zich op het standpunt dat de verklaring van aangeefster om meerdere redenen niet betrouwbaar is.

De rechtbank vindt de verklaring van de aangeefster betrouwbaar en verwerpt het verweer van de advocaat. De aangeefster heeft op meerdere momenten een verklaring afgelegd over wat zich in januari/februari 2023 tussen de verdachte en haar heeft voorgedaan. Zo heeft zij op 14 augustus 2023 bij het informatief gesprek zeden en bij haar aangifte op 31 augustus 2023 een (uitgebreide) verklaring afgelegd. Ook bij de rechter-commissaris op 20 mei 2025 heeft de aangeefster uitgebreid verklaard. De rechtbank constateert dat de verklaring van de aangeefster consistent is, zowel ten aanzien van de handelingen die zouden hebben plaatsgevonden als de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden.

De rechtbank constateert evenals de verdediging dat de door de aangeefster geschetste tijdlijn inconsistenties bevat en niet (geheel) overeen lijkt te komen met de tijdlijn die uit het dossier volgt. De rechtbank oordeelt echter dat deze inconsistenties niet de wezenlijke punten van de verklaring van de aangeefster raken. Dat de aangeefster en de verdachte meerdere keren privé hebben afgesproken, zoals de aangeefster verklaart en de verdachte ontkent, blijkt immers ook uit de chatberichten tussen de verdachte en de aangeefster. Zo blijkt daaruit dat de aangeefster en de verdachte (in ieder geval) op 18 januari 2023, 20 januari 2023 en 26 januari 2023 privé met elkaar hebben afgesproken. Dat de aangeefster niet meer precies weet op welke data zij met de verdachte heeft afgesproken, doet dan ook niet af aan de betrouwbaarheid van haar verklaring.

Steunbewijs

Vervolgens staat ter beoordeling of de verklaring van aangeefster voldoende steun vindt in ander bewijsmateriaal. De rechtbank is van oordeel dat dat het geval is en legt uit hoe zij tot dat oordeel komt.

De verklaring van de aangeefster vindt steun in de (vele) Whatsapp-berichten tussen de verdachte en de aangeefster. Deze chatberichten zijn seksueel getint, waarbij zowel door de verdachte als door de aangeefster expliciet wordt aangegeven dat ze elkaar (weer) willen zoenen en aanraken. Dat ook daadwerkelijk seksuele handelingen hebben plaatsgevonden, leidt de rechtbank onder andere af uit het bericht van 7 februari 2023, waarin de verdachte aangeeft dat de seks haar niet heeft afgeschrikt en dat ze geen spijt heeft.

De inhoud van de WhatsApp-berichten past ook bij de verklaring van aangeefster over de aanloop van het seksuele contact. Zo verklaart de aangeefster dat zij twee keer op date met de verdachte is geweest, waarna de berichten seksueel getint werden, en dat zij drie keer in de woning van de verdachte is geweest. De eerste keer in de woning van de verdachte zou niets seksueels zijn gebeurd, de tweede keer zouden zij gezoend en geknuffeld hebben en de derde keer zouden de seksuele handelingen hebben plaatsgevonden. Deze opbouw is ook in de berichten terug te lezen, waarin steeds meer seksuele toespelingen worden gedaan en waarbij terug wordt verwezen naar eerdere afspraken en/of seksuele handelingen die eerder hebben plaatsgevonden. Zo blijkt uit de chatberichten dat de verdachte en aangeefster op 20 januari 2023 met elkaar hebben afgesproken en is in de chatberichten van de volgende dag (21 januari 2023) te lezen dat de verdachte zegt dat ze veel aan de aangeefster moet denken en dat ze overal kriebels voelt. Daarop reageert de aangeefster dat ze de verdachte weer wil zoenen en aanraken, waarbij ze benoemt dat ze geil wordt als ze weer aan gisteren denkt.

In het licht van de inhoud en het verloop van deze chatberichten is het standpunt van de verdachte dat aangeefster háár heeft aangerand en dat zij daarna enkel uit angst is meegegaan in het contact onhoudbaar. Daarbij weegt mee dat de verdachte meerdere malen zelf initiatief neemt om contact met de aangeefster op te nemen en seksueel getinte berichten te sturen. Zo begint de verdachte op 21 januari 2023 uit zichzelf over dat ze veel aan de aangeefster moet denken, dat ze kriebels voelt en dat de aangeefster mooi en sexy is. Ook op 23 januari 2023 stuurt de verdachte uit zichzelf een bericht aan aangeefster dat ze wil weten wat ze allemaal wil doen. Ook het bericht van 7 februari 2023 waarin de verdachte aangeeft dat de seks haar niet heeft afgeschrikt en dat ze geen spijt heeft, past in het geheel niet bij het alternatieve scenario van de verdachte.

De rechtbank komt dan ook tot de tussenconclusie dat de verklaring van aangeefster betrouwbaar is en in voldoende mate ondersteund wordt door de chatberichten als steunbewijs. De rechtbank acht de ten laste gelegde ontucht met een aan haar zorg toevertrouwde patiënt daarom bewezen.

Bewijsmiddelen

De rechtbank baseert dit oordeel op de volgende bewijsmiddelen.

Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

V: Vraag verbalisant

A: Antwoord aangeefster

V: Tegen wie kom je aangifte doen?

A: [verdachte] .

V: Waar heeft dit plaatsgevonden?

A: Bij [verdachte] thuis in [woonplaats] .

V: In welke periode heeft het plaatsgevonden?

A: Januari/ februari 2023.

A: In december 2022 werd ik opgenomen bij de instelling [insteliing] , op de afdeling waar [verdachte] werkzaam was. [verdachte] was mijn EVV'er, mijn eerste aanspreekpunt.

We hebben een keer afgesproken in de stad Utrecht en zijn uit eten geweest. We flirten met elkaar en keken elkaar de hele tijd aan. Na de date bracht zij mij terug naar [insteliing] . Daarna hadden we WhatsApp gesprekken die best wel intens waren, ook wel seksueel getint. Het kwam erop neer dat we seks met elkaar zouden hebben. We spraken onze verlangens naar elkaar uit. Een week later hebben we afgesproken om bij haar thuis af te spreken.

Ze haalde mij op bij [insteliing] en zijn naar haar huis gegaan. Zij heeft het eerste initiatief genomen, want ze zoende mij. We hebben de hele middag en avond op de bank gelegen, geknuffeld en gezoend. Ze heeft mij terug gebracht naar [insteliing] . In de auto voor de deur van [insteliing] heeft ze mij nog een keer gezoend.

We bleven contact houden via WhatsApp. Ze had een berichtje gestuurd met: "De volgende keer als je bij mij bent dan beland je in bed". Ongeveer één of twee weken later, ergens in februari, haalde ze mij weer op bij [insteliing] . Eenmaal bij haar thuis begon het gelijk met knuffelen en zoenen. Ze vroeg of ik met haar mee naar boven ging dus dat deden we. In bed hebben we gezoend en hadden we seks.

V: Je vertelde dat jullie gezoend hebben en intiem zijn geweest tijdens dit bezoek. Wat bedoel je daarmee?A: Zij liep als eerst naar boven en ik liep achter haar aan.Ze ging op bed liggen en ik ging er naast liggen. We begonnen te zoenen en we deden onze kleding uit. We raakten elkaar overal aan. We hebben elkaar gevingerd. We zijn beiden klaar gekomen.

Een proces-verbaal van bevindingen, inhoudende het uitlezen van de telefoon van aangeefster [slachtoffer] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik zag dat tussen 9 januari 2023 en 30 mei 2023 in totaal 2904 WhatsApp-gesprekken hadden plaatsgevonden tussen [slachtoffer] en de [verdachte] .

18 januari 2023

Van

Tijd

Inhoud

[slachtoffer]

16:13 uur

Waar ben jij

[verdachte]

16:14 uur

Starbucks

[slachtoffer]

16:14 uur

Oh ik zie je

[slachtoffer]

20:56 uur

App even als je veilig thuis bent

[verdachte]

21:01 uur

Ik ben thuis lieverd

Het was erg gezellig

[slachtoffer]

21:02 uur

Ik vond het ook echt heel gezellig en fijn

20 januari 2023

Van

Tijd

Inhoud

[verdachte]

14:28 uur

Ben nu onderweg naar jouw

[slachtoffer]

14:31 uur

Oke die parkeerplaats?

[verdachte]

14:46 uur

Ik ben er

[slachtoffer]

14:47 uur

Kom er nu aan

[verdachte]

00:08 uur

Ik ben thuis lieve schat!

[slachtoffer]

00:10 uur

Ik vond het echt zo fijn met je, valt niet te omschrijven

[verdachte]

00:12 uur

Jaa het was ook echt heel fijn

[slachtoffer]

00:31 uur

Ik vind je heel heel heel erg lief en mooi

[verdachte]

00:32 uur

Phoeeee jij bent zo mooi hé!

[verdachte]

00:37 uur

Ik heb echt genoten vanavond!!!

21 januari 2023

Van

Tijd

Inhoud

[verdachte]

18:38 uur

Ik moet veel aan je denken… Toen straks met het rijden verdwaalde ik oprecht in mijn gedachte dat was niet goed. Ik voel de kriebels dan overal echt bizar. Denk dat ik mss ook naar dat meisje op de middelbare school moet luisteren ‘dat noem je gewoon geil worden hoor’. Je bent zo ongelofelijk mooi en sexy bizar, kan er niks anders van maken.

Ik keur mijn gedrag niet goed of wat dan ook maar doe het ook niet expres

[slachtoffer]

18:58 uur

Ik moet de hele tijd aan je denken. Die kriebels die voel ik dan continue. Plat gezegd: ik word gewoon geil als ik aan jou en aan gister denk. Ik wil je gewoon weer zoenen en aanraken en voelen.

[slachtoffer]

19:06 uur

Ohhh en die opmerking van jou dat de volgende keer als ik bij jou ben, we in ieder geval niet op de bank liggen.... meid je kan gaan dweilen.

[verdachte]

19:58 uur

Geldt hetzelfde voor jouw schat phoeeeee.

Glijd bijna van me stoel af terwijl ik je app

Zo ongelofelijk sexy jij!

En zooooo mooi

[verdachte]

20:33 uur

Ik heb nog nooit een vrouw op zo veel verschillende plekken willen aanraken.

[slachtoffer]

20:43 uur

Was ik maar bij je nu, nu zit ik hier alleen met deze kriebels

[verdachte]

20:45 uur

Phoeee en ik hier

23 januari 2023

Van

Tijd

Inhoud

[verdachte]

22:14 uur

Ik wil weten wat je allemaal wil doen

[slachtoffer]

22:18 uur

Ik wil je overal zoenen, maar dan echt overal. Ik wil je voelen. Ik wil je horen en jou laten horen wat je met me doet. Ik wil je ademhaling horen, voelen en ik wil je helemaal gek maken

[verdachte]

22:20 uur

Ppfff wat ben jij sexy en zoooo mooi

[slachtoffer]

22:21 uur

Ik ben nog nooit zo vaak en snel geil geweest

[verdachte]

22:22 uur

Ik ook niet … Is toch bizar

Mijn ademhaling schiet omhoog als ik alleen al denk aan je zoenen

26 januari 2023

Van

Tijd

Inhoud

[verdachte]

16:17 uur

Ben er

[slachtoffer]

16:19 uur

Ik ook bijna

[verdachte]

23:03 uur

Ben thuis

[verdachte]

23:14 uur

Heb genoten

[slachtoffer]

23:23 uur

Ik ook. Ik wil even zeggen dat ik je prachtig vind. Jij als persoon en jou lichaam, mijn god… Ik vond het zo fijn met je x

7 februari 2023

Van

Tijd

Inhoud

[verdachte]

22:44 uur

Lieve schat, seks heeft me niet afgeschrikt absoluut niet!

Ik heb mijn hele leven dingen gedaan waar een risico aan zat, zo ook dit.

Heb ik spijt? Nee absoluut niet.

4 maart 2023

Van

Tijd

Inhoud

[verdachte]

17:34 uur

We hebben het gehad over hoe niet veel makkelijker

het zal worden wanneer je hier nog eens in bed komt liggen.

Bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:

in de periode van 1 januari 2023 tot en met 28 februari 2023 in de gemeente [plaats] , terwijl zij werkzaam was in de gezondheidszorg, ontucht heeft gepleegd met [slachtoffer] , die zich als patiënt aan verdachtes hulp en zorg had toevertrouwd, door:

- die [slachtoffer] te betasten aan de borsten, vagina en billen,

- door die [slachtoffer] te betasten/wrijven over de clitoris en

- door haar, verdachtes, vinger in de vagina van die [slachtoffer] te steken.

De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.

4. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

Het bewezenverklaarde feit levert het volgende strafbare feit op:

werkzaam in de gezondheidszorg, ontucht plegen met iemand die zich als patiënt aan haar hulp en zorg heeft toevertrouwd.

Strafbaarheid feit en verdachte

Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

5. Straf

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot:

een gevangenisstraf van 180 dagen, waarvan een gedeelte van 179 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren;

een taakstraf van 180 uur, te vervangen door 90 dagen hechtenis als de verdachte deze taakstraf niet of niet goed uitvoert.

Standpunt van de verdediging

De advocaat heeft gelet op de bepleite vrijspraak geen standpunt ingenomen ten aanzien

van de op te leggen straf.

Oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van het gepleegde feit en de omstandigheden waaronder de verdachte dit feit heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en haar persoonlijke omstandigheden mee.

Ernst en omstandigheden van het feit

De verdachte heeft zich als leerling-verpleegkundige bij [insteliing] schuldig gemaakt aan ontucht met één van patiënten die aan haar zorg was toevertrouwd. De verdachte heeft meerdere malen privé met het slachtoffer afgesproken, waarbij (uiteindelijk) ook seksuele handelingen hebben plaatsgevonden. Dit terwijl het slachtoffer kwetsbaar was en de verdachte ook bekend was met haar kwetsbaarheid en problematiek. De verdachte had zich vanuit haar functie als zorgverlener terughoudend moeten opstellen en zich niet mogen overgeven aan haar gevoelens voor het slachtoffer. Met haar handelen heeft de verdachte niet alleen een morele, maar ook een sociaal-ethische norm en daarmee een strafrechtelijke grens overschreden. Uit de spreekrechtverklaring van het slachtoffer, die door haar advocaat ter zitting is voorgedragen, is gebleken hoeveel impact het handelen van de verdachte op het leven van het slachtoffer heeft gehad en nog steeds heeft. Door het handelen van de verdachte is het slachtoffer het vertrouwen in behandelaars verloren, terwijl zij hulp en behandeling juist zo hard nodig heeft. De rechtbank neemt dit de verdachte kwalijk.

De rechtbank neemt het de verdachte extra kwalijk dat zij tot op heden geen verantwoordelijkheid voor haar handelen heeft genomen, maar zelfs de schuld bij het slachtoffer blijft leggen. Daarmee heeft de verdachte het slachtoffer extra leed toegebracht en niet bijgedragen aan het herstel van het slachtoffer.

In strafverminderende zin houdt de rechtbank er wel rekening mee dat de verdachte nog betrekkelijk jong was en nieuw in haar rol als leerling-verpleegkundige. Hoewel uit de chats blijkt dat de verdachte wist dat haar relatie met het slachtoffer niet hoorde, acht de rechtbank denkbaar dat zij de ernst van haar handelen minder kon overzien dan een meer ervaren zorgmedewerker.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

De rechtbank heeft verder rekening gehouden met het strafblad van de verdachte van 20 augustus 2026. Daaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor het plegen van (soortgelijke) strafbare feiten.

De reclassering heeft op 1 april 2025 een rapportage over de verdachte opgesteld. De reclassering ziet geen (praktische) problemen in het leven van de verdachte. De verdachte werkt als zelfstandige en heeft geen schulden. Zij heeft een relatie en ervaart steun vanuit haar sociale netwerk. De reclassering schat het recidiverisico in op laag en vindt hulp en/of toezicht vanuit het strafrechtelijk kader niet nodig. De reclassering adviseert daarom om een straf op te leggen zonder bijzondere voorwaarden.

Strafkader

De rechtbank is in overeenstemming met uitspraken in vergelijkbare zaken van oordeel dat een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf in combinatie met een taakstraf het meest passend is. Op grond van het bepaalde in artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) is het voor ontucht echter niet mogelijk om een taakstraf in combinatie met een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. Artikel 22b Sr beperkt de rechterlijke straftoemetingsvrijheid in zoverre dat het onderhavige misdrijf niet kan worden bestraft met een taakstraf in combinatie met een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf. Daarom zal de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één dag opleggen, in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf. Tegen een dergelijk gecombineerde straf verzet artikel 22b Sr zich niet. De rechtbank zal een lagere straf opleggen dan geëist door de officier van justitie. Deze strafeis sluit namelijk niet aan bij wat in soortgelijke zaken wordt opgelegd.

Alles afwegende vindt de rechtbank de volgende straf passend:

een gevangenisstraf voor de duur van 30 dagen, waarvan 29 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren;

een taakstraf van 100 uren, te vervangen door 50 dagen hechtenis als de verdachte de taakstraf niet (naar behoren) verricht.

6. Vordering benadeelde partij

Vordering van de benadeelde partij

[slachtoffer] heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 7.500,00, vermeerderd met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat geheel uit vergoeding van immateriële schade (smartengeld). Verder verzoekt de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de vordering tot schadevergoeding geheel kan worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de verdediging

De advocaat voert geen verweer over de vordering tot schadevergoeding.

Oordeel van de rechtbank

Vergoeding van immateriële schade is op grond van art. 6:106 sub b BW mogelijk als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, is aangetast in zijn eer en goede naam of ‘op andere wijze’ in zijn persoon is aangetast. De rechtbank begrijpt dat de vordering van de benadeelde partij in dit geval op deze laatste grondslag is gebaseerd.

Uit de rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ in ieder geval sprake is als het slachtoffer geestelijk letsel (psychische schade) heeft opgelopen. Het bestaan van geestelijk letsel moet naar objectieve maatstaven worden vastgesteld. De benadeelde partij heeft voldoende gegevens verstrekt waaruit blijkt dat zij door het door de verdachte gepleegde strafbare feit geestelijk letsel heeft opgelopen.

Gelet op soortgelijke zaken is de rechtbank van oordeel dat de gevraagde vergoeding billijk is. De rechtbank wijst de vordering van de benadeelde partij daarom geheel toe.

Wettelijke rente

De ingangsdatum van de wettelijke rente bepaalt de rechtbank op een tijdstip gelegen in het midden van de pleegperiode, te weten 1 februari 2023, tot de dag dat de verdachte de schadevergoeding volledig heeft betaald.

Proceskosten

Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. Omdat de vordering tot schadevergoeding wordt toegewezen, moet de verdachte de kosten vergoeden die de benadeelde partij heeft gemaakt.

De rechtbank is van oordeel dat op dit moment niet vast staat dat de benadeelde partij kosten heeft gemaakt voor het indienen en toelichten van de vordering en begroot de kosten daarom op nihil.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte op, zodat (kort gezegd) de benadeelde partij de schadevergoeding niet zelf bij de verdachte hoeft te incasseren, maar dat de Staat dit voor haar doet. De rechtbank bepaalt daarom dat de verdachte een bedrag van € 7.500,00 aan de Staat moet betalen

Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 februari 2023 tot de dag dat de verdachte het volledige bedrag heeft betaald.

Als de verdachte de schadevergoeding niet (volledig) betaalt, kan gijzeling (een vorm van vrijheidsbeneming van de verdachte) worden toegepast voor de duur van 62 dagen. De gijzeling komt niet in de plaats van de verplichting om te betalen. Ook als gijzeling wordt toegepast, blijft de verdachte dus verplicht om de schadevergoeding te betalen.

De verdachte mag de schadevergoeding ook rechtstreeks betalen aan de benadeelde partij. Als zij dat heeft gedaan, is zij niet langer verplicht om aan de Staat te betalen.

7. Toegepaste wetsartikelen

De opgelegde straf is gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22b, 36f en 249 van het Wetboek van Strafrecht, zoals die golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8. De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1. is vermeld;

strafbaarheid verdachte

- verklaart de verdachte strafbaar voor het bewezen verklaarde;

straf

- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 30 dagen;

- bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van 29 dagen niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt daarbij een proeftijd van twee (2) jaren vast;

- als voorwaarde geldt dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 100 uren;

- beveelt dat voor het geval de verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 50 dagen hechtenis;

vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer]

- wijst de vordering van [slachtoffer] geheel toe tot een bedrag van € 7.500,00, geheel bestaande uit immateriële schade;

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 februari 2023 tot de dag van volledige betaling;

- veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan de verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat € 7.500,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 februari 2023 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 62 dagen gijzeling;

- bepaalt dat de verdachte van haar verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als zij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.R.H. Koekoek, voorzitter, mr. T.M. Sanders en

mr. M. Coenen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.J. van Bergeijk als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 16 oktober 2026.

De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

zij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 januari 2023 tot en met 28 februari 2023 in de gemeente [plaats] , terwijl zij werkzaam was in de gezondheidszorg en/of maatschappelijke zorg, ontucht heeft gepleegd met [slachtoffer] , die zich als patiënt en/of cliënt aan verdachtes hulp en/of zorg had toevertrouwd, door

- die [slachtoffer] te betasten aan de borsten en/of vagina en/of billen en/of

- door die [slachtoffer] te betasten/wrijven over de clitoris en/of

- door haar, verdachtes, vinger in de vagina van die [slachtoffer] te steken.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand