ECLI:NL:RBMNE:2026:7121

ECLI:NL:RBMNE:2026:7121

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 04-08-2026
Datum publicatie 16-10-2026
Zaaknummer 11664082 AM VERZ 25-2438
Rechtsgebied Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Wahv, geen verlaging boete uit 2024, geen strijd met het evenredigheidsbeginsel. Deze kantonrechter sluit niet aan bij de uitspraak van 30 juni 2026 (ECLI:NL:RBMNE:2026:3707) waarin de verhoging van de boetebedragen uit 2024 onverbindend is verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

[betrokkene] , te [postcode] [plaats] , [adres] ,

Strafrecht

zittingsplaats Utrecht

zaaknummer: 11664082 AM VERZ 25-2438

CJIB-nummer: 264725787

beslissing van de kantonrechter van 4 augustus 2026 en proces-verbaal van de zitting van 21 juli 2026

inzake

hierna te noemen: betrokkene,

gemachtigde: Adviesbureau Skandara.

Procesverloop

Bij inleidende beschikking is aan betrokkene een administratieve sanctie opgelegd van € 420,00. De sanctie is opgelegd voor een gedraging op 7 maart 2024 om 16:55 uur te Amersfoort, A1 L met de personenauto, kenteken [kenteken] . Het gaat om als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden.

Bij beslissing op het administratief beroep heeft de officier van justitie de sanctie gehandhaafd en het beroep ongegrond verklaard.

Tegen de beslissing van de officier van justitie heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De kantonrechter heeft partijen in de gelegenheid gesteld om op de zitting van 21 juli 2026 hun zienswijze nader toe te lichten. Gemachtigde is verschenen. Namens de officier van justitie is een zittingsvertegenwoordiger verschenen.

De kantonrechter heeft het onderzoek ter zitting gesloten en twee weken later uitspraak gedaan.

Standpunten

Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat het volgende aangevoerd:

- de gedraging is niet verricht.

- er wordt om een proceskostenvergoeding verzocht.

In aanvulling op het beroepschrift heeft betrokkene ter zitting een beroep gedaan op het evenredigheidsbeginsel en verwijst hierbij naar de uitspraak ECLI:NL:RBMNE:2026:3707.

De zittingsvertegenwoordiger heeft ter zitting het standpunt ingenomen dat het beroep bij de kantonrechter gedeeltelijk gegrond is gelet op de schending van de redelijke termijn van berechting. Hiervoor dient het sanctiebedrag te worden gematigd met 25%. Voor het overige stelt zij zich op het standpunt dat het beroep bij de kantonrechter ongegrond is.

Beoordeling

Ten aanzien van de gedraging

De kantonrechter stelt vast dat de gedraging is verricht en overweegt daartoe als volgt.

In zaken op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel een voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van één of meer onderdelen van de verklaring dan wel indien uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken.

Naar het oordeel van de kantonrechter volgt uit het dossier en de verklaring van de verbalisant duidelijk en ondubbelzinnig dat betrokkene tijdens het rijden een mobiele telefoon thans een mobiel elektronisch apparaat heeft vastgehouden. Het dossier bevat foto’s van de (vermeende) gedraging. De gegevens in de databalk komen overeen met de gegevens in het zaakoverzicht. De bestuurder van het voertuig is door de voorruit gefotografeerd. Op de foto’s is duidelijk te zien dat de bestuurder tijdens het rijden met de rechterhand een voorwerp tegen zijn oor houdt, waarbij hij met in ieder geval drie vingers het voorwerp omklemt. De kantonrechter stelt vast dat de grootte en de vorm van het voorwerp en de wijze waarop het voorwerp vastgehouden wordt, past bij het vasthouden van een mobiele telefoon. De verbalisant heeft op basis van de beelden terecht geconstateerd dat rijdend een mobiel elektronisch apparaat is vastgehouden (ECLI:NL:GHARL:2023:10448). Anders dan de gemachtigde meent, is daarbij niet van belang of het apparaat op dat moment werkend was.

Ten aanzien van het evenredigheidsbeginsel

De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat het boetebedrag van € 420,00 onevenredig hoog is. De kantonrechter overweegt daarover het volgende.

Met ingang van 1 maart 2024 zijn de verkeersboetes die op grond van de Wahv worden opgelegd, verhoogd met (ruim) 10%. De algemene maatregel van bestuur die aan deze verhoging ten grondslag ligt, is door een andere kantonrechter van deze rechtbank getoetst in de uitspraak van 30 juni 2026 (ECLI:NL:RBMNE:2026:3707). In deze uitspraak is geoordeeld dat de verhoging onverbindend is, omdat sprake is van strijd is met het evenredigheidsbeginsel.

Deze kantonrechter sluit zich niet aan bij het oordeel uit de uitspraak van 30 juni 2026. De kantonrechter oordeelt dat de beslissingsruimte die de ministers van Justitie en Veiligheid en van Infrastructuur en Waterstaat bij het vaststellen van de boetebedragen hebben zodanig is, dat niet kan worden gezegd dat de boetebedragen sinds 1 maart 2024 zó hoog zijn, dat de nadelige gevolgen daarvan voor verkeersovertreders onevenredig zijn in verhouding tot de belangen van het verzekeren van de verkeersveiligheid en het voorkomen van verkeersovertredingen. Ook in de omstandigheden van deze zaak ziet de kantonrechter geen aanleiding om de sanctie op nihil te stellen of te matigen. Het sanctiebedrag dat gold op het moment dat de gedraging werd begaan, staat in redelijke verhouding tot de aard en de ernst van deze gedraging. Het beroep op het evenredigheidsbeginsel slaagt niet.

In wat gemachtigde verder nog heeft aangevoerd, ziet de kantonrechter ook geen grond voor het oordeel dat de bestreden beslissing van de officier van justitie onrechtmatig is.

Ten aanzien van de redelijke termijn

De kantonrechter stelt vervolgens vast dat de redelijke termijn in deze zaak is overschreden. In lijn met vaste jurisprudentie van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden verbindt de kantonrechter aan deze constatering dat het sanctiebedrag wordt gematigd met 25 procent (ECLI:NL:GHARL:2023:6369).

Ten aanzien van de proceskostenvergoeding

Er bestaat aanleiding voor vergoeding van proceskosten voor een door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Administratief beroep

Nu er een proceskostenvergoeding wordt toegekend op grond van (uitsluitend) overschrijding van de redelijke termijn van berechting, komen alleen de proceskosten gemaakt in de kantonfase waarin de redelijke termijn van berechting is overschreden, voor vergoeding in aanmerking (arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 juli 2023, vindplaats ECLI:NL:GHARL:2023:6369).

Beroep bij de kantonrechter

Ten aanzien van de beroepsprocedure van de kantonrechter dient 1 punt te worden toegekend voor het beroepschrift en voor het bijwonen van de zitting. De waarde per punt bedraagt € 934,00. Gelet op de aard van de zaak wordt wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast.

De hoogte van de vergoeding wordt vermenigvuldigd met 0,25, omdat de sanctie wordt gewijzigd en niet is gebleken van bijzondere omstandigheden in de zin van artikel 13a, tweede lid, van de Wahv. Aldus bedraagt de vergoeding voor de in beroep gemaakte proceskosten (2 x € 934,00 x 0,5 x 0,25 =) € 233,50.

De officier van justitie mag de proceskosten uitsluitend uitbetalen op een bankrekening die op naam staat van betrokkene.

Gelet op het voorgaande beslist de kantonrechter als volgt.

Beslissing

De kantonrechter:

Deze beslissing is genomen door mr. R. A. Steenbergen, kantonrechter, en uitgesproken op de openbare zitting van 4 augustus 2026, in tegenwoordigheid van de griffier.

de griffier, de kantonrechter,

L. Schrijver mr. R. A. Steenbergen

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:

Het beroepschrift moet worden ingediend bij

de rechtbank Midden-Nederland, Afdeling Strafrecht,

locatie Utrecht, o.v.v. Mulderzaken, postbus 16005, 3500 DA Utrecht.

Let u erop dat u of uw gemachtigde het beroepschrift heeft ondertekend.

De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in uw beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting vraagt waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.

Datum toezending proces-verbaal:

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. R. A. Steenbergen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand