[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Bilt (het college), verweerder
(gemachtigde: mr. R. Beukhof).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: Schoolvereniging [basisschool] , uit [plaats] (vergunninghoudster).
Inleiding
1. Vergunninghoudster heeft bij het college een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor het uitbreiden/vergroten van [basisschool] aan de [adres 1] in [plaats] . Met het besluit van 23 juli 2026 heeft het college de gevraagde omgevingsvergunning aan vergunninghoudster verleend.
2. Verzoeker is eigenaar van het naastgelegen perceel aan de [adres 2] , waar een boomkwekerij is gevestigd. Tegen de omgevingsvergunning heeft verzoeker bezwaar gemaakt. Verzoeker is niet tegen de uitbreiding van de school, maar voert aan dat de afstand van de school tot zijn boomkwekerij, waar gewasbeschermingsmiddelen worden toegepast, te kort is om een aanvaardbaar leefklimaat voor de kinderen te garanderen. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht de omgevingsvergunning bij wijze van voorlopige voorziening te schorsen om te voorkomen dat het nieuwe deel van de school in gebruik wordt genomen zonder dat de gemeente de beloofde voorziening heeft getroffen. Hiermee doelt verzoeker op de schriftelijke toezegging van het college dat op het terrein van de school een haag (driftreducerende maatregel) wordt geplant. Die toezegging heeft het college gedaan naar aanleiding van het bezwaar van verzoeker tegen de op 20 februari 2017 verleende omgevingsvergunning voor het bouwen (oprichten) van de school, welk bezwaar het college ongegrond heeft verklaard.
3. Het college heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift. Vergunninghoudster heeft gereageerd dat zij in november voor eigen rekening en risico start met bouwen en dat zij niet bereid is de werkzaamheden op te schorten totdat het college op het bezwaar van verzoeker heeft beslist.
4. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 6 oktober 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van het college en vergunninghoudster, verschenen bij [A] .
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Wat beoordeelt de voorzieningenrechter?
5. Een voorlopige voorziening is een spoedmaatregel om te voorkomen dat er onomkeerbare dingen gebeuren als gevolg van een besluit, voordat op het bezwaar is beslist. In deze zaak moet het college nog een beslissing nemen op het bezwaar van verzoeker tegen de omgevingsvergunning en heroverwegen of de omgevingsvergunning in stand kan blijven.
6. Voor het treffen van een voorlopige voorziening in de fase van bezwaar is in beginsel alleen aanleiding als het besluit zo gebrekkig is dat dit in de heroverweging in bezwaar naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet of niet volledig in stand kan blijven. De bezwaarfase is immers een volledige heroverweging, zodat het college eventuele gebreken daarin nog kan herstellen. De voorzieningenrechter geeft in deze uitspraak daarom eerst een voorlopig oordeel over de kans van slagen van het bezwaarschrift en daarmee over de vraag of de omgevingsvergunning rechtmatig is verleend of niet. Daarna zal de voorzieningenrechter beoordelen of het belang van verzoeker om de omgevingsvergunning te schorsen al dan niet zwaarder moet wegen dan het belang van het college en vergunninghoudster om de omgevingsvergunning in stand te laten. Hoe zekerder de voorzieningenrechter is over de rechtmatigheid van het besluit, hoe minder ruimte er is voor het belang van verzoeker.
7. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een eventuele bodemprocedure niet.
Rechtmatigheid van het besluit
8. Verzoeker voert aan dat er tot heden niets is veranderd of gebeurd naar aanleiding van het locatie specifieke onderzoek van [adviesbureau] naar spuitdrift van gewasbeschermingsmiddelen, terwijl de conclusie van dat onderzoek was dat de ruimtelijke scheiding tussen het bestemmingsvlak voor de school en het bestemmingsvlak voor de boomkwekerij van 29,5 meter onvoldoende is om over een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te spreken. Gelet hierop is verzoeker van mening dat onvoldoende is aangetoond dat de uitbreiding van de school verenigbaar is met de vereisten van een gezonde leefomgeving en de geldende regels inzake spuitzones.
9. Naar de voorzieningenrechter begrijpt voert verzoeker aan dat de uitbreiding van de school in strijd is met de vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) dat een afstand van 50 meter tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt geldt als spuitvrije zone, tenzij deugdelijk is gemotiveerd dat deze afstand kan worden verkleind. Om tot een oordeel te komen over de rechtmatigheid van de omgevingsvergunning legt de voorzieningenrechter hierna het wettelijk kader uit.
10. De omgevingsvergunning is verleend voor de volgende activiteiten: een omgevingsplanactiviteit (bouwactiviteit) en een technische bouwactiviteit. Het bezwaar van verzoeker is alleen gericht tegen de omgevingsplanactiviteit.
11. Het omgevingsplan van de gemeente De Bilt (het omgevingsplan) bepaalt dat het verboden is om zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten en het te bouwen bouwwerk in stand te houden en te gebruiken. Om die reden is het uitbreiden van een schoolgebouw een omgevingsplanactiviteit. Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, wordt de omgevingsvergunning verleend als de activiteit niet in strijd is met de regels die in het omgevingsplan zijn gesteld over het verlenen van de omgevingsvergunning. Het omgevingsplan bepaalt dat de omgevingsvergunning alleen wordt verleend als de activiteit niet in strijd is met de in het omgevingsplan gestelde regels over bouwen, in stand houden en gebruiken van bouwwerken en als het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet in strijd is met de redelijke eisen van welstand. De bouw- en gebruiksregels voor het perceel van vergunninghoudster staan in het bestemmingsplan ‘bestemmingsplan Versteeglaan’ dat deel uitmaakt van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. De uitbreiding van de school valt binnen de bestemming ‘Maatschappelijk-1’.
12. De voor ‘Maatschappelijk - 1’ aangewezen gronden zijn bestemd voor activiteiten gericht op sociale, maatschappelijke, educatieve en openbare dienstverlening en daarbij behorende pleinen, in- en uitwegen en overige verhardingen, parkeervoorzieningen, speelvoorzieningen, groenvoorzieningen en waterlopen, inclusief duikers. De voorzieningenrechter stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat de uitbreiding van de school voldoet aan de gebruiksregels van het omgevingsplan. Omdat geen sprake is van strijdig gebruik, komt het college niet toe aan een beoordeling of een schoolgebouw op 29,5 meter afstand van een boomkwekerij, waar gewasbeschermingsmiddelen worden toegepast, een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is. Die belangenafweging had, gelet op de vaste rechtspraak van de Afdeling over spuitzonering, moeten plaatsvinden bij de vaststelling van het bestemmingsplan. Omdat het bestemmingsplan in rechte vaststaat is een school toegestaan en moest het college medewerking aan dat gebruik verlenen. Gelet hierop, concludeert de voorzieningenrechter dat het bezwaar van verzoeker geen kans van slagen heeft.
13. De activiteit mag ook niet in strijd zijn met de in het omgevingsplan gestelde regels over bouwen en de redelijke eisen van welstand. Uit de omgevingsvergunning maakt de voorzieningenrechter op dat de welstandscommissie op 1 juni 2026 een positief welstandsadvies heeft uitgebracht en dat het bouwplan dus voldoet aan de redelijke eisen van welstand. De bouwhoogte van het schoolgebouw mag volgens de bouwregels niet meer bedragen dan 9,5 meter. In het aanvraagformulier is een bouwhoogte van 9,48 meter opgegeven, maar op de bouwtekening bij de verleende omgevingsvergunning staat een bouwhoogte van 9,52 meter. Alhoewel het bezwaar van verzoeker niet tegen de bouwhoogte is gericht, geeft de voorzieningenrechter het college mee om in de heroverweging in bezwaar te onderzoeken wat de aangevraagde en vergunde bouwhoogte is. Indien de bouwhoogte meer bedraagt dan 9,5 meter, dan biedt het omgevingsplan het college de mogelijkheid om tot een overschrijding van niet meer dan 10% ontheffing te verlenen.
14. Concluderend komt de voorzieningenrechter tot het voorlopig rechtmatigheidsoordeel dat de omgevingsvergunning na heroverweging in bezwaar in stand kan blijven, mits het college de bouwhoogte nader onderzoekt en, indien nodig, ontheffing verleend voor een afwijkende bouwhoogte. Indien aan alle beoordelingsregels wordt voldaan, volgt de voorzieningenrechter het standpunt van het college dat hij de omgevingsvergunning moest verlenen (gebonden beschikking).
Belangenafweging
15. Mede op basis van het oordeel over de rechtmatigheid van de omgevingsvergunning, weegt de voorzieningenrechter de belangen van het college en vergunninghoudster die pleiten tegen het treffen van een voorlopige voorziening zwaarder dan de belangen van verzoeker die pleiten vóór het treffen daarvan. De belangen van het college en vergunninghoudster zijn om op korte termijn te starten met de bouw ten behoeve van de uitbreiding van de school en te zorgen voor voldoende onderwijsplekken. De voorzieningenrechter vindt de belangen van verzoeker, gelet op het rechtmatigheidsoordeel, ondergeschikt aan het algemeen en maatschappelijk belang van onderwijs dat het college en vergunninghoudster beogen te beschermen.
Conclusie en gevolgen
16. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat de omgevingsvergunning niet wordt geschorst. Voor vergoeding van het griffierecht bestaat daarom geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Wolbrink, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.N. van Ooijen, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 19 oktober 2026.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: