RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16/406934-24
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 19 oktober 2026 in de strafzaak van:
[verdachte] ,
geboren op [1963] in [geboorteplaats] (Suriname),
ingeschreven op het adres [adres] in [woonplaats] ,
(hierna: de verdachte).
1. Zitting
De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 5 oktober 2026.
Op de zitting waren aanwezig:
2. Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:
Feit 1:op 25 december 2024 in [woonplaats] zijn levensgezel, [slachtoffer] , heeft mishandeld door haar te slaan en/of te stompen en/of te knijpen en/of te bijten in/op haar borsten, schaamstreek of het lichaam.
Feit 2:op 25 december 2024 in [woonplaats] met [slachtoffer] seksuele handelingen heeft verricht die bestonden uit het met kracht brengen en/of houden van zijn vingers in de vagina van [slachtoffer] , terwijl de verdachte wist dat bij die [slachtoffer] daartoe de wil ontbrak en welke opzetverkrachting werd voorafgaan door, vergezeld van en/of gevolgd door de onder feit 1 opgenomen geweldshandelingen.
De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.
3. Bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte de mishandeling heeft gepleegd. De verdachte moet worden vrijgesproken van de beschuldiging van opzetverkrachting.
De standpunten van de officier van justitie worden – voor zover van belang voor de beoordeling – besproken in paragraaf 4.3.
Standpunt van de verdediging
De advocaat verzoekt de rechtbank om de verdachte vrij te spreken van de feiten.
De advocaat voert verschillende verweren over het bewijs. Deze worden - voor zover van belang voor de beoordeling - hierna besproken onder paragraaf 4.3.
Oordeel van de rechtbank
Vrijspraak opzetverkrachting
De rechtbank oordeelt dat de opzetverkrachting niet is bewezen en zal de verdachte daarvan vrijspreken. De verdachte heeft ontkend dat er in de bewuste nacht seksuele handelingen zijn verricht. Op grond van de wet kan het bewijs dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, niet uitsluitend worden aangenomen op grond van de verklaring van één getuige zoals in dit geval aangeefster. Ook niet als de rechtbank deze verklaring betrouwbaar vindt. Om tot een bewezenverklaring te komen is ander bewijs, zogenaamd steunbewijs, nodig uit een van de getuige onafhankelijke bron. De rechtbank is van oordeel dat er geen bewijs is dat de verklaring van het slachtoffer dat de verdachte met zijn vingers bij haar is binnengedrongen ondersteunt. Dat betekent dat de rechtbank de verdachte zal vrijspreken van de opzetverkrachting.
Bewijsmiddelen mishandeling
De rechtbank oordeelt dat de mishandeling is bewezen. De rechtbank baseert dit oordeel op de bewijsmiddelen die in bijlage II van dit vonnis staan.
Bewijsoverwegingen
De verklaringen van aangever
Het slachtoffer en de verdachte hebben geruime tijd een relatie gehad en samengewoond in [woonplaats] . Op 25 december 2024 komen politieagenten na een melding van het slachtoffer naar de woning in [woonplaats] . Tegen de agenten verklaart het slachtoffer dat zij die ochtend door de verdachte is geslagen op haar lichaam en armen, en hard is geknepen in haar armen, borsten en schaamstreek. Ook laat zij de agenten ongevraagd haar handen zien en tilt zij ongevraagd haar T-shirt op. De agenten zien dat het slachtoffer huidbeschadigingen heeft op haar handen en rode striemen aan haar rechterzijde. Vervolgens heeft het slachtoffer op 25 december 2024 aangifte gedaan. Op 27 december 2024, 8 januari 2025 en 12 februari 2026 heeft zij verklaringen afgelegd over wat er tussen haar en de verdachte zou zijn voorgevallen.
In haar aangifte van 25 december 2024 verklaart het slachtoffer dat de verdachte op 24 december 2024 rond 01:00 uur wakker werd en dat hij haar vervolgens in de woonkamer verschillende keren met vlakke handen en vuisten heeft geslagen en geknepen over haar hele lichaam. Ook verklaart zij dat zij vervolgens met de verdachte naar de slaapkamer is gegaan en dat hij in haar borsten heeft gebeten en in haar schaamstreek.
Op 27 december 2024 heeft het slachtoffer een informatief gesprek zeden gehad. Daar verklaart zij dat de verdachte rond 01:00 uur wakker werd en naar de woonkamer kwam waar hij begon met haar duwen, slaan en stompen. Hierna liep het slachtoffer naar de slaapkamer, gevolgd door de verdachte die haar op bed duwde en bovenop haar kwam zitten. Hierna sloeg en stompte hij haar op het hele lichaam, ook bij haar vagina. Hij beet haar tussen haar benen, vagina en billen. De bovenburen hebben vervolgens gestampt en kwamen later ook nog aan de deur om te zeggen dat het rustiger moest worden.
Op 8 januari 2025 is het slachtoffer verhoord in een kindvriendelijke verhoorstudio. Zij verklaart dat de verdachte haar pijn heeft gedaan, gebeten, geknepen en geslagen met zijn vuisten. Ook verklaart ze dat ze de politie heeft gebeld nadat de verdachte in slaap was gevallen en dat de buren ‘het’ ook hebben gehoord en op de deur hebben geklopt. In het verhoor herhaalt ze dat de verdachte haar op kerstavond heeft gebeten en geknepen in haar borsten en haar daarop heeft geslagen. Ze verklaart ook dat de verdachte haar heeft gebeten bij haar vagina.
Op 12 februari 2026 is het slachtoffer op verzoek van de verdediging nogmaals gehoord. Dit verhoor vond eveneens plaats in een kindvriendelijke verhoorstudio. Tijdens het verhoor verklaart het slachtoffer dat zij sinds augustus 2025, op haar initiatief, weer contact heeft met de verdachte. Op de vraag of de verklaring die zij op 8 januari 2025 heeft afgelegd was zoals het is gegaan, antwoordt het slachtoffer dat zij toen in de war was en dat ook nu nog is. Zij was in december 2024 gestopt met antipsychotica medicatie. Verder verklaart het slachtoffer dat de verdachte voorafgaand het verhoor heeft gezegd dat zij moest zeggen dat hij haar niet met een vinger heeft aangeraakt en dat zij in de war was. Op de vraag of zij op 24 december 2024 is geknepen en geslagen door de verdachte antwoordt het slachtoffer dat het slaan en knijpen niet erg was en dat hij haar lichaam wel heeft aangeraakt maar niet echt heeft geslagen. Zij verklaart dat zij vergeten is hoe het allemaal is geweest en dat zij het niet goed kan herinneren. Op de vraag of de verdachte haar heeft gebeten in haar borsten en in haar schaamstreek, verklaart het slachtoffer dat hij een beetje heeft gespeeld met haar lichaam.
Betrouwbaarheid van de verklaringen van het slachtoffer
In onderhavig geval ontkent de verdachte dat hij het slachtoffer heeft geslagen, gebeten of geknepen.
In zaken waar alleen het slachtoffer en de verdachte aanwezig zijn bij de handelingen waarvan de verdachte wordt beschuldigd en de verdachte de handelingen ontkent, moet de rechtbank in de eerste plaats nagaan of de verklaring van het slachtoffer op zichzelf voldoende betrouwbaar is. Alleen in dat geval kan de rechtbank namelijk die verklaring voor het bewijs gebruiken. Bij het beoordelen van de betrouwbaarheid van de verklaringen kijkt de rechtbank onder andere naar de consistentie, de gedetailleerdheid en de wijze waarop de verklaring tot stand is gekomen (de authenticiteit). De vraag of er voldoende steunbewijs is (zie hierna) voor de verklaring van de aangeefster, moet worden onderscheiden van de vraag of de verklaring van de aangeefster betrouwbaar is. Dit neemt echter niet weg dat het steunbewijs kan dienen als controlemiddel voor de betrouwbaarheid van de verklaring van de aangeefster.
De advocaat heeft zich op standpunt gesteld dat de psychische kwetsbaarheid van het slachtoffer afdoet aan de betrouwbaarheid van haar verklaringen. De rechtbank overweegt dat uit het dossier volgt dat bij het slachtoffer sprake is van een licht verstandelijke beperking en dat zij al jaren als medicatie een antipsychoticum slikt. De rechtbank is echter van oordeel dat de psychische kwetsbaarheid van het slachtoffer er niet op voorhand toe leidt dat haar verklaringen als onbetrouwbaarmoeten worden gezien. Gelet op de psychische kwetsbaarheid van het slachtoffer zal de rechtbank wel behoedzaam omgaan met haar verklaringen.
Consistentie en gedetailleerdheid van de verklaringen
De rechtbank ziet dat de verklaringen die door het slachtoffer bij de politie zijn afgelegd op onderdelen verschillend zijn. Op essentiële punten en in het bijzonder over de geweldshandelingen van de verdachte, te weten het slaan, knijpen en bijten, verklaart het slachtoffer echter consistent. De rechtbank overweegt daartoe nog het volgende.
Het slachtoffer heeft weliswaar toen de agenten ter plaatse kwamen niet direct verklaard over het bijten door de verdachte, maar dit heeft zij wel op dezelfde dag nog verklaard bij haar aangifte. Het is goed voorstelbaar dat het slachtoffer op dat eerste moment niet heeft verklaard over deze handeling. In het verhoor van 27 december 2024 en 8 januari 2025 heeft de verdachte wel over het bijten verklaard.
De verklaring van het slachtoffer in haar verhoor bij de rechter-commissaris op 12 februari 2026 verschilt op meerdere punten van haar eerder afgelegde verklaringen.
Dit verhoor vindt echter plaats ruim twee jaar na het incident. Bovendien geeft het slachtoffer in dit verhoor aan dat zij weer contact heeft opgenomen met de verdachte en dat hij tegen haar heeft gezegd wat zij moest verklaren bij dit verhoor. De rechtbank beschouwd deze verklaring daarom als losstaand van de andere door het slachtoffer afgelegde verklaringen. Voor wat betreft de overige verklaringen (25 december 2024, 27 december 2024 en 8 januari 2025) ziet de rechtbank geen reden om te twijfelen aan de authenticiteit daarvan.
De rechtbank overweegt verder dat bijten een zeer specifieke handeling is. De verklaringen van aangeefster zijn, onder andere door het benoemen van deze specifieke handeling, gedetailleerd.
Wijze waarop de verklaringen tot stand zijn gekomen
De rechtbank is van oordeel dat de verklaring die het slachtoffer heeft gegeven met haar aangifte van 25 december 2024 het meest authentiek is. Deze verklaring is afgelegd op het politiebureau kort nadat het slachtoffer die ochtend de politie had gebeld over de gebeurtenis van die nacht.
Vervolgens is het slachtoffer verhoord in een kindvriendelijke studio en door zedenrechercheurs die ervaring hebben met het verhoren van kwetsbare personen. Deze verhoren zijn dus met verschillende waarborgen omkleed. Ook dit draagt bij aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van aangeefster.
Conclusie
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de verklaring van aangeefster over het door de verdachte gepleegde geweld betrouwbaar. De rechtbank zal deze verklaring voor het bewijs gebruiken.
Steunbewijs
Op grond van de wet is alleen de verklaring van het slachtoffer onvoldoende om tot een bewezenverklaring te kunnen komen. Of sprake is van voldoende steunbewijs is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Uit vaste rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat niet is vereist dat de gedragingen als zodanig bevestiging vinden in ander bewijsmateriaal. Het is genoeg wanneer de verklaring van het slachtoffer op onderdelen steun vindt in andere bewijsmiddelen die afkomstig zijn van een andere bron dan degene die de belastende verklaring heeft afgelegd.
Gelet op de hiervoor beschreven kwetsbaarheden van het slachtoffer, vindt de rechtbank nog meer van belang dan anders of de verklaring steun vindt in het dossier.
De rechtbank ziet dat de verklaring van het slachtoffer voor wat betreft de beschuldiging van mishandeling steun vindt in het bij haar vastgestelde letsel. Zo volgt uit de verklaring van de arts van 25 december 2024 dat het slachtoffer striemen heeft op haar rechterbuik en roodheid op haar borsten, waarbij is opgemerkt dat deze roodheid mogelijk een gevolg is van kneuzen of knijpen. Uit de letselrapportage naar aanleiding van het forensische onderzoek van 27 december 2024 volgt dat het slachtoffer meerdere blauwe plekken heeft op de armen, benen en romp en dat dit waargenomen letsel kan passen bij de geschetste toedracht en goed past bij het gemelde tijdsinterval. Ook volgt uit deze rapportage dat het slachtoffer een huidverkleuring heeft op haar linker bovenarm en op de onderbuik een bloeduitstorting heeft van zo’n 3,5 bij 4,5 centimeter en verder onderhuidse bloeduitstortingen op de benen. De gemelde toedracht van het letsel op de onderbuik past volgens de arts goed bij de gemelde toedracht.
Door de advocaat is erop gewezen dat de huidverkleuring op de linkerbovenarm en de bloeduitstortingen op de benen niet zijn vastgesteld door de verbalisanten die ter plaatse kwamen op 25 december 2024 en de arts die het slachtoffer die dag heeft gezien. De rechtbank overweegt dat huidverkleuringen en bloeduitstortingen dikwijls niet direct zichtbaar zijn maar later opkomen en dat dit letsel past bij de verklaring van het slachtoffer.
De rechtbank is, gelet op het voorgaande, dan ook van oordeel dat het letsel van het slachtoffer voldoende steun biedt voor haar verklaring dat zij is geslagen en geknepen. Dat geldt ook voor het bijten. De forensisch arts geeft weliswaar aan dat voor bijtwonden typische letsels niet zijn aangetroffen, maar dit sluit volgens de arts bijtwonden niet volledig uit. In de schaamstreek is dan wel geen zichtbaar letsel aangetroffen, maar niet elke geweldshandeling of beet hoeft te leiden tot zichtbaar fysiek letsel. Dat is onder andere afhankelijk van de kracht en duur van die handeling.
De rechtbank ziet verder steunbewijs voor de verklaring van het slachtoffer dat zij is mishandeld in de verklaring van de bovenbuurman. De bovenbuurman verklaart dat hij op 25 december 2024 vanaf 2:00 uur tot 3:30 uur ruzie uit de woning heeft horen komen, waarna hij heeft gevraagd of het rustiger kan. Deze verklaring past bovendien bij de verklaring van het slachtoffer (meerdere geweldshandelingen gedurende een langere periode) en niet bij de verklaring van de verdachte dat hij geslagen is en daarna bewusteloos was.
De rechtbank concludeert dat de verklaring van het slachtoffer van 25 december 2024 voor over de mishandeling op essentiële onderdelen voldoende steun vindt in andere bewijsmiddelen. Daarmee komt de rechtbank tot een bewezenverklaring van de mishandeling.
Bewezenverklaring
De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:
op 25 december 2024 te [woonplaats]zijn levensgezel, [slachtoffer] , heeft mishandeld door die [slachtoffer] meermalen in/op haar borsten en schaamstreek en het lichaam te slaan en te stompen en te knijpen en te bijten;
De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
4. Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:
mishandeling, begaan tegen zijn levensgezel.
Strafbaarheid feit en verdachte
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.
5. Straf en/of maatregel
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf van 80 uur, met aftrek van het voorarrest, te vervangen door 40 dagen hechtenis als de verdachte deze taakstraf niet of niet goed uitvoert.
Standpunt van de verdediging
De advocaat heeft verzocht om rekening te houden met het feit dat het slachtoffer verblijft in de huurwoning waar de verdachte voor betaalt en de verdachte momenteel geen eigen woning heeft, de verdachte bij een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor een (veel) langere duur dan het voorarrest zijn baan zal verliezen en de verdachte door een hernia veel rugklachten heeft die mogelijk in detentie zullen toenemen. De advocaat wijst er verder op dat de verdachte een first offender is en de zaak relatief oud is en verzoekt om een straf gelijk aan het voorarrest op te leggen.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank legt aan de verdachte een taakstraf van 50 uur op. Bij het bepalen van deze straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van het gepleegde feit en de omstandigheden waaronder de verdachte dit feit heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank de persoonlijke omstandigheden van de verdachte mee.
Ernst en omstandigheden van het feit
De verdachte heeft zich op 25 december 2025 schuldig gemaakt aan de mishandeling van zijn partner, met wie hij destijds al jarenlang een relatie had en samenwoonde. De mishandeling bestond – kort gezegd – uit het slaan van en knijpen en bijten in het lichaam, de borsten en de schaamstreek van het slachtoffer. Met zijn handelen heeft de verdachte een ernstige inbreuk gemaakt op zowel de lichamelijke integriteit als het gevoel van veiligheid van het slachtoffer. Het slachtoffer had zich in haar eigen woning en bij haar eigen partner bij uitstek veilig moeten kunnen voelen.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 25 augustus 2026 waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen. Daarnaast heeft de rechtbank kennisgenomen van het reclasseringsadvies van 17 september 2026. Hieruit volgt dat de verdachte geen gesprek met de reclassering is aangegaan waardoor zij de risico’s niet kunnen inschatten en ook niet of en zo ja, welke interventies of begeleiding noodzakelijk zijn. De verdachte heeft op de zitting ook geen inzicht gegeven in zijn handelen en heeft zich op het standpunt gesteld dat hij juist diegene was die werd aangevallen.
Strafkader
Om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen, werken strafrechters met landelijke oriëntatiepunten. Deze zijn gebaseerd op opgelegde straffen in andere, vergelijkbare zaken. Het oriëntatiepunt voor meerderjarigen voor een mishandeling met lichamelijk letsel als gevolg is een geldboete van € 1.000,-. Bij huiselijk geweld wordt in beginsel geen geldboete opgelegd. De rechtbank vindt dan ook dat de taakstraf zoals door de officier van justitie geëist een goed uitgangspunt is. De verdachte heeft echter al ingrijpende gevolgen ondervonden van de strafbare feiten: zo heeft hij zes dagen doorgebracht in voorarrest en verblijft hij momenteel, in afwachting van een nieuwe woning voor het slachtoffer, niet in de door hem gehuurde woning in [woonplaats] . De rechtbank ziet daarin aanleiding om de onvoorwaardelijke straf zoals geëist door de officier van justitie te matigen. De rechtbank legt aan de verdachte een taakstraf voor de duur van 50 uur met aftrek van het voorarrest op.
6. Toegepaste wetsartikelen
De opgelegde straf is gebaseerd op de volgende wetsartikelen:
- artikel 9, 22c, 22d, 300, 304 van het Wetboek van Strafrecht.
7. De beslissing
De rechtbank:
vrijspraak
- verklaart feit 2 niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
bewezenverklaring
strafbaarheid feit
- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;
strafbaarheid verdachte
- verklaart de verdachte strafbaar voor het onder feit 1 bewezen verklaarde;
straf
- veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 50 uur;
- beveelt dat voor het geval de verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 25 dagen hechtenis;
- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de taakstraf in mindering zal worden gebracht, berekend naar de maatstaf van 2 uren taakstraf per dag.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.K.L. de Wijkerslooth-de Weerdesteijn, voorzitter, mr. J.P. Verboom en mr. M.J. Terstegge, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.M. van Bemmelen als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 19 oktober 2026.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
1hij op of omstreeks 25 december 2024 te [woonplaats] , althans in Nederland,zijn levensgezel, [slachtoffer] , heeft mishandeld door die [slachtoffer]meermalen althans eenmaal in/op haar borsten en/of schaamstreek en/of hetlichaam te slaan en/of te stompen en/of te knijpen en/of te bijten;
2hij op of omstreeks 25 december 2024 te [woonplaats] , althans in Nederland,met een persoon, te weten [slachtoffer] , een of meer seksuele handelingen diebestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaamheeft verricht, te weten het met kracht brengen en/of houden van zijn, verdachtes,hand(en) en/of vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer] , terwijl hij, verdachte,wist dat bij die [slachtoffer] daartoe de wil ontbrak en welke opzetverkrachtingwerd voorafgaan door, vergezeld van en/of gevolgd door dwang, geweld en/ofbedreiging, door die [slachtoffer] meermalen althans eenmaal in/op haar borstenen/of schaamstreek en/of het lichaam te slaan en/of te stompen en/of te knijpenen/of te bijten;
Bijlage II: Bewijsmiddelen
Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] van 25 december 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Ik woon samen met [verdachte] op de [straat] perceelnummer [huisnummer] te [woonplaats] .
Wij wonen daar ongeveer 27 jaar samen. Op 25 december 2024 omstreeks 01:00 uur werd [verdachte] wakker in onze woning. Ik zag dat [verdachte] voor mij kwam staan en mij verschillende keren met vlakke handen begon te slaan. Hij raakte mij daarbij over mijn hele lichaam. Ik voelde ook dat hij mij met beide handen over mijn hele lichaam kneep. Ik voelde dat de klappen met zijn vlakke handen en het knijpen mij pijn deed. Ik ben toen naar de slaapkamer gelopen en [verdachte] is achter mij aangekomen naar de slaapkamer. Terwijl hij achter mij aanliep bleef [verdachte] mij slaan met zijn vlakke handen en met zijn vuisten. Ik merkte dat hij mij nog meer ging slaan en ik voelde dat hij mij ook begon te bijten. Ik voelde dat hij mij over mijn hele lichaam beet, ik voelde dat hij mij in mijn borsten beet en ook in mijn schaamstreek. Ik weet niet hoe vaak hij mij heeft gebeten en geslagen, dit deed mij erg veel pijn.
Een proces-verbaal van verhoor van [getuige] van 26 december 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Op 25 december 2024 begon rond 02.00 uur 's nachts de ruzie op nummer [huisnummer] weer, zoalsgewoonlijk bouwt dit op en werd het erger. Rond 03.30 uur had ik er genoeg van en hebik me aangekleed om bij de buren aan te bellen dat het rustiger moest. Op het momentdat ik aangekleed was hoorde ik dat het rustiger werd en ben ik weer naar bed gegaan.Ik merkte daarna echter dat het weer erger werd en ik ben toen bij de buren aan dedeur gegaan. Ik heb daar de buurman gesproken.
Een geschrift, te weten de bevindingen van de arts [arts] van 25 december 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Notitie arts
Objectief
Striemen re buik
Roodheid [waarbij een pijl is geplaatst naar de rechterborst] mogelijk tgv kneuzen/knijpen
Schaamstreek uitwendig geen bijzonderheden
Een geschrift, te weten een letselrapportage forensische geneeskunde GGD opgemaakt door J.L. Verweij van 27 december 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Datum letselonderzoek: 27 december 2024Gemelde toedracht: Betrokkene vertelt 24-12 te zijn mishandeld door haar partner. Betrokkene vertelt te zijn geslagen, gebeten en geknepen.
Beoordeling:Samenvatting letsel: Concluderend betreft het de volgende uitwendig zichtbare letsels: Meerdere blauwe plekken op armen, benen en romp.Toelichting: Het waargenomen letsel kan passen bij de geschetste toedracht. Voor bijtwonden typische letsels werden niet aangetroffen, dit sluit bijtwonden echter niet volledig uit.
Foto 3:Beschrijving: Op de linker bovenarm een vlekkerige rozerode huidverkleuring.
Toelichting: Dit letsel wordt geduid als een huidverkleuring.
Foto 5:
Beschrijving: Op de onderbuik in de middenlijn een onscherp begrensde, grillig gevormde, paarsblauwe huidverkleuring van ca. 3,5 x 4,5 cm.Toelichting: Dit letsel wordt geduid als een onderhuidse bloeduitstorting.
Foto's 6, 7 en 9:
Beschrijving:
Toelichting: Deze letsels worden geduid als onderhuidse bloeduitstortingen.